I never heard about this band, but I’m very surprised and pretty familiar with the sound of Downtown Ramblers.
Philip Verhaege (4)
| Keys and Chords |
|
Bluegrass uit Gothenburg, Zweden? Jawel, het bestaat en meer dan je ooit wel zou durven dromen of denken. ‘On The Other Side Of The City’ is alweer het tweede album van Emelie Junsten (vocals), Pär Öjerot (gitaar, vocals), Oskar Reuter (mandoline, mandala, tenor gitaar, vocals), Martin Blomberg (banjo, pedal steel, vocals) en bassist Karl Annerhult. De Ramblers werden in 2007 winnaar van het Zweedse bluegrass festival en was top als Europese band in het ‘European World of Bluegrass Festival’ in 2009. De band vermeldt met enige trots dat hun muzieksound ‘nordic urban bluegrass’ is genoemd en dit met een folk en poppy inslag. Oskar Reuter’s mandoline is de rode draad en gaat dan ook hand in hand met het elegant gitaarwerk van Pär Öjerot. Met enkele occasionele gastmuzikanten zijn de elf originele tracks gedreven songs. In het openingsnummer ’Singing With The Birds’ is meteen duidelijk dat Emelie is bejegend met een hemels zacht stemgeluid. Het akoestische ‘That Ain‘t The Case‘ is folk zoals in de hoogdagen van de vredelievende hippie bewegingen uit lang vervlogen tijden. Maar het vioolgedreven ‘I Never Planned’ is een uptempo bezielde song, die moeiteloos overgang vind in het tergende langzame ‘Either World’. In dit ongecompliceerde en onconventionele wereldje voelen wij ons na al die jaren nog steeds thuis. Waar heb ik mijn flesje essential oil ‘patchouli’ nu weer gelaten! I never heard about this band, but I’m very surprised and pretty familiar with the sound of Downtown Ramblers. Philip Verhaege (4) Tien jaar geleden richtte Little Feat, een eigen label op. Hot Tomato Records, een interactief forum waarop de fans live materiaal vinden als alternatief voor het bootlegcircuit, een beetje vergelijkbaar met het langlopend project van The Allman Brothers Band. Het afgelopen decennium zien afzonderlijke sets onder de noemer ‘Raw and Ripe Tomatoes’ het daglicht. Naar aanleiding van de veertigste verjaardag van het titelloze debuut komt Proper Records nu met een lijvige compilatie van dat livemateriaal aanzetten. Verdeeld over drie cd’s krijgen we in veertig songs een fraaie dwars doorsnede van Little Feat’s podiumverrichtingen. In het voorjaar van ’79 stapte Lowell George op en met zijn plotse overlijden tijdens een solotournee lijkt definitief een einde te komen aan het muzikale sprookje. We moeten het stellen met een handvol langspelers die onveranderlijk in een geniale fusie van West Coastrock, en Dixielandboogie een inventief mengsel van country, blues en jazz herbergen. Na een lange stilte besluiten pianist Bill Payne en gitarist Paul Barrere, naast George de belangrijkste songleveranciers, in ‘88 de draad terug op te pikken samen met, de oorspronkelijke drummer Richie Hayward en een uitgebreide ritmesectie. Zanger Craig Fuller en gitarist Freddie Tackett zijn de nieuwkomers op de opmerkelijke comebackplaat. ‘Let It Roll’ wordt evenals ‘Representing The Mambo’ en ‘Shake Me Up’, de laatste met een origineel hoesontwerp van de legendarische huisillustrator Neon Parks, op gemengde gevoelens onthaald. Op het podium blijft het echter een lichtjes fantastische band. Dat wordt overduidelijk geïllustreerd op cd twee die vanaf de vroege reünie periode, met een fantastisch acterende Fuller in nieuw werk en enkele Feats klassiekers tot de komst van zangeres Shaun Murphy en op cd drie verder loopt tot in 2004. Het is met die lineup dat Little Feat enkele jaren geleden op Peer Blues aantrad. Bijzonder fraai allemaal maar het is toch vooral CD 1 die de aanschaf verantwoord. Het begint met enkele live-registraties van de oer-Feat. Lowell George was evenals Roy Estrada uit Zappa’s Mothers Of Invention gestapt en dat is nog duidelijk te horen op ‘The Fan’ dat de ‘rock ’-n’ roll Doctor samen met Payne componeerde. Verder nog fraai werk zoals ‘Texas Rose Cafe’ met Bonnie Raitt, die de slidekneepjes van George leerde en ‘Lafayette Railroad’ uit de vroege periode. Vervolgens komt de met gitarist Barrere uitgebreide Little Feat uitvoerig aan bod. Op ‘Sailin Shoes’ opgenomen in ’73 hoort de aandachtige luisteraar opnieuw Bonnie Rait en het in een zwierig ‘Dixie Cicken’ overlopend ‘Cold, Cold, Cold’ blijft een sublieme combinatie. Het heeft wellicht te maken dat ik Little Feat voor het eerst op een podium mocht beleven. Nummers als ‘Long Distance Love’ en ’Down Below The Borderline’ blijven mijn absolute favorieten, daar kan een wat mindere klankmix niet op afdingen. Jammer dat het schitterende ‘All That You Dream’ niet geselecteerd werd. Hoe dan ook, dit is een liveverzamelaar die de intrinsieke klasse van een onnavolgbaar muzikaal rootscollectief, ook in meer recente tijden, nog eens ondubbelzinnig aantoont. Cis Van Looy (4 tot 5) Scott McClatchy: A Dark Rage30/01/2012 Een donkere razernij is deze release allerminst. Scott McClatchy was jarenlang frontman van de rockband The Stand, die vooral furore maakte aan de oostkust van Amerika. Maar vooral zijn bijdrage als muzikaal lid van The Del Lords staat voor eeuwig in ons geheugen geprint. Sinds 2000 bouwt Scott onvermoeibaar verder aan zijn solocarrière. Met albums als ‘Blue Moon Revisited’ uit 2000, ‘Redemption’ in 2002 en vier jaar later met ‘Burn This’, staat Scott geboekt als een succesvol singer-songwriter. En nu ook laat hij zich ongemoeid met liefst 10 originele tracks en twee schitterende eigen interpretaties met ‘Sally MacLelanne’ van Shane McGowan en Bruce ‘The Boss’ Springsteen ‘American Land’. Scotty laat zich in de studio alvast omringen door heel wat uitmuntende gastmusici. McClatchy zelf komt uit Philadelphia en produceert zowaar Keltische en Iers getinte rockmuziek. En daar zal de instrumentaria niet vreemd aan zijn. Naast de gebruikelijke arrangementen zijn vooral Kirsten Erwin met ‘thin whistle’ of fluit, Isaac Anderson op doedelzak ‘uilleann pipes’, Meo met zijn accordeon en Robert Spates op viool zeer belangrijke muzikale schakels. De track ‘Sally MacLelanne’ doet ons dan ook onvoorwaardelijk terugdenken aan The Pogues. Net als in het geheel eigen geïnterpreteerde Ierse en knappe duet met Jeannine Liebert in Springsteen’s origineel. In ‘Cigarettes, Breath Mints & Visine’ komt dan uiteindelijk het rockbeest in Scotty aanzetten. Enkel ‘Forever With You’ is warempel een akoestische country song, net als ’Rocking In Your Momma’s Arms’. Maar de titeltrack is alweer ritmische Ierse rockmuziek. En er schuilt nog zangtalent in de familie McClatchy. In ‘Ian Takes Over’ mag Scott junior de intro vol zingen, vooraleer pa de meute op sleeptouw neemt voor een vrolijk rondje Keltische antiqua. There is a lot of fun in the music of Scott McClatchy. In every Irish pub the have to make a sound like ‘A Dark Rage’. Philip Verhaege (4) Voor mij een eerste kennismaking met deze jonge gitaarslinger. En wat weten we over hem, dat hij reeds enkele langspelers op de markt heeft gebracht waaronder ‘Strong Temptation’, ‘Humble Spirits’ en ‘Ten Til Midnight’. Zijn band bestaat uit hemzelf aan de gitaar, zang en bluesharp, Jeff “The Count” Artabasy (bas) en aan de drums vinden we Paul Broderick. Dus we kunnen hier weer voor de zoveelste keer (ik ben echt de tel kwijt!) van een powertrio spreken. En ‘power’ is geen understatement! Op het podium heeft Sean ook reeds serieus wat ervaring opgedaan want hij deelde ooit de bühne met o.m. Johnny Winter, Robin Trower, Kim Simmonds, Pat Travers, Kim Wilson, Greg Allman en nog een ganse waslijst van supergrootheden. Op 22 maart 2011 trok hij naar de The Long Island Blues Warehouse en liet het publiek aldaar smullen van een avondje onvervalste bluesrock. Met de destortionknop ingedrukt zet hij ‘Dixie 45’ in waarbij hij ook nog naar de wah-wah-pedaal grijpt. Wacht hier niet totdat de brave borst begint te zingen wat dat doet hij niet en houdt het hier zuiver instrumentaal. Om maar te zeggen: “Maak maar eens eerst kennis met mijn gitarreke…” moet hij gedacht hebben vooral hij ‘Love Can Find A Way’ op zijn publiek loslaat. Meteen het eerste gezongen nummer en natuurlijk krijgen we weer een leuke uitstalling van zijn gitaarlicks en solo’s. Even tot rust komen we met de sleeper van formaat ‘Full Moon On Main Street’ waaruit nu nog sterker blijkt dan in het vorige nummer dat Sean ook over een innemende stem beschikt. Geshuffeld wordt er in ‘Strong Temptation’ waarin de drummer zich blijkbaar wil laten opmerken en Elmore James wordt voor de zoveelste keer onrecht aan gedaan met de cover ‘Dust My Broom’, een nummer dat wij in de jaren zestig ook speelden maar zachter en zonder al teveel gitaargeweld. ‘Danger Zone, niet het Curtis Mayfield-nummer waarmee Maggie Bell en haar band Stone The Crows in 1970 een grote hit mee hadden, zorgt hier voor enige afwisseling maar wederom is het (natuurlijk) de gitaar die overheerst. Waarom eigenlijk? Een leuke basdreun van zes minuten of wat extra drumgeroffel kan ook voor een meerwaarde zorgen, niet? Ik weet niet in hoeverre die nieuwe powertrio’s nog een beetje origineel uit de verf kunnen komen want ze verzanden allemaal in hetzelfde stramien: “Laat die gitaar maar eens goed klinken totdat ze er doof van worden.” The Sean Chambers Band is zeker een trio waar we nog veel van gaan horen (en dan bedoel ik echt ‘horen’) en waarschijnlijk zullen we hen binnenkort ook wel op een of ander Vlaams podium mogen begroeten. Ik zit er alvast niet op te wachten, er zijn andere vormen van blues om te overtuigen. Alfons Maes (3) 1 Comment Uwe Gronau: Time Rider28/01/2012 De nieuwste cd van de Duitser Uwe Gronau in een vakje stoppen, is niet zo makkelijk. De muziek varieert immers van mellow tot meditatief, en is geliefd bij New Agers, maar zijn mix van akoestische en elektronische sounds bevat ook elementen van jazz, pop, progressieve rock, avant-garde, techno, tracnce, chill, ambient en space muziek. Op deze cd heeft de pianist, synthesizerspeler en orgelist een dozijn instrumentale tracks neergezet, samen met acht gezongen stukken. Het thema is een dieper begrip van het concept van de tijd, door de wetenschappelijke aspecten, maar ook door meditatie en contemplatie. Het is een werk dat de ups en downs van het echte leven weerspiegelt. Gronau werd beïnvloed door Brian Auger, Keith Emerson, Patrick Moraz & Refugee, en Joe Zawinul & Weather Report, maar ook door Supertramp, Jethro Tull, Gilbert ‘O Sullivan, Keith Jarrett, Sting, Peter Gabriel en Dream Theater. Hij heeft echter nooit een song gecoverd, maar steeds origineel werk afgeleverd. A mixture of acoustic and electronic sounds, leaning towards New Age. Patrick Van de Wiele (3 tot 4) Tron Syversen: Peaceful Journey28/01/2012 Met deze cd kan u meereizen naar een staat van vrede en totale relaxatie. Op een symfonische sound die bestaat uit stem, gitaar, piano, keyboards, fluit, hoorn, viool en cello kan u zich laten meeglijden op een zachte en melodische manier. Tron, die uit Noorwegen afkomstig is, werd één van de leidende muzikanten op New Age gebied uit Scandinavië. Al vijftien jaar timmert hij aan de weg. Met zijn cd ‘Piano Poems’ trok hij wereldwijd aandacht. De mooie woordenloze zangstem is afkomstig van Elin Lokken. Tron wou zijn improvisatietalent als jazzmuzikant gebruiken om te begrijpen hoe muziek onze mentale en fysieke gezondheid beïnvloed. De inspiratie kwam voort uit de natuur, uit poëzie, uit schilderijen en heilige plaatsen. Het maken ervan duurde twee jaar. Indien u met deze muziek beter slaapt of rustiger door het leven gaat, dan is Tron’s bedoeling geslaagd. Beautiful music for healing and relaxing. Patrick Van de Wiele (3 tot 4) TK Music Production I 7090020190051 I Tron Music Tommy Tornado: Cool Down28/01/2012 Thomas Streutgers aka Tommy Tornado is hoogstwaarschijnlijk de jongste toonaangevend saxofonist uit het Nederlandse firmament. Reeds op zeventien jarige leeftijd won Tommy de ‘Big Boss Jazz Award’ en sindsdien ging het crescendo met zijn carrière. Met verschillende bands toerde Tommy doorheen Europa en Japan. Gaf backing aan ondermeer Rico Rodiguez, Derrich Morgan, Alton Ellis, Dennis Alcapone en Big Jay McNeely. Naast al deze bezigheden vond Tommy Tornado nu tijd om een tweede soloproject op de markt te gooien. Hij is zo nauw verbonden met Adolph Sax zijn uitvinding, dat het blaasinstrument met enkelvoudige riet als het ware een lichaamsdeel vormt. Met heel wat gastmusici dito instrumentaria is dit best een genietbaar schijfje. Er wordt slecht op drie nummers vocale inzet tentoongespreid, zodat de klemtoon komt te liggen op Tommy’s virtuositeit. Reggae, ska en rocksteady arrangementen hebben alweer de bovenhand. Tommy houdt het meestal ingetogen en geeft hier heel wat vrijheid aan zijn medekompanen En die soleren dan ook naar hartenlust. De drie bewoorde songs zijn van Tommy’s hand en hiermee bewijst hij ook een uitstekende songschrijver te zijn. De Gambiaanse zanger Ebou Mada Gaya mag ‘Nitt Nitt Moye Garabbaam’ inzingen. Tobias Loudmouth doet hetzelfde met ‘The Sound’ en Awwa kleurt vocaal ‘Brand New’. De 10 tracks spijkerden ons meteen aan de grond en doen ons onvoorwaardelijk heupwiegen. De schitterende composities worden alweer de hemel ingeblazen. ‘Cool Down’ is a great retro digipack album ! Philip Verhaege (4) Pork Pie I LC 07152 I Tommy Tornado The Cubical: It Ain’t Human28/01/2012 Bij de opener ‘Dirty Shame’, waarin tevens de titel van de tweede langspeler verwerkt zit, dwalen mijn gedachten spontaan af naar de prille Inmates of de vroege punkrock van Dr. Feelgood. Hetzelfde gevoel bekruipt me bij het fel als het overstuurde ‘Three Drop Jameson Mechanism’ wordt uitgebraakt met harpscheuten op de achtergrond. Op andere momenten klinkt de rauwe vervaarlijke blues door die refereert naar Captain Beefheart en Howlin’ Wolf en waarbij Omar Dyke tot koorknaap gereduceerd wordt. Dat heeft vooral te maken met Dan Wilson’s machtig bulderende stemtimbre dat onvervaard tegen de onstuimige, weerbarstige gitaartandem (Alex Gavaghan/Johnny Green) opbokst The Cubical blijkt een ongewassen en ongeschoren, kwartet uit Liverpool dat compromisloze, bij momenten angstaanjagende old school R&B met hypnotische stampende rock combineert, die meestal zijn uitwerking niet mist. Gore rock van tuig van de richel dat met ‘Are We Just Lovers’ en het skiffleachtige ‘Worry’ even gas terugneemt om er vervolgens compromisloos tegenaan te knallen in ‘Something New’. Voor beluistering in de huiskamer wordt het soms iets te veel en is een rustpunt als ‘Paper Walls’ welkom. Het lang uitgesponnen, bezwerende ‘The Myth Of Willie McGrath lijkt met de vurige Crescent City blazers, inclusief trombone en gedempte trompetje uit hetzelfde steegje van The French Quarter New Orleans weggelopen The Cubical klinkt rauw en intens en weet ongetwijfeld opwindende taferelen te genereren vanaf club- en festivalpodia. Cis Van Looy (3 tot 4) Terry Riley: A Rainbow In Curved Air28/01/2012 In het zog van de heruitgave van de lp ‘In C’ uit 1967 heeft Esoteric Recordings er voor gezorgd dat ‘A Rainbow In Curved Air’, met naast de titeltrack ook nog ‘Poppy Nogood & The Phantom Band’ terug in de platenrekken te vinden is. Een pluspunt is het uiterst verzorgde inlegblaadje met ondermeer een reproductie van de originele lp hoes zoals de Franse afdeling van CBS de plaat in 1968 heeft uitgebracht. Maar dit zijn we van Esoteric Recordings gewoon. Terry Riley is een rare snuiter uit de streek van San Francisco die, behalve dat hij voor de leek haast onbegrijpelijke moderne klassieke muziek registreerde, ook nog een niet te onderschatten invloed op andere artiesten heeft uitgeoefend. Zo ondermeer op The Who, die op songs als ‘Baba O’ Riley’ en ‘We Won’t Get Fooled Again’ dankbaar gebruik maken van zijn gimmicks. Bij The Who veranderd het keyboard spel wel in een rocksong, daar waar Terry Riley maar blijft doorbomen. De Britse Band Curved Air die in de zomer van 1971 een dijk van een hit had met ‘Back Street Luv’ haalde zijn naam van ‘A Rainbow In Curved Air’. Terry Riley was in de jaren zestig bekend, of moeten we zeggen ‘berucht’ voor zijn ‘All-Night Concerts’, waarbij hij de godganse nacht improviseerde op een oud harmonium. Hij nam dezelfde avond eveneens saxofoonmuziek op, die hij dan liet afdraaien wanneer hij een pauze nodig had of een ‘kakske’ moest gaan doen. Zo hoefde er voor de fans geen onderbreking te zijn. Het publiek kwam namelijk aandraven met slaapzakken en hangmatten om aldus het ‘All Night Concert’ vol te maken. Net als bij ‘In C’ is ‘A Rainbow In Curved Air’ een waterval van klanken waarbij geen enkele structuur terug te vinden is. Buiten de hieronder vermelde website van Terry Riley is er ook nog www.cortical.org/riley, maar wanneer je dit adres intikt verschijnt de mededeling op uw scherm ‘Deze site kan schade toebrengen aan uw computer’, dus dan maar afblijven. Een overdosis Terry Riley kan schade toebrengen aan uw muzikale smaak. An overdose of Terry Riley’s ‘music’ can cause damage to your musical taste and your computer. Ivan Van Belleghem (2) Terry Riley: In C28/01/2012 Terry Riley werd op 24 juni 1935 in Colfax geboren. Hij studeerde aan het Shasta College, de San Francisco State University en het conservatorium van San Francisco. We hebben hier dus allerminst met een analfabeet te maken. Terry Riley werd in zijn beginjaren beïnvloed door Karlheinz Stockhausen, maar zijn belangrijkste leermeester was de in 1996 overleden Pandit Pran Nath. Dit was een expert in Indische klassieke zang en hij gaf les aan La Monte Young. Die samenwerking deed Terry Riley de richting van de Minimal Music inslaan. Zijn bekendste werk heet ‘In C’ en dateert van 1967. Het werd nu heruitgegeven door Esoteric Recordings. Wat is nu ‘In C’? Wel, ‘In C’ is een 42 minuten durend werkstuk dat uit 53 fragmenten bestaat van elk ongeveer één maatlengte en die allemaal in C staan. Een muzikant slaat in een regelmatig tempo op de piano een C aan, dit om het ritme in goede banen te houden. De overige spelers, ongeacht het aantal en ook ongeacht het aantal instrumenten spelen dan muziek aan de hand van losse aanwijzingen. Is iedereen nog mee? In werkmensentaal wil dit zeggen dat er maar wat raak wordt gemusiceerd op een eentonig, zich voortdurend herhalend ritme en dat het geheel soms overkomt als een janboel. Je kan het modern klassiek noemen of experimentele muziek of Minimal Music. De muziek van Terry Riley komt mij in zijn geheel nogal pretentieus over en ik durf wedden dat er veel muziekliefhebbers zijn die tonen dat ze kenners van het genre zijn maar er in feite de ballen van begrijpen en wat blij zijn dat de voorstelling afgelopen is. Ik durf ook wedden dat de overgrote meerderheid van de Keys & Chords lezers geen boodschap hebben aan dit brouwsel van losse klanken. The music of Terry Riley is addressed to a very small audience. Not too many people wil understand what he is trying to tell… Perhaps music for the strings and things lovers. Ivan Van Belleghem (2) |