Foto
In het verleden toerde Carrie Clark samen met haar gewaardeerde collega Camille Bloom, ook in Europa, het duo stond in de winter van 2008 op het podium van Crossroads Café in Antwerpen. Clark leerde zichzelf als jong meisje zonder noemenswaardige hulp de kneepjes van gitaar en piano en experimenteerde piepjong met eigen composities.
Sinds ze vanuit Oregon naar Seattle verkaste waagde zich aan de meest uiteenlopende stijlen van folkduo tot alternatieve pop en jazzy Big Band. En dat rijk geschakeerd muzikaal verleden kleurt haar vierde in eigen beheer tot stand gekomen langspeler. De muziek die ze samen met The Lonesome Lovers maakt is niet meteen in een vastomlijnde stijl te vatten. Naast pretentie-, en zorgeloze deuntjes als ‘Bum Bah Dum’ pendelen Clark en haar combo voortdurend tussen rockende intermezzo’s zoals ‘What Have We Done’ naar meer traditioneel klinkende country I’m A Lark’ en ‘Where Are You’. In ‘The Night Before’ dat zo uit een of andere musical lijkt weggelopen met die violen en klarinet is er vocale assistentie van Camille Bloom. Clark schakelt moeiteloos over naar een romantische pianoballade, zo blijkt uit ‘Fade Away’ en de rijk georkestreerde pop van ‘Down At My Knees’. ‘The Stranger’ vertoont jazzy trekjes en dat heeft heus niet alleen met de sfeervolle akoestische bastonen te maken. De grote verdienste van producer Martin Feveyear, die eerder met dames Jesse Sykes en Zoe Muth samenwerkte, is dat hij Clark en haar muzikale bondgenoten motiveert om het beste uit dit muzikale verbond te slepen in een uiterst gevarieerd, maar niettemin samenhangend geheel dat bovendien al bij een eerste beluistering bijzonder aangenaam verrast.

The fourth release of Carrie Clark turns out ito her most personal with more than a little help from her versatile combo The Lonesome Lovers.

Op 13 mei staat het gezelschap op het podium van het Antwerpse Crossroads Café, op 19 mei in La Truite D’Argent te Houffalize.

Cis Van Looy (4)


Red Bug Records  I  RBR004  I  CD Baby/Carrie Clark  I  Carrie Clark

 
 
Foto
Wie deze man niet kent moet weten dat Stanley geen beginner is. In de jaren zeventig zat hij een tijdje bij Silk en dat heeft hij eigenlijk een beetje te danken aan superproducer Bill Szymczyk, die ook vier langspelers van de Eagles onder handen nam, nl. ‘One Of These Days’, ‘The Long Run’, ‘On The Border’ en natuurlijk de hitlangspeler ‘Hotel California’. In 1969 werd Bill vanuit New York het pad opgestuurd om talent te vinden. Dat heeft hij gevonden in de vorm van The James Gang (toen nog met Joe Walsh!) en Silk en keerde voldaan terug naar New York.
Michael Stanley vormde in 1972 zijn eigen band en sindsdien heeft hij niet stil gezeten. En een zesentwintig tal werkjes later, al dan niet onder zijn eigen naam of onder de Michael Stanley Band,  krijgen we ‘The Hang’. En diezelfde Bill Szymczyk stond nu ook weer aan de knoppen. Het schijfje levert ons een twaalf tal nieuwe, eigen composities, een cover van Dite Straits ‘Romeo & Juliet’ en een song geleend bij Patty Griffin ‘When It Don’t Come Easy’.
Wat me meteen bij de productie van dit album opviel is dat de hand en het brein van Bill Szymczyk sterk aanwezig is. Vele van de songs hebben dan ook die Eaglesachtige touch die sterk tot uiting komt in ‘Wonder Wheel’ wat het knapste nummer is op deze cd. Een beetje afgeleid van ‘Take It To The Limit’ maar dit nummer is er zeker geen kopie van. Zelfs op ‘Fait Accompli’, een pianoballade die door de schitterende stem van Stanley toch een beetje mag vergeleken worden met ‘Desperado’ van diezelfde countryrockers.
Zou het verkeerd zijn om Michael Stanley het label van hèt antwoord op de Amerikaanse Eagles te kleven? Zeer zeker want andere songs waaronder ‘Breaking Down’ en ‘Down In The Suck’ konden ook nummers van de Eagles zijn. Ook ‘Martha’ is weer zo’n meesterwerkje dat meteen weet te overtuigen. Met ‘How Many Guitars Do You Need’ vraagt Stanley zich af of je de volgende dag nog wel zult halen en wat ons betref, ja hoor, met zo’n knappe songbook moet je niet denken dat ons geheugen ons snel in de steek zal laten. Integendeel, deze muziek is een blijver, geen passantje zoals de miljoenen anderen.

If you’re an Eagles fan just the way I am, than ‘The Hang’ is the next thing you probably should buy. May we already consider The Michael Stanley Band as the final answer to The Eagles? Awesome midwestern countryrock. Oh yes and in every way. Can’t wait to see them on stage. Hopefully one of our Belgian concert promotors feels the same way as I am.

Alfons Maes (4)


Line Level  I  LL 207  I  ItsAboutMusic  I  Michael Stanley

 
 
Foto
Misschien zegt deze naam u wellicht niet veel of helemaal niets, laat me dan even uw geheugen opfrissen. Neil was lid van Tears For Fears en het is zijn gitaarspel dat nummers als ‘Mad World’, ‘Shout’ en natuurlijk hun grote hit ‘Everyvody Want To Rule The World’ zo typerend voor Tears For Fears maakte. Maar het Tears For Fears verhaal was van korte duur en nadat ene Robbie Williams uit zijn boysband stapte en solo aan een wereldwijde monstercarriére begon werd Neil al snel op diens loonlijst geplaatst als vaste gitarist en deze werkgever betaalde enorm goed, volgens hem.
Als sessiegitarist wisten Rod Stewart, Tina Turner, Peter Gabriel en Natalia Imbruglia hem steeds in te schakelen wanneer ze voor een nieuw album de studio indoken.
In 2010 lanceerde hij een solo-album onder de noemer ‘No Self Control’, een album dat helaas aan ons voorbij ging. Het enige dat we hierover kunnen melden is dat het een zeer sterk rockalbum is en dat Robbie Williams eigenlijk ook zo’n album wilde opnemen met Neil als gitarist. Robbie, jong, het is nog niet te laat, doen zou ik zeggen.
‘Chasing Butterflies’ is een akoestisch rockalbum met eigen composities. 11 studionummers en een live-registratie van een man die bij mij nu toch wat heeft losgeweekt want dit album bulkt van de schitterende nummers en geloof me, helaas moet ik hier weer met een cliché schermen, maar ik vond geen enkel nummer dat niet voldeed aan mijn smaken.
Neil is niet alleen een begenadigd gitarist, hij bezit ook een stem die nog zeer jeugdig overkomt en die kennelijk door de jaren heen goed geolied werd.
Op ‘Dream Machine’ wordt geopend en de akoestische gitaar spreekt hier boekdelen. Knappe riffs zoals ik de laatste jaren maar weinig gehoord heb op een akoestische gitaar. ‘Would You Love Me’ en het titelnummer ‘Chasing Butterflies’ zijn nummers die ook in de Tears For Fears catalogus zouden kunnen zitten terwijl Neil in ‘Silver Moon’ weer met zijn gitaar voor indrukwekkende gitaarriffs zorgt. ‘Shadows Fall’ is zo’n nummer waar je (weer) niet genoeg van kunt krijgen maar helaas duren mooie liedjes niet lang…
Neil is buiten een sterk gitarist-zanger ook een knap componist want een ganse cd volpennen waarop geen enkel matig of minder kwalitatief nummer terug te vinden is, gebeurt niet zelden. Zeer sterk album dat zeker ook de diehardsfans van Tears For Fears zal aanspreken. Wanneer krijgen we hem hier in Vlaanderen eens te zien?

Alfons Maes (4 tot 5)


Hypertension  I  HYP 12283  I  Bertus  I  Neil Taylor

 
 
Foto
Als je geen liefhebber bent van salsamuziek lijkt het misschien onwaarschijnlijk. Maar de salsamuziek is einde jaren ’60 ontstaan in New York. Op dat moment was deze Amerikaanse grootstad immers de enige plaats waar duizenden Latijns-Amerikaanse muzikanten professioneel konden leven van muziek. Natuurlijk brachten Puerto-Ricanen, Venezolanen, Dominikanen en Cubanen allemaal de muzikale bouwstenen en stijlen mee uit hun thuisland. Maar het is een feit dat dit alles tot één geheel werd gesmeed in New York. The Big Apple telde talrijke concertzalen, clubs, radiostations, platenlabels en dies meer waar de jonge salsamuziek kon groeien en volwassen worden. Het is dit feit dat je in gedachten moet houden bij het beluisteren van deze plaat.
Hoe de term salsa eigenlijk ontstaan is zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen want daar bestaan verschillende theorieën over; de ene al geloofwaardiger dan de andere.
Hoe dan ook Montuno Records speelde een erg belangrijke rol in de ontwikkeling van de salsamuziek. Wat dit label meer dan speciaal maakte is dat het gerund werd vanuit een ondergrondse platenwinkel “Record Mart” in de catacomben van het Times Square metrostation in hartje Manhattan.
Platenbaas Jesse Moskowiz en zijn zoon Lou rolden eigenlijk per toeval in het vak. Jesse ging akkoord om partner te worden in een platenzaak in de New Yorkse underground met een zoon van één van zijn pokervrienden. Maar na een jaar was die niet meer geïnteresseerd en Jesse kocht zijn aandeel over en huurde vanaf 1959 op zijn eentje de winkelruimte van de New York City Transit Authority in 14th Street.  In het begin werd er vooral jazz en musical-muziek verkocht.  Maar de Joodse klanten van de winkel vroegen steevast om Latino-muziek  Jesse begon Celia Cruz platen te importeren uit Cuba en Mexico, reisde naar Puerto Rico waar hij een akkoord sloot met Marvela-records. In 1961 verhuisde hij de winkel naar het Times Square metro-station, in ’71 sloot hij de winkel in het 14th Street metrostation. In de jaren ’60  groeide Record Mart uit tot de Latin Music  Store van New York. In 1975 gaat Jesse in zee met de beroemde producer en Montuno Records  wordt geboren.
Van alle groepen die platen opnamen voor Montuno zijn er slechts enkele bekende namen: Airto Moreira en Flora Purim, Many Oquendo y Su  Conjunto Libre, Yambú en Tambo. Maar ik kan u verzekeren dat op deze dubbel-CD geen enkel ondermaats nummer staat. Integendeel. Op deze compilatie staat niet alleen salsa, we vinden ook sambamuziek terug (Moreira) en erg goede compasmuziek uit Haïti. “Ensem Ensem” van de groep Scorpio is werkelijk een pareltje dat ik voorheen niet kende.
Het is echt onbegonnen werk om de 28 composities apart te beoordelen. Het zijn stuk voor stuk uitmuntende producties die hun steentje hebben bijgedragen tot het erg uitgebreidde genre dat de salsamuziek tot op de dag van vandaag is geworden.
Als we dan toch enkele nummers moeten een premie geven:
De messcherpe mambo “Báilala Pronto” van Manny Oquendo y Su Conjunto Libre
De heerlijke charanga “El Avance” van Son Primerio met prachtige fluiten, violen en piano. Zo hoor je meteen waar de wereldberoemde groep Los Van Van de mosterd van daan haalde.
De aanstekelijke guajira-son “Corta La Caña” van Bongo Logic een Californische groep.
Maar de andere 25 tracks zijn ook stuk voor stuk meer dan de moeite waard. Onwaarschijnlijk hoeveel schitterende nummers er hier tezamen op twee schijfjes gepakt staan.
Montuno-records is nog steeds actief. De zoon van Jesse, Art nam de fakkel van zijn vader over.
Als eerste kennismaking met salsamuziek overigens uitstekend geschikt want alle subgenres komen aan bod: guaracha, mabo, pachanga, guagancó, son, charanga, son montuno enz. En er zit een geniaal tekstboekje bij dat zoveel interessante informatie bevat dat je hoofd er van duizelt.

Este disco realmente es un tesoro. Montuno Records logró tener muchos grupos excellentes durante la decada de los años 70 y 80. Sin duda es uno de los mejores discos de compilación de música latina que jamás se ha hecho. Comprenla y cuidala!

Peter Desmet  (5)


Montuno  I  Vampisoul  I  Vampi CD 128  I  Sonic Rendezvous

 
 
Picture
Intrigerend, dat is het minste wat we van het debuut van Franka De Mille kunnen zeggen. De zangeres uit London stelt negen songs voor op haar debuut. Uitsluitend eigen composities die een eerlijke visie onthullen van haar persoonlijke leefwereld. Dat ze daarbij geenszins intieme detail ontwijkt wordt duidelijk in ‘So Long’ waarin ze met het afscheid van haar vader worstelt. Het bijzonder karig geïnstrumenteerde ‘Birds’ en de feeërieke de pianoballade ‘Oh My’ draaien eveneens rond die treurige thematiek.
Bij de op een jazzy gitaartje drijvende openingssong dwalen mijn gedachten meteen af naar Fairground Attraction. Dat heeft evenveel met de begeleiding in een folkachtig akoestisch idioom dan met de romantische, kristalheldere zang van Franka, die bij momenten sterk aan Eddie Reader herinnert, te maken. Een indruk die nog versterkt wordt in de twee sobere livetracks ‘Fallen’ en titelsong ‘Bridge The Roads’. De melodieuze benadering met fraai cellowerk, fluit en mandoline vormen het geknipte muzikale decor voor de hemelse stem. ‘Gare Du Nord’, ongetwijfeld één van de sterkste nummers, opent met statig cello- en vioolwerk aangevuld met piano terwijl een accordeon de sfeer van de steegjes in Parijs oproept. Aan het einde van de song uit De Mille haar ontboezemingen in de taal van Paul Verlaine op een in weemoed gedrenkte musetteritmiek. De sobere reprise van ‘Gare Du Nord’ die de cd afsluit met de treurige cello de muzikale hoofdrol klinkt niet minder overtuigend. Het is vooral met haar stem en de wondermooie strijkersarrangementen dat deze jongedame imponeert.

Wonderful debut from this London based female singer-songwriter. Songs with a gentle melodie are sung with a remarkable pure voice on a subtile acoustic musical texture. The intimate subjects are very personal but exhale an universal feeling.

Cis Van Looy (4)


Eigen beheer  I  Promo CD  I  Hemifran  I  Franka De Mille

 
 
Picture
Tom T Hall staat vooral bekend als een boeiende verhalenverteller. Niet echt verwonderlijk. Als de zoon van een metselaar-predikant uit Kentucky op zijn achtste een gitaar krijgt heeft de jonge snaak al enkele gedichtjes ineengeknutseld, songs componeren is de volgende stap. Clayton Delaney, een plaatselijk muzikant brengt hem de kneepjes van het vak bij. Op zijn elfde verliest Hall zijn moeder en als vader enkele jaren later na een jachtongeval invalide blijft moet de jongeman noodgedwongen de school verlaten en aan de slag in een plaatselijk confectieatelier. Die job combineert hij met zijn eerste groep Kentucky Travelers, een bluegrasscombo dat schoolfeestjes opluistert en te beluisteren is op een plaatselijk radiostation in Morehead. Na het uiteenvallen van Kentucky Travelers gaat Hall aan de slag bij die zender. In ’57 belandt hij in Duitsland om Uncle Sam te dienen, na zijn ontslag vat hij terug in de VS studies journalistiek aan die hij met dj werk bekostigd. Het songwerk van Hall wordt op dat radiostation in Salem Virginia ontdekt en komt via een songwriter in Nashville bij de New Key uitgeverij. In 1963 scoort Jimmy Newman met ‘DJ For A Day’ en even later Dave Dudley met ‘Mad’. Hall besluit naar Nashville te verhuizen om daar als professioneel songwriter te werken. Na ‘Hello Vietnam’, een hit voor Johnnie Wright sleept Hall een platendeal bij Mercury in de wacht. De eerste single ‘I Washed My Face In The Morning Dew’ en de opvolgers breken niet meten potten maar als Jeannie C Riley in de zomer van ’68 ‘Harper Valley P.T.A’ naar de hitparade loodst en als countrysingle van het jaar wordt bekroond, geraakt Hall’s carrière in een stroomversnelling. ‘Ballad of Forty Dollars’ is een eerste succes voor Hall onder zijn eigen naam. In de eerste helft van de jaren zeventig resideert hij onafgebroken in de hitlijsten met vijf nummers op één, waaronder ‘The Year That Clayton Delaney Died’, een opmerkelijke ode aan zijn leermeester. Hall publiceert ook enkele boeken over songwriting.
In de tweede helft van de jaren tachtig trekt hij de studiodeur achter zich dicht. Later zullen sporadisch nog enkele werkstukken van de ondertussen pensioengerechtigde muzikant verschijnen. In 2005 besluit hij bij wijze van kerstgeschenk voor zijn vrouw Dixie Hall een nieuw werkstuk op te nemen. Het dozijn songs componeerde hij in het verleden samen met Dixie die zelf de productie in goede banen leidt. Het resultaat is een lekker ouderwetse bluegrassplaat met af en toe een countryuitstapje. Hall speelt zelf ritmegitaar en omringde zich in zijn huisstudio met het vertrouwd fingepickerskransje. Naast gitarist Robert Bowlin, Kristin Scott Benson op banjo en haar man Wayne Benson op mandoline. Verder horen we de alomtegenwoordige fiddle van Glenn Duncan terwijl bassist Mike Bub voor de ritme structuren zorgt in dit uiteraard drumloze combo. Daarnaast figureren enkele gewaardeerde gastmuzikanten. De banjo van Earl Scruggs figureert in ‘One Of These Days’ (When I Miss Lester Flatt). In ‘Jimmy Martin’s Life Story’ debiteert het even na de sessies overleden hoofdpersonage de ‘King Of The Bluegrass het vertrouwde gejodel. In enkele songs zoals ‘Pretty Green Hills en ‘Our Little World’ focust Hall zich op zijn voordracht met prachtige bijdragen van de Isaacs zusjes en de onvolprezen Josh Williams. Dit bluegrasspareltje bleef jarenlang verborgen en is nu dankzij het Britse platenlabel Drumfire Records volop beschikbaar in Europa en dat is een goede zaak.

The ultimate record from a gifted storyteller from Nashville with more than a little help from his life companion Dixie and some of the finest bluegrassmusicians.

Cis Van Looy (4 tot 5)


Drumfire Records  I   DRMF005  I  Hemifran  I  Tom T. Hall

 
 
Picture
Wanneer we de naam van Jonathan Segel horen vallen hebben we zoiets van (bah! wat walg ik van die uitdrukking!), waar hebben we die naam nog meer gehoord. Wel, beste vrienden Jonathan Segel was ooit loontrekkende bij Sparklehorse en bij de welgekende Santa Cruz band Camper Van Beethoven.
Niettegenstaande Jonathan Segel op 3 september 1963 in Marseille werd geboren is hij een volbloed Amerikaan die zijn jeugd doorbracht in Davis, Californië en Tucson, Arizona om tenslotte in de Bay Area te belanden.
Jonathan Segel heeft zo’n dikke tien cd’s op zijn naam en de laatste, namelijk ‘Honey’ is alweer vijf jaar oud. Om de schade in te halen is er nu echter een dubbel cd van de man uit die ook een dubbele titel heeft: ‘All Attractions/Apricot Jam’
Jonathan Segel is een multi instrumentalist die zowel gitaar, keyboards en viool speelt.
Op die dubbel cd wordt nergens aangeduid wat cd 1 of cd 2 zou kunnen zijn en zo verkiezen wij naar eigen goeddunken ‘All Attractions’ als cd 1.
‘(Ever and) Always’ had zonder moeite uit de late jaren zestig of vroege jaren zeventig kunnen stammen. Toen noemden we dit underground. Begrijp me niet verkeerd, dit nummer klinkt nergens geforceerd en komt fris over.
Dan is er ook nog de mooie ballade ‘Hey You (I Know You Know Me)’ en zijn even fraaie spiegelbeeld ‘I Know You Know Me (Hey You)’.
Songs als ‘What Goes Around’ en ‘The Dark Torch’ zijn wel oerdegelijk zonder daarom wereldschokkend te zijn, maar ik heb het meer voor ‘The Good One’.
Hier en daar zingt Jonathan Segel ook wel een flarde, maar hij laat dit karwij meestal over aan Eden Daniels en celliste Helena Espvall.
Na het genietbare ‘All Attractions’ kan het volledig instrumentale ‘Apricot Jam’ mij een stuk minder boeien. Jonathan Segel steekt nochtans veelbelovend van wal met het stevige gitaarstukje ‘Apricot’, maar met ‘Sunset’ vind ik het een beetje van het goede teveel. Gelukkig is er het Jazzy ‘I Heart My Dog’ om enig soelaas te brengen. ‘It’s Pretty Out There’ laat ons echter met moeite geloven dat het ‘pretty’ is en roept alleen maar een naargeestige sfeer op. Om het nog wat ingewikkelder te maken kunnen we u ook nog melden dat titeltrack ‘All Attractions’ de plaat ‘Apricot Jam’ afsluit en niet andersom.

This is the long awaited two disc set ‘All Attractions/Apricot Jam’ by Jonathan Segel. Disc one (‘All Attractions’) is very enjoyable, but disc two (‘Appricot Jam’) will only have appeal to lovers of lengthy instrumental tracks.

Ivan Van Belleghem (3)


Magnetic Records  I  MAG2001  I   Jonathan Segel

 
 
Picture
De Britse blues was in de jaren 80, onder impuls van de keyboardgroepen en andere elektronische rommel, op sterven na dood. Het komt mij voor dat de Britse blues momenteel een heropleving doormaakt. Mensen zoals Jools Holland zullen daar wel voor iets tussenzitten. Ook ouwe ratten zoals Eric Clapton en Steve Winwood hebben zich terug tot een meer bluesy repertoire bekeerd, Kim Simmonds heeft samen met Savoy Brown zijn schuilkelder verlaten om de pracht cd ‘Voodoo Moon’ op de mensheid af te vuren en onlangs was ik getuige van een geweldig concert dat ons door de Schotten van King King werd geserveerd.
En dan hebben we nog met geen woord gerept over Danny Bryant’s Redeyeband. Wij waren er op zaterdag 12 mei 2007 bij toen hij optrad op Springblues in Ecaussinnes. De energie spatte zo van het podium af en dat leverde Danny Bryant een dik verdiende staande ovatie op. Niettegenstaande ik een fan ben, heb ik bij de Britse blues in het verleden dikwijls de indruk gehad dat de techniek primeerde op het gevoel. Net als bij King King is dit bij Danny Bryant allerminst het geval.
Danny Bryant is afkomstig uit Royston, Hertfordshire, U.K. en was amper 20 jaar oud toen de Redeyeband werd opgericht. In 2002 verscheen de eerste cd ‘Watching You’, die in 2009 werd heruitgebracht.
Nu zijn we met ‘Night Life – Live In Holland’ zeven cd’s verder en Danny Bryant blijft ons boeien. De Redeyeband is nog steeds een trio waarin pa Ken Bryant de basgitaar bespeelt. Aan de drums werd Dave Raeburn, die er in Ecaussinnes bij was, vervangen door Trevor Barr.
Het feit dat ‘Night Life’ een live cd is mag geen belet zijn om de plaat aan te schaffen, want live komt de muziek van Danny Bryant nog het best tot zijn recht. De opnamen hadden plaats in het Partycentrum de Kentering in Rosmalen, Nederland en het publiek helpt schitterend mee om de cd sfeervol in te kleuren. Danny Bryant neemt onmiddellijk de koe bij de horens en vlamt ‘Tell Me’ richting publiek, op de voet gevolgd door de titeltrack van zijn voorgaande cd ‘Just As I Am’. Dit zijn twee eigen nummers die bewijzen dat de man ook op het hoofdvak songschrijven een meer dan voldoende scoort.
Danny Bryant schittert echter vooral op trage nummers zoals ‘Heartbreaker’ en het afsluitende ‘Always With Me’ en ik was ook nog danig onder de indruk van de manier waarop Danny Bryant ‘Master Of Disaster’ van John Hiatt brengt. In plaats van dit nummer onderuit te tackelen voegt hij er door zijn prachtige emotionele zang nog een dimensie aan toe. Dit is alvast mijn favoriete track. Maar ook de twee andere covers, ‘My Baby’s A Superstar’ van Buddy Guy en ‘Knocking On Heaven’s Door’ van Bob Dylan werden met respect behandeld. Bij het horen van Danny Bryant’s versie zouden we haast vergeten dat die laatste Dylan song zo ongeveer plat gecoverd is.
We mogen op ‘Night Life – Live In Holland’ gerust het label ‘vuurwerk’ kleven en de plaat is dé geschikte uitnodiging om eens dringend een concert van Danny Bryant’s Redeyeband bij te wonen. Ik ga alvast nogmaals de startknop van mijn cd speler indrukken.

‘Night Life – Live In Holland’ is the perfect invitation to assist at a concert by Danny Bryant’s Redeyeband.

Ivan Van Belleghem (5)



 
 
Picture
In de jaren tachtig werkte de uit Seattle afkomstige countryrockpionier (The Sky Boys) maar ondertussen al enkele decennia in Los Angeles residerende songwriter Tom Kell samen met Timothy B. Schmit (Poco, Eagles) en J.D. Souther op ‘Lonely Town’. In de jaren negentig volgden nog drie langspelers, die geruisloos tussen de plooien van de tijd vielen. Daarna werd het, als we het religieus geïnspireerde werkstuk ‘The Ultimate Distraction’ en een kerstplaat even buiten beschouwing laten, angstvallig stil rond Tom Kell.
Voor de vijfde langspeler werd Jeffrey Cox die Kell’s debuut in goede banen leidde opnieuw als producer ingehuurd. We vinden twee vertrouwde covers terug op ‘This Desert City’. ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ herinneren we ons vooral van Nina Simone en de opzwepende hitsingle van The Animals. Kell’s versie wordt ondersteund door de accordeon van David Jackson en knappe akoestische fingerpicking tegen een rockende achtergrond. ‘Baby In Black’ kwamen we onlangs nog tegen op het debuut van Stephen David Austin. Het Beatlesnummer uit ’64 krijgt hier een rustige voortkabbelende, uiteraard meerstemmige countrygetinte interpretatie.
Voor de rest oerdegelijke songschrijverij uit eigen huis die bovendien ondersteund wordt door het luik van de Californiëclan, Bob Glaub op bas terwijl Don Heffington de drumsticks hanteert. De alomtegenwoordige verfijnde snarenbijdragen van Kenny Edwards en Greg Leisz zorgen voor de karakteristieke West Coast sound in ‘ Sometimes’ en ‘The Way Of The World’, een verhaal over een Franse deerne die in de genadeloze stadsjungle van L.A. verzeilt. Melancholische ballades die je terugvoeren naar de hoogdagen van weleer en de sfeer van het leven in Los Angeles accuraat beschrijven in schitterend songwerk.
‘Texas On The 4th Of July’ is zo’n in weemoed gedrenkte song waarvoor menig songschrijver zijn rechterhand veil heeft. In ‘Hold On’ springt Mark Goldenberg, de vaste gitarist van Jackson Browne, even bij met gepersonaliseerd snarenwerk. ‘Dove’ is een vertederend duet met de onvolprezen Valerie Carter en andermaal subliem slidewerk van Kenny Edwards. Slechts tien songs prijken op ‘ This Desert City’ maar dat zijn zonder uitzondering muzikale pareltjes om te koesteren.

Marvelous  and timeless songwork that captures the citylife of LA and California in a fine and dedicated West Coast approach with the greatest musicians from the local scene. ‘This Desert City’ is undoubtedly one of the finest albums in its genre.
 

Cis Van Looy (4 tot 5)


17 Degrees Recording  I  SDR 62457  I  Hemifran  I  CD Baby  I  Tom Kell

 
 
Picture
Als Edward Raymond Cochran werd de zoon van Frank en Alice Cochran op 3 oktober 1938 geboren in het rustige plaatsje Albert Lea in Minnesota (US). Al snel verkast het gezin Cochran naar Oklahoma maar gezondheidsproblemen van Eddie verplicht het gezin om terug naar Albert Lea te keren. Californië lonkt en in 1951 vestigen de Cochrans zich in Bell Gardens, een dorpje aan de rand van Los Angeles. Het is daar dat Eddie zich met muziek begint in te laten, wordt goede vriendjes met Connie ‘Guybo’ Smith die bas en mandoline speelt en samen beginnen ze wat muziek te maken. In 1954 ontmoet Eddie countryzanger Hank Cochran en die biedt hem een job aan als begeleiding gitarist. Na een aantal maanden zwaar repeteren gaan ze verder door als The Cochran Brothers. 1956 was eigenlijk een eerste doorbraak voor Eddie toen hij gevraagd werd om een nummer te zingen in de film ‘The Girl Can’t Help It’, de nieuwe titel voor ‘Do Re Mi’. Het nummer ‘Twenty Flight Rock’ wordt opgenomen samen met ‘Dark Lonely Street’ en Liberty Records ziet plots centen in Cochran, biedt hem een contract aan en het gevolg is weer een optreden in een nieuwe film. ‘Untamed Youth’ en als Bong zingt hij ‘Cotton Picker’ dat helaas ontbreekt op deze compilatie. Het gaat Eddie Cochran goed voor de wind en in 1960 tourt hij doorheen Groot Brittannië. Op weg naar de luchthaven geraakt de taxi waarin ook Gene Vincent en tekstschrijfster Sharon Sheeley zitten betrokken in een zwaar ongeluk. Gene en Sharon gelukkig maar licht gewond komen er goed vanaf maar voor Eddie, die zware hoofdletsels had opgelopen, kwam alle hulp te laat. Hij overleed op 17 april 1960 te Chippenham, Engeland. Het nummer ‘Three Steps To Heaven’ werd postuum uitgebracht en belandde op de eerste plaats in de hitlijsten terwijl in zijn thuisland de single niet eens de Top 100 binnen geraakte. Eddie Cochran was de enige reden dat Paul McCartney bij de Beatles terechtkwam. Paul speelde met zijn band Eddie’s song ‘Twenty Flight Rock’ en John Lennon, die dat toen hoorde, was zodanig onder de indruk dat hij Paul McCartney vroeg om lid te worden van zijn groep wat later de Beatles werd.
Maar in zijn korte levensloop heeft Eddie toch heel wat klassiekers achter gelaten. ‘Summertime Blues’ was een dankbare song voor heel wat rockbands achteraf en we vergeten natuurlijk de bijzondere versie van de toen debuterende Blue Cheer niet die er wereldberoemd mee werd. Maar Cochran schreef nummers waar hij nog steeds voor geroemd wordt want ‘C’Mon Everybody’ en ‘Twenty Flight Rock’ zijn nog steeds nummers die op iedere fuif gedraaid worden.
Ray Charles’ ‘Hallelujah I Love her So’ is maar een matige versie en dan verkies ik liever voor de versie van de Australiër Jimmy Barnes terwijl hij dan weer met ‘Jeannie Jeannie Jeannie’ alle rockregisters opentrekt.
‘Pretty Girl’ is een stevige rocker maar Cochran was zeker geen sterk zanger met de meer intimistische nummers. ‘Dark Lonely Street’, ‘Have I Told You Lately’ en ‘Tell Me Why’ zijn enkele voorbeelden waarbij het stemtimbre van Eddie zwak klinkt. Cochran was op zijn best met zijn gitaar en met de swingende nummers want niemand kon hem doen wankelen op zijn voetstuk.
Deze compilatie is een knappe staalkaart van Cochran’s werk, zowel als componist als zanger. Het zijn vooral ‘Somethin’ Else’, ‘My Way’, ‘C’Mon Everybody’, ‘Weekend’, ‘Sitting In The Balcony’ en ‘Nervous Breakdown’ die ons keer op keer doen terugdenken aan de man Eddie Cochran en zijn muziek.

Alfons Maes (4)


Delta Leisure  I  38334  I  Codaex