Foto
Het minste dat je van Willie Nelson kan zeggen is dat hij een ‘survivor’ is. De met de markante vlechten getooide countryman leverde zijn eerste werk in de jaren vijftig af en werd het volgende decennium een gerespecteerd songleverancier. In de jaren zeventig maakte hij samen met Waylon Jennings deel uit van een outlaw countrybeweging en bereikte zijn creatieve piek met het destijds fel fel onderschatte ‘Yesterday’s Wine’ en langspelers als ‘Shotgun Willie’ en ‘Phases and Stages’. In zijn omvangrijke oeuvre manifesteert Nelson zich als een muzikale omnivoor die honky tonk, western swing en traditionele country naast jazz, blues en pop moeiteloos combineert.
In de jaren tachtig focust de man zich even op een filmcarrière, maar blijft muzikaal meer dan actief en levert tot op heden minstens twee langspelers af met zijn familie en oude vrienden. Nelson blijft in het nieuwe millennium pendelen tussen ouderwetse country stuff en samenwerkingverbonden met bekende en minder bekende vrienden.
Onlangs werkte hij samen met zijn Texaanse bloedbroeders van Asleep At The Wheel op ‘Willie and The Wheel’ af en keerde hij met ‘Country Music’ terug naar de roots. Nelson viert zijn 79e verjaardag met een nieuwe langspeler. Na bijna twintig jaar en uitgerekend vijftig jaar na het debuut uit ’62 ‘… And Then I Wrote’, vindt hij terug een onderkomen in de oude stal Columbia. Wellicht onder invloed van zoon Lukas waagt vader Nelson zich aan eigenzinnige bewerkingen van werk van Pearl Jam en Coldplay, die slechts matig boeien. Iets sterker klinkt het van Tom Waits geleende ‘Come On Up To This House’ dat in een zuiders gospelepos wordt getransformeerd met vocale assistentie van Sheryl Crow en zoon Lukas die zich met enkele aangeleverde songs overigens een niet onverdienstelijke songwriter mag noemen maar een eerder matige vocalist die helaas alomtegenwoordig is.
Nelson is dan ook op zijn best in het zelfgecomponeerde ‘Hero’, waarin naast Jamey Johnson Billy Joe Shaver figureert, en al dan niet samen met producer Buddy Cannon tot stand gekomen nummers als ‘Roll Me Up’ en ‘That’s All There Is To This Song’. Meer dan de moeite waard wordt het als Nelson in een ver verleden bladert. Naast het uit de jaren dertig daterende fraai stukje western swing ‘My Window Faces The South’ gaat onze aandacht vooral naar ‘Cold War With You’, een duet met oude vriend Ray Price en een relaxed swingende reprise van ‘Home In San Antone’ van Fred Rose. De openingsong ‘A Horse Called Music’ nam Nelson al eerder op in 1989. De sublieme westernballade van Wayne Carson schittert hier in duet met kompaan Merle Haggard als nooit voordien. Het blijft al bij al toch een held onze Willie.

Cis Van Looy (3 tot 4)


Legacy  I  88691960482  I  Sony Music  I  Willie Nelson

 
 
Foto
Ik zie wenkbrauwengefrons wanneer ik spreek over blues in Florida. Wel, beste vrienden, ieder jaar heeft in Jacksonville met ‘Springin’ The Blues’ het eerste weekend van april één van de grootste festivals plaats. Jacksonville is tevens de pleisterplaats van Lynyrd Skynyrd, The Allman Brothers Band, Molly Hatchet, JJ Grey & Mofro en ‘.38 ofte Thirty Eight Special’.
Dan is er ook nog het rustige St. Petersburg, Florida, de plaats waar Vidar Busk ooit zonder geldige papieren aan de deur werd gezet en tevens de stad was van de legendarische smoelschuiver Rock Bottom.
Wel, Tommy McCoy is eveneens afkomstig uit St. Petersburg. Tommy McCoy verrichtte in het verleden opnamewerk met ronkende namen zoals Levon Helm, Garth Hudson, Lucky Peterson en Double Trouble. Op één van zijn vroegere albums, met name ‘Kickin’ The Blues’ had Tommy McCoy niemand minder dan Commander Cody als gast.
In oktober 2010 liep hij tijdens een ‘Legendary Blues Cruise’ Michael Frank tegen het lijf en meteen was de deal met Earwig Music gesloten.
Er werd ooit aan Tommy McCoy de vraag gesteld hoe hij tot de muziek en meer bepaald tot de blues was gekomen. Daarop antwoordde hij dat zijn ouders hem in november 1962 zijn eerste gitaar hebben gekocht. Hij had twee favoriete platen, ‘Chuck Berry’s Greatest Hits’ en ‘Bo Diddley In The Spotlights’ en hij leerde de knepen van het gitaarspel door die nummers na te spelen.
Op ‘Late In The Lonely Night’ speelt Tommy McCoy dit gitaarspel als belangrijkste troef uit.
Dit is trouwens ook nodig want zijn vocale kwaliteiten zijn toch wel een beetje aan de magere kant. Dit komt vooral tot uiting in twee covers van het uit Miami afkomstige trio Cornelius Brothers And Sister Rose, namelijk ‘Treat Her Like A Lady’ en ‘Too Late To Turn Back Now’.
Doodjammer want er staan anders wel een aantal ijzersterke songs op ‘Late In The Lonely Night’ en niet in het minst ‘Cars, Bars And Guitars’ waarop Pug Baker schitterend drumt.
Ook ‘Angel On My Shoulder’ is een prima track die ik liever uit de mond van iemand anders zou horen. De verfrissende vocale steun van Karyn Denham op ‘Never Shoulda Listened’ en ‘Language Of Love’ is dan ook meer dan welkom.
Wanneer Tommy McCoy wat aan zijn zang wil werken zit er voor hem vast en zeker een hogere notering in, nu houden we het in alle eer en geweten bij een drie.

‘Late In The Lonely Night’ should have been a much tighter record if Tommy McCoy had a stronger voice.

Ivan Van Belleghem (3)



 
 
Foto
Michael McMillan, artiestennaam Guitar Mikey, is afkomstig uit Hamilton, Ontario, Canada, maar hij heeft Canada al zo’n vijftien jaar geleden achter zich gelaten en verdeelt nu zijn tijd tussen Chicago, Illinois en Clarksdale, Mississippi.
De platencarrière van Guitar Mikey startte in 1988 met een titelloze cd die op Mikey’s eigen Chesterfield label werd uitgegeven. In 1990 ondertekende hij een platencontract met het major label A&M Records en hij bracht de cd ‘Caught Between The Queeze’ uit. Dit bleek achteraf een duur grapje te zijn en Guitar Mikey zegt nu zelf dat hij een stuk beter af is bij het kwalitatief hoog aangeschreven Earwig Music van Michael Frank.
Het resultaat van de samenwerking met Michael Frank is de ronduit schitterende cd ‘Out Of The Box’. Bij Guitar Mikey and The Real Thing is afwisseling troef. Alleen al voor de geweldige opener ‘Back To You’ zou je de plaat aanschaffen. Guitar Mikey zelf blinkt hier uit op mandoline en banjo.
‘That’s No Way’ heeft zowaar een heavy rock randje en op de Chicago shuffle ‘Blues Head’ maakt Guitar Mikey lekker ruzie met Nellie ‘Tiger’ Travis en Super Chikan. Guitar Mikey kent deze beide kompanen van in de tijd dat hij in de ‘Kingston Mines’ in Chicago optrad met Charlie Love.
Voor échte blues moet je dan ‘The Bigger Fool’ aanvinken met subliem samenspel tussen de piano van David Maxwell en de scheurende slide gitaar van specialist Bob Margolin.
Op de prachtige country blues ‘It’s Goin’ Down’ grijpt Guitar Mikey op nieuw naar de mandoline en zowel op ‘Blues Attack’ als op ‘Livin’ In The Big Time’ komt Nellie ‘Tiger’ Travis nog een vocaal handje helpen. Op ‘Who Is She’ heeft de gitaar van Mikey een lekker vettige klank die daarenboven nog wat wordt geaccentueerd door het orgel van Peter Nunn.
Nog zo’n schitterende track is het funky ‘She Needs Time’ met Mikey op dobro en slide gitaar en Billy Gibson op Harmonica. Ook hier laat Nellie ‘Tiger’ Travis van zich horen.
In ‘When Leo Starts To Growling’ geeft Alphonso Sanders op sax een Memphis kleurtje aan de song en Guitar Mikey wuift ons uit op het onweerstaanbare tango ritme van titelsong ‘Out Of The Box’.
Je voelde het misschien al een beetje aankomen, ‘Out Of The Box’ van Guitar Mikey is een onbetwistbare vijfpunter.

I am quite sure that the blues magazines ‘Livin’ Blues’ and ‘Blues Review’ will have rave reviews on ‘Out Of The Box’ by Guitar Mikey and The Real Thing.

Ivan Van Belleghem (5)



 
 
Foto
Grady was de jongste telg uit een warm nest met maar liefst 28 kinderen. En net zoals Ernest - aan wie deze release is opgedragen- Buttross komt Grady recht uit het platteland in Canton, Mississippi. In 1998 registreerde Grady zijn succesvol debuutschijfje ‘Goin’ Back Home’. Hier ontpopte hij zich hier meteen ook tot een ware singer-songwriter. Met zijn korrelig stemgeluid en energiek mondharmonica bruiste dit album meermaals door onze luidsprekers. Nu is ‘Shanachie Days’ is een collectors editie die 17 originele composities bevat. Samen met The Grady Champion Revue met broer Marquis op basgitaar, Nathan Keck (gitaar) en drummer Frank White biedt dit schijfje een klein overzicht van wat Grady gedurende drie jaar heeft geregistreerd op het Shanachie Entertainment Label tussen 1999-2001. Grady zelf is een begenadigd mondharmonica virtuoos en heeft met zijn eigen backing ook nog eens ondersteuning van vrienden zoals multi-instrumentalist Alan Mirikitani, Mike Turner, Ben Peeler, Richard Cousins en James Rietveld (bas), drummer Lee Spath en Duke Robillard. Alle nummers zorgen trouwens voor een emotioneel effect. Het chronologische is dus van ondergeschikt belang. In de gepassioneerde bluesrockende openingstrack ‘Brother, Brother’ komt de ware broederliefde sterk bovendrijven. Het romantische ‘I’m Smilin’ Again’ is overgoten door sterke riffs, net als de ballade ‘Lady Luck’. In de intelligente soul en funky bezielde ’Policeman Blues’ kaart Grady terecht de problematiek rond dit onderwerp aan. Maar de R&B groove in ’Dreamin’’ kan wel eens Grady’s signature song worden. Wij werden al wild van de song tijdens zijn live performatie op het Chicago Blues Festival vorig jaar (2011). Het eenvoudige ‘Roberta’ is een waar kippenvel moment. Ingekleurd door slide op dobro en de traditionele harp, gaat Grady onverwijld terug naar zijn roots. Schitterend ! De sensuele Memphis kraker ‘Payin’ For My Sin’ heeft dan weer en vette knipoog naar Al Green. Net als ‘Love Is My Middle Name’ trouwens. ‘Let Me Be’ is een Texas shuffle, maar in ‘Honeybee’ komt Grady’s zuiver harpspel bovendrijven. Laat je even verleiden door lyrics zoals “Honeybee, honeybee, you sting is always sweet… come on and land with me…” De Delta Blues wordt nog eens aangeboord in ‘Stop Chasing Me’. Al behoord ‘Nothing I Can Do’ dan weer tot de trouwe Chicago traditie. Met een simpel akkoord is ‘Troubled Mind’ een hypnotiserende voodoo nummer, waar demonen en exorcisme sterk de bovenhand halen. De slide gitaar van Mirikitani en een bejubelend vrouwelijk koor vind de perfecte harmonie met de tenor sax. Met heel wat origineel werk en de nodige diversiteit , kenmerkte Grady Champion zich als een opkomend talent. En dat is intussen reeds lang waarheid geworden.

Grady Champion has the charisma and the stage presence of a huge blues and soul artist. With ‘Shanachie Days’ he quite rightly demands a place in the World of the Blues scene.

Philip Verhaege (5)


GSM Music Group LLC  I  GSM 7600-12  I  Select-o-hits & Online  I  Blind Raccoon  I  Grady Champion

 
 
Foto
Weer zo’n naam die eigenlijk niet meer voorgesteld hoeft te worden. Gerry Marsden, een van de voornaamste Merseysound vertegenwoordigers en de tweede meest beroemde groep uit Liverpool, sloeg er in om maar liefst 3 UK nummers 1, twee Top 5 noteringen en één Top 10 single te verwezenlijken in het jaar dat de band geformeerd werd. Met ‘You’ll never Walk Alone’ (uit ‘How Do You Like It?’) zong hij zich de eeuwigheid in want dit nummer is nu de signature song van het Liverpoolse eersteklas voetbalteam. Maar Gerry deed meer, hij liet zich ook opmerken in de film ‘Ferry Cross The Mersey’ (1965, reg. Jeremy Summers) waarin hij en zijn band zichzelf portretteerden. Producer George Martin kreeg hier een rolletje waarin hij zichzelf speelde en dit gold ook voor Cilla Black.
Gerry Marsden was ook reeds te gast op het jaarlijkse sixties/seventies event ‘The Golden Years’ in het Antwerpse Sportpaleis.
Met deze nieuwe heruitgave uit 1982 krijgen we een leuk overzicht van Gerry & The Pacemakers. Uiteraard ontbreken enkele van zijn eigen nummers niet maar er werd ook serieus getapt uit de catalogi van collega’s. De nummers werden toen allemaal opnieuw ingeblikt en dat horen we hier en daar wel aan de stem van Gerry die hier en draad op een zijden draadje balanceert. ‘Ferry Cross The Mersey’, ‘Don’t Let The Sun Catch You Crying’ en het meer swingende ‘I’m The One’ zijn de enigste originele composites van Marsden en klinken hier nog zeer overtuigend. Wie achter zijn andere grote hit ‘Walk Hand In Hand’ zoekt, komt hier bedrogen uit, helaas werd dit nummer hier kennelijk vergeten. We krijgen ook nog zeer indrukwekkende covers van onder meer Procol Harum’s ‘A Whiter Shade Of Pale’, Righteous Brothers ‘Unchained Melody’ en het nog steeds beklijvende ‘If’ van David Gates (Bread). ‘I Like It’, de tweede single van Gerry en geschreven door Mitch Murray, kwam op de eerste plaats terecht op 22 juni 1963. ‘It’s All In The Game’, de klassieker die zowat door honderd anderen werd gecoverd, wordt hier op een voortreffelijke manier gebracht. Tommy Edwards had er in 1958 een grote hit mee en dat had hij te danken aan Carl Sigman (muziek) en Charles Dawes die voor de nodige tekst zorgde. Die Dawes was ooit vice-president van de USA onder Calvin Coolidge en deze song is de enigste song die ooit werd geschreven door een vice-president en de Nobelprijswinnaar voor de Vrede. Cliff Richard had ooit een grote hit met het countrynummer ‘The Minute You’re Gone’. Gerry Marsden kwijt zich zeer goed van zijn taak met dit Jimmie Gately-nummer. Nog andere opmerkelijke covers zijn onder meer ‘The House Of The Rising Sun’ waarmee The Animals geschiedenis schreven en van Peter Sarstedt werd diens enige grote hit ‘Where Do You Go To My Lovely’ aangepakt en niet meteen de cover die we leuk zouden vinden. ‘World Without Love’, ach zulke prachtige songs kunnen we toch niet vergeten, kwam tot stand door een co-auteurschap van Lennon/McCartney die het nummer voor het duo Peter & Gordon schreven en die daarmee een grote hit scoorden.
’20 Year Anniversary Album – 1982’ is een leuke verzameling nummers maar of het schijfje daadwerkelijk het uitgebreide oeuvre van Gerry & The Pacemakers zélf mag belichten, daar heb ik toch enige reservaties over.

’20 Year Anniversary Album – 1982’ but sadly enough without his big hit ‘Walk Hand In Hand’ written by Johnny Cowell and performed on earlier occasions by Andy Williams (1956) en Tony Martin (1956). Some songs are great, others less interesting to listen to. But the majority of songs packed on this compilation is acceptable over the whole line.

Alfons Maes (4)



 
 
Foto
Om enige greep te krijgen op het werk van deze componist moeten we even serieus in de tijd teruggaan, zo’n goede 35 jaar… De man heeft gewerkt met o.a. Ritchie Blackmore, Steve Cropper, Eric Clapton, David Gilmour en ook nog met zangers Gene Pitney, Adam Faith, Roger Daltrey en vooral met Leo Sayer. En misschien doet de titel nu al een belletje rinkelen?
Inderdaad, David schreef een resem nummers die door anderen eigenlijk een groot gedeelte van hun succesrijke loopbaan vormden.
Het was Courtney (niet te verwarren met die Britse gangster met dezelfde naam) die Sayer in de vroege jaren zeventig ontdekte en schreef voor hem ‘One Man Band’. Samen met Leo schreef hij ook nog ‘The Show Must Go On’ wat het begin betekende voor Sayer’s verdere leven als zanger/componist.
Who’s frontman, Roger Daltrey had een serieuze hit met Courtney’s ‘Giving It All Away’ en zo kunnen we nog even verder gaan…
Dankzij Angel Air krijgen we nu Dave Courtney zelf aan het woord met enkele van zijn eigen nummers. Enkele songs dateren reeds uit 1974 terwijl anderen dan weer uit een latere periode afstammen.
Ditmaal geen Wurlitzer jukebox waar je voor je favoriete single geld in de gleuf moest duwen, en daarom is het goed luisteren naar Courtney’s eigen uitvoeringen.
Hij werd op deze cd bijgestaan door The Rooftop Band en op sommige nummers door de Summerlungs.
Met ‘Slow Motion’, een samenwerkingspact tussen Courtney en Sayer, en waarop Glen Richardson (zanger van The Rooftop Band) de vocalen voor zijn rekening neemt, wordt lekker afgetrapt. Het nummer is ook terug te vinden op Leo Sayer’s debuutalbum ‘Silverbird’. The Rooftop Band is niet de échte naam van deze outfit, ze zijn beter gekend onder de naam The Brighton Beach Boys. ‘Tomorrow Is The First Day Of The Rest Of Your Life, een koe van een waarheid, en dit nummer wordt gebracht door The Superlungs, een rocktrio uit Brighton dat net van naam is veranderd, want voortaan mag je ze aanspreken met Dynamics. Op ‘Shooting Star’ zingt Dave en wordt vakkunding terzijde gestaan door The Rooftop Band. Niet meteen een swingend nummer en dit kon beter. En dat het beter kan daar is ‘Telepath’ het beste bewijs van. The Superlungs versie klinkt meer als een uit de kluiten gewassen New Wave nummer van eind jaren zeventig. ‘Telepath’ is te vinden op Leo Sayer’s tweede album ‘Just A Boy’. Ditmaal geen engelenstem van Roger Daltrey maar Glen Richardson zingt nu ‘Giving It All Away’ in. Niet meteen een conclusie trekken wat de vocalen betreft, wacht een goede minuut en je geduld wordt beloond. Sterke versie die nu toch voor concurrentie zou kunnen zorgen voor de frontman van The Who. In ‘Star Song’ mag de mod van weleer Adam Faith zijn stembanden pijnigen maar gelukkig doet hij dat niet alleen en krijgt wat hulp van niemand minder dan Sir Paul McCartney en diens toenmalige vrouw Linda. Faith schreef de tekst voor deze prachtige song. Met een leuke pianointro wordt ‘Easy Way Out’ ingezet en Dave mocht nu de micro vasthouden terwijl we op de keys Francis Monkman (Curved Air) horen tokkelen. Het nummer werd opgenomen midjaren zeventig toen Courtney nog in de London Air Studios werkte voor George Martin.
Maar het was vooral uitkijken naar de nummers waarmee Leo Sayer zijn bankrekening spekte. ‘One Man Band’, nog steeds een dijk van een plaat en nu is het even wennen aan de versie van Dave. Hetzelfde kunnen we zeggen van die andere grote hit ‘The Show Must Go On’. Toch een duidelijke herkenbare versie en nostalgie alom… Wie Dave Gilmour (Pink Floyd) kent wil maar al te graag diens medewerking op zijn nieuwe plaat. Met ‘When Your Live Is Your Own’ krijgen we ook een beetje Pink Floyd-muziek op zijn best. Zeker het beste nummer van deze schijf want Dave Gilmour op de slide gitaar zorgt ook hier weer voor het insterstellaire gevoel zoals we het van Floyd gewend zijn. Luister ook naar de samenzang, een mix van David Bowie’s Ziggie Stardust-periode en de vocalen van Roger Waters en Dave Gilmour. Fenomenaal!!! Met ‘Manon’s Dream/In Your Life’ wordt deze knappe schijf afgesloten. Gitarist van dienst was de klassieke gitarist Richard Durrant die het geheel in een dromerige verpakking wikkelt, het kon best muziek zijn uit de een of andere rockopera en Adam Faith krijgt hier het laatste woord.
‘The Show Must Go On’ verwijst uiteraard naar de steeds evoluerende muziek en naar het nummer waarmee de nu in Australië residerende Leo Sayer zo beroemd werd maar tevens is het de perfecte titel om dit pakket van leuke, soms ontroerende melodieën van weleer, in onder te brengen. Wie durft beweren dat dit oubollige muziek is, songs van een lang vervlogen verleden… is (helaas) oud, zeer oud, geboren.

November this year you can see Leo (and David Cassidy, Hot Chocolade and Smokie) back in action during the ‘Once In A Lifetime 2012 UK Tour’. Hopefully other countries should be interested too to get this show to their cities as well…

Alfons Maes (5)



 
 
Foto
De naam Albert Bashor zal bij heel wat gewone stervelingen geen belletje doen rinkelen. Toch begon Albert reeds op 10-jarige leeftijd rock-’n-roll te zingen en met het bespelen van het zessnaren instrument, de gitaar. Reisde de wereld rond -in de jaren ‘70- als drummer van de meest bizarre rockbands en werkte als sideman bij heel wat gerespecteerde bluesbands. In 1993 werd hij opgemerkt door Earwig Records ‘big boss’ Michael Frank. Het begon eigenlijk allemaal toen Bashor het voorprogramma verzorgde voor David ‘Honeyboy’ Edwards. Michael was zelf jarenlang de grote mentor, manager en mondharmonicaspeler voor wijlen blueslegende David Edwards. Albert Bashor bezaait nu zijn katoenvelden in ‘Cotton Field Of Dreams’. Het schijfje kenmerkt zich door een grote diversiteit. Misschien zal de ruime backing daar niet vreemd aan zijn. Ondermeer Little Feat toetsenist Bill Payne, Michael McConnell, Pat Travers en Larry Jacoby (gitaar), Ron Halloway (sax), Willie Hayes (drums) en Michael Frank op mondharmonica zijn allen wel van een heel hoog niveau. Al staat Bashor’s aangename stemgeluid uiteraard centraal. Vloeiend gaat het bijna van de Delta Mississippi naar de Windy City. Albert is een boeiend verteller en dat verhaal wordt sterk verduidelijkt in ‘Poodle Rib’s Story’. Albert vertelt een verhaal rond een heuse barbecue joint. Het ongeloofwaardig verhaal van ribs, Mr. King en zijn poedel ribbetjes. Geen klaagzang, geen muziek, geen gezongen noot maar een echte storyteller. Geef ons dan maar de uptempo openingstrack ‘Jokin’ Down On Johnson Street’, waar wij samen met een vette knipoog naar Hound’ Dog Taylor, recht de loop van Chicago instormen. Afwisselend ingekleed door piano, sax en funky baslijnen is ‘Poodle Rib’s’ een eerste vroeg hoogtepunt. De Delta Blues vindt samenhorigheid in ‘Seeing Eye Dog Blues’ (Michael Frank op mondharmonica) en ‘Fetch Me’ waar voetstampende Hammond orgel is ingekleurd door een vette gitaarsound. ‘Put Me On Like You Do’ is evenwaardige préwar blues gekenmerkt door een akoestische dobro sound. De slijpers ‘One Last Time’ en de titeltrack vinden dan weer schitterende arrangementen op hun weg. Van de katoenvelden reist Albert zo naar Chicago en vooral Maxwell Street. ‘High On Your Love’ heeft zelfs popintenties. En dat schets dan weer de grote diversiteit die schuilt in een artiest zoals Albert Bashor.

Deep down in his cottonfields, Albert Bashor creates a pleasant mix of some blues, pop and rock oriented music sound.

Philip Verhaege (5)


Earwig Music  I  Earwig CD 4964  I  Burnside Distribution  I  Blind Raccoon  I  Albert Bashor

 
 
Foto
Coveralbums kunnen een gevaarlijke aangelegenheid zijn. Hun bestaansreden is niet altijd even glashelder, maar valt vaak te omschrijven als een combinatie van “gemakkelijke poenpakkerij” en “creatieve crisis”. Uitzonderingen zijn er altijd: Bruce Springsteen leverde met ‘We Shall Overcome: The Seeger Sessions’ een onvervalst folkmeesterwerk af en Aerosmith bouwde een geslaagd feestje met ‘Honkin’ On Bobo’, waarop ze bluesklassiekers naar hun hand zetten. En toch: niet toevallig was ‘The Grind’, het enige nummer dat ze zelf hadden geschreven, het hoogtepunt van de plaat.
Sweet is een van de twee huidige incarnaties van The Sweet, de Britse glamrockband die vooral in de jaren zeventig van de vorige eeuw furore maakte. Twee incarnaties? Jawel, gitarist Andy Scott tourt al jaren met zijn eigen versie van de oude band. Verwarrend, to say the least, maar goed. ‘New York Connection’ is een album van Scotts Sweet. De grootste verrassing? Het is een verdomd goed coveralbum, met The Big Apple als rode draad! Opener ‘New York Groove’ samplet uitvoerig ‘Empire State of Mind’ van rapper Jay-Z en zangeres Alicia Keys, wat op zijn minst een onverwachte songkeuze voor de oude rockers van Sweet mag genoemd worden. Dat voor andere nummers liefdevol gejat wordt uit het oeuvre van Pete Townsend (‘Join Together’) en Lou Reed (‘Sweet Jane’) ligt dan weer meer voor de hand.
‘New York Connection’ imponeert wanneer de band onbezorgd covert. De groove van ‘Gold on the Ceiling’ verraadt de glamrock achtergrond en de intro van ‘All Moving Faster’ klinkt zowaar als een trage versie van ‘Given the Dog a Bone’ van AC/DC (hoewel het nummer van Electric Frankenstein is). Valse noten? The Ramones’ ‘Blitzkrieg Bop’ klinkt origineel veel frisser, de definitieve versie van ‘Because The Night’ blijft toch die van Patti Smith (al komt die van co-auteur Springsteen aardig in de buurt) en vooral ‘You Spin Me Around’ is echt een 80’s-brug te ver voor de rockers op leeftijd.
Drie missers, acht knallers ofte een meer dan degelijk eindrapport. ‘New York Connection’ is volledig in eigen beheer uitgegeven en kan gekocht worden via de officiële website van de groep. Sweet indeed!

Julian De Backer (4)


Eigen Beheer  I  Promo CD  I  The Sweet

 
 
Foto
‘Make It Good’ is het debuutalbum op het al even fantastische label Delta Groove Music. RJ Mischo begon op 12-jarige leeftijd, door toedoen van zijn oudere broer Mike, met het spelen op een Hohner Marine Band Harmonica. En het was ook onrechtstreeks Mike die hem introduceerde in de bluessound. Een begeesterd concert van Muddy Waters met mondharmonica legende James Cotton in de Bell Ray Ballroom in Minneapolis, Minnesota lag zo rechtstreeks aan de basis. De magie die daar werd nagelaten was de glinstering voor Micho’s blues begeestering van RJ muziek carrière. Niet veel later zou Percy Strother, Mischo onder zijn vleugels laten rijpen. Net zoals George ‘Mojo’ Bufurd en later ook Lynwood Slim, die al even belangrijke beïnvloede kompanen zouden zijn. In 1994 volgde dan het eerste succesvolle debuutalbum ‘Gonna Rock Tonight’. Delta Groove Music heeft dus nu de eer om het tiende album van RJ Mischo te presenteren. Mischo kan alweer rekenen op een fantastische Austin, Texas gebaseerde backing van gitaristen Johnny Moeller en Nick Curren (drums op track 11), Ronnie James Weber (upright bas & elektrische bas), Nick Connelly (piano en orgel), Wes Starr (drums), Richard Medek (drums op track 3) en long time friend Jeremy Johnson op gitaar (track 3&9) en bass drums & High Hat op track 9. Met zijn onnavolgbare constant agressieve stijl zijn de 13 nummers origineel materiaal. Het album is bezaaid met heavy bluestonen, sterke tongblokkeringen op harp en heuse rock-’n-roll bevredigende hard-drivin’ blues. De hemelsmooie slow blues ‘Not Your Good Man’ is in de ongenaakbare Chicago begeesterde bluesstijl. Met de instrumentale ‘The Frozen Pickle’,
‘Papa’s S.T. Special’, ‘Arumbula Part 1’ en ‘Up To The Brim’ wordt een wel heel relaxt sfeertje gecreëerd. Net als in het uptempo georiënteerde ‘I Got You Covered’. Dat trouwens een schitterende navolging vind met ‘Not You Good Man’. Johnny Moeller wordt hier sterk aangemaand enkele overheerlijk solo’s uit zijn vingers te puren. De song ‘The Biscuit Is Back’ is een overwegend West Coast ingekleurde track. Net als het instrumentale surf beïnvloede ‘Elevator Juice’ of de tropische afsluiter ‘Arumbula Part 2’. De release ‘Make It Good’ is dan ook een zeer typerende albumtitel voor een schijfje dat bol staat van overtuigende harpklasse, die perfect wordt ingeleefd door een ijzersterke backing.

Visit RJ Mischo website and buy this great release. Or go to your local cd-shop and pick up a copy. You will never be disappointed with “Make It Good‘… Album of the year?

Philip Verhaege (5)


Delta Groove Music  I  DGPCD152  I  Coast To Coast  I  RJ Mischo

 
 
Foto
We worden hier de jongste tijd ongeveer bedolven onder debuut cd’s van jonge artiesten, die op de ene of andere manier van dromen het ooit eens te zullen maken. De volgende in de rij is Lynn Taylor, een naam die in de US zowel aan dames als aan heren wordt toegekend.
Onze Lynn Taylor behoort tot de mannelijke kune en zijn debuut cd heet ‘BarFly’. Zoals de meeste debuut cd’s die de laatste tijd op mijn lessenaar belanden is het opnieuw een uitstekende plaat, waaraan juist dat kleine tikje ontbreekt om aanspraak te maken op een quotering vijf.
Lynn Taylor is afkomstig uit Oost-Tennessee en groeide op in Louisiana en nu beproeft hij zijn geluk in Nashville.
De sterke openingstrack ‘It’s All Right’ laat het beste verhopen. ‘Beefy Jack & Mississippi John’ is een toffe countryrocker en wat mij betreft de beste song op ‘BarFly’. Dan is er ook nog de vederlichte rockabilly van ‘Once Again’ en de New Orleans sleper ‘Decatur Street’ die mij in hoge mate kunnen boeien.
De ietwat hese stem leent zich meer voor het uptempo werk dan voor trage slows zoals ‘Tought You’d Fly Away’ en ‘My Way Back Home’, waarbij Lynn Taylor weliswaar uitstekende vocale steun krijgt van een zangeres van wie de naam nergens wordt vermeld of het zou moeten zijn dat de stem van Graham Gray uitermate vrouwelijk overkomt. Ook in ‘Stay With Me’ komt de stem van Lynn Taylor niet geheel tot zijn recht, maar dankzij de stevige rocker ‘It All Comes Round’ zijn alle pijnpuntjes vergeven en vergeten.
De prima begeleidingsgroep van Lynn Taylor heet The BarFlies, of wat had je gedacht, en die is samengesteld uit de gitaristen Sergio Webb en Thomm Jutz, Jim Gray (bas), Jen Gunderman (piano, orgel en accordeon) en Paul Burch (drums).
Zeker geen slecht debuut maar er ontbreekt een klein snuifje peper.

Lynn Taylor is another promising act to come out of Nashville. Hopefully somewhere on stage in Belgium!

Ivan Van Belleghem (4)


Good Dirt Records  I  Promo CD  I  Michael J. Media  I  Lynn Taylor