Foto
Skip Bauchman is wellicht de enige jazzartiest die bij de Geheime Dienst werkte om voor presidenten (Carter, Reagan, Clinton en Bush) te beschermen, als onderdeel van de antiterrorisme eenheid van de LAPD. Deze man uit Los Angeles is een multi-instrumentalist (gitaar, drums, bas, keyboards) en heeft in verschillende bands gespeeld. Twee jaar voor zijn pensioen in 2009 trommelde hij bevriende muzikanten op om zijn debuutalbum op te nemen. Dit is zijn tweede CD en samen met saxofonisten Rodney Taylor en Henry Battle en keyboardspeler Edell Shepherd brengt hij hier jazz funk met verschillende invloeden. Het zijn melodische songs, funky en instrumentaal. Zoals bvb. de opener en eerste single ‘Paradise Was Cool’. ‘V’ begint als funky old school track, maar gaat dan over in een rockjazz, fusion song. ‘Snap To This’ heeft dan weer bluesinbreng, terwijl ‘Paulo and Aziz’ een pure bossa nova tune is met inbreng uit het Midden Oosten. ‘Interrupted By Life…Ashley’s Song’ bevat sax van Cleto Escobeto en in ‘Can’t End This Love’ flaneert een elegante piano over een exotische samba groove. De funk keert terug met ‘Straighten Up Right Now’ gemengd met romantische, exotische ritmes. ‘Southbound Through The Houses’ is een energetische funk met jazz, gedragen door Hammond B-3 orgel en synthesizer. R&B komt aan bod op ‘Old Man Cool’, terwijl ‘The Voyage Of…’ een exotische samba is. ‘Whisper In My Ear’ sluit af met een mengeling van soul en jazz.

Adventurous smooth jazz with all kinds of influences.

Patrick Van de Wiele (3 tot 4)


Jazz Hat Records  I  SBBBJC002  I  CDBabySpimbauchman  I  Skip Bauchman

 
 
Foto
The Brett Cohen Band resideert in Zuid-Californië en ‘Big Love’ is hun platendebuut. We mogen in dit geval van een redelijk geslaagd platendebuut gewagen, alhoewel het op sommige, vooral tragere nummers een beetje wennen is aan de lijzige zangstijl van frontman Brett Cohen. Op ‘Lonely Road’ overdrijft hij daarmee zelfs een beetje.
Brett Cohen (zang en gitaar) heeft wel kaas gegeten van het songschrijven en het uitstekende ‘Bartender’ is daar een prima voorbeeld van.
Nog een andere goeie is het op de keyboards van Ron Harmon steunende ‘What You Got’.
‘Break Of Day’ is enigszins schatplichtig aan Jimmy Reed’s ‘Baby What You Want Me To Do’, maar we zullen wel een oogje dichtknijpen. ‘Bottom Of A Bottle’ wordt van de middelmatigheid gered door de mondharmonica van Ryan Berkowsky en de ritmesectie met Mike Emory (bas), die trouwens meeschreef aan deze song en Garrett Morris (drums) levert gedegen vakmanschap af.
Nog een beetje aan de zang sleutelen, Brett, en je komt in aanmerking voor een vier of vijf. Nu met je het stellen met een drie en het recht op een herkansing.

‘Big Love’ by The Brett Cohen Band could have been rated with a five if it wasn’t for the vocals.

Ivan Van Belleghem (3)


Just A Guy Music  I  JAGOO1  I  Brett Cohen Band

 
 
Foto
Vorig jaar voegde de uit Tupelo afkomstige voormalige bokser met ‘Pimps And Preachers’ een bijzondere fraai en intrigerend werkstuk toe aan zijn oeuvre. Naast de onloochenbare Mississippi roots klinken in zijn werk echo’s door van bekende en minder bekende ‘good folks’ uit de muziekwereld. Enkele van die illustere collegamuzikanten worden nu door Thorn bedacht met interpretaties van hun werk. We belanden op een rollercoaster die tussen gospel, soul, country en rockende roots pendelt.  
De twaalf songs die hier aangepakt worden zijn geenszins, slaafse vertolkingen, maar integendeel eigenzinnige interpretaties. In de titelsong ‘What The Hell Is Goin’ On’, een onstuimige funky boogie is de componist Elvin Bishop nadrukkelijk aanwezig en vormt even een spannend gitaarduo met de alomtegenwoordige Bill Hinds, samen met toetsenman Michael Graham de voortrekker van de voortreffelijke begeleidingsband.
Delbert McClinton is de aangewezen persoon om Thorn te flankeren in het van Wild Bill Emerson geleende ‘Bull Mountain Bridge’, hier bijzonder  geslaagd gecomplementeerd door het onderkoelde ‘Jukin’ van Big Al Anderson met die snerpende gitaartjes. Thorn graaft relatief diep in het verleden met ‘Walk In My Shadow’ een rockparel van Free maar brengt met evenveel overgave en overtuiging recent werk van de jonge soulshouter Eli ‘Paperboy’ Reed.
Nog liever horen we Thorn de meer geraffineerde gospelsoul van Donnie Frits of ‘Shelter Me Lord’ van het echtpaar Miller, met opmerkelijke vocale backing van de wonderlijke McCrary Sisters, debiteren. En we luisteren met open mond naar wat de man aanvangt met ‘Wrong Number’ van Allen Toussaint, destijds door Aaron Neville in de onsterfelijkheid gekweeld.   Het hoeft zich overigens niet noodzakelijk in het broeierige Zuiden te situeren getuige het van Rick Danko (The Band) geleende ‘Small Town Talk’. Alvast een meer dan geslaagd debuut als vertolker, euh sorry interpretator dat  nog wel een tijdje in de cd-lader van de auto zal verblijven.

Cis Van Looy (4)


Blue Rose  I  BLUDP0577  I  Sonic RendezVous  I  Klanderman Promotion  I  Paul Thorn

 
 
Foto
Vorig jaar was er nog ‘Band For All Seasons’, een fraai boxsetje dat de vier seizoenen epeetjes van Larkin Poe bundelde.
The Lovell zusjes uit Georgia blijven het formaat van minialbum trouw en stellen opnieuw zeven songs voor op ‘Thick As Thieves’. Maar zeven songs hoor ik je denken, inderdaad maar de door Rebecca en Megan in nauwe samenwerking gecomponeerde nummers zijn stuk voor stuk de moeite waard. Bovendien werd enigszins van de vertrouwde muzikale paden afgeweken met een meer uitgebreide instrumentatie van een volwaardige band en vooral een flinke portie soul.
Als je het op warme orgeltonen en doorleefd snarenwerk drijvend ‘Play On’, een wonderlijke southern soul slijper beluisterd is het moeilijk te geloven dat je hier met piepjonge twintigers te maken hebt. Het zwoele charmant overslaande stemgeluid van Rebecca, verbluffend geflankeerd door haar jongere zus herinnert bij momenten aan de onvolprezen Maria Muldaur. Bovendien brengen de jongedames de nodige variatie. Het ingetogen ‘Make It Hurt’ wordt voorafgegaan door een met potig snarenriffs omkaderde ‘Celebrate’ om vervolgens bij de aangename ragtime van het naar New Orleans lonkende ‘On The Fritz’ te belanden vooraleer sterk afgesloten wordt met het mysterieuze ‘Russian Roulette’.
Voor wie na al dit fraais nog niet overtuigd is er nog een volwaardige DVD als bonus bijgevoegd. We zien en horen Rebecca en Megan in aangepaste plaatselijke Viking outfit ondersteund door trouwe gitarist Rick Lollar en Chad Melton aan de drumkit in een blokhut ergens in Noorwegen. Een selectie uit ‘Thick As Thieves’ passeert de revue naast het vertrouwde oudere werk en interpretaties van Elmore James en Cash.
Andermaal fraai werk van de getalenteerde ladies uit Georgia, wordt ongetwijfeld vervolgd.

Cis Van Looy (4)


Edvins Records  I  EDVIN011  I  Sonic RendezVous  I  Klanderman Promotion  I  Larkin Poe

 
 
Foto
Sid Griffin, de man uit Kentucky die met The Long Ryders in de jaren tachtig een prominente rol vervulde in de alt country scene van LA, heeft na zijn verhuis naar Londen niet stilgezeten. Naast intrigerende Dylanstudies en boekwerken over Gram Parsons en publicaties waarin hij zich als archivaris van het countryrockgenre manifesteert, werden op zijn platenlabel Prima Records schitterende, uitgebreide heruitgaven van The Long Ryders zoals ‘Native Sons’ uitgebracht. De laatste tijd is er ook weer nieuw werk van The Coal Porters. Op de voorganger ‘Durango’ was al duidelijk een evolutie naar meer bluegrassgetint werk merkbaar.
Die trend wordt verder gezet op de vijfde langspeler zelfs covers van bekend werk als Bowie’s ‘Heroes’ en ‘Paint it Black’ ontsnappen niet aan die transformatie door het ontbreken van drums en het akoestisch instrumentarium (de mandoline van Griffin, gitaarspel van Neil Robert Herd en de nieuwe banjoman John Breese).
Er is een prominente rol voor het aanstekelijke fiddlewerk van Carly Frey die in enkele nummers ook vocaal op de voorgrond treed zoals het energieke ‘Never Right This Wrong’, we zijn echter vooral door het smartelijke ‘Red-Eyed & Blue’ gecharmeerd. De fiddledame levert ook enkele songs aanlevert al dan niet in samenwerking met Herd en Griffin. In ‘Hush U Babe / Burnham Thorpe’ duikt gastmuzikant Richard Thompson op. Uiteraard levert Griffin weerom geïnspireerd en karakteristiek songwerk aan zoals ‘Barefoot On The Courthouse Lawn’, ‘Ask Me Again’ dat aan iets uit de jaren zestig herinnert wordt door de Britse oer-dj Brian Matthew, bekend van de livesessies van The Beatles ingeleid.
Als je na ‘Your Only Miss Her when She’s Gone’ met ‘Farmers Hand’ van en door Robert Herd geconfronteerd wordt zijn alle twijfels weggevaagd. Het Anglo-Amerikaanse combo The Coal Porters levert met ‘Find The One’ andermaal een puik werkstuk af dat naadloos bij de bluegrass traditie aansluit.

Again very fine teamwork from the Anglo-American combo The Coalporters with inspired country and bluegrass work.

Cis Van Looy (4)


Prima Records  I  SID 025  I  Hemifran  I  Sid Griffin

 
 
Foto
Wie ooit het plaatsje Roswell (New Mexico) heeft bezocht, weet dat dat steeds gelinkt wordt aan het ‘Roswell Incident’ (neen, niet de Vlaamse broers Buytaert die onder dezelfde naam opereren en elektronische muziek promoten). Volgens sommige bronnen, die zelfs naar de Amerikaanse luchtmacht refereerden, zou een buitenaards ruimteschip neergestort zijn op 8 juli 1947. Dit vermeende incident staat nog steeds bekend bij alle UFO-aanhangers als het belangrijkse UFO-incident ooit. En volgens weer andere insiders zouden de wrakstukken en de inzittenden ervan opgesloten zitten in een nog steeds geheime locatie in Nevada, de beroemde Area 51 waar reeds zoveel over te doen is geweest. Ikzelf ben ik Roswell geweest en ik heb dus ‘vermeende’ bewijzen gezien van een ‘alien’ die in het plaatselijk museum te bezichtigen valt. Of was het nu een replica want de diehard UFO-fanaten beweren dat de oorspronkelijke aliens zich nog steeds op die geheime locatie zouden bevinden maar alles wordt nog steeds door de Amerikaanse overheid doodgezwegen. Tot zover het verhaal van Roswell en ieder jaar wordt er rond de datum van de ‘vermeende crash’ een UFO-congres georganiseerd.
In 2009, en net één dag voor Independence Day was het weer feest in Roswell en als muzikale gast kon men niet beter treffen dan Jefferson Starship uit te nodigen voor het muzikale aspect van de conventie.
Jefferson Starship is eigenlijk ontstaan uit de Bay area groep Jefferson Airplane toen Paul Kantner begin jaren zeventig een conceptalbum opnam, ‘Blows Against The Empire’ en voor de eerste keer de naam Jefferson Starship gebruikte. In het eigenlijke ‘embryonale prototype’ van JS vonden we voor een zéér korte periode David Crosby, Graham Nash, Grace Slick, Joey Covington, Jack Casady en enkele leden van Grateful Dead, Jerry Garcia, Bill Kreutzmann en Micky Hart. Maar ondertussen ziet de line-up er geheel anders uit en in 1984 verliet Paul Kantner zijn Jefferson Starship om met zijn eigen Starship te beginnen. Kantner keert al vrij snel terug naar Jefferson Starship.

Jefferson Starship, zoals ze op het festival aantraden, waren:
  • Paul Kantner: gitaar, vocals
  • David Freiberg (Quicksilver Messengers Service, Jefferson Airplane): akoestische gitaar, vocals, percussie,
  • Mark ‘Slick’ Aguilar (Buddy Miles Band, David Crosby): lead gitaar, vocals,
  • Donny Baldwin (Elvin Bishop, Jerry Garcia Band): drums, vocals,
  • Chris Smith: keyboards,
  • Cathy Richardson: akoestische gitaar, vocals.
Voor de gelegenheid werd de band uitgebreid met de volgende gastmuzikanten:
  • Pete Sears (Hot Tuna, Rod Stewart, Steamhammer): bas,
  • Barry Sless (Rowan Brothers, The Avalon Allstars): pedalsteel, gitaar,
  • Tom Constanten (Grateful Dead): piano,
  • Darby Gould: vocals,
  • Jack Traylor (Steelwind): akoestische gitaar, vocals.
Dus muzikanten met een serieuze achtergrond.

4 cd’s en op schijf 1 vinden we de repetities van 27 juni 2009. Voor het concert ging JS gretig te pluk bij andere collega-muzikanten. Werk van o.m. The Bonzo Dog Doo-Dah Band, David Bowie, Roger Waters, Woody Guthrie, Dino Valenti enz. werd hier onder handen genomen.  Op deze repetities horen we fragmenten van ‘Space Oddity’, ‘Genesis Hall’, ‘Brain Damage’, ‘Hyperdrive’ enz. Alleen ‘Space Oddity’ neemt maar liefst 19-minuten in beslag. Zelfs de klassiekers van Jefferson Airplane ‘White Rabbit’ en ‘Somebody To Love’ ontsnapten hier niet aan. Deze eerste schijf besluit met ‘Galaxy Of E’Jam’, een muzikaal sf-epos van Paul Kantner. Wat me meteen opviel is dat de drums veel te luid overkomen. Misschien waren het daarom maar repetities?
Op schijf 4, en ik spring bewust naar deze cd, vinden we de soundcheck van het eigenlijk concert. Hierop twee versies van David Bowie’s ‘Space Oddity’ waarin diverse mogelijkheden van de gitaar worden uitgeprobeerd. Cathy Richardson probeert haar stem uit met o.a. fragmentjes uit ‘Woodstock’ (Joni Mitchell), ‘Oh Darlin’’ van The Beatles en Buffalo Springfield’s ‘For What It’s Worth’. Dit zijn wel leuke dingen om naar te luisteren, zeker met een koptelefoon op. Sluit je ogen en je zit meteen op de juiste plaats.
Nu zijn we aangekomen bij het uiteindelijke concert dat uit twee sets bestaat. Het eerste deel van de complete show begint met disc 2 en met ‘Urban Spaceband’ van die vreemd Britse band The Bonzo Dog-Doo-Dah Band. Uit het werk van de man die ons de grote hit ‘Spirits In The Sky’ gaf, Norman Greenbaum, gaat de band nu op stap met ‘The Eggplant That Ate Chicago’. Nog steeds zijn er geen bijzonderheden te melden alleen dat Paul Kantner een leuke opmerking maakte: “It feels like Halloween in Spring…”. Het is pas met wijlen Dino Valente’s ‘Come Together’ dat we mogen spreken over een opwaardering van de soundcheck maar met ‘Wooden Ships’, geschreven door David Crosby, Steven Stills én Paul Kantner, en waarin de band een break van een goede 15 min. aankondigd, wordt het eerste gedeelte van de show afgesloten. Geen slechte versie maar je moet wel even wennen aan de ‘andere’ stemmen dan die van CS&N.
Disc 3 bevat de muziek van set twee wat ons meteen brengt bij ‘Sunrise’ van Grace Slick. ‘Have You Seen The Saucers’ en ‘Have You Seen The Stars Tonight’ sluiten mooi aan op ‘Sunrise’. ‘Starship’, niet meteen een leuke versie, en komt over als een allegaartje van stemmen. En met ‘Dark Star’ belanden we weer even in de annalen van The Grateful Dead. Jefferson Starship heeft gelukkig de song niet onnodig gerokken zoals Jerry Garcia en zijn kornuiten dat wel eens meer deden. Ze hebben het goed ingestudeerd en uiteindelijk krijgen we hier een finale versie van om en nabij de acht minuten van Bowie’s ruimteding ‘Space Oddity’. Het muzikale gedeelte van de show, daar was niets op aan te merken maar de zanger die hier de honneurs waarneemt (Paul ?) had beter een stap opzij gezet voor bv. een vrouwelijke collega of een jongere zanger wiens stembanden nog niet in het antiquaritaat thuishoren. Verder in de set krijgen we nog aanvaardbare versies van Rogers Waters’ ‘Brain Damage’ en als drie laatste songs moeten we terug naar de beginperiode van de fenomenale Jefferson Airplane met (‘Somebody To Love’) dat eigenlijk op naam van Grace Slick & The Great Society (en niet Jefferson Airplane, zij brachten dat later nog eens uit toen The Great Society ermee ophield) moet gezet worden, en natuurlijk ‘White Rabbit’ en ‘Volunteers’. Schitterende versie en knappe vocals van Cathy Richardson die toch live in de schaduw van Grace Slick mag staan! De vocals van Cathy maken veel goed.
Samengevat is deze box een leuk ding om te hebben temeer omdat we hier de soundcheck en de repetities er als cadeau bijkrijgen. Als concertband scoort Jefferson Starship niet slecht, alleen moet de zanger hier wel beseffen dat hij de zangpartijen beter aan iemand jonger overlaat, toch zeker de songs met een toonaard die hijzelf niet goed meer aankan. Maar het concept lijkt me ook uitstekend te passen op gelijk welke sciencefiction congres waar ook ter wereld.
De uitgave werd via Bear records gerealiseerd, een bedrijf opgezet door Jefferson Starship’s manager Michael Gaiman en hij brengt ook muziek op de markt van gerelateerde Jefferson Starship bands waaronder Quicksilver Messenger Service en Gary Duncan.

With this 4 cd-box Jefferson Starship proves to be alive and kicking and with these very famous songs they scored not only in the music business but also attracted a new kind of fans, the sciencefiction lovers and believe me, I’m one of them.

Alfons Maes (4)


Gonzo Multimedia  I  Bear Records  I  5060230 861197  I  Glass Onyon  I  Jefferson Starship

 
 
Foto
Er zijn zo van die projecten die je niet zo gauw meer loslaten. Wel, The Blues Broads is er nu zo eentje. Vier vrouwelijke zangeressen bundelen gezamenlijk de krachten. Grammy Award winnende Dorothy Morrison (vocaliste en co-auteur van de gospel klassieker ‘Oh Happy Days’, die zij samen registreerde met The Edwin Hawkins Singers en dat meer dan 7 miljoen keer over de toonbank ging), Tracy Nelson (oprichtster van de legendarische Mother Earth en de signature song ‘Down So Low’), Angela Strehli die allang geen betoon meer hoeft en Annie Sampson die lange tijd tot de vast cast behoorde van de San Francisco productie ‘Hair’ in de late jaren ‘60 en die ook de band Stoneground aan heel wat succes hielp. Deze vrouwelijke kunstenaars vinden backing bij gerenommeerde artiesten zoals Gary Vogensen (gitaar), Steve Ehrmann (bas), Paul Revelli (drums), Mike Emerson (keyboars) en special guest Deanna Bogart op keys, tenor sax en vocals. De tien tracks zijn een smeltkroes van Chicago blues en gospelgetinte samen zangen. Deze debuut CD/DVD combinatie is live opgenomen en zal op 18 september door het label Delta Groove worden vrijgegeven. Bekende covers zoals ‘River Deep’, ‘Walk Away’ en natuurlijk
‘Oh Happy Days’ onderstrepen net zoals de originele geestdriftige opnamen de creativiteit bij de vier dames.
The Blues Broads hebben een ziel en wij zijn hier alvast zielsverwanten.

With four woman of this caliber, the show must go on. Also on CD & DVD !

Philip Verhaege (5)



 
 
Foto
Sommige dingen in het leven zijn echt het wachten waard en een van deze is het solodebuut, ‘Live In Peace’, van Russ Seeger uit de Long Island muziekscène.
Seeger is geen beginner en dartelt al meer dan veertig jaar rond als multi-instrumentalist, singer-songwriter en heeft zowat in alle uithoeken van Nassau en Suffolk Counties laten horen wat voor muziek men van hem mocht verwachten. Hij had ook het geluk om te mogen spelen met o.m. Vassar Clements, Peter Rowan, Peter Stampfel (The Holy Modal Rounders), John Hartford en met Rick Danko en Levon Helm van The Band. Met Helm zat hij een tijdje bij Last Hombres en ze maakten het album ‘Redemption’ (2003).
Waarom er tot dusver nog geen cd van hem verscheen had te maken met zijn drukke bezigheden voor zijn gezin: eten op tafel en daarbij heeft hij vele diverse jobs versleten waaronder elektrieker en vrachtwagenchauffeur. Maar als hij even vijf minuten vrij had werkte hij aan nieuwe songs die uiteindelijk nooit tot in een opnamestudio geraakten.
Russ is nu gepensioneerd en vindt nu dat het tijd is om al zijn nummers van onder het stof te halen, een stevige opknapbeurt te geven en ze te voorzien van een nieuwe verpakking.

Seeger’s eerste podiumverrichtingen vonden voornamelijk plaats in kerkelijke aangelegenheden en op privé parties. Zijn invloeden steekt hij niet onder stoelen of banken en we horen in zijn songs meer dan eens invloeden van onder meer de Rolling Stones, Procol Harum, Randy Newman en Brian Wilson enz...
Bij Paradiddle Records werkte hij mee aan de conceptalbums ‘Dylan UnCovered’ en ‘Kinks UnKovered’.

Begin jaren zeventig vormde Seeger met keyboardsman Steve Sollog en gitarist Dana Gaynor The New Mississippi Sheiks die dan later gewoonweg The Sheiks werden, een veel gevraagde band toen. Het einde van The Sheiks leidde tot The Sons Of Sweden en deze korte ervaring loste zich op in Last Hombres. Ondertussen bouwde Russ Seeger traag maar zeker een bewuste carrière uit die zich voor een groot deel toespitste op het schrijven van nieuwe nummers.

Het is onjuist om te zeggen dat ‘No Crime Like Hatred’ de toon heeft ingezet tot wat volgen moet, neen, geen leuke song waar ieder woord is correct. ‘So Good Looking’ is meteen raak, rock-‘n-roll van een hoog gehalte waarin schitterende gitaarpartijen een beetje mee de lijnen van de song bepalen. Met ‘Sound Asleep’ wordt er wat gas teruggenomen zodat Russ zich meer kan toeleggen op de vocalen voor dit nummer. ‘Live In Peace’ trekt zich open met een priemende gitaarriff, niet meteen, zeker niet als titeltrack, een groot nummer. Van een eerste hoogtepunt gesproken is ‘California Blues’, niet echt een driematenbluessong maar zeg maar gerust een seventies rocker met sterke gitaargeluiden. Ook ‘Hang Me Out To Dry’ mogen we dankzij het leuke ritme en weer die stuwende gitaarpartijen van Russ tot een van de hoogtepunten rekenen. Maar zeker het sluitnummer ‘Requiem’, waarbij Russ een beetje flirt met klassieke muziek en waarbij met momenten toch de vocalen van Van Morrison achter de hoek komt kijken, mag zeker bij de knappe nummers gerekend worden. De inbreng van de trompetten doen ons meteen terugdenken aan ‘Penny Lane’ van The Beatles.
Sommige nummers kabbelen hier en daar was tussen het singer-songwriter genre en andere horen dan weer thuis bij een echte rocker maar Russ verloochent zijn eigen identiteit niet.
‘Live In Peace’ is geen onaardige plaat, alleen had ik toch wat meer ernstige tempowisselingen verwacht.

Russ Seeger made his performances through churches and house parties but finally hooked up with the late great Levon Helm. ‘Live In Peace’ is his first solo attempt and the album consist of several beautiful songs… and they all tells a different interesting story.

Alfons Maes (4)


Paradiddle Records  I  Zonder Nummer  I  Russ Seeger

 
 
Foto
Het vanuit Nashville opererende duo Jay Studdard en Fran Jackson (beiden akoestische gitaar en vocals) presenteren alweer een derde album. Het negen tracks tellend schijfje werd opgenomen in de OGM Studio in Nashville en geproduceerd door Charlie Chadwick. Samen met Bobby Alexander (elektrische gitaar), Joe Bidewell (keyboard, harmonica), Kevin Knapp (bas), Billy Ramirez (percussie) en Gerald Trimble op viola da gamba is het album rijkelijk voorzien van blues, altcountry, Southern rock en folk arrangementen. Studdard pende alle tacks bij elkaar, al is
‘Just Another Man’ van Fran’s hand. De songs hebben dan ook enigszins een autobiografisch betekenis en de band omschrijft hun sound maar al te graag als
‘Neo South’. Het album opent uitermate sterk met ‘Loving You’. Een typerend voorbeeld hoe American hoeft te klinken. De titeltrack is misschien wel het meest bluesy nummer. Wervelende orgeltonen en vettige gitaarriffs zorgen meteen voor een adembenemende toespijs. ‘This Time Tomorrow’ herbergt dan weer die hemelse vocals van Fran en net die laten zich prettig combineren met een glinsterende gitaarsound. ‘Just Another Man’ en het afsluitende ’Lullabye’ zijn nostalgisch duetten. Meteen zijn het ook een overheerlijke ballades die tot enige treurige gemoedstemmingen aanzetten. Het duo is onvermijdelijk teruggekeerd naar hun Zuidelijke roots en dat kan ook ons alleen maar plezieren.

‘Down South’ is really a great Americana release. With amazing vocals and a beautifully harmonic sound.

Philip Verhaege (4)


Eigen Beheer  I  Zonder Nummer  I  Michael J. Media  I  CDBaby/bedhedandblondy  I  Bedhed And Blondy

 
 
Foto
Zon, surfen en muziek waarbij je kan ontspannen, dat is in het kort de muziek van deze dubbel-cd. En dat gebeurt uiteraard op het strand van het eiland Sylt, maar ook in Hamburg en in Munchen. Top dj’s zoals Blank & Jones, Mousse T en Jazzanova laten hun kunsten horen. Net zoals op de eerste dubbelaar is dit de perfecte soundtrack voor chill out met bijdragen van het Dj team Blank & Jones, zangeres Carmen Cuesta, dj LTJ X-perience met de Beatles cover ‘And I Love Him’, de Russische band Triangle Sun, Cantoma of eigenlijk de Britse dj Phil Mison, Stardelay met hun electropop, Khari Cabral Simmons feat. neo-soul zangeres India.Arie, Hardage met een herbewerking van Peter Gabriel’s ‘Big Time’, Soulounge feat. Ihlem, zangeres Toby Lightman, De New Yorkse Bing Ji Ling, Jahcoustix & Outsideplayers, zangeres Kina Grannis, zangeres Jessica Gall, Dublex Inc. feat. Sandhy Sondoro, zanger Aloe Blacc, de Spaanse Gecko Turner, Sarah Jane Morris met de bossa nova versie van ‘Me And Mrs. Jones’, de Braziliaanse Toco, Lenny Mac Dowell met een cover van ‘Ain’t No Sunshine’, de band Moca, zangeres Lilianna Wysocki, Slackwax, zangeres Mikelyn Roderick, de Duitse band Die Fantastischen Vier, Mat. McHugh, zangeres Lizzy Loeb en Udo Schild.

International crème de la crème of laid-back grooves and cool Lounge sounds.

Patrick Van de Wiele (4)