Picture
Philip Goodhand-Tait is een van de weinigen singer-songwriters die commercieel succes boekte voor zichzelf en als componist die nummers schreef voor o.a. Love Affair ‘A Day Without Love’, ‘One Road’ en voor muzikanten als Zoot Money, Gene Pitney en Roger Daltrey. Maar de filmliefhebber zal hem ook koesteren voor de prachtige soundtrack van de film ‘Universal Soldier’.
Goodhand-Tait leverde ons reeds mooie albums af waaronder ‘Rehearsal’ (1970), ‘I’ll Think I Write A Song’ (1971), ‘Ocean’s Away’ (1976) enz.
In 1977 werd hij door Radio Bremen gevraagd om een pianoconcert te geven en trok er met zijn Steinway piano op uit richting Bremen.
Op deze selectie horen we voornamelijk songs die hij zelf schreef maar liet nog plaats voor andere nummers, niet door hem geschreven, waaronder ‘I’m Ready’, ‘Oh Boy’, ‘Tribute To Ricky Nelson: Never Be Anyone Else But You/It’s Late’ en ‘Radio Play That Song Again’, als twee bonusnummers. ‘Tribute’ werd vorig jaar live opgenomen tijdens de lezingen ‘An Evening With Wolfgang Welt’.
Dat het een zeer intimistisch concert is geworden kan je horen doordat Phillip tussen de songs de nodige interactie met het publiek voorziet.
Van zijn eigen songs onthouden we vooral ‘Angeltown’ uit zijn ‘Teaching An Old Dog New Tricks’ maar ook ‘Leon’ en Everyday’ dat we terugvinden op ‘Songfall’. ‘Parade’, ‘Airborne’ en ‘The Lady Lives In England’ zijn ook nog andere pareltjes die in dit rijtje thuishoren.
Phillip Goodhand-Tait heeft zichzelf nooit echt in de kijker gezet, en dan denk ik hier onmiddellijk ook aan zijn Amerikaanse collega en tegenpool Al Kooper die haast op dezelfde lijn zit.

‘Radio Songs’ is the perfect music to go with a glass of Brandy and a nice cigar. Goodhand-Tait’s music helps you relaxing after a hard day of labour…

Alfons Maes (3)



 
 
Picture
Ruim een kwarteeuw bestaan Cowboy Junkies ondertussen. Gitarist en spilfiguur Michael Timmins en bassist Alan Anton experimenteerden eind jaren zeventig met punk en later instrumentale avantgarde muziek en verhuisden zelfs even naar Londen. Terug in thuishaven Toronto kwam drummer Peter Timmins er bij en even later werd zus Margo bij het project betrokken. Een eerste langspeler’ ‘Whites Off Earth Now’ wordt op een enkele compositie van Timmins gevuld met intimistische interpretaties van Robert Johnson, John Lee Hooker en Lightnin Hopkins. De opvolger wordt nagenoeg live opgenomen in de Church of The Holy Trinity. Het breekbare gefluister van Margo in ingetogen adaptaties van countrynummers en eigen werk. Een door Lou Reed geapprecieerde versie van ‘Sweet Jane’ trekt de aandacht van de wereldpers en ‘The Trinity Sessions’ forceert de grote doorbraak. Er volgen in de jaren negentig nog enkele fraaie opvolgers die nooit echt onder de shaduw van’ The Trinity Sessons’ onderuit komen. Eerlijk gezegd hadden we de Canadese band al voorgoed opgegeven na de totaal overbodige remake van ‘The Trinty Sessions’. Vorig jaar pakte de Timminsclan echter uit met ‘ReniminPark’. Op dit eerste deel van de zogenaamde Nomad Series horen we een collage van straatgeluiden uit China, waar Michael een tijdje resideerde, aangevuld met gesprekken en vooral wondermooie songs met geïnspireerde zang. Het tweede deel dat in het voorjaar werd uitgebracht is integraal aan de in 2009 overleden Vic Chesnutt opgedragen. Het werk van de getormenteerde poëet wordt met respect geïntegreerd in de vertrouwde sound van Cowboy Junkies. Ondertussen ligt deel drie ‘Sing In My Meadow’ in de cd-lader. De intro van ‘Continental Drift’ katapulteert je meteen in een totaal andere universum, mismeesterde gitaren en mandolines, potige roffels op de drumbekkens en daar bovenop een bijwijlen ontketende Margo die zich met meer gespierde, vervormde zang manifesteert in vunzige blues als ‘3rd Crusade’ en de beklijvende titelsong Het jachtige ‘Hunted’ en het in psychedelia gedrenkte ‘A Birde’s Price’ en ‘I Move On’ laten me evenmin onberoerd. Ik moet nog even wennen aan deze geluidsexplosie die uitermate fel contrasteert met de vertrouwde, lieflijke sound van Cowboy Junkies maar opzienbarend is het minste wat we van dit experimentele werkstukje kunnen zeggen.

Cowboy Junkies op 7 november 2011 in De Stadsschouwburg van Brugge.

Cis Van Looy (4)


Latent/Proper • PRPCD090 • Rough Trade • Klanderman Promotion • Cowboy Junkies

 
 
Picture
De ondertitel ‘Greatest Hits’ dient uiteraard met enige zin voor ironie geïnterpreteerd te worden, een echte hit heeft DBT nooit gehad, maar dat zegt meer over het door marketing gedomineerde muzieklandschap dan over de kwaliteit van één van de sterkste rock ’-n’ roll acts uit ‘The Deep South’ van het afgelopen decennium. Patterson Hood, zoon van de legendarische Muscle Shoals bassist David Hood, startte destijds in Anthens, Georgia geïnspireerd door The Replacements Adam’s House Cat op. Een band waarin ook Mike Cooley figureerde en die in ‘96 rechtstreeks naar Drive By Truckers leidde. Die twee spilfiguren staan nog steeds aan het roer en deze verzamelaar is een fraaie dwarsdoorsnede uit het imposante repertoire waarin zowel invloeden van Neil Young en Lynyrd Skynyrd doorklinken, niet zelden op onweerstaanbare Stonesriffs geënt. Uit acht langspelers werden zestien tracks geselecteerd. ‘The Living Bubba’ en het akoestische ‘Bulldozers And Dirt’ openen de score. ‘Ronnie and Neil’, ‘Zip City’ en ‘Let There Be Rock’ stammen uit het ambitieuze ‘Southern Rock Opera’ en tonen een band op zijn toppunt en creativiteit. Dat hoge niveau kenmerkt ook op de opvolgers ‘Decoration Day’ en ‘The Dirty South’ en de komst van Jason Isbell opende nieuwe perspectieven. ’A Blessing And A Curse’ klinkt weliswaar minder coherent dan de voorgangers maar Cooley’s ‘Gravity’s Gone’, hier in een remixversie en ‘A World Of Hurt’ van Patterson Hood blijven pareltjes. Dat het vertrek van Isbell goed verteerd wordt op ‘Brighter Than Creation Dark’ illustreren ‘The Righteous Path’ en het op onvervalste stonesriffs ‘3 Dimes Down’ nog eens ondubbelzinnig.
Verstokte DBT adepten prefereren ongetwijfeld aanvullende compilaties als ‘The Fine Print’. Dwalende zielen die zich nog niet bekeerd hebben tot deze southernrock religie kunnen alsnog hun misstap rechtzetten met ‘Ugly Buildings, Whores & Politicians’.

Cis Van Looy (4)



 
 
Picture
Nadat John DuCann (gitaar, keys) en Paul Hammond (drums) Atomic Rooster lieten voor wat het was gingen ze in zee met ex-Quatermass John Gustafson (bas) en besloten om Hard Stuff een kans te geven. Hun eerste release ‘Bulletproof’ kwam uit in 1972. Na een concert in de Frankfurtse Zoom Club, en op weg naar Engeland, geraakten ze in een auto-ongeval betrokken en dat leidde tot enkele weken hospitalisatie hier in België. De opvolger, die dus ondanks het ongeval veel later verscheen dan voorzien, was meteen ook hun laatste werkstuk, enkele weken nadien stopt het collectief Hard Stuff met bestaan. DuCann en Hammond proberen terug de ouwe Atomic Rooster nieuw leven in te blazen terwijl Gustafson bij Roxy Music terechtkomt.
De cover van hun tweede langspeler ‘Bolex Dementia’ werd destijds omschreven als huiveringwekkend (wat??) en in de USA moest de cover vervangen worden door een met een afbeelding van een meisje vooraleer hij in de platenrekken terecht mocht komen.
Hard Stuff produceerde sterke rock gedreven op gitaargeweld en keyboards van DuCann. Alle nummers zijn gebouwd op een vertrouwde ritmiek uit beginjaren zeventig die af en toe door enkele stuiptrekkingen van ritme durfde veranderen. Typische vroege jaren zeventig rock met een vleugje underground, zo kunnen we hun sound omschrijven. De nummers die we als uitschieters mogen beschouwen zijn ‘No Witch At All’, ‘Millionaire’ en het door Gustafson gecomponeerde ‘Mr Longevity-RIP’. Als bonustracks krijgen we de singleversie van ‘Jay Time’ waarmee de originele langspeler destijds werd geopend, en ‘The Orchestrator’ dat toch mooi aansluit bij de andere nummers. Of dit nummer een meerwaarde heeft voor het totale pakket weet ik niet maar de diehardfans van Hard Stuff zullen dit zeker weten te waarderen.
John William Cann oftewel John DuCann is helaas op 21 september 2011 overleden maar heeft de mix van deze release nog kunnen uitvoeren. John Gustafson zullen de meesten onder ons nog wel herinneren als Simon Zealotes uit de ‘originele’ opname van ‘Jesus Christ Superstar’ en ook Paul Hammond is niet meer onder de levenden, hij overleed in 1992.

Hard Stuff, a band with a great future but they never made it to the top. ‘Bulletproof’, still a classic album much sought after remastered with bonus tracks, thanks to Angel Air the sought is over.

Alfons Maes (3)



 
 
Picture
Voor alle duidelijkheid gaat het hier over een compilatie-CD van Antonio González. Die González werd geboren in 1926 in de Barcalonese wijk ‘Gràcia’ in een zigeunerfamilie. Aangezien zijn vader heel zijn leven lang vis verkocht kreeg hij als zoon van de roepnaam ‘el pescaílla’ (klein visje) opgeplakt. Zo gaat dat in zigeunermiddens. Antonio vergezelde zijn vader dag en nacht als jongetje, zowel op de vismarkt als ‘s avonds want zijn vader speelde gitaar in de herberg ‘El Tablao de la Pava’. En zo werd hij op jonge leeftijd reeds beroepsmuzikant.
Met de opener ‘Levántate’ is het al meteen raak. Dit is niet meer of minder dan één van de standaards geworden in het flamenco-popgenre waar González de grote wegbereider van was. Die flamencopop bevatte ook een grote dosis Catalaanse rumba. Samen met Peret (een ingeweken Argentijn) was Antonio González het boegbeeld van die rumba. Maar Antonio was dat reeds einde jaren ’40, terwijl Peret’s glorietijd zich in de zestiger/begin zeventiger jaren situeerde.
Wat Antonio kon neerzetten met zijn stem, twee gitaren en wat handgeklap grenst werkelijk aan het ongelooflijke. Dit is ook één van de nummers, dat zowat uitgroeide tot één van de uithangborden van de flamencopop. Zijn dochter Rosario nam die fakkel de laatste 10 jaren zowat over.
‘Tiritando’ doet spontaan aan de bossa nova denken. Het onderwerp leent zich er ook toe: het strand en de zee. ‘Chica de Ipanema’ is natuurlijk een klassieker uit het Braziliaanse Bossa Nova genre geschreven door de grootmeester Carlos Jobim, himself. González zet hier een meer dan een acceptabele versie neer en bovendien in aanvaardbaar Engels gezongen, geen minne prestatie voor een Spaans artiest in de jaren ’60.
Wat zonder meer spijtig is, is dat nergens vermeld wordt wanneer de nummers werden opgenomen, met welke muzikanten, op welke langspeelplaat/single ze uitgebracht werden enz.
In de jaren ’60 draaide men er in Spanje zijn hand niet voor om welke wereldhit dan ook een eigen Spaanse versie mee te geven. Het resultaat van ‘Extraños en la noche’ (Strangers in the Night), ons vooral bekend door Frank Sinatra, laat een totaal ander lied horen waarvan je zou zweren dat het flamenco is, moest je het origineel niet kennen. Op deze compilatie staat dan ook geen enkele compositie die zelf door González werd geschreven. Maar in de jaren ’60 was dat echt niet ongewoon. ‘Fiel Amigo’ (trouwe vriend) is een nummer van de Cubaanse Bobby Capó dat met zinderende gitaar en de doorleefde, maar expressieve stem van Antonio, tot één van de betere flamencopopnummers uitgroeide. Maar ‘Sarandonga’ is dat nog veel meer. Dit is echt het lijflied van alle flamencopop artiesten waar dan ook ter wereld geworden. Het lied is zo oud als de straat, er is zelfs geen auteur van bekend, stel je voor. De originele versie die we hier horen is mijns inziens nooit verbeterd, alleen maar in enkele gevallen geëvenaard. De hele plaat staat eigenlijk vol met evergreens uit het flamenco-popgenre. Het ene liedje al dichter aanleunend bij de flamenco, zoals ‘Trulurele’. Andere liedjes neigen dan weer een beetje naar de populaire muziek. We moeten niet vergeten dat in de jaren ’50, ’60 en ’70 het variété in Spanje welig tierde. Enkel in Frankrijk en Italië deden ze nog straffer in Europa wat het variété betreft.
‘Se te olvida’ was eigenlijk origineel een levenslied. Antonio González toverde dit liedje om tot een volwaardige compositie waar bongo’s en piano op schitteren. ‘Lola’ is een prachtige lofzang op zijn vrouw, de wereldberoemde Lola Flores, één van de iconen van Spanje in de Ibero-Amerikaanse wereld zo lang ze leefde. Feit is dat Antonio González zijn veelbelovende muzikale carrière vrijwillig in de ijskast zette omdat zijn vrouw een superstar was. Ze trouwden in 1958 en luttele jaren nadien nam hij zelf de opvoeding van zijn drie kinderen volledig ten harte. De drie kinderen van Lola en Antonio groeiden, niet volledig onverwacht zelf tot grote artiesten uit. Dolores alias Lolita, Rosario en Antonio Flores zijn een begrip in Spanje en Latijns–Amerika. De meest talentvolle van de drie was ongetwijfeld Antonio. Maar tegelijkertijd ook de meest frêle en kwetsbare. Hij pleegde twee weken na het overlijden van zijn moeder Lola Flores, die aan borstkanker stierf, in mei 1995 zelfmoord.
‘Si yo pudiera detener el tiempo’ is ook één van die nummers zonder auteur waarvan iedereen denkt dat ze van Antonio González zijn. Gewoon omdat hij er zo een doorleefde versie van neerzette die tot op de dag van vandaag stand houdt.
Ach, alles wat op deze schijf staat is op zo’n weergaloze manier gebracht dat je je afvraagt waarom we dit nooit op de radio mogen horen. Noem dit gerust tijdloze muziek die nog vele decennia luisteraars zal beroeren.
Nog een speciale vermelding voor ‘Sabor a mi’, één van de grote Cubaanse klassiekers die Antonio op volstrekt eigen wijze interpreteert. Met ‘Dime’ staat er nog een andere klassieker op deze plaat waarvan hier een erg solide versie neergezet wordt. En dat is nog niet alles. Met ‘El Meneito’ maakte González een opzwepend fuifnummer dat ook op het repertoire staat van zijn dochter Rosario. Tenslotte zijn er ook nog het grappige ‘Que me coma el tigre’ (dat de tijger me opeet) en het fantastische ‘Muchacho barrigón’ (jongetje met de dikke buik) een nummer van Peret, de man die de Rumba Catalana tot ver buiten Catalunya op de kaart zette. Het is een liedje met speed en een grappige tekst dat bovendien best dansbaar is.
Als u dit jaar één Spaanse plaat in huis haalt, laat het dan deze zijn. Plezier en luistergenot gegarandeerd voor vele jaren.

Con este disco queda muy claro que gran artista ha sido Antonio González. Sus interpretaciones sobreviven el tiempo sin ningun problema. Y claro que todavía sirven como inspiración importante para las nuevas generaciones de músicos hoy día. Verdaderamente un excelente trabajo que merece ser conocido también afuera de España !


Vampi Soul • Vampi CD 131 • Sonic Rendezvous

 
 
Picture
Avid Jazz presenteert hier vier klassieke elpees van Shorty Rogers samen met de originele liner notes van die elpees, opnieuw geremasterd en dit op een dubbel-cd voor een speciale prijs. Het gaat over de elpees ‘The Big Shorty Rogers Express’, ‘Shorty Rogers and his Giants’, ‘Wherever the Five Winds Blow’ en ‘Chances are it Swings’. Arrangeur en trompettist Shorty Rogers verlaat de kleine groepjes om over te schakelen naar het big band formaat. Het over elpees uit 1953 tot 1958, en kan dus als klassieke jazz beschouwd worden. Rogers wordt hier bijgestaan door Harry Edison, Maynard Ferguson, Frank Rosolino, Milt Bernhart, John Graas, Jimmy Giuffre, Art Pepper, Bob Cooper, Bud Shank, Red Norvo, Lou Levy, Pete Jolly, Hampton Hawes, Marty Paich, Howard Roberts, Barney Kessel, Curtis Counce, Ralph Pena, Larry Bunker, Shelly Manne, Stan Levey enz.

Classic jazz from the period 1953 to 1958. Here you can buy four albums compiled on a special priced double album!

Patrick Van de Wiele (3)


Avid Entertainment • AMSC1041 • Codaex

 
 
Picture
Gitarist Aaron ‘Chainsaw’ Moreland en harmonicaspler Dustin Arbuckle komen uit Kansas City en timmeren al sinds 2002 aan de bluesweg.
Hun nieuwste cd ‘Just A Dream’, de tweede voor Telarc, is er nauwelijks een jaartje na hun vorige ‘Flood’. Het duo heeft blijkbaar inspiratie op overschot. Voor al wie uitbazuint dat de blues aan het zieltogen is en ook voor alle anderen is ‘Just A Dream’ verplichte kost.
De Fat Possum sound wordt door Moreland & Arbuckle op een schitterende wijze opnieuw tot leven gewekt. De vettige slidegitaar, van Moreland, zo op het eerste gezicht een zelf in elkaar geflanst exemplaar, vloekt, hoest en schopt zodanig wild om zich heen dat het geen naam heeft. De harmonica van Arbuckle doet het geluid nog een fractie ruwer aanvoelen.
‘Just A Dream’ is en cd waarbij je nergens aan het skippen slaat en je bent na afloop op de koop toe nog verwonderd dat het reeds afgelopen is.
De perfecte cd bestaat niet, maar Moreland & Arbuckle komen met ‘Just A Dream’ wel aardig in de buurt. Dit is een plaat met niets dan hoogtepunten.
De motor slaat onmiddellijk aan met ‘The Brown Bomber’ van Ryan Taylor en van dan af is er geen houden meer aan. Het duo doet Tom Waits alle eer aan met een eerlijke respectvolle en goed gekozen cover van zijn ‘Heartattack And Vine’.’Travel Every Mile’ is een valse trage, net zoals een ratelslang die op de loer ligt om vervolgens onverbiddelijk toe te slaan.
Op ‘Shadow Never Changes’ is er zelfs een vette knipoog richting Pink Floyd hoorbaar.
De onweerstaanbare afsluiter ‘White Lightnin’’ werd geschreven door Steve Cropper en deze laatste speelt er ook lead gitaar op. De song steunt echter op het indrukwekkende drumwerk van Brad Horner. Geen lachertje hoe die door dit nummer raast.
‘Just A Dream’ van Moreland & Arbuckle is een schijf die wel eens in mijn persoonlijke top tien van 2011 zou kunnen terechtkomen. Ik steek hierbij welgezind het bordje met het cijfer 5 de hoogte in en ik zou daarbij, net zoals onze slager, nog durven vragen: ‘Mag het iets meer zijn?’ Ik hoop dat we dit duo vlug live aan het werk kunnen zien. Mijn zakgeld is nu al aan het popelen om de ingang te mogen betalen.

If you enter your favourite record store these days and you wonder what record you should buy, well, let it be ‘Just A Dream’ by Moreland & Arbuckle this time.

Ivan Van Belleghem (5)


Telarc • TEL-33015 • CodaexMoreland & Arbuckle

 
 
Picture
The Mindless komen van boven de moerdijk en daar hebben ze de gewoonte van elkaar heel familiair met de voornaam, roepnaam of scheldnaam aan te spreken.
Bij The Mindless is het niet anders. Mick zingt, Phil zingt ook en speelt daarbij nog eens gitaar, Pushy is bassist, Rusty is de drummer en AJ is keyboardspeler.
Wat moeten we verder over The Mindless onthouden? Wel, dat hun nieuwste cd ‘Survivalesque’ nu uit is. Ze bewijzen daarmee dat ze heel goed naar The Beatles anno 1965 hebben geluisterd. Hun stemmen kruisen elkaar op zijn Liverpools en dit komt vooral tot uiting in songs zoals ‘European Autograph’ en ‘Life On Earth’. ‘Popstar’ heeft een intro met gitaren die aan de Mersey lijken te zijn gestemd en je verwacht je op die manier ten onrechte aan ‘Ticket To Ride’.
Op ‘The Boys In White’ gaan The Mindless zelfs de garagerock te lijf.
Er zit wel potentieel in The Mindless, maar ze zijn de zoveelste groep die de stemmen van The Beatles trachten na te bootsen en ik weet niet of daar veel muziekliefhebbers zitten op te wachten.

The Mindless sound like they were born on the Merseyside, but you can ask this next question : ‘Who needs another imitator of The Fab Four?

Ivan Van Belleghem (2)


Down Hill Records • DHR001 • www.myspace.com/mindellsmusic

 
 
Picture
Het lichtjes fantastische ‘Blood And Candle Smoke’ illustreerde al duidelijk dat Tom Russell nog niet aan het einde van zijn Latijn was. Integendeel, sinds de songsmid in ’97 naar El Paso verkaste, leverde hij het ene muzikale countryfolk pareltje na het andere af. Het isolement van zijn nieuwe thuishaven werkt blijkbaar inspirerend. Het nieuwe werkstuk ‘Mesabi’ is weerom in zo’n fraai schilderwerkje van de hand van Russell verpakt en ook onze oren worden weer verwend. De meesterlijke verteller wordt blijkbaar beter met de jaren, dat wordt meteen duidelijk met de rockende titeltrack. ‘Mesabi’ verwijst naar een gebied in het Noorden van Minnesota waar destijds ijzerplaten ontgonnen werden en dat zich bevindt in de buurt van Hibbing, de geboorteplaats van Bob Dylan. Dat is geen toeval, Russell doet niet geheimzinnig rond zijn inspiratie en citeert flarden uit songwerk van de grootmeester. Als bonus vinden we overigens ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’. Deze epische song werd meermaals gecoverd, vooral de interpretatie van Bryan Ferry uit beginjaren zeventig is me bijgebleven. Met de hulp van Lucinda Williams wordt het een ietwat pathetisch, lang uitgesponnen (bijna negen minuten lang) duet. Voor het zover is heb je al een dozijn andere verhalen, meestal over mythische figuren uit de filmwereld, beluisterd. De meeste van Russell’s helden zijn al een tijdje heengegaan, zo vernemen we in het aangrijpende, met wondermooie bluesy snarenspinsels van Thad Beckman gelardeerde, ‘When The Legends Die’. In ‘A Land Called Way Out There’ is James Dean het hoofdpersonage in een andere song staat Sterling Hayden (The Asphalt Jungle, Dr. Strangelove, The Godfather) centraal. ‘Furious Love’ is een sobere, tedere ode aan Liz Taylor en tegelijkertijd aan Juarez waar de diva ooit leefde. ‘Goodnight Juarez’, is een smartelijke ballade met zang van Gretchen Peters, de accordeon van Joel Guzman. ‘And God Created Border Towns’ dat Russell samen met Augie Meyers componeerde, ademt eveneens die typerende sfeer uit van het grensgebied met Mexico. Accordeon en het Mariachitrompetje van Jacob Valenzuela complementeren het geheel. Het alomtegenwoordige trompetje en de sporadische bijdragen van zijn Calexico-kompanen zorgen in samenwerking met pianist producer Barry Walsh, Will Kimbrough en Victor Krauss voor een kleurrijk klankbord. ‘Heart Within A Heart’ zweeft op hemelse zang van The McCrary Sisters en in ‘The Lonesome Death of Ukulele Ikle’ bepoteld Fats Kaplan met verve het kleinood. Allemaal uitmuntend muzikaal volk dat zich helemaal ten dienste stelt van het schitterende songwerk. Zo hoort het voor iemand als Tom Russell die met ‘Mesabi’ alweer een memorabel hoofdstuk toevoegt aan zijn imposante oeuvre.

Cis Van Looy (4 tot 5)


Proper • PRPCD088 • Rough Trade • Klanderman Promotion • Tom Russell

 

Kato: Flamingo

27/10/2011

 
Picture
Ook hier in ons eigen landje kunnen we er niet onderuit, en gelukkig maar voor opkomend talent dat door een jury soms meermaals verguisd dan eigenlijk gelauwerd werd, mogen we fier zijn dat we hier in dat kleine spotje op de mondiale muziekkaart soms wel voltreffers naar buiten brengen. Denk maar aan Natalia en Udo om er maar twee te noemen.
Kato Callebaut mag nu het rijtje langer maken, zelfs indien ze maar ‘tweede’ werd in Idool 2011. Kevin kaapte toen de hoofdpijs weg. Inmiddels heeft Sony Music België, en zeker niet onterecht, de jonge Kato onder zijn vleugels genomen en dit resulteerde in het bijzonder fraai debuut ‘Flamingo’.
Omdat haar eigen nummers niet meteen haar sterkste kant vertegenwoordigden deed men ook beroep op enkele gereputeerde namen om Kato’s debuutcd, buiten haar eigen nummers, vol te stouwen. Kit Hain (van Marshall Hain, met Julian Marshall), Ashley Hicklin (die mee verantwoordelijk was voor Tom Dice’s deelname aan Eurovisiesongfestival met ‘Me And My Guitar’), Jeroen Swinnen, Frederik Sioen, Kaci Brown, en enkele andere componisten sloegen de handen, euh geesten in elkaar, gingen in afzondering, bezorgden elkaar soms enge nachtmerries… (waar van kennen we dat nog, juist ja, van Jan Hubleau’s Song City), en het resultaat mag er best wezen.
11 nummers die qua tekst en muziek totaal andere visies herbergen worden ons hier mooi gepresenteerd alsof het reeds haar vijfde album zou zijn. Het kon dan ook niet uitblijven dat het radioluisterend publiek van zender Radio 2 haar ‘The Joker’ meteen als zomerhit 2011 proclameerden. Neen, ik ga geen hoogtepunten aanhalen want smaken schelen en een oordeel moet je als koper zelf treffen. Wat ik hier wel aan toe kan voegen is dat Kato een zeer persoonlijke stem heeft en dat kunnen we helaas niet van vele andere zangeressen zeggen. Ze moet uiteraard wel in zichzelf blijven geloven want doorstoten naar de top in het muzikale landschap is hard, zeer hard. Hopelijk zal Sony Music België de jonge beloftvolle zangeres in haar toekomst blijven steunen. Om af te sluiten kan ik er alleen dit nog aan toevoegen:
Ze heeft harde tijden overwonnen en vocht ze tegen haar innerlijke bittere tranen en toen haar droom instortte zette ze haar friele, jonge schouders er onder en ving zo de zware last van al haar angsten op. Laat ze maar innerlijk huilen… ze is nog een kind dat dra zal ontluiken in een kleurrijke roos in volle bloei.

Morgen, 28 oktober 2011 ligt de cd in de platenrekken.

Alfons Maes (4)

Sony Music • 886979 86932 • Jan HublauThe Unit • Kato