Picture
De mensen van Esoteric Recordings handelen zeer wijs met de heruitgave van het Climax Blues materiaal, want het loont echt de moeite om dit alles eens van dichterbij te bekijken.
Zo is nu de lp uit 1971 ‘Tightly Knit’ (Harvest SHSP 4015) aan een opknapbeurt toe.
The Climax Blues Band was op die plaat samengesteld uit: Colin Cooper (zang, sax, harmonica), Peter Haycock (zang, gitaar), Derek Holt (zang, bas), Arthur Augustin Wood (keyboards) en George Ewart Newsome Jr. (drums).
Rond die tijd doorbrak The Climax Blues Band toch een beetje het klassieke bluespatroon en liet de invloed van jazz een beetje doorsijpelen. Dit is duidelijk hoorbaar in het sterke, instrumentale ‘Who Killed McSwiggin?’
De heerlijke shuffle ‘Say Mama’, ‘Little Link’ en ‘That’s All’ laten dan weer de speelse, licht psychedelische kant van de groep zien.
Echte blues is er ook nog en wel in de vorm van Robert Johnson’s ‘Come On In My Kitchen’, dat wordt opgesplitst in een akoestisch en een elektrisch gedeelte, en ‘St. Michael’s Blues’, een aloud typisch Climax product met een knetterende gitaarsolo van Peter Haycock.
Esoteric Recordings haakte er nog drie bonus tracks aan vast, met name uitstekende live versies van ‘Hey Mama’, ‘Shoot Her If She Runs’ en Howling Wolf’s ‘Spoonful’. Zoals nogal dikwijls het geval is mogen die live versies gerust naast de studio opnamen staan.

Ivan Van Belleghem (4½)

Esoteric Recordings is doing a great job by re-releasing Climax Blues Band material. Admirable!


 
 
Picture
Als ik me niet vergis is ‘Rich Man’ uit 1972 (Harvest SHSP 4025) zowat de zesde lp van The Climax Blues Band die van Esoteric Recordings een digitale opfrisbeurt heeft gekregen.
The Climax Chicago Blues Band, The Climax Blues Band of, zoals het geval is bij ‘Rich Man’, Climax Chicago, wie raakt er nog wijs uit. De naam Chicago werd naar het schijnt gedropt om de toenmalige jazzrock formatie en hitmachine Chicago niet voor het hoofd te stoten. Daarom zullen we ons in de volgende regels beperken tot The Climax Blues Band.
In vergelijking met ‘Tightly Knit’ werd de bezetting in die mate gewijzigd dat er geen sprake meer is van Arthur Augustin Wood en dat drummer George Ewart Newsome Jr. werd vervangen door John Cuffley. Richard Gottehrer kwam als producer in de plaats van Chris Thomas. Al deze elementen zorgden er voor dat The Climax Blues Band nog een ietsje verder de pop en rockrichting uitging. Dit is duidelijk merkbaar in nummers zoals ‘All The Time In The World’, de rocker ‘If You Wanna Know’ en de puike single ‘Mole On The Dole’, waarbij The Byrds toch wel een beetje over de schouders kwamen kijken. The Climax Blues Band haalde zich in de vroege jaren zeventig op die manier het predikaat cultgroep op de hals. Het echte succes zou hen pas in oktober 1976 te beurt vallen met de toptien single ‘Couldn’t Get It Right’ en de hit lp ‘Gold Plated’.
Ik maak me dan ook niet druk over die lichte verschuiving richting pop en rock, wel integendeel, want The Climax Blues Band verloochenen hun bluesroots nooit helemaal. Getuige daarvan is ‘Don’t You Mind People Grinning In Your Face?’ van Son House waarbij The Climax Bluesband zich opnieuw aan de aloude bluesbron gaat laven. En dan is er ook nog het aanstekelijke ‘Shake Your Love’ dat haast nog Bo Diddley-er klinkt dan Bo Diddley zelf.
The Climax Bluesband zorgen op ‘Rich Man’ voor een meer dan voortreffelijke mix van blues en rock-‘n-roll.
 
Ivan Van Belleghem (4½)

Even more than its predecessors, ‘Rich Man’ by The Climax Blues Band is a fine mixture of blues and rock.


 
 
Picture
De band uit Stafford, Engeland werd in 1968 gevormd door zanger/harmonicaspeler Colin Cooper. De registratie ‘FM/Live’ uit 1973 werd live opgenomen in de Academy of Music in New York en rechtstreeks uitgezonden op het WNEW-FM radio station. De Climax Blues Band was een zwaar onderschatte bluesband die mee aan de wieg stond van Britse Blues Boom. Ze speelden hoofdzakelijk voorprogramma’s voor groepen die heel wat minder talentrijk waren. De band had uiteraard ook heel wat studioalbums op zijn actief, maar deze live registratie staat voor waar de band het beste in was. Live performen dus, en liefst voor een uitzinnig en dolenthousiast publiek. ‘FM /Live’ heeft naast heel wat origineel werk, zoals het Allman Brothers besprenkelde ’I Am Constant’, en het voortstuwende ‘You Make Me Sick’ ook enkele schitterende coverversies. Zo zijn Willie Dixon’s ‘Seventh Son’ uit het derde album ‘A Lot of Bottle’ uit 1970 en de praaiende full version ‘Goin’ To New York’ van Jimmy Reed absolute hoogtepunten in het concert. Net zoals het afsluitende bisnummer ‘Let’s Work Together’ van Wilbert Harrison.
De strakke uitgesponnen ritmesectie is overweldigend en vooral de harptune klinkt opwindend samen met het glinsterend gitaarwerk. Instrumentale passages zijn het jazzy en flowerpower getinte ‘Flight’ en ‘Mesopopmania’, dat is overgoten door geweldige en flitsende duellerende gitaren van Colin Cooper en Derek Holt. Haycock en Cooper’s sterke vocalen worden dan weer zorgvuldig ondersteund door drummer John Cuffley. De slowblues ‘So Many Roads’ met een vette knipoog naar Peter Green, geeft net als de Bo Diddley beat van ‘Shake Your Love’ een heuse meerwaarde aan het geheel. Het album werd origineel uitgebracht op dubbel vinyl op het label Sire en Polydor Records en biedt een unieke kijk op de bluessound van een vooraanstaande exponent van de Britse blues. Met uptempo bluesrockers en technisch uitgevoerde hoogstandjes is ‘FM /Live’ misschien wel het beste wat je kan aanschaffen van The Climax Blues Band. Aan jou de keuze.

Philip Verhaege (4½)

‘FM/Live’ is a great live album from an equally great band. This release is a living and convincing evidence of a powerful and energetic live show.


 
 
Foto
Vanuit Houston bouwt Hadden Sayers in de jaren negentig met zijn band een gedegen reputatie en een goed gevulde concertagenda in het clubcircuit op. Sayers volgt zijn vrouw die voor haar werk naar het Midden Westen verhuist, groepsleden overlijden en zijn trouwe compagnon de route, een Stratocaster uit ‘57 blijft noodgedwongen een tijdje in de koffer. Na een lange onderbreking belandt Sayers in 2011 nog eens in een studio. Sessies die in ‘Hard Dollar’, zijn eerste langspeler in zeven jaar resulteren. De single ‘Back To The Blues’ wordt meteen genomineerd voor de Annual Blues Music Awards en de concertaanvragen stromen opnieuw binnen. 
Sayers nieuwe thuishaven in het Zuiden van Ohio werkte blijkbaar inspirerend. In tegenstelling tot de voorganger ‘Hard Dollar’ die als vanouds op elektrische blues georiënteerd blijft, verschuift de focus op het zevende werkstuk zoals de titel al laat vermoeden naar old school soul en R&B.
Elementen die Sayers bijzonder knap assimileert in zijn songwerk dat tot stand komt tijdens zijn omzwervingen ’’on the (niet zelden lonesome) road”. ‘Don’t Take Your Love (out on me)’ start met broeierige wah wah gitaartje en evolueert, ondersteund door clavinet, op een de typerende ritmiek die je meteen met Memphissoul associeert, de wat ingehouden frasering herinnert bij momenten enigszins aan Al Green. Met het door warme Hammondtonen en melodieuze snarenritmiek gestuurde ‘Something Wrong In The World’ blijven we in de buurt van Memphis, doorleefde ‘preachin’ vocalen maken het plaatje compleet. 
In Vermont speelt Sayers met de Ruthie Foster Family Band en na een begeesterende set, die naar verluidt door Johnny Winter bijgewoond wordt rolt de slijper ‘Alone With The Blues’ eruit. ‘Lay Down Your Worries’ spoort over een ritmiek die niet toevallig nauw verwant is met ‘Take Me To The River’ en Sayer gaat evenals op de voorganger ‘Hard Dollar’ een duet aan met Ruthie Foster. Hier en daar huppelen de verhalen over alledaagse figuren op een funky beat zoals ‘That What You Do’ en ‘The Man I’m Supposed To Be’ heeft dan weer een meer persoonlijker insteek. Sporadisch wordt een meer rockende of onversneden soulblues blues ‘Insomniac Blues’ voorgeschoteld. Welke stijl ook gehanteerd worden Hadden Sayers toont zich naast een getalenteerd gitarist een opmerkelijk vocalist. Tot dusver blijft Hadden Sayers een nobele onbekende bij concertorganisatoren. Wellicht brengt ‘Rolling Soul’ daar alsnog verandering in.

Cis Van Looy (4)


Blue Corn Music  I  677967130226  l  Blind Raccoon  l  Hadden Sayers

 
 
Foto
Op de foto van de inlay prijkt een vervallen shack en een half gedemonteerde pickup truck. Een schotelantenne laat vermoeden dat die bouwvallige keet nog steeds bewoond is. ‘Tough times don’t last’ toch niet voor Grady. Champion geraakt uit Canton, een stadje in de buurt van Mississippi ooit bezongen door de legendarische Elmore James, en de uitzichtloze spiraal van de armoede in de uitgebreide kroost. In Florida probeert hij het als bokser, wat zijn bijnaam verklaart, en dj om daarna net zoals vele andere zwarte lotgenoten in de muziekwereld te stappen met een eerste langspeler in eigen beheer. 
Nadien tekent hij bij het Shanachie label en breekt ook buiten de plaatselijke clubs van Florida door. De ‘Champion’ keert terug naar Jackson als een gerespecteerd performer, getuige de concertregistratie ‘Goin’ Back Home’
Het uit 2011 daterende ‘Dreamin’ toont een meer eclectische bluesman die een flinke dosis soul en funk in zijn repertoire vermengt. Die aanpak wordt met de hulp van producer Caleb Armstrong nog verfijnd.
Grady is het harde leven in Jackson Mississippi nog steeds niet vergeten en die periode klinkt door in zijn harmonicaspel en zijn sterk autobiografisch songwerk, dat wordt meteen duidelijk in de meeslepende funky opener ‘My Time Baby’. 
In de rauwe boogie ‘Missing You’ en ‘Glory Train’ met die typische, klaaglijke ‘Mississippihorn’ klinken duidelijk echo’s door van de plantage.
De mooie soulslijper ‘Mississippi Pride’ toont een ander, meer optimistische facet van de trotse Mississippi man. Dat Grady naast een sterk bluesshouter en harmonicaman ook behoorlijk met de zes snaren overweg kan wordt uitvoerig geïllustreerd in het broeierige ‘Broken Down Cadillac’ en ‘Things Ain’t What They Used To Be’. In de titeltrack ‘Tough Times Don’t Last’ keert Grady in een nostalgische bui een beetje terug naar het gospelkoor van Canton met een hoopvolle boodschap die fel contrasteert met het compromisloze rauwe realisme van ‘Ghetto’. Sterk werk waarin Grady Champion zich naast een charismatisch zanger ook als een begenadigd songwriter met sterke sociale betrokkenheid toont. 

Cis Van Looy (4)


GSM Music Group LCC  l  GSCD 1004-13  l  Blind Raccoon  l  Grady Champion

 
 
Foto
Bij fervente festivalbezoekers gaat ondertussen wellicht een belletje rinkelen bij de naam Doghouse Sam & Magnatones. Het legertje fans groeit nog bij iedere festival en clubpassage. Onlangs overtuigden ze nog op de Nacht van de Blues in Wuustwezel en Moulin Blues in Ospel waar ze in een mum van tijd het publiek inpakten. Nu is Doghouse Sam, alter ego van Wouter Celis, al even vertrouwd met de club- en festival podia die hij voordien met The Rhythm Bombs al uitgebreid verkende. Ook de heren die de ritmesectie vormen zijn niet bepaald kneusjes. De man achter de contrabas Jack ‘Fire’ O’Rooney was eerder actief bij The Seatsniffers en The Wild Ones. Franky Gomez zat achter de drumkit bij onder andere Tee, Elmore en TB4Q. De man werd niet toevallig tot strafste drummer bekroond door de Dutch Blues Foundation.
Een tijdje geleden besluit Wouter Celis zich te herbronnen en terug te keren naar de essentie en de wortels van de blues zoeken, naast zang en harmonica zal hij voortaan ook de snaren te betokkelen, bij voorkeur op hollow bodygitaren. Doghouse Sam & His Magnatones blijkt het geschikte muzikale vehikel voor deze missie. Het debuut ‘Budah Blue’ is ondertussen uit. 
Vanaf de eerste slagen op de vintage ‘grosse caisse’ en de rauwe snerpende slides van ‘Ain’t Got Time’ word je meegetroond in een waanzinnige rollercoaster van hitsige boogie, swingende R&B en rauwe blues waar je 13 nummers lang slechts met de grootste moeite uitgeraakt. Het op soepel swingende percussie gebouwde ‘Love To Spend’, het schaamteloos naar big band lonkende ‘Why’ snellen in ijltempo voorbij. ‘Let’s Get It On’ blijkt geen loze belofte en het trio gaat meteen in overdrive. In de tergend slepende blues ‘Hurt’ deponeert Sam verschroeiende harpscheuten uit het diepst van zijn hart.
Na de uitbollende drumsolo geeft Sam het toe, het is niet altijd even gemakkelijk. Producer Misha den Haring (T99) snelt meteen ter hulp met bariton gitaar in een wat luchtiger intermezzo dat een verlengstuk krijgt met ‘Roll Up My Sleeve’ waarin gastmuzikant Bas Jansen zijn boogieduivels op het klavier ontbindt.
‘Crossroads’ is niet de zoveelste interpretatie van het van Robert Johnson’s oerblues-epos, maar een wat duistere, hels meeslepende track die eerder naar Britse rockhelden uit de jaren zeventig refereert dan de Mississippi Delta. 
In die sfeer belanden wel uiteindelijk met de afsluiter, het akoestische niemendalletje ‘Buttoned Up’, maar eerst moeten we nog van ‘Nobody Knows’, een beklijvende passage in de Louisiana swamps bekomen. 
Zelden zo’n meeslepend debuut meegemaakt . 
Doghouse Sam & His Magnatones openen uitgerekend op de nationale feestdag op zondag 21 juli rond de middag de afsluitende dag van Blues Peer. 

Cis Van Looy (4)


Hier klikken om te bewerken.

 
 
Foto
Miljoenen mensen zagen gitaarvirtuoos Tinsley Ellis aan het werk in Atlanta tijdens de Olympische Zomerspelen van 1996. Ellis werd geboren in 1957 te Atlanta, maar groeide op in het zuiden van Florida. Hij bespeelt het snaarinstrument sinds zijn achtste levensjaar. Vooral de drie Kings (Albert, B.B. en Freddie) waren zijn grote voorbeelden en inspiratiebronnen. Zijn lot werd als het ware bezegeld tijdens een concert van B.B. King. De pas veertienjarige Ellis kreeg van B.B. een gebroken snaar van diens Lucille. Betovert door de string raakte hij na het concert ook nog aan de praat met King en het was die warme indruk dat gensters deed overslaan bij de kleine Ellis. Terug in Atlanta rond 1975 vervoegde Ellis de Alley Cats. Een bluesband rond Preston Hubbard (The Fabulous Thunderbirds). In 1981 speelde hij met Chicago bluesveteraan en harpist Bob Nelson bij The Heartfixers tot Tinsley besloot het solopad te wagen en een tape van zijn eerste solo release ’Cool On It’ te bezorgen aan Bruce Iglauer van Alligator Records. De rest is zowaar geschiedenis. Tinsley speelt nog steeds in de traditie van zijn Deep South muzikale helden als Duane Allman, Freddie King of Warren Haynes. Volgens Atlanta Magazine is hij
de meest significante bluesartiest uit Atlanta sinds Blind Willie McTell. Sinds zijn debuut in 1988 bij het label Alligator Records met ‘Georgië Blue’ bleef Ellis onvermoeibaar toeren. Nu is ’Get It !‘ het langverwachte instrumentale album uit. Het schijfje werd door Ellis zelf geproduceerd en verschijnt op het pas opgerichte label Heartfixer Music. Van de 10 composities zijn er liefst acht originele tracks. Al is de knappe surfgitaar uitvoering van het nummer ‘Detour’ van Ellas ‘Bo Diddley’ McDaniel toch wel de meest verrassende uitvoering. Maar ook de ballade ‘Freddy’s Midnite Dream’ van Sonny Thompson is een beklijvende herwerking. Met hulp van Kevin McKendree (orgel, piano, klarinet, mellotron), Lynn Williams (drums, percussie) en Ted Pecchoi (bas) boetseert Ellis met een welsprekende verblindheid zijn snaren. Het album is een verzameling van songs die een eerbetoon vormen aan enkele grote gitaristen die voor Tinsley het gitaarpad bewandelden. Het schijfje opent met het zeer funky klinkende ‘Front Street Freeze’, om al snel te vervolgen met het elektronische ‘Sassy Strat’. Het knappe gitaarspel verbleekt evenwel bij het hoogoplopende synthesizer geluid. ‘The Milky Way’ rijgt zichzelf enige romantische waarden en normen aan. Maar ‘Anthem For A Fallen Hero’, ’Fuzzbuster’ en vooral de titeltrack ‘Get It !’ vinden hun gading in het originele gitaarwerk van Tinsley Ellis.
Met zijn uitzonderlijk talent varieert hij gamma van bluesschuffles, surfgitaar en Latin beïnvloedde klanken.

Philip Verhaege (4)

Tinsley Ellis mastered the art to hold the fascination to the last song. And for an instrumental album this is really amazing. This album will find even it’s way to blues and bluesrock lovers.

Heartfixer Music  I  HFM1010  I  Tinsley Ellis

 
 
Foto
Jason Elmore werd vorig jaar uitgeroepen tot ‘Beste Blues Gitarist’ door de prestigieuze Dallas Observer Music Awards. Jason is dan ook een Dallas, Texas gebaseerd gitaartalent. Samen met Chris Waw (basgitaar) en drummer Mike Talbot betovert het trio ons met 12 brandende actuele bluesrock nummers. De acht originele tracks worden dan ook ingenomen door enkele overheerlijke coverversies. Het debuutalbum ‘Upside Your Head’ uit 2010, werd in de vakpers meteen bedolven onder heel wat positieve superlatieven. En dat zal met het zinderende ‘Tell You What’ hoogstwaarschijnlijk niet anders zijn. Om vocaal kennis te maken met Jason is het wachten tot na de opruiende instrumentale opener ‘Sharecropper Shuffle’. Het trio knalt er dan ook meteen stevig in. ‘Southbound’ heeft dan ook meteen hoge energetische invullingen. Net zoals de soulvolle en krachtige ballade ‘Cold Lonely Dawn’. Hier wordt meteen duidelijk welk soepel en aangenaam stemtimbre Elmore voor de dag legt. Met ‘When The Sun Goes Down’ en ‘Dirt Ain’t Enough’ maakt het drietal gewillig uitstapjes naar een melodieuze sound die is ingezaaid met fijne gitaarsolo’s. De signature instrumentale ‘Buckaroo’ van Buck Owens uit 1966, krijgt zelfs een heus country tintje. ‘She Fine’ is dan weer overheerlijke jumpblues. Maar als Jim Suhler in de Rory Gallagher classic ‘Country Mile’ een aardig nootje komt meespelen met zijn slide gitaar, zijn onze rockin’ shoes meteen opgewarmd. Van William Bell leende Jason de overheerlijke ballade ‘You Don’t Miss Your Water’. En zo zijn wij toch enigszins geacclimatiseerd van een knap album dat doorspekt is met Texas gebaseerde gitaarsolo’s, vintage soul en bluesrock arrangementen. Al blijft de essentie uiteraard blues.  

Philip Verhaege (4½)

The record ‘Tell You What’ sounds very pleasant and runs from handsome Texas boogies, blues, jump and everything in between. Jason Elmore is an excellent guitar player and he is also blessed with a strong voice.

Underworld Records  I  UND0021  I  Jason Elmore

 
 
Picture
De derde editie van de European Blues Challenge had dit jaar plaats in Toulouse, Frankrijk. In dit tornooi doet België het een pak beter dan in het vermaledijde Eurovisie Songfestival.
Inderdaad, want in 2011 ging Howling Bill met de oppergaai lopen en in 2012 kwam Lightnin’ Guy uit op een mooie tweede plaats na de Noorse Rita Engedalen en dit jaar was Hideaway opnieuw goed voor een plaats binnen de top vijf met het sterke ‘Can’t Get No Rest’. Winnaar werd Veronica And The Redwine Serenaders uit Italië met ‘Viper Mad’.
Zo te horen op de cd ‘3rd European Blues Challenge’ was dit geen onverdienstelijke winnaar want de concurrentie leek mij niet van de poes.
Er zaten namelijk verrassend veel uitstekende bands tussen de twintig kandidaten. En niet in het minst de geroutineerde Tommy Schneller Band met ‘Blues For The Ladies’, de verrassende Kroatische Sunnysiders met ‘Anything You Do’ en de ‘Piano Boogie Shuffle’ van de Letse GZT. ‘The King Of The Blues’ is dan weer een subtiele hulde aan John Mayall door het Slovaakse Bonzo Radvanyi & Lubos Bena. Onze noorderburen Sugar Boy And The Sinners deden het met de onversneden west coast jump van ‘Stop The Fussing’. Ook Chris Grey & The BlueSpand uit Denemarken kon overtuigen met het rockende ‘Lotta Love. Voor een akoestische tussenpauze moest je dan weer bij het Britse Babajack zijn met ‘The Money’s all Gone’.
Er zat slechts weinig kaf tussen het koren en ik ben er van overtuigd dat de jury hier wel een hele kluif zal aan gehad hebben om er een winnaar uit te kiezen.

Ivan Van Belleghem (4)

With the European Blues Challenge, twenty European countries proves that a lot of blues talent is residing within their limits. See you next year in Riga on April 11th and April 12th.

European Blues  I   EBC2013  I  Donor Productions

 
 
Picture
Corey Lueck en gitarist Mike Stubbs slopen als teenagers wel een het ouderlijk huis uit om in Hess Village de plaatselijke clubscène van blueslui uit Hamilton. Sinds ’97 staan ze zelf op de club- en festival podiapodia in Ontario. Het duo Lueck en Stubbs levert nagenoeg al het songmateriaal aan. Pianist Steven Pritchard en saxman Gordon, die afwisselend met drummer Steve Sherman de baskoorden bepotelt, resideren al geruime tijd in de groep. The Smoke Wagon Blues Band is ondertussen een voortreffelijk ingespeeld combo zoals bij de opener ‘Devil Got My Woman’ meteen duidelijk wordt.
De wat rafelige zang en harmonica escapades van Lueck eisen je aandacht op in combinatie met het soepele snaren- en pianospel.
De basis van het bluesrepertoire ligt in Chicago met hier en daar een uitstapje naar Louisiana. Na het onderhoudende ‘Hen House Hopping’ krijgen we meteen een portie kippenvel met ‘Sown Hearted Blues’ een prachtige slijper die naar The Windy City maar ik naar de vroege Allman Brothers sound refereert. De op fraai gitaar- en blazerswerk geënte titeltrack raakt meten de juiste (blues)snaar. Met ‘That Voodoo’ belanden we ergens in de buitenwijken van het nachtelijke New Orleans. Broeierige harpscheuten ondersteund door strakke saxshots creëren een mysterieuze sfeer en de vocale assistentie van Robin Banks geeft het geheel een meerwaarde. In ‘Where Did I Go Wrong’ komt de zangeres geheel terecht op het voorplan met haar wat onderkoelde zang. De enige cover ‘Ain’t No Use’ is een doorleefde pianoblues die stilistisch naar Ray Charles refereert en uiteraard naar Nina Simone, die de song ooit op haar onnavolgbare interpreteerde. Ook bij ‘Some Other Fool’ dwalen mijn gedachten af naar bestaande muziekjes uit een ver verleden die zich in de soulblueshoek situeren. Geen sensationele overspannen toestanden bij The Smoke Wagon Blues Band maar oerdegelijk ouderwets vakwerk. Bovendien zit het gevoel goed en dat is al meer dan je tegenwoordig van al die would-be blueslui mag verwachten.

Cis Van Looy (4)


Eigen Beheer  l  Frank Roszak  l  Smoke Wagon Blues Band