Met het debuut ‘Good Karma Café’ genereerde de Zweedse rockformatie Plastic Pals al de nodige aandacht. Op de voorganger leverde de onvolprezen Chris Cacavas bekend van Green On Red en andere nevenprojecten met Steve Wynn en Chuck Prophet de klavierbijdragen en zorgde voor de productie in het Duitse Ludwigsburg. Hakan Soold levert al het songwerk aan en het dubbelloops snarenwerk dat hij in samenwerking met Andes Sahlin deponeert vormt nog steeds het kopend hart. In dat gitaarwerk klinken echo’s door uit het verleden. The Flamin’ Groovies en Dream Syndicate zijn nooit ver weg. De wat primitieve sound van de titelsong ‘Turn The Tide’ herinnert bij momenten aan Television en bij uitbreiding enigszins aan Velvet Underground. Van melodieuze gedreven rockers als ‘The Final Remedy’ en meer gespierd werk als ‘Travelling’ en ‘Between The Devil and The Deep Blue Sea’ pendelt het kwartet uit Stockholm moeiteloos naar fraai twangende countryrock in ‘Providence’ en het eveneens niet van melancholie gespeende ‘Caramel, She Said’. Zijn The Plastic Pals met het klimmen der jaren wat rustiger geworden. Wellicht, maar het klinkt allemaal wat genuanceerder en aangenamer om te beluisteren, zoals de epische afsluiter ‘Miracles’ illustreert.
Cis Van Looy (4)
With the support of Chris Cacavas The Swedish rockband The Plastic Pals ‘Turn the Tide’ with a fine combination of melodic rockers and melancholic countryrock.
Weer zo’n band die een goede 45 jaar geleden in een adem werd genoemd met o.a. The Eagles, Little River Band, Fireball en doe daar maar gerust wat Pure Prairie League bij. Op dit nieuwe album ‘All Fired Up’ hebben we een goede elf jaar moeten wachten maar het was het wachten verdomd waard, zelfs iedere seconde. Nog steeds geleid door de charismatische Rusty Young (vocals en componist) en bijgestaan door Jack Sundrud (bas, componist), Michael Webb (keyboards, componist) en drummer George Lawrence hebben ze meer dan genoeg tijd gehad om weer enkele leuke songs bij elkaar te sprokkelen. In de studio kregen ze voor enkele van deze nummers het gezelschap van George Grantham (ex-Poco drummer – ‘All Fired Up’: percussie) en Bobby Keys (keys, Rolling Stones, Eric Clapton – ‘That’s What Rock-‘n-Roll Will Do: saxofoon). ‘Running Horse’, hun laatste product sinds een goede tien jaar terug, was een geslaagde zet als comeback, de cd kreeg lovende kritieken van de pers en dat was de reden voor Poco om verder te door te gaan als band. Onder handgeklap opent de cd met het titelnummer en Rusty Young (geen broer van Neil) zet zich meteen met de pedalsteel in de schijnwerper. ‘Drink It In’ is een nummer met rokerige en met whiskey bedrenkte Jack Sundrud vocalen maar we horen hier toch wat invloeden van The Little River Band. De pedalsteelklanken van Young klinken zeer fris en dit is meteen een eerste hooptepunt. ‘That’s What Rock And Roll Will Do’ swingt vanaf de eerste tot de laatste noot. Michael Webb neemt de vocalen en de Hammond B3 partijen voor zijn rekening. Dit nummer behoort, voor ons toch, bij de absolute top van countryrock songs. Nog meer snoepjes krijgen we in de vorm van ‘Regret’, een nummer waar een goede twee jaar aan gewerkt werd want Rusty vond niet meteen de juiste finale vorm voor deze song. Alleen dit liedje zou ik vijf sterren (en méér) kunnen geven. Prachtig hoe Poco nog maar eens bewijst over goede songsmids te beschikken. Voeg daar de gitaarlicks van Rusty bij en ‘Regret’ wordt een meesterwerkje. En dan mogen we de angelistische samenzang niet vergeten. Het haast acht minuten durende epos ‘Hard Country’, eigenlijk een Jack Sundrud solonummer (terug te vinden op zijn ‘By My Own Hand’), begint op dezelfde wijze zoals hij dat deed op deze langspeler maar Poco kleedt het nummer helemaal uit, voegt er enkele elementen aan toe en het nummer groeit uit tot een ware coda. Met ‘Neil Young’ worden alle verwarringen de wereld uit geholpen, neen, Neil Young is Rusty’s broer niet. Maar toch krijgen we serieuze zinspelingen te horen met betrekking op onze Canadese Neil. De periode van Buffalo Springfield komt weer even tot leven. ‘Rockin’ Horse Blues’ klinkt dan weer een beetje meer op een stevig rocknummer dat bedropen werd met een flauw bluessausje. Van een nummer als ‘Long Shot’ krijg je dan weer niet genoeg en het bezorgt je een ‘eargasme’ van formaat. Weer moeten we constateren dat we geen enkel minder nummer of zwak tussendoortje vonden wat nogmaals bewijst dat de sound van Poco nog steeds diezelfde vlag draagt als pakweg 45 jaar geleden. Een extra pluspunt zijn de vocale intermissies, hun stemmen klinken nog steeds even jeugdig als toen. Zelfs na een sabbatperiode van een goede tien jaar keert deze countryrock formatie weer en slaat ons om de oren met deze schitterende ‘All Fired Up’, een van de beste countryrock platen die we de laatste jaren onder ogen kregen. Neen, het échte countryrock tijdperk leeft nog steeds, dit is zeker geen trage dood gestorven toen The Eagles het voor bekeken hielden. Poco is nog steeds springlevend. Hopelijk morgen ergens op een Vlaams podium of concertzaal.
Alfons Maes (5) With 'All Fired Up' Poco proves that they are still one of those big country rock bands. 12 very strong songs with their own special story played by awesome musicians. This can only lead to a masterpiece, a real jewel, and believe us, it is!
Hollis Brown is een Amerikaanse band, bestaande uit vier twintigers die elkaar in hun high school tijd in New York hebben leren kennen. ‘Ride on the Train’ is hun eerste volledige CD die binnenkort uitkomt. De naam van de band refereert aan de Bob Dylan song: ‘The Ballad Of Hollis Brown’. En dat geeft dan ook gelijk de richting aan waarin je de stijl van de muziek moet zoeken: onvervalste Amerikaanse country-rock. De eerste track doet meteen herinneringen opleven aan Dylan. Verder luisterend denk ik aan Creedence Clearwater Revival en Crosby, Stills Nash and Young. Op zich al een prestatie als een jonge band associaties met zulke grote namen weet op te roepen. Je zou bijna niet geloven dat dit allemaal is gemaakt door jongens van in de twintig anno 2013; alles klinkt alsof het zo rechtstreeks uit de jaren zestig komt. Het album is opgenomen in Nashville en producer Adam Landry heeft een grote rol gespeeld in het realiseren van een zo puur mogelijk geluid. Alle nummers zijn live in de studio opgenomen, dus zonder overdubs, en toevoegingen achteraf. De drums klinken heel akoestisch, hier en daar is de zang wat overstuurd. Gitaren zijn soms uiterst links of rechts in het stereobeeld geplaatst, net zoals dat 45 jaar geleden gebeurde. Zelfs de hoes is in stijl gemaakt, dat lettertype herinnert aan de jaren van weleer. De muziek is niet echt vernieuwend, maar dat is natuurlijk ook helemaal niet de bedoeling. Voor de liefhebber is het gewoon genieten, alsof er een tot nu toe onbekend gebleven Amerikaanse kwaliteitsband uit de sixties is ontdekt.
Gerlof Hoekstra (3½)
Sinds ze net twintig is geworden heeft deze jonge zangvogel al veel streken van haar geboorteland gezien. Geboren op een boerderij in Loveland, CO verhuisde het gezin op haar tiende lente naar de zonnige staat Florida en momenteel resideert zij in country city Nashville. Van deze jonge twen krijgen we nu een debuutlangspeler en die mag er wezen. Uiteraard krijgen we hier een min of meer getinte country langspeler en om alles in goede banen te leiden kreeg Jordan professionele hulp van o.m. de producer van Kenny Rogers en Dolly Parton Kent Wells (akoestische gitaar), Jerry McPherson (Reba McIntire, Amy Grant) elektrische gitaar), Rob McNelley (gitaar), John Billings (bas), Paul Hollowell (keys) enz. Voeg daar de wetenschap bij dat zij allen nummers zelf schreef en dat geeft stof om op verkenningstocht te gaan. Onze reis wordt goed ingezet met het sterke country rockende ‘Toxic’ dat begin dit jaar als single op de markt kwam. Met een ietwat minder uptempo beat krijgen we het meeslepende ‘Beautiful Beginning’ en reeds een tweede nummer met sterke tekst. Dat Jordan de muzikanten in haar entourage nauwkeurig gadeslaat, daar krijgen we een prachtig voorbeeld van in ‘Key To My Heart’ dat meteen ook haar debuutsingle werd. Met deze single stapte ze uit de duisternis en ze wist prompt een schare fans achter haar te krijgen. ‘Missing Juliet’ neemt ons meteen terug mee naar de periode 1970-1975 toen David Bowie en Mott The Hoople daar de scepter zwaaiden. Om even tot adempauze te komen moeten we wachten tot ‘Me, My Guitar And Memories Of You’ is een mooi ballad waarmee ze afrekent met persoonlijke dingen uit haar jonge verleden. Dat ze echt sterke countryrock nummers uit haar mouw weet te schudden, wordt ons overduidelijk gemaakt in ‘Lost In Love’. ‘Key To My Heart’ is zonder overdrijven een sterk debuut voor een meisje van amper twintig lentes. Kale plekken vonden we niet op dit schijfje en het enige wat we haar misschien kunnen aanwrijven is dat haar stem nog niet voor de honderd procent volwassen klinkt maar als dat alles is, wat gaan we dan op haar volgende cd te horen krijgen? Zeker een schijf die de liefhebbers van dit genre moeten aanschaffen.
‘Key To My Heart' is without exaggeration a strong debut for a girl of barely twenty. We didn’t found any bald spots on this album. The only thing we can rub her is that her voice is not sounding very mature on this disc. It opens perspectives for the future. Definitely a disc that fans of this genre should buy. And don’t forget, she’s only 20!
Alfons Maes (3½)
Het is toch een vreemd verschijnsel want de laatste tijd steken verdomd veel én getalenteerde nieuwe country stars de kop op. De laatste maanden heb ik er al enkele besproken en nu valt de nieuwe single van Mark Cooke in mijn bus. Cooke had reeds al enkele hitjes met bv. ‘Any Way The Wind Blows’ en ‘Can’t Cheat In A Small Town’ die beiden op zijn ‘Living For The Weekend’-EP te vinden zijn. De producers van Cooke zijn J. Gary Smith en John Smith die we nog kennen van hun werk voor o.a. Mindy McCready en Andy Grigs. Met deze nieuwe single, weer zo’n ballad waar je niet echt genoeg van kunt krijgen, slaat Cooke de nagel weer op de kop. Knappe arrangementen die door klasse muzikanten worden ingevuld en waarbij de sterke countystem van deze Texaan toch wel voor een extra dimensie zorgt. Mogen we Mark Cooke bij een bv. Collin Raye of een Vince Gill letten. Ja hoor, hij moet niet voor deze twee gevestigde waarden onderdoen. We kijken alvast uit naar zijn full cd.
Maybe not immediately known with the large crowds of country lovers but with this new single Cooke proves that he is quite able to stand in the same line of business like Collin Raye or Vince Gill.
Alfons Maes (4)
Didier Céré (zang, ritme gitaar), Fred Bordeneuve (lead gitaar), Polo Lugan (bas) en Nicolas Lacaze (drums) zijn vier fransoozen die met hun adoratie voor de Amerikaanse countrymuziek geen blijf wisten en dan maar het groepje Bootleggers oprichtten. Er staan negen songs op hun nieuwe cd ‘Heart Of Dixie’, alle van Amerikaanse makelij. We zullen maar meteen met een minpuntje beginnen. Didier Céré is een uitstekende zanger, maar hij probeert soms een beetje te hard om zich een ‘southern accent’ eigen te maken. Op het trage ‘Alabama Highway’ rekt hij zijn Amerikaans zodanig uit dat het dreigt te scheuren. Voilà, daarmee zijn we er meteen vanaf want voor de rest is ‘Heart Of Dixie’ een uitstekende, aanstekelijk werkende country plaat geworden. Op ‘Mama Screw Your Wig On Tight’, een nummer van de onvolprezen superster Lee Roy Parnell, vecht gitarist Didier Céré een duel op leven en dood uit met gastpianist Eric Suzi Allibe en dit kan niet anders dan in een geweldige rocker uitmonden. Bootleggers wordt in de States ernstig genomen want de Bootleggers mochten hun cd voor een gedeelte opnemen in Willie Nelson’s Pedernales Studio in Austin, Texas en in de Control Room Studio in Fort Worth, Texas. Daarenboven verleende een country legende als Dale Watson (zijn cd ‘I Hate These Songs’ met daarop ‘Wine Don’t Lie’ is een must voor de country liefhebbers) zijn bereidwillige vocale medewerking op het magistrale ‘Exit 109’, het absolute hoogtepunt op ‘Heart Of Dixie’. Een andere Texaan, Rusty Burns, komt eveneens een handje helpen op ‘Move It On Over’ van Hank Williams. Zodus, beste vrienden, is hoongelach hier volledig misplaatst en de oprechte liefde van de Bootleggers voor de Country muziek heeft als basis gediend voor het uitstekende ‘Heart Of Dixie’. Waar is de tijd dat Franse artiesten enkel en alleen in de taal van Voltaire zongen?
The love of The Bootleggers for American country music has been the base for a fine album like ‘Heart Of Dixie’.
Ivan Van Belleghem (4)
Deze jongeman groeide op in St Louis en Los Angeles en ruilde de piano om voor gitaar nadat hij geconfronteerd werd met wilde taferelen van vrouwelijke fans bij een concert van een plaatselijk bandje dat ‘Since You’ve Been Gone’ van Rainbow coverde. Gelukkig hield Rich ook van andere muziekjes zoals de blues van B.B. en de andere Kings Freddie en Albert, naast onstuimige garagerock van onder andere The Standells en als kind van zijn tijd bleek hij niet ongevoelig voor de Britpop van The Jam. Grateful Dead opende zijn jong oortjes voor meer avontuurlijke muzikale horizonten. Zijn ooms verzekerden hem dat hij ooit een countryadept zou worden. Ondertussen hield Mahan zich vooral onledig met surfen aan de Atlantische kust en was een van de medestichters van altcountryformatie Shurman. Ik wist het dat ik zijn die naam van ergens kende, maar Mahan haakte af voor de groep een platendeal had. In 2010 verkaste hij naar music city Nashville. De titel van dit debuut refereert naar de beelden die de jonge Mahan zich herinnert. Beelden van een gestresseerde vader die afgepeigerd van het werk huiswaarts keert. In het weekend liet Mahan Senior stoom af en danste de horlepijp op de muziek van de onvolprezen Bobby Bare. Rich nam zich voor in de voetsporen te treden en muziek te maken waarbij men zich goed voelt. Dat effect gesorteert ‘Blame Bobby Bare’ alvast bij ondergetekende. Luister maar eens naar de openingssong ‘Math’, aanstekelijke pianoriedels en een laidback gitaartje ondersteunen de zang die geflankeerd wordt door een jongedamestem die toebehoord aan Bekka Bramlett, dochter van het legendarische echtpaar Delaney & Bonnie. Naar verluidt hoorde Rich B.B. als teenager ooit zingen lang voor hij haar terug ontmoette. Er figureren nog andere muzikanten die hij in zijn jeugdjaren beluisterde. Zo zijn de harmonicatonen die je in ‘The Hills Of South Dakota’ hoort afkomstig van PT Gazell, destijds actief bij Johnny Pacheck. Pedalsteel en dobro King Bobby Turner is eveneens van de partij. ‘Tequila Y Mota’ zou niet in het repertoire van Doug Sahm misstaan en niet alleen omwille van de “hey signoritas” en ‘tequilas’ die je om de oren vliegen, het accordeon of dronken Mariachi trompetje. ‘Favorite Shirts’ is dan weer zo’n onderkoelde countrysoulrocker met andermaal zwoele oeh’s en aah’s van Bekka. Na de wellicht loze belofte ‘I’ll Get Off The Booze’ verleent de getalenteerde Bramlett telg Mahan andermaal vocale assistentie in een fijne interpretatie van ‘Put A little Love On Me’ Deze hit uit de jaren zeventig voor Bobby Bare waarin illustere country en andere muzikale iconen passeren vat het nog eens allemaal samen. Een lekker ouderwets klinkend en gevarieerd schijfje en we nemen Bobby Bare helemaal niets kwalijk, integendeel. His uncle’s where damn right! Rich Mahan has grown into a great countryman but without the strictly limitations in a more varied musical idiom. Cis Van Looy (4)
Singer-songwriter Doug Prescott is afkomstig uit Chapel Hill, North-Carolina. Zijn muziek is hoofdzakelijk beïnvloed door Little Feat, The Neville Brothers, Asleep at the Wheel en Jimmy Buffet. Van liefdevolle ballades tot politieke rockers, al deze thema’s vormen een rode draad doorheen zijn teksten. ‘Hot Night In November’ is een live registratie in het Arts Center in Carrboro, NY op 20 November 2011. En die voortspruit uit een lange tournee die volgde op de laatste release ‘The Journey & the Deep Sea’. Het live album werd geproduceerd door Tony Bowman en Doug Prescott, en met een indrukwekkende cast muzikanten is het een onvergetelijk luisterstuk. Doug Prescott (bas, akoestische gitaar, elektrische gitaar, zang), Tommy Hartley (elektrische gitaar, zang), Keith Buckley (elektrische gitaar, bas, zang), Martin Parker (drums), Tony Bowman (toetsen, zang), Allyn Love (pedal steel gitaar), Eric Kulz (trombone), Jim Ketch (trompet), Jim Henderson (tenor-en alt sax) en Arch Altman op barirton sax verzamelden op de bühne. ‘Hot Night In November’ bevat 13 tracks en is voorzien van de beste songs uit Dougs rijk gevulde carrière. En eigenlijk laat Prescott zich niet in een muzikaal hoekje drummen. De show opent met de vlammende rocksong ‘Happy Enough Song’, om meteen te vervolgen met de altcountry sound van ‘Hideaway’. Van het Americana ‘Patience’ tot het popgetinte ‘Oh Maggie’, niets is Doug Prescott vreemd. Vooral de akoestische parel ‘Whatever’ is een meesterstuk. Net als de country smartlap ‘Beach Wedding’. Wie wil deze songs nu niet als openingsdans op zijn huwelijksparty. Het meest verrassende is toch wel de reggae tune in ‘Silince Speaks Volumes’. Maar in de rockabilly vetkuif songs zoals ‘Dinosaur’ en ‘Little Elvis & Fat Cat Eddie’ wordt het echt wel moeilijk stilzitten. En net deze diversiteiten kenmerken artiesten zoals Doug Prescott. Het was inderdaad ‘Hot In November’.
A live concert of Doug Prescott is a pleasant happening. If you like the real Americana sound, discover Doug Prescott and his amazing sound!
Philip Verhaege (4)
De naam van deze groep geeft al enigszins aan waar het naar toe gaat op dit titelloze debuut. Neil Young’s epische solodebuut uit 1968 luisterde naar een bijna identieke titel. Zanger gitarist Phil Davis zat al langer met idee om met de Andersons broertjes, bevriende muzikanten uit Madison, Wisconsin iets uit te proberen. Drummer Butch Vig werd eveneens in dat project betrokken. Davis en Vig werkten samen in Fire Town. In de vroege jaren negentig stapte Davis uit de muziekwereld. Vig maakte naam als producer van ondermeer Nirvana’s ‘Nevermind’ en werkte met Sonic Youth en Smashin’ Pumpkins maar ook als oprichter van Garbage. Een fijne ouderwetse rootsrockplaat rolde uit de studio’s. Onversneden Americana, grandioos uitgeknauwd door Davis met de in het genre onontbeerlijke harmoniezang van Pete Anderson, die samen met broertje Frank wonderlijke snarentapijten optrekt terwijl Vig naast achtergrondzang en percussie hier en daar een klavier bepotelt. De meeslepende countryrock van ‘Avalanche Girl’ en ‘Cornfield Palace’ gaan er moeiteloos in evenals de overige zes songs van eigen makelij zoals ‘Sweep Away’, een sfeervolle slijper met pedal steel en orgel opgeluisterd. Na het duistere ‘The Pinery Boy’ krijen we er nog een fraaie, bezwerende uitvoering van John Martyn’s ‘Bless The Weather’ bovenop. Het ‘debuut’ van deze onderlegde muzikanten is zonder meer goed voor veertig minuten luisterplezier.
Cis Van Looy (3 tot 4)
Los Angeles gebaseerde Rose’s Pawn Shop is een high energie Americana band die traditionele bluegrass, country en rock omhult in een hedendaagse evolutie. In de loop der jaren ontwikkelde de band een geheel eigen sound en opende zelfs voor The Raconteurs, je weet wel de band rond de nieuwe halfgod Jack White. Eind jaren 2005 werd Rose’s Pawn Shop opgericht door Paul Givant (vocals, akoestische gitaar, percussie), John Krauss (banjo, elektrische gitaar, vocals), Tim Weed (viool, mandoline, vocals), Stephen Andrews (bas) en Ulf Geist op drums. In 2010 trok de band de studio in met producer Ethan Allen om ’Dancing on the Gallows’ in te blikken. De opvolger van het debuut album ‘The Arsonist’ uit 2006. Rose’s Pawn Shop produceert een sound die moeilijk te categoriseren is. Alle groepsleden zijn dan ook zeer uitzonderlijk muzikale talenten. Met een arsenaal van gastmusici en bijhorende combinaties van banjo, viool, mandoline, pedal steel, rockabilly baslijnen, beukende drums en vocale harmonieën is ‘Dancing on the Gallows’ 12 tracks lang begeesterd met rock, bluegrass, altcountry, Americana en geweldige roots muziek. Het schijfje opent traditioneel met de titeltrack. Uptempo banjo en viool ingekleurd is het bezaaid met een hoogwaardige Keltische invloed. Een vroeg hoogtepunt? Neen dus, want het kan blijkbaar nog een versnelling hoger met het bluegrass gebeitelde ‘Danger Behind The Wheel’. ‘The Well’ en ‘Straw Man’ zijn dan ook stevig uit de kluiten gewassen altcountry nummers. Al zijn de betoverende ballades ‘Patiently’ en vooral ‘’Strangers’ zeldzame variaties in een bruisend geheel. ‘Ball Of Flames’ is hard rockin’ Western swing of rockabilly van een hoog niveau. Maar ‘The Garden’ opent dan weer met een oude Ierse tune en een vocale frasering die sterk doet terugdenken aan een jonge Bob Dylan. Helaas moet dit album ook een afsluiter hebben. Bij deze is het episch ‘Debt Collector’ meteen een Mariachi-achtig cultureel erfgoed. Ieder zelfrespecterende muziekliefhebber moet dit album in huis halen!
Rose’s Pawn Shop produces a mix of heavy tornados music. I can’t wait to get a copy of brand new song. Brilliant!
Philip Verhaege (5)
|