De vrienden Dan Paggi en Ben Lang streken in 2007 vanuit het Noord Californische Chico neer in San Francisco en zij besloten BIV (staat voor Blue, Indigo en Violet) and The Mnemonics (geheugensteuntjes) op te richten. De groep schipperde een tijdje als Roy G. Biv and The Mnemonics doorheen het muzikale landschap. Ben Lang (zang, gitaar) en Dan Paggi (bas) gingen de hort op met de knappe Jessie Alsop (zang en keyboards), Evan Wardell (gitaar) en Landon Moblad (drums) en dit resulteerde in 2009 in een eerste cd ‘The Blue Orange’. In 2011 trokken BIV and The Mnemonics opnieuw de studio in voor de opnamen van een opvolger. Het ganse proces liep onderweg enige vertraging op, maar hier is hij uiteindelijk dan toch: ‘The Pace’. De openings- en tevens titeltrack is een mooi vocaal duet tussen Ben Lang en Jessie Alsop dat naadloos overgaat in het van een aanstekelijke gitaarlick voorziene ‘Critically Cool’. ‘Rolling Deep Into The Backwoods’ is een lekker swingende akoestische folkrocker die sterk aan ‘Baby Driver’ van Simon & Garfunkel doet terugdenken. In ‘Manifest Destiny’ neemt Jessie Alsop vakkundig het vocale voortouw. Sleept ‘Ain’t On Our Way’ zich een beetje schoorvoetend verder, dan worden met de frisse rocker ‘The Umbrella Song’ de puntjes terug op de i gezet. Voor zuiverdere folk dan ‘The Winding Rivers Of Northern California’, met opnieuw de engelenstem van Jessie Alsop in de picture, moet je ver gaan zoeken. ‘The Pace’ van BIV and The Mnemonics is alles bij elkaar een okselfris folkrock plaatje geworden.
Ivan Van Belleghem (4) ‘The Pace’ by BIV and The Mnemonics is a fresh sounding folkrock record.
De ‘Lovejoy Building’ was een leegstaand gebouw van ongeveer honderd jaar oud in het centrum van Des Moines, Iowa. Vroeger diende het gebouw als assemblage voor Mack Trucks en tussendoor ook als onderdak voor de familie van Jason Walsmith. Ongeveer dertig jaar geleden begon Authentic Records beetje bij beetje kleine hoekjes van de building opnieuw in gebruik te nemen. Het drong tot de bandleden van The Nadas, met name Mike Butterworth (zang, gitaar), Jason Walsmith (zang, gitaar), Brian Duffy (bas, trompet) en Brandon Stone (drums) door dat de vrijgekomen ruimte in de Lovejoy Building wel eens een uitstekende locatie zou kunnen zijn voor een plaatopname. In de herfst van 2012 was het dan zover: The Nadas namen er ‘Lovejoy Revival’ op en die plaat ligt vanaf nu in de rekken. Met ‘Lovejoy Revival’ staat de cd teller van The Nadas op acht, te rekenen vanaf hun debuut cd ‘Not A Sound’ uit 1995. Ik kan u met de hand op het hart zeggen dat ‘Lovejoy Revival’ een prachtplaatje is geworden. Dank zij bands als Fleet Foxes , Mumford And Sons en andere Nadas zit de folkrock tegenwoordig fameus in de lift. ‘Stars Crossed’ is van een haast onaardse schoonheid en in het heerlijke ‘Meant To Be’ nemen The Nadas de draad terug op waar The Mavericks hem loslieten. Voor ‘Someone You’ve Never Known’ hebben The Nadas aandachtig naar Mumford And Sons geluisterd en daar heb ik geen enkel bezwaar tegen. Brian Duffy zorgt voor een mooi stukje trompet in ‘New Place To Hide’ en ‘Only Love Is Real’. ‘The Visitor’ blinkt uit door zijn soberheid en niemand kan onbewogen blijven op ‘Love You To Peaces’. Op ‘Honor’ laten The Nadas zich van hun ruigere kant kennen en zo kun je in zowat elke track wel iets interessants terugvinden. De enige cover op ‘Lovejoy Revival’ is een eigenzinnige benadering van ‘Beast Of Burden’ van The Rolling Stones met dank aan de tremelogitaar en het keyboardwerk van Neil Stoffregen (kon onze va nu echt niet beter of zat hij in café ’t Duifken toen de familienamen werden uitgedeeld?). ‘Lovejoy Revival’ werd mij als een leuke cd aanbevolen. Wel, hij is zelfs nog een stuk leuker dan leuk.
Ivan Van Belleghem (5) The Nadas realized they could use the ‘Lovejoy Building’ as a sonic palette and capture some of the spirit of the old building for this recording. Well, they were right! Thanks to the leaking roof.
De ‘Lovejoy Building’ was een leegstaand gebouw van ongeveer honderd jaar oud in het centrum van Des Moines, Iowa. Vroeger diende het gebouw als assemblage voor Mack Trucks en tussendoor ook als onderdak voor de familie van Jason Walsmith. Ongeveer dertig jaar geleden begon Authentic Records beetje bij beetje kleine hoekjes van de building opnieuw in gebruik te nemen. Het drong tot de bandleden van The Nadas, met name Mike Butterworth (zang, gitaar), Jason Walsmith (zang, gitaar), Brian Duffy (bas, trompet) en Brandon Stone (drums) door dat de vrijgekomen ruimte in de Lovejoy Building wel eens een uitstekende locatie zou kunnen zijn voor een plaatopname. In de herfst van 2012 was het dan zover: The Nadas namen er ‘Lovejoy Revival’ op en die plaat ligt vanaf nu in de rekken. Met ‘Lovejoy Revival’ staat de cd-teller van The Nadas op acht, te rekenen vanaf hun debuut cd ‘Not A Sound’ uit 1995. Ik kan u met de hand op het hart zeggen dat ‘Lovejoy Revival’ een prachtplaatje is geworden. Dankzij bands als Fleet Foxes, Mumford And Sons en andere Nadas zit de folkrock tegenwoordig fameus in de lift. ‘Stars Crossed’ is van een haast onaardse schoonheid en in het heerlijke ‘Meant To Be’ nemen The Nadas de draad terug op waar The Mavericks hem loslieten. Voor ‘Someone You’ve Never Known’ hebben The Nadas aandachtig naar Mumford And Sons geluisterd en daar heb ik geen enkel bezwaar tegen. Brian Duffy zorgt voor een mooi stukje trompet in ‘New Place To Hide’ en ‘Only Love Is Real’. ‘The Visitor’ blinkt uit door zijn soberheid en niemand kan onbewogen blijven op ‘Love You To Peaces’.D Op ‘Honor’ laten The Nadas zich van hun ruigere kant kennen en zo kun je in zowat elke track wel iets interessants terugvinden. De enige cover op ‘Lovejoy Revival’ is een eigenzinnige benadering van ‘Beast Of Burden’ van The Rolling Stones met dank aan de tremelogitaar en het keyboardwerk van Neil Stoffregen (kon onze va nu echt niet beter of zat hij in café ’t Duifken toen de familienamen werden uitgedeeld?) ‘Lovejoy Revival’ werd mij als een leuke cd aanbevolen. Wel, hij is zelfs nog een stuk leuker dan leuk.
Ivan Van Belleghem (5) The Nadas realized they could use the ‘Lovejoy Building’ as a sonic palette and capture some of the spirit of the old building for this recording. Well, they were right! Thanks to the leaking roof.
Fet Opie is een folkrock trio dat zich ophoudt in de San Francisco Bay Area en samengesteld is uit Scott Mickelson (zang, gitaar, banjo), Robin Hildebrant (bas) en Dave Tavel (drums). Fat Opie heeft eerder al eens een paar cd’s op de markt gegooid zoals het meer elektrische ‘Airstream’ en het akoestische volledig live opgenomen ‘Otis’. Met hun nieuwste ‘Victoryville’ trachten ze een groter publiek voor hun muziek aan te boren en dit zou wel eens kunnen lukken, zeker in tijden dat groepen als Mumford And Sons de radiogolven domineren. ‘Victoryville’ is een geslaagde onderneming en de plaat staat bol van de intelligente songs die alle uit de pen van Scott Mickelson kwamen gekropen. De titeltrack ‘Victoryville groeit langzaam maar zeker naar een mooie climax met fraaie achtergrond vocals. Er wordt spaarzaam gebruik gemaakt van elektrische instrumenten. Op ‘Crying In Spanish’ is de banjo van Scott Mickelson prominent aanwezig en ‘Nicorette’ huppelt verder op een lichtvoetig reggae ritme. Mijn favorieten zijn echter de van goede hooks voorziene rocker ‘Concrete Kid’ en het ironische ‘Gay In Texas’. Volgens Scott Mickelson is het geen lolletje om als homo in de straten van Texas te flaneren, ‘Two misdemeanors, they took me to the cleaners and I sure I don’t wanna be gay in Texas’. De plaat wordt netjes afgerond met een totaal akoestische herneming van de titeltrack. Fat Opie serveert ons onversneden folkrock. In times that acts like Mumford And Sons rules the airwaves, there should be room for one more and let it be Fat Opie. Ivan Van Belleghem (4)
Voor de opname van deze langspeler kwam een eerste stoelendans tot stand: Chris Woodcock (drummer) en Tom Ling (viool) maken niet langer deel uit van de band en de nieuwkomers waren Wayne Morrison (gitaar) en de Australische percussionist Dennis Dunstan (drums). Ling is nog wel te horen op deze langspeler als gastmuzikant. Op dit album klinkt hun muziek nog beter dan op ‘Revel Weird And Wild’ en dat kwam voornamelijk omdat ze zich nu meer rock gerichter gingen opstellen: dus meer folkrock dan de echte folk. Met een sterke opener ‘Dead Man’s Eyes’ kon het al niet meer mis gaan, we krijgen een beeld welke richting de band nu ingeslagen had. Op ‘All Before’, een prachtige ballad, en ‘Far You’ krijgen we echte folk vocalen van Mandy te horen en we krijgen ook een eerste indruk van de nieuwe gitarist. ‘Time Will Pass’ opent op vreemde keyboardklanken maar na enkele seconden krijgen we de gedroomde folkrocksong en helaas ook het kortste nummer op deze langspeler. Wegdromen kunnen we op de romantische muziek van ‘White Witch’ dat me ook ergens aan het begin van wat Bread songs liet terugdenken maar luister vooral naar de orkestrale arrangementen van Robert Kirby. Meer knappe dingen horen we in ‘Devil’s Night’ en ‘You’re Not There’. ‘Time Will Pass’ bevat nummers die allemaal sterk uit de verf komen maar verwacht geen al te sterke rock riffs. Het is een blijft schitterende folk hoe dan ook. Het was The Spriguns hun allerbeste album, dat is zeker. Just another great album of progressive folk rock band The Spriguns but now a bit more with the emphasis on rock but it remains pretty progressive folk. Alfons Maes (4)
Eveneens uit dat prachtige jaar 1976 kwam deze band met de langspler met een nogal vreemde naam. De originele vinyl was toen verkrijgbaar op het blauwe Decca label (SKL 5262). Dankzij Esoteric Recordings krijgen we nu de eerste officiële UK release. Weer zo’n juweeltje van een plaat als je het folkrock circuit uit de jaren zeventig wat gevolgd hebt. Spriguns werd eerst als akoestisch duo gevormd door het echtpaar Mike (bas) en Mandy Morton (zang, gitaar) maar al snel werd de band uitgebreid met Tom Ling (viool), Dick Powell (gitaar, keys) en Chris Woodcock (drums). Hun twee eerste langspelers, die ze zelf financieerden, nl. ‘Rowdy, Dowdy Day’ (een private persing uit 1974) en ‘Jack With A Feather’ (Alida Star, 1975) zijn nu zowat een goede 1.200 Britse ponden waard als je ze kunt vinden in uitstekende kwaliteit. Maar met deze langspeler trokken ze de aandacht van Tim Hart (Steeleye Span) die meteen ook producer werd. In de studio kregen ze op enkele nummers het gezelschap van de formidabele pedal steel gitaar virtuoos B.J. Cole. Gezien alle muzikanten van Engelse bodem waren klonk hun muziek toch wel iets Iers en dat had vooral te maken met de voorliefde van Mandy voor ‘Child Ballads’, een compilatie van Francis James Child van 305 door de tijd heen geëerde songs op parlando geschoeide leest. Het ging dus vooral om Ierse en Schotse folksongs. Negen songs en geen enkele heeft een simpel thema. Iedere song heeft een sterk verhaal op zichzelf. Schitterende voorbeelden horen we in ‘Lord Lovell’ waarin een obligate rol is weggelegd voor violist Tom Ling terwijl ‘Sir Colvin’, dat opent op een knappe piano-intro van Dick Powell, je haast doet zweven. De muziek op deze derde langspeler was iets meer rock gericht dan hun vorige albums maar neem rock met een groffe korrel zout. ‘Laily Worm’ doet ons een beetje denken aan bands als Steeleye Span maar dat heeft wel te maken met hun producer. Kortom, na een lange afwezigheid duikt deze langspeler weer op maar dit keer op een digitale drager. De vraagprijs voor de originele vinyl LP zal daarmee wel enigszins zakken maar de muziek blijft even imponerend als op vinyl. In short, after a long absence this sought after album is available again but this time on a digital platform. The sales price for the original vinyl LP will therefore be a bit cheaper but the music remains as impressive as on vinyl. Alfons Maes (4)
Uit Liverpool bereikte ons zonet de tweede cd van James John Turner. In zijn geboortestad stond hij op prille leeftijd al op het podium van The Liverpool Cavern. James was nauwelijks negen jaar toen hij in het kader van de Junior Cavern sessies aantrad. Na het vervullen van de schoolplicht ging hij aan het werk in de haven. Ondertussen bleef hij ’s avonds en in het weekend als muzikant actief. Na een tijdje ruilde hij zijn dagjob in voor een meer avontuurlijk muzikantenbestaan. Turner figureerde in verschillende bands met een repertoire dat tussen rock-‘n-roll en new wave pendelde. Als frontman van The Electric Morning speelde hij zich in de kijker tijdens tournees met The Rain Parade en The Long Ryders. In zijn eigen studio nam J.J. zijn solodebuut ‘The Believer’ op. Bij de openings- en titelsong van de opvolger is het meteen duidelijk dat James naar de folkroots teruggrijpt. De viool en whistles zijn nooit ver weg in energieke folkrock, die bij momenten aan de verrichtingen van The Pogues herinnert, uiterst geschikt voor het krachtige stemtimbre van Turner die bovendien zowat alle mogelijke snaarinstrumenten vakkundig bepoteld in meer akoestisch, meer traditioneel getint werk van de groene eilanden zoals ‘Forever No More’ en ‘Once Upon A Time’. ‘Let Love Into Your Heart’, een onstuimige nanana meezinger met fiddler Steve Rothwell wordt afgewisseld met fraai balladewerk. ‘Silver and Gold’ en ‘Tomorrow’s Another Day’ blijven bij al de eerste beluistering hangen. Na de afsluiter ‘Around The Corner’ waarin de stemmige accordeon van Henry Priestman zich met het wonderlijke strijkerswerk van Mark Knight en Vicky Mutch vermeid, weten we het zeker ‘How Could We Be Wrong?’ behoort ongetwijfeld tot de betere hedendaagse folkrock.
Fine acoustic and energetic folkrock Cis Van Looy (3½)
Met Fairport Convention stond Iain Matthews aan de wieg van de Britse folkrock maar zijn solowerk was meer op de sound van de Amerikaanse Westkust georiënteerd. Het uitgebreide oeuvre pendelt van countryfolk naar vlotte poprock (remember ‘Shake It’) en wordt door muzikale nevenprojecten zoals Plainsong, Hi Fi, Hamilton Pool en samenwerkingsverbonden met ondermeer David Surkamp (Pavlov’s Dog) en Elliott Murphy doorkruist. Sinds Matthews in ‘89 naar Austin verhuisde profileert hij zich als een pure singer-songwriter Een intense samenwerking met Mark Hallman en trouwe gitarist Bradley Kopp levert in de eerste helft van de jaren negentig fraaie werkstukjes als ‘Skeleton Keys’, ‘The Dark Ride’ en ‘God Looked Down’ op. ‘Excerpts From Swine Like’ (1998) met Kopp als coproducer is een geslaagde terugkeer naar de folkrock van weleer. Ondertussen leeft Matthews al sinds 2002 in Nederland met vrouw Marly en twee kinderen. Dat inspireerde de songsmid tot het prachtige ‘The Limburg Girl and ‘The Traveling Man’. Ruim veertig jaar na datum neemt Iain terug de muzikale draad op die hij bij Matthews Southern Comfort in 1970 na nauwelijks een jaar achterliet. Zoals de titel al aangeeft, heeft ‘Kind Of New’ weinig met het oorspronkelijke project te maken, of ergens toch wel. Het duurt even voor ik door heb dat ik naar Joni Mitchell’s ‘Woodstock’ luister. Van dit destijds zweverige op langoureuze pedalsteelklanken drijvende countrypopepos door MSC blijft bitter weinig over in deze hertimmerde versie. Matthews vond muzikanten in zijn nieuwe thuisland en op de prestaties van pianist Mike Roelofs, gitaristen Bart Jan Baartmans en Ray Kennedy noch de productie van Léon Bartels is weinig aan te merken. Het is meer een gebrek aan echt beklijvend songwerk. Hoewel, er is een voortreffelijke interpretatie van folkklassieker ‘Blood Red Roses’ en Matthew’s ‘These Days’ door zangeres Terri Binion. De zangeres brengt het er eveneens niet onaardig van af in zelf gecomponeerd werk als ‘Locomotive’ en ‘Dear Richard’. Schijf 2 bevat werk dat we ook op de eerste cd terugvinden maar nu gaat het om enkele versies die in 2010 reeds live in de studio werden ingeblikt.
De drie sterren quotering heeft onmiskenbaar te maken met hoge verwachtingen bij een naam als Iain Matthews te maken en die worden op ‘Kind Of New’ helaas slechts sporadisch ingelost.
Cis Van Looy (3)
Vorig jaar maakten we in deze rubriek kennis met de muziek van Rob Roper, een vanuit Denver, Colorado opererende singer-songwriter. De in een bijzonder fraaie digipack uitgegeven ‘Misfit’ is opgebouwd met een selectie uit eerder uitgebrachte epeetjes die uit de periode 2006-2009 dateren. ‘The Other Side of Nowhere’ linkt dat verleden met nieuw werk. De viool van Paul Ermish, tegenwoordig Ropers compagnon de route, is prominent aanwezig samen met de cello van Hanne Alkire, terwijl Peggy Dennis de achtergrondzang verzorgt. Dat leidt in samenwerking met de subtiele inbreng van de een ritmesectie tot fraaie resultaten in vier nieuwe songs. De fokgetinte opener ‘Sea Of Hope’ gaat ‘Let’s Go To The Mountains vooraf. Voor deze song en het opnieuw bewerkte ‘Let It Go’ vond Roper inspiratie bij ‘Cracked Open’ van Arthur Lee Land. ‘Let It Go’ prijkt samen met een nieuwe akoestische versie van het ironische ‘Misfit’ en ‘Falling Into Heaven’ op het tweede gedeelte. Van de nieuwe songs onthouden we vooral ‘The Man In The Movies’, een mistroostige, bijzonder fraaie akoestische ballade waarbij de enige cover die we hier terug vinden, ‘Trouble On The Way’ van Timmy Riordan, mooi aansluit. Cis Van Looy (4)
Alle tien songs op deze cd werden geschreven door Nico Georis. Een zoektocht op het Internet om informatie over deze band leverde niks op. Op de hoes zie ik dat de groep bestaat uit Nico Georis (keyboards, gitaren, bas, zang), Emily Poile (zang), Shaun Elley (drums) en dat Robin MacMillian drums speelt op ‘Bigger Sum’ en Jacon Silver bas speelt op ‘Sirens’ en op ‘Bigger Sum’. Nico Georis nam alles bij hem thuis op, mixte en produceerde ze. Hun muziek is een soort folkrock, maar zacht. Zelf omschrijft hij de muziek als California rock-‘n-roll, geïnspireerd door de kust en de woestijnen van de westerse grens. Te middelmatig om door te breken.
Patrick Van de Wiele (3)
|