Foto
Gary Hall werd geboren en groeide op in het noorden van Engeland. Hij bracht in 1989 zijn eerste album ‘Garage Heart’ uit op Run River Records, en oogstte veel goede kritiek. Het werd zelfs verkozen als tweede beste album van het jaar in de Folk Roots year poll, geklemd tussen Bob Dylan’s ‘Oh Mercy’ en John Lee Hooker’s ‘The Healer’. Nadat hij een uitgebreide Europese tournee gedaan had met zijn The Stormkeepers om de cd te promoten, werd ‘Wide Open to the World’ in 1991 met nog meer succes uitgebracht. Twee jaar later ontbond Gary de band en verhuisde naar de USA waar hij in Nashville voor Round Tower Records twee solo albums maakte. ‘What Goes Around’ kwam er in 1993 en ‘Twelve Strings & Tall Stories’ in 1996. Het jaar daarop tekende hij een deal met Goldrush Music voor de release van ‘Return to the Flame’. In 1999 kreeg hij er genoeg van en vestigde zich opnieuw in Engeland, waar hij de Voodoo Rooms opnamestudio’s opzette. Twee jaar geleden kwam hij op de proppen met ‘That Old Brand New’, zijn eerste solo album in 15 jaar en hij trok weer op tournee. Nu is zijn nieuwste cd uit, en er staan tien originele composities op, evenals een turboversie van de Old Crow Medicine Show’s ‘Wagon Wheel’. Het resultaat is een akoestische rock ‘n’ roots album met alle essentiële ingrediënten zoals folk, blues en Americana. Toch heeft Gary zijn eigen sound ontwikkeld, die bij amazon.com wordt gecatalogeerd als akoestische blues, waar ook de mondharmonica een rol in speelt.

Patrick Van de Wiele (3½)

With ingredients like folk, blues and Americana, this acoustic rock-‘n-roots album is a fresh welcome.

Northern Sun Recordings  I  NSRCD 00613  I  Gary Hall

 
 
Foto
In tegenstelling tot de grote dames uit de folkwereld componeert Mara niet zelf maar graaft ze evenals op de voorganger ‘Mara’s Germs’ in het grote songbook van bekende en minder bekende good folks. Zo is er naast een akoestische lezing van Gershwin’s ‘Summertime’ pril werk van de jonge Paul Simon uit de eerste helft van de jaren zestig al en ‘April Comes She Will’. Het uit dezelfde periode daterende ‘Leaves That Are Green’ brengt de zangeres samen The Gatering Time. Dat harmony folktrio assisteert eveneens voortreffelijk bij ‘Burning Tree’ samen met Bob Harris.
Levine werkte eerder samen met folkman Si Kahn en brengt hier samen met de componist ‘The Dutchman’. ‘When I Sing With You’ dat Si Kahn speciaal voor de gelegenheid componeerde is eveneens een wondermooie ballade. ‘Killing The Blues’ is een song van Rowland Salley, de flamboyante bassist van Chris Isaak’s Silvertones. John Prine selecteerde dit nummer in ‘79 voor ‘Pink Cadillac’. Verser in het geheugen ligt het schitterende duet van Robert Plant en Alisson Krauss. De versie van Levine met Terry Rivel sluit hier mooi bij aan. ‘Blackberry Time’ van Jud Caswell, aangedreven door mandoline en banjo van Jeff en Tristan Scroggins past helemaal in de recente bluegrassrevival. De echte liefhebbers van de heldere sirenenzang van Joan Baez en Judy Collins en de sfeer van het vroege werk van Joni Mitchell zullen zich wellicht gewillig laten verleiden door Mara Levine en zich minder storen aan het nogal eenvormige karakter van ‘Jewels and Harmony’. Tijdens het beluisteren van de wonderlijke gezangen kan je je vergapen aan de afbeeldingen van de schitterende juwelen die het vakmanschap van Mara als juwelenontwerpster uitvoerig illustreren.

Cis Van Looy (3½)

‘Jewels and Harmony’ the second record of Mara Levine shows a very fine collection of traditional and recent folkwork. The voice, harmony singing and sound reminds to the early work of Joan Baez and Judy Collins.

Eigen Beheer  I  MBLCD002  l  Hemifran  l  Mara Levine

 
 
Foto
Van Judy Dyble weten we dat ze een serieus palmares kan voorleggen indien daar ooit om zou gevraagd worden. Dat ze al wat jaartjes bezig is komen we te weten via haar website maar de diehard muziekliefhebber zal zich ook nog wel herinneren dat ze in 1964 met haar eigen band Judy And The Folkman een aanloop vormde om enkele jaren later als zangeres bij Fairport Convention te beginnen maar al snel door Sandy Denny werd vervangen. Met haar derde band, Giles, Giles, Fripp, McDonald and Dyble ging het niet zo’n vaart maar het allerbeste kennen we haar nog van Trader Horne, een duo dat bestond uit Judy en keyboardwizz Jackie McAuley (ex-Them). Dit zijn allemaal mooie herinneringen aan een leuk verleden. De vraag is of Judy daarom reeds uitgezongen is? Neen, want met ‘Talking To Strangers’ bewijst ze dat ze nog steeds die engel van vroeger is. Eigenlijk dateert deze opname uit 2009 maar werd nu in 2013 weer actueel gemaakt. En omdat Judy het niet alleen kon hebben enkele collega’s voor haar ingesprongen.
Simon Nicol (gitaar - Fairport Convention), Ian McDonald (fluit – King Crimson, Keith Tippett), Robert Fripp (gitaar - King Crimson), Celia Humphris (Trees), Jacqui McShee (Pentangle), Tim Bowness (No Man - gitaar, vocals) en nog enkele andere namen uit een niet zo ver illuminati waaronder multi-instrumentalist Alistair Murphy.
Slechts zeven nummers en twee extra tracks maar werkelijk pareltjes in de traditie zoals The Civil Wars. Het zijn haast allemaal nummers die door een onopvallende cast van muzikanten werden ingevuld. Zachte akoestische lijnen krijgen we van Simon Nicol in de opener ‘Never Knowing’ terwijl de fluitklanken van McDonald voor een magisch geheel zorgen op ‘Jazzbirds’. Robert Fripp krijgt de grootste job toegewezen op het haast 20-min. durende epos ‘Harpsong’. Knappe imaginaire soundscapes en natuurlijk de gitaarperikelen van Fripp zoals we hem graag bezig horen vullen deze song. Maar we keken ook uit naar haar versie van de Greg Lake/Peter Sinfield’s klassieker ‘C’est La Vie’, nog steeds een nummer dat op gelijk welk moment weet te overtuigen. Met haar engelachtige stem, rijker dan voorheen, meer afgerond en nog Engelser dan ooit tevoren krijgen we een schitterende ballade waarin Tim Bownes haar op de achtergrond vocaal begeleidt.
Of ze met dit album in de hitlijsten terecht zal terechtkomen, daar kunnen we neen op zeggen. Daarvoor is het album veel te mooi, te subliem, te perfect. Maar wie ooit een picnic plant in de Engelse Coswolds kan beter deze cd even meenemen. Laat je meevoeren doorheen een dromerig landschap, wordt één met de natuur en de rest wordt pure synergie. Magische klanken zullen je geest benevelen… Fans van Fairport Convention, maar ook andere folkliefhebbers, reppen zich naar de platenboer want we raden dit album ten sterkste aan.

Alfons Maes (4½)


Gonzo Multimedia  I  HST123cd  I  Glass Onyon  I  Judy Dyble

 

Emily: Emily

14/02/2013

 
Foto
Via RPM / Cherry Red Records kregen we deze cd binnen en om een beeld van deze dame te schetsen moeten we je terug mee in de tijd nemen. Emily Bindiger is Amerikaanse maar op jonge leeftijd kwam ze terecht in Frankrijk. Ze was toen pas zestien en wist meteen een contract te verzilveren bij het gerenommeerde Franse label Pathé. In 1972 kwam deze langspeler op de markt en als backing muzikanten mocht zij rekenen op de band van… jawel… Michel Polnareff, Dynastie Crisis. Na deze release vond ze haar weg om met eentje van de allergrootste troubadours van deze aardbol te touren: Leonard Cohen! Ze is zelfs te horen op diens vierde studioalbum ‘New Skin For The Old Ceremony’. Dat opende meteen enkele nieuwe kansen voor haar, de filmwereld begon interesse voor haar songs te tonen, en daarom vinden we nummers van haar terug op soundtracks als ‘Donnie Brasco’, ‘The Hudsucker Proxy’ e.v.a. En wie de dag van vandaag haar eens wil bezig zien én horen moet maar eens een concert bij wonen van de acapella band The Accidentals.
Het album kan het best geplaatst worden tussen baroque en psychedelische folk want alle nummers stralen een bijzondere atmosfeer uit. Hoogtepunten zijn er niet, we vonden geen nummers die echt boven de andere uitstaken en het ietwat bombastisch beginnende ‘Confession’ had dat kunnen zijn maar neen, het nummer gaat onmiddellijk naar het niveau van de overige nummers. Misschien mogen we ‘Sunflower Seeds’ wel bij de ietwat betere nummers catalogeren maar het is even wachten tot haar magnum opus uit de luidsprekers rolt. ‘Old Lace (“To John”), meteen ook het langste, om en nabij de tien minuten, nummer en we horen hier en daar wat Jethro Tull-invloeden.

Emily delivered with this album a handsome and strong musical document. Due to the mixture of folk, psychedelic and baroque influences, this album radiates a very special intimite atmosphere. Whether the album radiated the same atmosphere as then, we do not know. But the music on this album was written and composed by a very talented young girl.
Alfons Maes (3½)


 
 
Foto
Voor de opname van deze langspeler kwam een eerste stoelendans tot stand: Chris Woodcock (drummer) en Tom Ling (viool) maken niet langer deel uit van de band en de nieuwkomers waren Wayne Morrison (gitaar) en de Australische percussionist Dennis Dunstan (drums). Ling is nog wel te horen op deze langspeler als gastmuzikant.
Op dit album klinkt hun muziek nog beter dan op ‘Revel Weird And Wild’ en dat kwam voornamelijk omdat ze zich nu meer rock gerichter gingen opstellen: dus meer folkrock dan de echte folk. Met een sterke opener ‘Dead Man’s Eyes’ kon het al niet meer mis gaan, we krijgen een beeld welke richting de band nu ingeslagen had. Op ‘All Before’, een prachtige ballad, en ‘Far You’ krijgen we echte folk vocalen van Mandy te horen en we krijgen ook een eerste indruk van de nieuwe gitarist. ‘Time Will Pass’ opent op vreemde keyboardklanken maar na enkele seconden krijgen we de gedroomde folkrocksong en helaas ook het kortste nummer op deze langspeler. Wegdromen kunnen we op de romantische muziek van ‘White Witch’ dat me ook ergens aan het begin van wat Bread songs liet terugdenken maar luister vooral naar de orkestrale  arrangementen van Robert Kirby. Meer knappe dingen horen we in ‘Devil’s Night’ en ‘You’re Not There’.
‘Time Will Pass’ bevat nummers die allemaal sterk uit de verf komen maar verwacht geen al te sterke rock riffs. Het is een blijft schitterende folk hoe dan ook. Het was The Spriguns hun allerbeste album, dat is zeker.

Just another great album of progressive folk rock band The Spriguns but now a bit more with the emphasis on rock but it remains pretty progressive folk.
Alfons Maes (4)


 
 
Foto
Eveneens uit dat prachtige jaar 1976 kwam deze band met de langspler met een nogal vreemde naam. De originele vinyl was toen verkrijgbaar op het blauwe Decca label (SKL 5262).
Dankzij Esoteric Recordings krijgen we nu de eerste officiële UK release. Weer zo’n juweeltje van een plaat als je het folkrock circuit uit de jaren zeventig wat gevolgd hebt.
Spriguns werd eerst als akoestisch duo gevormd door het echtpaar Mike (bas) en Mandy Morton (zang, gitaar) maar al snel werd de band uitgebreid met Tom Ling (viool), Dick Powell (gitaar, keys) en Chris Woodcock (drums). Hun twee eerste langspelers, die ze zelf financieerden, nl. ‘Rowdy, Dowdy Day’ (een private persing uit 1974) en ‘Jack With A Feather’ (Alida Star, 1975) zijn nu zowat een goede 1.200 Britse ponden waard als je ze kunt vinden in uitstekende kwaliteit.
Maar met deze langspeler trokken ze de aandacht van Tim Hart (Steeleye Span) die meteen ook producer werd. In de studio kregen ze op enkele nummers het gezelschap van de formidabele pedal steel gitaar virtuoos B.J. Cole.
Gezien alle muzikanten van Engelse bodem waren klonk hun muziek toch wel iets Iers en dat had vooral te maken met de voorliefde van Mandy voor ‘Child Ballads’, een compilatie van Francis James Child van 305 door de tijd heen geëerde songs op parlando geschoeide leest. Het ging dus vooral om Ierse en Schotse folksongs.
Negen songs en geen enkele heeft een simpel thema. Iedere song heeft een sterk verhaal op zichzelf. Schitterende voorbeelden horen we in ‘Lord Lovell’ waarin een obligate rol is weggelegd voor violist Tom Ling terwijl ‘Sir Colvin’, dat opent op een knappe piano-intro van Dick Powell, je haast doet zweven. De muziek op deze derde langspeler was iets meer rock gericht dan hun vorige albums maar neem rock met een groffe korrel zout. ‘Laily Worm’ doet ons een beetje denken aan bands als Steeleye Span maar dat heeft wel te maken met hun producer.
Kortom, na een lange afwezigheid duikt deze langspeler weer op maar dit keer op een digitale drager. De vraagprijs voor de originele vinyl LP zal daarmee wel enigszins zakken maar de muziek blijft even imponerend als op vinyl.

In short, after a long absence this sought after album is available again but this time on a digital platform. The sales price for the original vinyl LP will therefore be a bit cheaper but the music remains as impressive as on vinyl.
Alfons Maes (4)


 
 
Foto
Het vijfde album van JL Stiles is een eerbetoon aan Michael Morrison en de jeugdige Seth Koller, die een medestudent was en aan een tragisch ongeval overleed op 16-jarige leeftijd. De uit San Francisco, CA afkomstige Stiles is sterk beïnvloed door Mississippi John Hurt, Jimmy Reed en Blind Blake. En deze laatste is dan ook nooit ver weg in de sound. Met zijn 12-snarige gitaar tast JL vrolijk de grenzen af tussen blues, retro pop en folk composities. Met heel wat collega artiesten zijn de elf tracks ingekleurd met heel wat Maybelle Carter geestrijk beïnvloedde gitaartunes. De literaire navolging van het akoestische getinte ‘Songs Beside My Grave’, staat haaks tegenover de vrolijke noten van ‘All in a Day’, dat diep is ingeankerd door blazerarrangementen. Maar van ‘Spring Light of Day’ worden wij hier pas echt happy en springleven. Wat een heerlijke nummer om de dag mee te beginnen. David Newman en Emily Schmidt geven het ritmische ’Beneath the Light’, de solide ballade ’The Great Natchez Tornado 1840’ en het emotionele ’Movin’ -dat een verering is aan Seth Koller- vocaal gestalte. De sterke lyrics van het folk getinte ’After the War’ staan dan weer in schril contrast met het evenwichtige en geestrijke ’Simple Faith’. Singer-songwriter JL Stiles heeft samen met producer Etienne de Rocher alweer een flinke stap voorwaarts gemaakt.

In ‘House of Murmers’ JL Stiles affect the borders between blues, pop and folky original tinged songs.
Philip Verhaege (3½)

Eigen Beheer  I  Zonder Nummer  I  cdbaby.com/cd/jlstiles  I  jlstiles

 
 
Foto
David Rovics groeide in Wilton, Connecticut op tussen klassiek geschoolde muzikanten.
In de vroege jaren negentig dwaalde hij als fulltime busker door de straten van Boston om zijn boodschap te verkondigen. Hij trok vervolgens meer westwaarts en woont momenteel in Portland, Oregon.
In 1999 verschijnt het eerste album van David Rovics dat ‘We Just Want The World’ als titel meekreeg. Nu, zo’n vijftien cd’s later, dropte mijn door het winterweer moegetergde postbode een exemplaar van zijn nieuwste ‘Meanwhile In Afghanistan’ in mijn brievenbus.
David Rovics heeft er een sport van gemaakt om tegen heilige huisjes aan te schoppen.
Zijn muziek roept soms een vergelijking op met hetgeen John Trudell in 1992 voor de ‘native americans’ op cd zette.
David Rovics laat geen enkel wereldprobleem onbesproken. Bij uptempo nummers zoals ‘Breivik’ (jawel, die moet er eveneens aan geloven), ‘Watch Out For The Cops’ en ‘Steal This MP3’ declameert hij, net zoals John Trudell, gewoon zijn strofen om dan bij het refrein in zingen over te gaan.
Bij de meer ingetogen tracks zoals ‘Adelaide’ zingt hij voluit, maar er valt toch wel enige vocale beperktheid op. Dit neemt niet weg dat de meeste songs heel goed in elkaar zitten en ze laten soms een boze David Rovics horen. Die boosheid wordt in ‘London Is Burning’ nog meer geaccentueerd door het gitaarspel van Tom Morello (jawel, die van Rage Against The Machine). David Rovics heeft het beste echter voor het einde gelaten met de countrypunk rocker ‘Why Don’t They Play You On The Radio?’
‘Meanwhile In Afghanistan’ van David Rovics is een plaat die mits enige airplay niet onbesproken kan blijven. De protestsong werd bij deze precies heruitgevonden.

It looks like David Rovics re-invented the protest song.
Ivan Van Bellghem (4)

Liberation Records  I   Promo CD  I  David Rovics

 
 
Foto
Gezien de band vrij vaak in het voorprogramma van Procol Harum zat, moet het zeker Matthew Fisher (keys) niet ontgaan zijn dat de muziek van deze twee jonge knapen beduidend interessant klonk. Het was dan ook om deze reden dat Matthew besloot om het derde album van Tir Na NÖg te producen. Uiteraard zorgde Fischer ook voor de keys terwijl Larry Steele vervanger werd door Jim Ryan aan de bas. Als extra drummer werd beroep gedaan op Jeff Jones. Nick Drake zorgde op enkele nummers voor de backing vocals. Er werd nu meer nadruk gelegd op meer elektronische instrumenten en we horen nog steeds muziek die door traditionele muziek beïnvloed werd.
Vreemd genoeg werd in de media hun muziek nog steeds omschreven als psychedelische folk maar begin jaren zeventig had zowat iedereen een eigen mening over bepaalde muziekstromingen.
Als opener werd geopteerd voor een nummer van wijlen Nick Drake, ‘Free Ride’. Zeer commercieel nummer dat toch losstaat van de andere nummers hier. Nog meer interessante nummers die we hier terugvinden zijn ‘Whitestone Bridge’, met leuke keyboards ondersteuning van Fischer, de mooie ballad ‘Teeside’, en ‘Cinema’ dat wat meer uptempo is en u graag uitnodigt ten dans. Nog een hoogtepunt is de titeltrack ‘Strong In The Sun’ en we concluderen hieruit dat dit derde album hun meest conventionele en meest toegangelijke album is.
Sonny Condell en Leo O’Kelly zaten boordevol inspiraties voor een nieuw album maar het platenlabel leek nog maar weinig interesse te tonen voor hun werk. Daarom besloot het duo om de eer aan zichzelf te houden en ze keerden terug naar Ierland waar ze kozen voor een solo carriére. Wanneer een platenlabel als het Britse Esoteric Recordings deze albums, na ongeveer 40 jaar, weer op de markt brengt, dat zegt toch genoeg over de kwaliteit van Tir Na Nög.
Wie de heren nog live aan het werk wil zien moet daarvoor de Noordzee oversteken want in Engeland toeren ze nog met de regelmaat rond.

‘Strong In The Sun’ was Tir Na Nög’s most conventionel album but sadly enough the last album of this awesome duo of great composers and performers.

Alfons Maes (4)



 
 
Foto
Voor de opname van hun tweede langspeler besloot het duo om extra mankracht te gebruiken. Zo werden ze nu geflankeerd door Barry De Souza (drums bij Rick Wakeman, Quatermass, Curved Air, David Essex Band,…) en Larry Steele (bas bij Peter Green, Cat Stevens,…) en het resultaat hoor je. Terry Cox was de producer terwijl Paul Tregurtha aan de knoppen zat.
Met de toevoeging van wat drumwerk en baslijnen krijgen we bij sommige nummers een betere en vollere sound maar verwacht dit niet op alle nummers.
In maart 1972 kwam een andere single op de markt, nl. ‘The Lady I Love/Heidi’, destijds uitgebracht door Chrysalis. De single werd ‘Single of the Week’ bij Melody Maker. We horen hier een meer door Jethro Tull geïnspireerde Tir Na NÖg.
Uiteraard krijgen we hier weer enkele prachtige ballads en het waren vooral ‘Downday’, ‘The Same Thing Happened’ en ‘So Freely’ die nog steeds in mijn onderbewustzijn opgesloten zitten. Buiten de opener ‘Come And See The Show’, wat een sterk nummer is waarin alle instrumenten stevig uit de verf komen sluit de A-kant van de single ‘The Lady I Love’ hier sterk bij aan.
Een mooie close harmony van beiden stemmen krijgen we in de vorm van ‘Two White Horses’ en het schitterende ‘Hemisphre’ zorgt voor een zoveelste hoogtepunt.
Samengevat moet deze langspeler, alhoewel de heren nu een beetje van hun origineel concept afweken, zeker niet onderdoen voor hun debuut. Ook hier weer wordt kracht aan diversiteit sterk geëtaleerd. En als je dan toch de Tir Na NÖg-collectie wilt vervolledigen, moet je zeker ook hun ‘Strong In The Sun’ in huis halen maar dat is voor later.

Today folk music is still being scrutinized with an askant eye and labeling this music as music for the marginal. When you listen to the eruption of the many keys and chords in their work you will immediately find out that their brains were immeasurably superior to the ones of the media.

Alfons Maes (4)