Foto
De Belgische band Codasync huisvest leden van diverse oudere groepen, waaronder Nimmerland (Koningshooiktse metal) en In Progress. Toen demo’s met een zanger niet het verhoopte resultaat brachten, nam de band een moedige (en koppige) beslissing om voluit de instrumentale kaart te trekken. Daarmee win je zieltjes in de progrock-kringen, maar verlies je Ultratop-hitkansen. Dat laatste zal echter het minste van Codasyncs zorgen zijn, want deze vier heren willen in de eerste, tweede én derde plaats vooral steengoede muziek maken. De journalistieke objectiviteit hoog in het vaandel dragend, moet ik toegeven dat ik twee leden persoonlijk ken. De recensie zal daardoor echter niet minder oprecht zijn. Integendeel, “familiarity breeds contempt” aldus Apuleius (of was het Pierre Kartner?).
Drummer Matthias Meersmans en gitarist Jonas Meersmans zijn – de achternaam verraadt het al – familie. Deze broertjes zijn echter allesbehalve Gallaghers: met veel liefde voor elkaar en voor de muziek componeren ze hun nummers, daarbij uiterst nauwkeurig en verzorgd bijgestaan door gitarist Bram Van Houtte (die de bastaardzoon van Wim De Craene zou kunnen zijn) en bassist Brent Van Poele.
‘Pan Aroya’, hun vijfde langspeler, is de eerste die ook daadwerkelijk op langspeler verschijnt. Hoera voor vinyl, maar voor de cd-generatie (als er al zoiets bestaat) zit er ook een glimmend 5”-schijfje bij. De hoogtepunten? Heeft u een kwartiertje? Nee? Wel, u zal het toch nodig hebben, want ‘Odd Egg’ duurt 15:48. Bijna net zolang als ‘Telegraph Road’, misschien wel het beste nummer van Dire Straits - al komen ‘Solid Rock’ en ‘Industrial Disease’ in de buurt. De Knopfler-vergelijkingen houden niet op, want ‘Pan Aroya’ telt net als ‘Love Over Gold’ slechts vijf nummers. Daarmee vermijdt de band slim het giftige credo ‘all filler, no killer’. Van platte opvultracks is er geen sprake. ‘Odd Egg’ bevat loeiharde lappen muziek, maar de laatste twee minuten getuigen van een prachtige pianopuurheid waarop Burt Bacharach jaloers zou zijn.
Instinctief doet ‘Chraham and Idonis’ me denken aan ‘I Want You (She’s So Heavy)’ van The Beatles, ook al lijken de twee nummers op het eerste zicht totaal niet op elkaar. Dat Matthias Meersmans een notoir Beatleskenner is, maakt dat het vermoeden misschien wel een grond van waarheid bevat.
‘Pan Aroya’ is een verrassend toegankelijke plaat van een viertal dat met de acht voeten zeer stevig op de grond staat. De internationale doorbraak meldt zich aan. Wees er snel bij en koop hun album, zodat u later tegen uw muziekminnende makkers kan opscheppen dat u het potentieel van Codasync meteen herkende.

Julian De Backer (4)


Grovgast Enterprises  I  GROV05  I  Eigen Beheer  I  Codasync

 
 
Foto
Kent u The Violent Husbands? Deze Belgische band combineert goede muziek met hilarische teksten en songtitels. Ik moest onmiddellijk aan hen denken toen ik de nieuwe CD van Double Naught Spy Car (de groepsnaam alleen al!) onder ogen kreeg. Dit is duidelijk een groep die zichzelf niet al te serieus neemt. Een vlugge blik op de tracklist verraadt dat de leden grote liefhebbers van de 20ste eeuwse popcultuur zijn: ‘Two Bones From Skeletor’ is genoemd naar de antagonist uit de jaren ’80-mediafranchise “Masters of the Universe”, ‘Don Martin Shoes’ knipoogt naar de gelijknamige cartoonist van “MAD Magazine” en ‘Journey to the Center of Guitar Center’ verbastert de bekende roman (en verschillende filmversies) van Jules Verne. Genoeg gelachen, maar wat vertelt de muziek?
Die is volledig instrumentaal! De vier heren bespelen elk meerdere instrumenten, en niet de meest courante (cf.  lap steel, dobro en marimba). De grappige songtitels zijn vermoedelijk te wijten aan de instrumentale natuur van de tracks. Wanneer je geen herkenbaar refrein of memorabele frase in de lyrics hebt zitten, ben je als band volledig vrij om je nummers te benoemen. De Belgische band Codasync kiest ook steevast originele song- en albumtitels.
‘Western Violence’ is een ‘acquired taste’: geen plaat voor iedereen, maar allesbehalve ontoegankelijk of moeilijk. Liefhebbers van pakkende teksten zijn er echter aan voor de moeite.

Funny bandname delivers funny songtitles! These instrumentals are always an acquired taste (your granny won’t shake a leg to this), but Double Naught Spy Car infuse their weird songs with gusto and workmanship. Cool stuff.

Julian De Backer (3)


FootPole Records  I   EFP 003  I  Hemifran  I  Double Naugfht Spy Car

 
 
Picture
Wie onlangs nog in cc De Mol de Bootleg Beatles (zie hier onze review) aan het werk zag, weet wat het is om verwend te worden en zeker wat de muziek van The Beatles betreft. Nog steeds blijft deze muziek eindeloos tijdloos klinken en wie dacht dat het wat stiller werd rond The Fab Four komt bedrogen uit want laat ons nu net een cd krijgen waarin de gehele prachtige ‘Sgt.’ weer tot leven komt maar ditmaal gebracht door een symfonisch orkest.
Alleen al aan de cover werd met grote zorg gewerkt want die scheelt twee amper druppels water met het origineel.
Net zoals The Beatles destijds aan de vijfde Beatle George Martin de eis stelden dat alles op ‘Sgt.’ verschillend moest klinken, zo heeft arrangeur/producer Mike Townsend, samen met het Metro Voices koor een job afgeleverd die ieders aandacht opeist.
Alle nummers van ‘Sgt. ga ik hier niet uit de doeken doen; die zijn bij ieder muziekminnend persoon overbekend.
The Metro Voices zingen zeker niet de teksten, ze beperken zich hier en daar alleen tot bepaalde strofes, dus dit is ook een excellente Karaoke-plaat als je het mij vraagt. Onderga deze symfonisch uitvoering en zweef weer naar 1967.
Als extra’s krijgen we nog een vijftal tracks en dat zijn ‘Penny Lane’, ‘Strawberry Fields Forever’ en ‘All You Need Is Love’ uit hun ‘Magical Mystery Tour’ en de compositie die zowat door de ganse muzikantenpopulatie ooit al eens gecoverd werd, ‘Yesterday’ uit ‘Help’, de lekkernijen stoppen met ‘Can’t Buy Me Love’ uit ‘A Hard Day’s Night’.
Alle nummers zijn werkelijk prachtig uitgevoerd door dit orkest en dit moet je zeker met een maximum aan volume kunnen beluisteren zodat alles tot zijn recht komt. ‘Zeker ‘Yesterday’ laat weer die speciale koude rillingen over je rug lopen. Zeker aan te schaffen door iedere Beatlesfanaat maar ook voor hen die de Beatles pas hebben leren kennen. Het is en blijft een passage uit ons leven waar we niet omheen konden.

Alfons Maes (5)



 
 
Picture
Toen de verantwoordelijke voor de sleeve notes van de originele vinylplaat, uitgebracht in Nederland in 1968, zijn tekst schreef had die kerel er geen totaal geen benul van hoe de carrière van Jan Akkerman zou evolueren, maar wij ook niet. Nu, pakweg 44 jaar later, mogen we hem nog steeds als een der allerbeste gitaristen van de wereld beschouwen.
Voor Jan Akkerman begon het allemaal met zijn eerste bandje The Friendship Sextet en nadien The Shaking Hearts. Dit avontuur van korte duur en daarna we vonden hem terug bij Johnny And His Cellar Rockers dat al snel overging in The Hunters waarmee Akkerman toch bekendheid verwierf. The Hunters brachten een goede acht singles uit: ‘Mr. Tambourine Man’, ‘Janosh’, ‘Russian Spy And I’, ‘I’m The King’, ‘Lost Monkey’… In 1967 ontbonden The Hunters en een jaar later brengt Akkerman zijn eerste sololangspeler uit. Samen met wijlen Kaz Lux, Pierre van der Linden en André Reijnen vormt hij dé rockband die geschiedenis zou schrijven: Brainbox. Met nummers als ‘Down Man’, ‘Woman’s Gone’, ‘Sea Of Delight’, hun schitterende versies van ‘Scarborough Fair’ en ‘Reason To Believe’ en natuurlijk met hun ‘Dark Rose’ werden we verrast door de kwaliteit van deze band die het ver zou brengen. Akkerman sloeg zelfs een zeer interessant aanbod uit Engeland af omdat hij vond dat zijn werk in Nederland hem voldoende werk en voldoening gaf. Maar ook aan Brainbox kwam een té vroeg einde en de periode van Focus was aangebroken. Samen met zanger/fluitist zette Akkerman het trio Focus op maar al snel werd het instrumentarium uitgebreid en zo kregen bassist Martijn Dresden en drummer Hans Cleuver de kans om samen met Focus te groeien. In 1976 zette Akkerman een punt achter zijn samenwerking met Van Leer en ging solo.
Als soloperformer kwam hij eigenlijk wat handen te kort; hij werd een veelgevraagd sessiemuzikant, zoals bv. voor ene André Hazes maar Jan trok ook met grote wereldnamen op waaronder B.B. King, Herman Brood, Kaz Lux, Cozy Powell en ga zo maar een tijdje door… Jan Akkerman beweert ook samen met Pierre van der linden eind jaren zestig de albums van The Cats volgespeeld te hebben.
In 1968 bracht Jan dus zijn eerste soloalbum uit, ‘Talent For Sale’ en in de studio troffen we ook zijn Hunters collega’s Rob Bijtelaar (bas), Sydney Wachtel (drums) aan en verder nog Cocky (zijn jongere broer) Akkerman (drums op ‘Slim Jenkin’s Place’) aan. Maar wie op dit album de piano- en orgelpartijen (Frank Smit van The Hunters?) spelen en enkele andere instrumenten hier te horen is mij een raadsel.
‘Talent For Sale’ is een instrumentaal album en spitst zich vooral toe op de vakkundigheid van Jan als gitarist. Met het Milt Jackson-nummer ‘Bags Groove’, een ietwat blues en gospel getint nummer zet de cd ons reeds op het juiste spoor want met ‘Revival Of The Cat’ krijgen we nu ook weer wat Booker T. & The MG’s-invloeden terwijl ‘Moonbeam’ de eerste slow is waarin de vingervlugheid van Jan de hoofdmoot uitmaakt. Jazzy toontjes krijgen we via Joe Zawinel’s ‘Mercy Mercy Mercy’ terwijl we met het Stevie Winwood nummer ‘On The Green Light’ toch ook weer in de kanaal van Booker T. terechtkomen. Dat Ray Charles vroeger een inspiratiebron voor ontzettend veel beginnende muzikanten was, daar leidt geen twijfel aan en zo krijgen we een knappe versie van diens klassieker ‘What’d I Say’. Op ‘Slim Jenkin’s Place’ worden de drumzitjes even verwisseld en Cocky, Jan’s jongere broer, beroert hier de drumvellen. Omdat er zoveel invloeden van Booker T. & The MG’s in deze langspeler werden ontdekt mocht natuurlijk de grote klassieker van Booker niet ontbreken, ‘Green Onions’. Let vooral op de speciale gitaarklanken van Jan en zou Steve Cropper hier niet een beetje jaloers geworden zijn? Toch is deze gehele langspeler niet alleen volgepropt met sterke, snelle ritmes want wie zich aan een klassieker als ‘Ode To Billie Joe’ van Bobbie Gentry waagt weet ook wat de consequenties kunnen zijn.
Samengevat is ‘Talent For Sale’ inderdaad een mooi visitekaartje voor wie talent wilt inhuren. De klank tussen de gitaar en de overige instrumenten komt soms ietwat té sterk over en kan op sommige momenten ergeren. We zullen er maar van uit gaan dat dit te wijten was aan een ‘technisch’ probleem.

Jan Akkerman is still one of the best and versitale guitar players in the world. His work still remains as a corner stone in his various musical engagement. A guitar player with a great charisma but a blueprint of him is very hard to find.

Alfons Maes (4)


Esoteric Recordings  I  ECLEC 2309  I  Cherry Red  I  Jan Akkerman

 
 
Picture
_Er lijkt maar geen einde te komen aan de nieuwe artiesten die ik blijf ontdekken. Neem nu de Amerikaanse saxofonist Brian Lenair uit Washington. Op zijn achtste begon hij zich voor muziek te interesseren. Zijn voornaamste invloed kwam van zijn vader, die ook sax speelde. Brian noemt Grover Washington, Jr. en Stanley Turrentine als grootste inspiratiebronnen. Zelfs door zijn studies als architect en binnenhuisdecorateur konden zijn liefde voor muziek niet temperen, en kort daarna vormde hij zijn eerste band, 41/2 Hours. Hij bleef vier jaar bij hen, en vervoegde in 1990 de nieuwe groep Spur of the Moment. Met hun mix van jazz en R&B verbaasden ze het publiek meer dan vijftien jaar. Ze brachten twee cd’s uit. Maar Brian wou solo gaan, en in 2004 bracht hij zijn debuut ‘The Journey’ uit. Twee jaar later volgde daar ‘Inspirations Vol. 1’ op, maar nu is zijn nieuwste project aan de beurt. “No matter how intimate or large the settings, I always play with the same energy” zei hij, die al optrad met Will Downing, Maysa, Jean Carne, Billy Paul, Angela Bofill, Christopher Williams, Miki Howard, Glenn Jones, Al Jarreau, Vesta, Tony Terry, wijlen Phyllis Hyman, Pieces of a Dream, Miles Jay, Grover Washington, Jr., Peabo Bryson, en George Benson. Het werk aan het nieuwe album duurde maar liefst vier jaar, en het resultaat mag er best zijn. Het merendeel zijn originele instrumentale tracks, op de grens van smooth jazz en funky R&B. ‘Voyage To Atlantis’ is een nummer van The Isley Brothers. Vocaliste Alyson Williams is te horen op het funky ‘Just Like Music’, en zanger Stoney Ellis doet zijn ding op het al even funky ‘Rock Creek Park’. Van deze track staan er achteraan tevens een remix en een go-go versie op. De titeltrack is een romantisch nummer. ‘Sunshine’ is een mooie cover van Alexander O’Neal.

Beautiful sax Music for lovers of Grover Washington, Jr., Kirk Whalum etc, and I’m one of them!

Patrick Van de Wiele (4)


_Grits & Gravy Productions • 633537070125 • CD BabyBrian Lenair

 
 
Picture
Er werd mij in het verleden meer dan eens door muziekliefhebbers de opmerking gemaakt dat instrumentale platen hooguit voor een paar tracks kunnen boeien maar niet voor de ganse plaat. Ik wil bij deze wel enig voorbehoud maken voor die opmerking want in het verleden zijn er meerdere instrumentale lp’s of cd’s bij mij ten huize gepasseerd die mijn volle enthousiasme de ganse plaat door gaande hielden.
Ik heb het hier onder meer over oerrockers als Johnny And The Hurricanes of The Champs, de surfrock van Dick Dale en al zijn muzikale nazaten, de funk en soul van Booker T. & The MG’s en The Meters en ik vergeet er nog een heel pak. Al die acts hielden mij vanaf track één tot het ogenblik dat de plaat dank zij de mechaniek zichzelf het zwijgen oplegde, met mijn oren aan mijn stereoketen gekluisterd.
En nu zit ik hier te twijfelen of ik The Civil Tones, vier funkveteranen uit St. Louis, Missouri niet aan dit lijstje zou toevoegen. Dit kwartet is samengesteld uit Robin Allen (gitaar), David Hilditch (bas), John Holt (keyboards) en John Kosla (drums en alle mogelijke instrumenten waar je kunt op kloppen of slaan).
Eerder kregen The Civil Tones al positieve reacties op hun vorige releases op Pravda Records, namelijk ‘Rotisserie Twist’ (1996), ‘Soul Bucket’ (1998) en Vodka & Peroxide (2003). Na een lange stilte kunnen we nu hun vierde cd ‘City Stoopin’’ in de gleuf van onze supergoedkope cd speler schuiven.
Van The Civil Tones wordt gezegd dat ze southern soul, early funk, latin grooves en surf muziek door elkaar mixen. Van dit laatste genre valt op ‘City Stoopin’’ weinig of niets te bespeuren maar een track als ‘The Scrambler’ lijkt wel op Booker T., hier aangevuld met blazers. Ook ‘Slinky’ klinkt funky en de dwarsfluit van gastmuzikant Tim Kippel doet daar niets aan af. Van de titelsong en het eveneens lichtvoetige ‘HowdYalLike To Be King’ ga je lekker achterover liggen en ‘Soul To Go’ is onversneden New Orleans funk zoals ook die fantastische Meters konden serveren. ‘S’Caliente’ is een samba waarvan je de danskriebels in de benen krijgt. De meest funky nummers zijn wel ‘One Day, Again And Again’, ‘Bungle Funk’ en ‘All I Said’. Niet toevallig drie songs waarop John Holt op keyboards loos mag gaan. Als sluitstuk is er de fraaie versie van ‘All Blues’ van Miles Davis.
The Civil Tones konden mij toch wel boeien tot de cd tot stilstand kwam.

The Civil Tones are the living proof that instrumental records not always have to be boring. Their fourth album ‘City Stoopin’’ is a nice set of funky tunes.

Ivan Van Belleghem (4)