Foto
De jongeman met de bleke huid en het opvallende, koperrode afrokapsel
is sinds 2009 met zijn eigen band in het clubcircuit van Maryland/DC/Virginia actief. In het verleden passeerden meer van die wonderknapen die vooral met hun snaarverrichtingen de aandacht trekken maar ook de zang van de ondertussen achttienjarige gitarist klinkt voortreffelijk en vertoont een voor zijn leeftijd ongehoorde maturiteit. Dat was ook Duke Robillard niet ontgaan en de onvolprezen bluesveteraan uit Rhode Island trad aan als producer. Robillard resideerde ter ondersteuning van de sessies met zijn begeleidingsband in de Lakewest Studios in West Greenwich en trommelde enkele oude vrienden uit de blazerssectie van Roomful of Blues op.
Met uitzondering van het samen met Duke gecomponeerde ‘Jammin’ at Lakewest’ wordt Poxon’s tweede langspeler volledig met eigen werk gevuld. In het oeuvre huizen onmiskenbaar invloeden die uit de Amerikaanse traditie stammen, vroege R&B, country, rock- en hillbilly en jazzy elementen het is allemaal terug te vinden. Na een potig trio met ondermeer de strakke opener ‘Too Bad’ en een rockend autobiografisch ‘College Boy’ neemt Poxon even gas terug met ‘Why’ sfeervolle soulblues met een glansrol voor de blazerssectie, terwijl zangeres Anitu Suhanin voor zwoele achtergrond warmt het orgeltje. Als even verderop opnieuw wat tragere passages opgezocht worden zoals in de titelsong toont de jonge snaak zich in de buurt van gedempte trompetjes en omfloerste sax een meer dan waardig crooner. Dat geldt ook voor ‘Please Come Home’ en ‘Carol Anne’ schrijnende bluesy slows met slepend snarenwerk.
Het op hortende saxen leunende ‘All By Myself’ en herinnert me niet alleen wat de ritmiek betreft aan een prille Lyle Lovett. In de snedige, onderkoelde blueskraker ‘You Don’t Love Me’ en ‘Fooling Around’ worden de gitaarduivels nog even ontbonden, gelukkig in knappe ritmische loopjes. De met de fraaie steel gitaar van Frankie Blandino gelardeerde ballade ‘One More Time’ situeert zich meer in de countryhoek. Afsluiten doet Andy met een subtiele jazzy gitaarjam geflankeerd door Duke.
‘Tomorrow’ is een doordacht en volwassen werkstuk van een uiterst getalenteerde en veelzijdige jongeman, wordt ongetwijfeld vervolgd.

Cis Van Looy (4)

‘Tomorrow’ shows a varied blend of blues, old school R&B, country and jazzy tunes. You won’t believe that this guitar man and fine singer is just eighteen. “Andy Paxon is a complete and mature musician”. After listening to the second record of this young man we can only affirm these words of Duke Robillard.


 
 
Foto
Nicole Michell mag dan al naar Californië, waar ze als assistant professor muziek doceert aan de University of California Irvine, zijn verhuisd, ze kan Chicago niet achter zich laten.
Dit mag niemand verwonderen want haar grote mentor is wijlen Fred Anderson. Niettegenstaande Fred Anderson tenor sax speelde en Nicole Mitchell een fluitiste is, zijn de invloeden nochtans duidelijk hoorbaar op haar jongste cd ‘Aquarius’, haar vierde voor het prestigieuze Delmark Records.
Soms swingt Nicole Mtchell lekker door op de speciaal voor haar ontworpen Powell Fluiten zoals op ‘Aqua Blue’ en het luie ‘Sunday Afternoon’, waarop ook bassist Joshua Abrams een aardig woordje komt meepraten.
Nicole Mitchell neemt weliswaar het grootste gedeelte van de improvisaties voor haar rekening, maar op een nummer als ‘Expectation’ laat ze genoeg ruimte voor een goed geolied samenspel tussen drummer Frank Rosaly en de schitterende vibrafonist Jason Adasiewicz.
Nu en dan maakt Nicole Mitchell het de leek niet gemakkelijk en vooral bij de titeltrack ‘Aquarius’ neigt ze sterk over naar de free jazz.
En voor wie er nog zou aan twijfelen worden we uitgezwaaid met een ‘spoken word’ door Calvin Gantt ter ere van Fred Anderson. Dit ‘spoken word’ komt echter mooi tot zijn recht met dank aan de kronkelende fluittonen van Nicole Mitchell op de achtergrond. Sterke plaat!

Ivan Van Belleghem (4)

‘Aquarius’ by Nicole Mitchell’s Ice Crystal is a truly homage to Fred Anderson.

Delmark Records  I  Delmark De 5004  I   Music & Words  I  Nicole Mitchell

 
 
Foto
De voorgangers ‘Bare Bones’ en ‘Standing On The Rooftops’ draaien vooral rond zelf gecomponeerd werk van de Amerikaanse Française, hier en daar aangevuld met eigenzinnige bewerkingen uit het oeuvre van illustere songwriters. “The only thing that matters is the song” vertrouwd La Peyroux ons toe op de uitklappende digipack. Op haar zevende studioalbum ‘The Blue Room’ graait ze uitgebreid in het verleden.
Geen Dylan te bespeuren maar terug covers van overbekend werk van Cohen en Randy Newman. Een countryklassieker als ‘Gentle On My Mind’ wordt in gestileerde jazzy pop getransformeerd. ‘Change All Those Changes’, een remake van een meer obscure Buddy Holly klinkt ondertussen al vertrouwd door intens plugwerk op onze nationale radio. De afsluiter, het van Warren Zevon geleende, melancholische western epos ‘Desperados Under The Eaves’ met wonderlijk strijkerswerk van Vince Mendoza behoort ongetwijfeld tot beste momenten van de fraai uit gebalanceerde covercollectie, voor de helft opgebouwd met van Ray Charles bekend songwerk.
Dat heeft uiteraard alles te maken met de voorliefde van Peyroux en producer Larry Klein voor Charles, die vooral uitgaat naar de interpretaties van countryklassiekers van The Genius uit de vroege jaren zestig. Charles schreef destijds geschiedenis met ‘Modern Sounds In Country and Western Music’
De openingssong ‘Take These Chains From My Heart’ is van het tweede volume afkomstig. Terwijl naast ‘I Can’t Stop Loving You’ nog vier, vijf andere countryklassiekers als je de schitterende bonustrack meerekent, uit het meesterwerk met de knalrode hoes geselecteerd werden. De croonerversies van Charles blijven na al die jaren onovertroffen maar Peyroux levert voortreffelijk klinkende versies af. Dat heeft evenveel te maken met haar merkwaardige stemtimbre als de verrichtingen van het superieure combo dat de zangeres nu al sinds enige tijd omringt in de studio. De soepel opererende ritmesectie met Jay Bellerose en David Piltch ondersteunt pianist Larry Goldings en gitarist en pedalsteelman Dean Parks die andermaal voor een geschikte subtiele omkadering zorgen. In ‘Born To Lose’ en ‘You Don’t Know Me’ versterkt het gedempte trompetje van John Schneider de weemoedige after hours sfeer en de extra track ‘I Love You So Much It Hurts’ voor een ontroerende fraai uitfadende ontknoping. Bij de gelimiteerde uitgave vind je bovendien een dvd die je naast de video van ‘Changing All Those Changes’ en een akoestische solouitvoering van ‘I Can’t Stop Loving You’, een minidocumentaire die de studiosessies belicht met commentaar van Peyroux en haar producer.
Andermaal een (h)eerlijk werkstuk van een grote dame dat van tijdloze klasse en allure getuigt. Op 18 juli kan je die dame op Gent Jazz aanschouwen.

Cis Van Looy (4)


Universal  I  602537242702  l  Universal Music  l  Madeleine Peyroux

 
 
Foto
Is er een slechtere verzamelnaam dan “wereldmuziek”? Twee fundamentele fouten: a) het veronderstelt dat alle andere muziek niet op deze wereld wordt gemaakt (ik wil nog aannemen dat Michael Jackson en Elvis Presley aliens zijn, als je de denkpiste van Men in Black volgt) en b) “wereldmuziek” is geen genre, omdat binnen de verkeerd gebruikte term ook blues, funk, soul (etcetera) aan bod komen. “Wereldmuziek” bestaat niet. Je kan uiteraard wel stellen dat mainstream pop- en rockmuziek vaak weinig uitstaans hebben met de oorspronkelijke muziek van pakweg Tibet of Phuket. Elk land heeft wellicht zijn popidolen (The Voice begint binnenkort in Afghanistan, bijvoorbeeld), maar elk land heeft ook een inheemse muziektraditie. Liefhebbers van het betere Vlaamsche lied doen er goed aan om 15e eeuwse liederen te checken, verkrijgbaar op cd (helaas niet door de originele artiesten).

Met muziek uit het Afrikaanse vasteland ben ik helaas nauwelijks vertrouwd. Zonder hulpmiddelen kan ik “The Lion Sleeps Tonight”, “Pata Pata” en “Enter The Ninja” opsommen en daar stopt mijn kennis. Met gezonde nieuwsgierigheid en oprechte interesse legde ik aldus de nieuwe langspeler van de Malinese Rokia Traoré op.

Eerste vaststelling: als je de taal niet verstaat, is het moeilijker om je in te leven. Maar zoals Serge Simonart ooit stelde – en ik parafraseer – “Het was niet nodig om de goddelijke orakelklanken van Nusrat Fateh Ali Khan te verstaan, de muziek volstond ruimschoots.” Anderzijds is het wel speciaal om niets van het Malinees te verstaan, omdat je de muziek dan volledig kan laten spreken. Zoals in het lange, jazzy ‘Ka Moun Kè’, dat zich bijna 7 minuten als bijzonder dansbaar ontplooit. De snoeiende elektrische gitaar en de stevige drumslagen in opener ‘Lalla’ zijn een verrassing, omdat ik dergelijk instrumentgebruik niet meteen had verwacht. In het titelnummer ‘Beautiful Africa’ worden bepaalde zinnetjes in het Frans en in het Engels gezongen: “I love you, Beautiful Africa – Africa, je t’aime!”

Hoewel “Beautiful Africa” vooralsnog geen plaats in mijn “Beste albums aller tijden”-lijstje heeft verdiend, kan niemand het talent en de aanstekelijkheid van Rokia Traoré ontkennen (met uitzondering van hardleerse kniesoren). Ideaal voor een zwoele zomernamiddag, bij voorkeur in het gezelschap van een fris drankje.

Julian De Backer (3)

Malian singer Rokia Traoré returns to her roots with a soulful album in her native language. While that barrier may prohibit one’s enjoyment or appreciation of the material, the music is too strong to dismiss. ‘Ka Moun Kè’, for example, provides ample subtle moments of jazzy goodness. To be enjoyed on a sultry summer afternoon, with refreshing beverages to keep you cool.

Nonesuch Records  I  554863  I  Warner Music  I  Rokia Traore

 
 
Foto
Wanneer twee jazzlegendes beslissen om hun talent samen te brengen verleggen ze hun grenzen. Dit muzikaal avontuur is de culminatie van een partnership tussen twee vrienden: pianist Michael Wolff en drummer Mike Clark, die gesteund worden door bassist Chip Jackson. Het trio verkent nieuwe sonische horizonten door verschillende tracks van componisten te deconstrueren. Dat kan dan gaan van The Beatles via Cole Porter tot Joe Zawinul. Ja, je leest het goed, ‘Come Together’ is de eerste, waarvan de melodie herkenbaar is, met echter de nodige improvisatie op piano. Daarna volgt ‘What Is This Thing Called Love?’ dat al wat minder herkenbaar geworden is, ‘Mercy, Mercy, Mercy’ het coverrijtje sluit. Deze track balanceert op het lijntje tussen gospel, blues, soul en uiteraard jazz. Maar er staan ook originele composities op, zoals ‘ARP’. Horace Silver’s ‘Song For My Father’ staat iets verder, en bewijst eens te meer dat dit geen traditionele jazz meer is. Meer naar het einde pakken ze Gamble & Huff’s ‘For the Love of Money’ aan, bekend in de originele versie van The O’Jays. Ik verkies toch dat laatste hoor. Met de ballade ‘Elise’ besluiten ze deze verkenning, die voor mij toch te ver buiten mijn smaak valt.

Improvisational expeditions show jazz possibilities based on known and original tunes.
Patrick Van de Wiele (3)

Random Act Records  I  RAR1010CD  I  Michael Wolff  I  Mike Clark

 
 
Foto
Scott Henderson (gitaar), Jeff Berlin (bas) en Dennis Chambers (drums) zijn drie gerenommeerde jazz muzikanten van de Californische Westkust die hier samen hun titelloze debuut cd afleveren.
Jeff Berlin zegde hierover: ‘Scott Henderson koos het merendeel van de tracks uit die op de cd zouden belanden. Dennis en ik konden er ons wel in vinden. Het is wel grappig dat een gitaartrio werk speelt van keyboardreuzen zoals Joe Zawinul en Herbie Hancock’.
Ik heb er geen enkel probleem mee dat de gitaar hier overheerst en daarbij de keyboardpartijen vervangt. Dit doet mij ergens terugdenken aan hetgeen Jeff Beck eind de jaren zeventig op zijn album ‘Wired’ deed.
Zodoende krijgen nummers als ‘Actual Proof’ van Herbie Hancock met een schitterende Dennis Chambers aan de drums en ‘D.Flat Waltz’ van Joe Zawinul met formidabel gitaarwerk van Scott Henderson en dito werk aan de bas van Jeff Berlin, een geheel nieuw elan mee.
Op goedgekozen covers als ‘Mysterious Traveller’ en ‘Sightseeing’, beide van Wayne Shorter, doet het trio het origineel alle eer aan. Op laatst genoemde track speelt Jeff Berlin zich nogmaals in de picture.
Er wordt even wat gas teruggenomen op de mooie Joe Zawinul compositie ‘The Orphan’. Hier zorgt de ijle zang van Sanya en Angela Henderson voor afwisseling.
De eigen nummers van Scott Henderson, Jef Berlin en Dennis Chambers, zoals de prachtige blues van ‘Wayward Son Of Devil Boy’ en de spielerei van ‘Theedom’ mogen gerust hun voet naast alle andere tracks zetten.
De afsluitende track ‘Stratus’ van Billy Cobham wordt krachtig op gang geroffeld door Dennis Chambers en vervolgens komen Jeff Berlin en Scott Henderson hem goed getimed vervoegen.
Wie zijn wij om ook maar enige kritiek te spuien met betrekking tot deze drie virtuozen.

Scott Henderson, Jef Berlin and Dennis Chambers have released their first album as a supertrio. Why did it take so long? This is just great music beyond all fences.
Ivan Van Belleghem (5)


 
 
Foto
Toen de sixties zoetjesaan overgingen in de seventies kocht ik me gedurende een drietal jaar trouw elke vrijdag het kwalitatief hoogstaand muziek krantje ‘Sounds’. Ik meen me daarbij iets te herinneren dat daar ene mijnheer Julie Driscoll werd opgevoerd. Maar het bleek hier wel degelijk om Keith Tippett te gaan. Voor de rest werd de zoon van een politieagent voor eeuwig en drie dagen aan mijn waarnemingspotentie onttrokken.
Tot nu plots Esoteric Recordings hem uit de vergetelheid haalt door zijn album uit 1970, ‘You Are Here… I Am There’ heruit te geven. De originele lp verscheen destijds op Polydor Records en Esoteric Records heeft als vanouds gezorgd voor een fraaie heruitgave.
1970 is ook het jaar dat Soft Machine furore begon te maken en er wordt soms automatisch een link gelegd naar Keith Tippett, die trouwens in die tijd ook nog op drie lp’s van King Crimson meespeelde.
Bij de opname van ‘You Are Here… I Am There’ zag de line-up van The Keith Tippett Group er uit als volgt: Keith Tippett (piano en elektrische piano), Mark Charig (cornet), Nick Evans (trombone), Jeff Clyne (bas), Elton Dean (alt sax) en Alan Jackson (drums).
De plaat opent met ‘This Evening Was Like Last Year (To Sarah)’ en dit nummer heeft iets dreigends en somber mede door de rollende pianoklanken van Keith Tippett himself. Het zooitje wordt echter opgevrolijkt door Mark Charig op cornet in ‘I Wish There Was A Nowhere’. De somberheid die toch wel een beetje de plaat overschaduwd wordt onderbroken en beter verteerbaar gemaakt door het funky ritme en de cornet van Mark Charig ‘Thank You For The Smile (To Wendy and Roger)’. De track die mij het best bevalt is echter ‘Stately Dance For Miss Primm’ met het belgeluid dat werd voortgebracht door producer Giorgio Gomelsky (zie ook ‘The Yardbirds’) en de prachtige baslijnen van Jeff Clyne.
The Keith Tippett Group maakt het de luisteraar niet altijd gemakkelijk, maar de free jazzliefhebbers moeten bij ‘You Are Here… I Am There’ toch wel hun gading vinden.

‘You Are Here… I Am There’ is a treat for fusion fans, but I wonder if The Keith Tippett Group will have any appeal to traditional jazzfans.
Ivan Van Belleghem (3)


 
 
Foto
In 1969 ontmoetten Julie Driscoll en Keith Tippett elkaar voor het eerst. Julie Driscoll vroeg aan Keith Tippett of hij haar bij de opnamen van haar plaat kon bijstaan en voor ze er erg in hadden lagen ze in elkaars armen en waren ze een getrouwd koppel.
Van The Keith Tippett Group zijn er bij mijn weten slechts twee albums gekend, namelijk ‘You Are Here… I Am There’ uit 1970 en ‘Dedicated To You, But You Weren’t Listening’ dat één jaar later als ‘Vertigo’ (Mercury Records) 6360 024 het levenslicht zag. Ook van deze laatste lp zorgde Esoteric Recordings voor een fraaie heruitgave.
In vergelijking met de line-up van ‘You Are Here… I Am There’ werd Jeff Clyne aan de bas vervangen door Roy Babbington en Neville Whitehead. Robert Wyatt, Bryan Spring en Paul Howard moesten Alan Jackson aan het drumstel doen vergeten. Inmiddels was ook gitarist Gary Boyle de band komen vervoegen. Dit alles maakte dat ‘Dedicated To You, But You Weren’t Listening’ een ietwat toegankelijkere plaat is geworden dan zijn voorganger.
‘This Is What Happens’ drijft op aan aanstekelijk zuiders ritme en op ‘Green And Orange Night Park’ etaleert Keith Tippett zijn grote talent aan de piano en daarbij komt Elton Dean er een mooi sax sausje over gieten. Op de titeltrack gaan Mark Charig (cornet) een leuk duel aan met één van de drummers. Wel spijtig dat The Keith Tippett Group zich weer wat aan experimentele moeilijkdoenerij gaat bezondigen op een nummer als ‘Thoughts To Geoff’.
‘Dedicated To You, But You Weren’t Listening’ wordt echter in schoonheid afgesloten met ‘Black Horse’ dat netjes wordt ingekleurd door Nick Evans (trombone) en Gary Boyle (gitaar).
Alles bij elkaar was het nog niet eens zo’n slechte gedachte van Esoteric Recordings om Keith Tippett vanonder het stof te halen.

Not such a bad idea from Esoteric Recordings to help us rediscover The Keith Tippett Group.
Ivan Van Belleghem (3½)


 
 
Foto
Kwade tongen zullen zich misschien afvragen of er sowieso wel Spaanse jazzopnames bestaan, maar deze plaat laat daar zeker geen verdere twijfels over bestaan. Het Spaanse label Vampisoul heeft zichzelf de opdracht toegemeten om alles wat Spaans is en kwaliteit heeft op te duikelen en op CD’s te compileren. Voor de jazzmuziek is dat zeker geen makkelijke taak gebleken omdat jazz in Spanje lange tijd zowel marginaal als underground was. Ze zijn met deze Fetén compilatie in elk geval met brio in hun opzet geslaagd. Fetén betekent in het Spaans: authentiek, excellent en eerlijk. Alle drie adjectieven die op deze plaat van toepassing zijn. De plaat trapt af met het Catalonia Jazz Quartet dat in 1966 een traditional ‘El Cant dels Ocells’ opnamen waar de vibrafoon van Francesc Burull voluit gaat en deze opname tot op internationale hoogtes jaagt. Ronduit schitterend! De Servische trompettist Dusko Goykovitch is altijd een graag geziene gast geweest op de Spaanse podia. Op 8 en 9 november 1971 trad hij op in Barcelona samen met de beroemde pianist Tete Montoliu. Er werden maar liefst twee platen gepuurd uit deze optredens. ‘Bosna Calling’ swingt er ingehouden mooi op los. Ook de fantastische drummer Joe Nay is hier van de partij. Het Modern Jazz Quartet nam in 1974 in de Barcelonese Belter studio’s een eerbetoon aan de jazz op met ‘Israel’. Ondanks dat het hier om een eerste studio-ervaring ging voor deze jonge muzikanten mag het resultaat zeker gehoord worden. Elia Fleta, dochter van de operatenor Miguel Fleta, nam samen met haar zus Paloma enkele platen in het lichte genre op in de jaren ’50. In de jaren ’60 waagde ze zich ook aan jazz. ‘Rememberance to Madrid’ samen met de groep Jazz de Madrid is een meer dan verdienstelijke poging uit 1966, haar stem komt echt wel goed tot haar recht. Tino Contreras is een Mexicaanse drummer die 1962 Spanje rond toerde met zijn eigen groep. ‘Marcha de los dioses’ (de mars van de goden) is erg toegankelijke latin-jazz waarin de dwarsfluit van Mike Bravo en de drums van Tino de hoofdrol opeisen. ‘Jamboree’ is een prachtige, welluidende compositie van klasbak saxofonist Salvador Font uit 1961. Zijn EP’s op de labels Belter en Discophon behoren tot de meest gezochte collectors items uit de Europese jazz. Louis Benoit is een Amerikaanse orgelspeler à la Rhoda Scott die onder de artiestennaam Lou Bennett enkel in Europa heeft gemusiceerd. Vooral Spanje en Frankrijk behoorden tot zijn werkterrein. ‘Movimiento’ uit 1968 is een wervelende compositie waar zijn Hammond B3 orgel werkelijk schittert. Dit nummer figureerde in de soundtrack van de Spaanse filmkomedie ‘La vil seducción’, eveneens uit 1968. Pianist Carlos Calderón schreef heel wat liedjes voor grote Spaanse kanonnen uit de Spaanse populaire muziek zoals Masiel (winnares Eurosong-festival in 1968) en Mocedades. En ook voor de Catalaanse singer songwriter Joan Manuel Serrat. Maar hij was tevens erg actief als jazzpianist. Met ‘Psyche’ uit 1968 scheert hij echt wel hoge toppen. ‘Tema per Alicia’ van Jazz Group stamt uit 1974. Het werd geschreven door saxofonist Joan Albert. Straf genoeg waren in de Catalaanse stad Terrassa, op een boogscheut van Barcelona, waar de groep vandaan komt, ook andere kleppers als Mainstream Jazz Group en Modern Jazz Quartet actief. Het is toch wel opvallend dat de jazz vooral in het meer liberale en onconventionele Catalonië floreerde. Dat blijkt ook overduidelijk uit de keuze voor deze plaat. ‘Nits de Jazz de Jamboree’ uit 1968 is een live-album opgenomen in de Barcelonese jazzclub Jamboree. Enkel ‘Asterics’ van pianist Ricard Miralles was een orginele compositie tijdens dit concert. Het samenspel tussen sax, piano, drums en bas is in elk geval voortreffelijk. ‘Samando’ is terug een mooi muziekstuk van pianist Juan Carlos Calderón, net als ‘Solar’ geschreven door Miles Davis een andere track is van Nits de Jazz de Jamboree. Die nummer werd per toeval ontdekt door de samenstellers van deze plaat. De opnames van dit nummer werden immers niet weerhouden voor de vinylplaat die in 1968 op de markt werd gegooid. Het slot is voor Vlady Bas, saxofonist afkomstig uit Bilbao. Met ‘Laberinto - deel2)’ uit 1973 haalt hij werkelijk alles uit de kast samen met Juan Carlos Calderón op piano, David Thomas op bas en Pepe Nieto op drums.
Deze plaat is niet alleen een grote ontdekking, het is echt wel een mooi staaltje van hoe leuk jazzmuziek wel kan zijn.

Vampisoul se ha especializado en rescatar toda la música de calidad española. Con Fetén han hecho un trabajo de maravilla. El jazz de 1961 hasta 1974 suena divino. Y como siempre es super interesante y divirtido de poder leer toda la información compilada alrededor de esta múscia olvidada y poca conocida. De veras que este disco vale mucho la pena.
Peter Desmet (5)

Vampisoul Records  I  Vampi CD 146  I  Sonic Rendezvous

 
 
Foto
Ernest Khabeer Dawkins is momenteel zondermeer top in Chicago en ver daarbuiten.
Ernest Dawkins kun je dan wel klasseren als traditioneel jazz muzikant, maar er zitten eveneens heel wat elementen van de free jazz in zijn muziek.
Ernest Dawkins was ooit voorzitter van het AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians) en zijn carrière nam vanuit die belangrijke organisatie een definitieve start. In 2003 trad hij toe tot het onvolprezen Delmark label en nam er acht albums op. Vijf met het New Horizons Ensemble en drie als co-leader van The Ethnic Heritage Ensemble. We mogen dus gerust stellen dat ‘Afro Straight’ zijn negende cd voor Delmark is. En het is een schot in de roos. Ernest Dawkins is wereldklasse en hij bewijst dit hier ten overvloede door onverminderd heerlijke saxpatronen op de luisteraar af te vuren.
Op ‘Afro Straight’ brengt Ernest Dawkins hulde aan zijn grote voorbeelden zoals daar zijn: John Coltrane, Wayne Shorter en het onlangs overleden Chicago icoon Von Freeman.
Van John Coltrane brengt Ernest Dawins hier het prachtige ‘Central Park West’, met een sublieme Willerm Delisford aan de piano, en de swingende openingstrack ‘Mr. PC’.
Van Wayne Shorter krijgen we ‘United’, ‘Footprints’ en de nerveuze afsluiter ‘JuJu’, met ruimte voor een drumsolo van Isaiah Spencer..
Ernest Dawkns wil niet alle eer voor zichzelf hebben, maar laat genoeg improviseerruimte aan zijn medemaats. Zo mag de jonge Corey Wilkes zich laten gelden op ‘Woody ’n You’. De titelsong ‘Afro Straight’ is een eigen compositie van Ernest Dawkins, maar geldt feitelijk als kapstok waar Ruben Alvarez ongehinderd zijn solo op conga’s en bongo’s mag aan ophangen.
De hoogtepunten zijn mijn inziens echter ‘God Bless The Child’, een gedurfde cover van het Billie Holiday nummer met het bloedstollend mooie Hammond B3 orgel van Ben Paterson, en zijn eigen compositie ‘Old Man Blues’, waarbij Ernest Dawkins eventjes de grenzen tussen jazz en blues gaat aftasten. Ernest Dawkins gaat er hier zelfs bij zingen.
En ik herhaal: Ernest Dawkins is topklasse.

Ed Dawkins is a top name in the contemporary jazz world and he proves this all the way on ‘Afro Straight’.
Ivan Van Belleghem (5)

Delmark Records  I  DE 5001  I  Music & Words  I  Ernest Dawkins