Picture
_Als Latijns–Amerika liefhebber volg ik de Latijns–Amerikaanse rockscène reeds 20 jaar. Vroeger, voor het internet haar intrede deed was dat geen eenvoudige zaak. Sinds internet is het veel makkelijker om een beetje op de hoogte te blijven, gesteld natuurlijk dat je de Spaanse taal redelijk beheerst. De Latin Rock is ongelooflijk gevarieerd gegeven aangezien het zich uitstrekt over een heel continent met meer dan 500 miljoen inwoners. De landen die van oudsher de plak zwaaien zijn Argentinië, dat zowel qua volume als kwaliteit er met kop en schouders boven uitsteekt. Op de tweede rang heb je Chili, Uruguay, Mexico en Brazilië.
Voor het eerst in 20 jaar heb ik het plezier en het genoegen een Peruviaanse rockplaat te kunnen beluisteren. Dat is vooral de verdienste van dit Spaanse platenlabel dat in de eerste plaats gekend is omdat het sinds jaar en dag in het rijke Spaanse muzikaal archief duikt om interessante compilaties en/of historische vinylplaten op CD te zetten. Sinds enige tijd zijn ze ook begonnen om vanuit Latijns–Amerika interessante vinylplaten terug uit te brengen.
Deze plaat ‘Virgin’ van Traffic Sound stamt uit februari 1970. Om maar te zeggen dat men ook in Peru mee was met de moderne rocktijden. Dat blijkt al uit de opdeling van deze plaat. De A-zijde werd ‘Tomorrow’ getiteld en de B-zijde ‘Today’. Inderdaad dat is niet meer of niet minder dan een conceptplaat. De groep werd gevormd door leden van verschillende groepen (Los Hang Ten’s en the Mad’s). De oefenruimte bevond zich op de zolder van de grootouders van gitarist Freddy Rizo–Patrón. Op die zolder was een oud verkeerslicht terecht gekomen en ze moesten niet verder naar een groepsnaam zoeken. In eerste instantie speelde de groep covernummers van The Doors, The Kinks, Alexis Korner, Led Zeppelin enz. In 1968 maakte de groep reeds drie eigen singles. Die werden later samen met een aantal covers op een lp geperst ‘A Bailar Go Go’ (Go Go dancing). Ondanks de militaire dictatuur in Peru, de Kerstman werd bijv. verboden vanwege te overdreven, tiert de rockscène welig en leggen de militaire autoriteiten muzikanten en concertorganisatoren niets meer in de weg. Wat een verschil met een land als Mexico waar rockmuziek tot einde jaren ’80 genadeloos onderdrukt werd door de autoriteiten.
Maar in 1969 vonden de jongens de tijd rijp om een volwaardige plaat op te nemen met eigen composities. Dat wordt dus ‘Virgin’, een plaat die in februari 1970 op de markt wordt gegooid. Vanaf het titelnummer ‘Virgin’ zit alles al snor: de gitaren, de sound, de stemmen, de keyboards, de percussie. Dit alles overgoten met een licht psychedelisch sausje. Het doet voor het stemmenwerk aan het betere werk van The Hollies denken en de gitaren hebben een groot Byrds-gehalte. Dit alles zonder dat ze daarom copycats spelen. ‘Tell the World I am alive’ is zo mogelijk nog overtuigender. ‘Yellow Sea Days’ is een trilogie die negen minuten duurt en die geen seconde verveelt, vooral door de inventieve stemmen en het al even avontuurlijke blazerswerk van Jean Pierre Magnet die zowel sax, fluit als klarinet bespeelt. Ook hier is de sound erg volwassen en uitgepuurd. Mijn inziens kan er niemand vermoeden dat het hier om een Peruviaans kwintet gaat wanneer hij of zij deze plaat beluistert. ‘Jews Caboose’ gaat van start als een psychedelische versie van ‘Louie Louie’ maar zou door The Doors geschreven en performed zijn: doorleefde vocalen van Manuel Sanguinetti, gestoorde sax en synths en een overtuigende orgelpartij van Willy Thorne. Akkoord het niveau van The Doors halen ze niet maar ze komen echt wel dicht in de buurt. ‘Simple’ is inderdaad een eenvoudig opgebouwde compositie, maar wel één die perfect uitgevoerd is: sterke melodie, goede stemmen en prima instrumentatie. Het wordt eentonig maar het blijft beregoed. Net als de twee laatste nummers van deze plaat trouwens: het rockerige ‘Meshkalina’, perfecte mengeling van progressieve rock, psychedelica en latino-pop. En de funk hang ook al in de lucht. Vooral de gitaren van Willy Barclay en Freddy Rizo Patrón stelen de show. Dit nummer werd trouwens een geweldige radiohit in Peru. De heren houden niet van de zaken moeilijk te maken, het laatste nummer heet dan ook ‘Last Song’ en dat kabbelt liefelijk tot het einde met ook hier weer schitterend gitaarwerk. Na deze plaat maakten de heren nog twee platen. De moeite om na te trekken zou ik zo zeggen.
In 1971 maakten ze hun laatste schijf ‘Lux’ en treden ze nogal verrassend plots buiten Peru op dankzij sponsoring van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Braniff Airways (al lang ter ziele gegaan) in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires (de droom van elke rockero in Latijns-Amerika) in Santiago de Chile en in de Braziliaanse steden Sâo Paulo, Rio de Janeiro en Curitiba. En enkele maanden later valt het plots stil. Enkel saxofonist Jean Pierre Magnet blijft verder actief als muzikant.
Platen waren in die tijd erg kort, amper 33 minuten. Maar er valt hier echt geen enkel zwak moment te bespeuren. Voor mij echt wel één van de grote ontdekkingen van de laatste jaren.

Para mi Traffic Sound es una sorpresa grande y muy agradable. Eso es música rock de primera calidad. Y demuestra que no todo el rock bueno latino tiene que salir de Argentina, Chile o México. Qué lástima que este gran grupo de musicos no siguió adelante varias años.

Peter Desmet (4)


_Munster Records  I  MRCD 317  I  SonicRendezvous