Patrick Van de Wiele (3½)
A bonus CD, exclusive to buyers of the previous ‘Strange Fish’ compilations one to four.
| Keys and Chords |
|
V.A.: Strange Fish Five16/06/2013 Indien u alle vier de vorige compilatie cd’s koopt, dan krijgt u deze bonus cd erbij. Uiteraard staan op deze compilatie cd tal van artiesten die u op dit label al tegengekomen bent. Ik overloop ze even: Elevation, Jay Tausig, The Golden Cake Company, The Cream People, Mademoiselle Marquee, Oceanfire, Purple Rock Trip, Beau en Amazing Sounds Of D.B. Turi. De tracks pasten niet zozeer binnen de thema’s of tijdsperiodes van de andere releases, of ze waren zo anders, dat er besloten werd om ze op deze manier met de wereld te delen. ‘The Introduction’ van Elevation werd bijvoorbeeld opgenomen in de Nevada woestijn in 1999 op de nacht van het millennium door Michael Padilla van The Soft Bombs. Multi-instrumentalist Jay Tausig uit de USA deed dan weer alles solo op ‘Shortwave’. In het midden van de jaren tachtig nam Beau een instrumentaal stuk op voor een videoproject en dat werd ‘Rainbow Jam Theme’. En afsluiter D.B. Turi is een psychedelische jongen, die samen uithing met de groten van de Woodstock generatie van het einde van de jaren 60 en 70. Tot voorheen dacht men dat hij nooit opgenomen had, maar is het bewijs met ‘Der Flammenwerfer’. Patrick Van de Wiele (3½) A bonus CD, exclusive to buyers of the previous ‘Strange Fish’ compilations one to four. Fruits de Mer Records I Promo CD Ant Bee: Pure Electric Honey16/06/2013 Billy James wordt als één van de meest onderschatte componisten van de psychedelische rockmuziek beschouwd die thuis hoort in het rijtje van Zappa, Beach Boys, Pink Floyd en zelfs Beatles maar om één of andere reden is hij nooit uit de underground geraakt. Zoals dat gaat met psychedelische platen start de intro met een boel geluiden en geluidseffecten. ‘Eating Chocolate Cake (in the bath)’ lijkt meer op een oefenstonde van The Beatles en/of Het Beach Boys: het liedje is melancholisch getint, veel gelaagde en vervormde stemmen krijgen massa’s echo over zich heen, maar het eindresultaat is genietbaar. ‘My Cat’ trapt af met op hol geslagen doedelzakken, in echo gedrenkte stemmen en percussie om over te gaan in sixties pop met heel wat geluidseffecten. Nadien komen drums en gitaar op de proppen die een stevige jamsessie neer te zetten om weer te switchen naar de gestoorde doedelzakken om uiteindelijk te eindigen in een heel potent vocaal gedeelte. In plaats van een liedje is dit eerder een geluidscollage. ‘Black & White Cat, Black & White Cake’ start met spielereien die op tape versnelde vocals en vervormde instrumenten bevatten. Gelukkig horen we hier en daar mooi gezongen flarden die de kop opsteken en dan weer wegdeinen. Het nummer is in 1967 opgenomen en bleef maar liefst 20 jaar op de plank liggen. ‘Silly Fat Fingers’ is een leuke up tempo compositie, de eerste die naam echt waardig. De vocals worden wel in en weg gefaded maar de instrumenten zitten goed en de vocals ook. Je kan het als een dromerige, etherische versie opvatten van de hitnummers uit de jaren ’60, ’70 en ’80. ‘The Wrong at Once (Has gone)’ is een dromerige, zweverige ballade met adequate instrumentatie. Het is een ronduit mooi liedje waarbij Billy James, het brein achter Ant Bee, zijn experimentele drift duidelijk binnen de perken houdt; het 55 seconden korte ‘Say Ahh’ is een miniatuurversie van de a-capella sound van de Beach Boys. Een mooie aanzet tot een volwaardige compositie, maar het is en blijft een aanzet. ‘The Green Gin’ start vanuit geluidseffecten en in het midden hoor je percussie en gitaren pingelen, die zich wel ritmisch voortbewegen, maar nooit uitgroeien tot een echt lied. Misschien te gebruiken voor een soundtrack. ‘Evolutie number 7’ heeft vier verschillende delen en is zonder enige twijfel het beste nummer op deze plaat. Het is complex maar muzikaal en erg gelukt en de elf minuten die het duurt blijven elke seconde boeiend. Deel I begint met radio-frequenties en ruis om dan space-rockerig uit te halen op de vocalen. Billy James kan dus echt wel leuk uit de hoek komen met prachtige stemmen, een goede sound met een mooie sitar en een geweldige gitaarsolo. Drie heerlijke minuten! In deel II gaat het aanvankelijk meer de kant van een soundscape uit maar dan mag er plots een akoestische gitaar mooi haar ding doen en door melancholische, meerstemmige vocalen haalt James het niveau van The Beach Boys. Deel III is opgehangen aan bijengeluiden, van daar de titel van de plaat ‘Pure Electric Honey’. Deel IV is de Beach Boys op speed, maar echt wel heel mooi. De vijf bonustracks uit een demo van 1987 hebben weinig toegevoegde waarde. Enkel voer voor liefhebbers van vervormde stemmen, noise en tape-effecten. Sommigen beschouwen Billy James als een miskend genie. De man had in oorsprong misschien de kwaliteiten om tot een grote uit te groeien maar het is er niet echt uitgekomen. Op de plaat staan drie heel mooie muzikale nummers maar de rest van de nummers, ik noem het zelf geen liedjes, gaan ten onder aan een ongebreidelde experimenteerdrift. Het verwonderd me dus ook niet echt dat deze in 1989 opgenomen plaat die in 1990 op vinyl uitkwam slechts in 2005 op CD werd uitgebracht. Je moet echt wel heel erg van experimenten houden die eigenlijk ten koste van de muziek gaan. Enige harmonie is toch wel gewenst. Peter Desmet (3½) An interesting record, but not so musical. There are too much sound experiments on this record to be able to speak of music. Billy James had the capacities but this has not resulted in a nice music album. Gonzo Multimedia I HST 120 CD I Glass Onyon I Billy James Gingerpig: Hidden From View11/06/2013 Gingerpig is de band rond ex-Gorefest gitarist Boudewijn Bonebakker. Het eerste album van de band, 'The Ways Of The Gingerpig' (2011), presenteerde ons nog een viertal, maar helaas verliet de organist de band. Voor dit tweede album werd Arno Krijger, een jazzorganist ingehuurd. Maar erg veel wijzigt dit niet aan de knappe mix van klassieke seventies rock met progressieve inslag. Negen nummers telt dit tweede album en elk nummer staat als een huis. Er wordt geopend met het erg catchy 'Run', dat zo van een oud 'Deep Purple'-album afkomstig kon zijn dank zij de stevige groove van het Hammondorgel en de gitaarriffs. 'Darling Man' neigt een beetje meer richting southern rock. Denk aan Allman Brothers Band of aan Lynyrd Skynyrd. Met 'Backlash' keren we terug naar de stevige klassieke rock en het orgel wordt hier eerder als begeleidend instrument gebruikt. 'Touch' begint rustig en kalm maar wint gaandeweg aan kracht en tempo, al blijft het eerder een ballade. 'Nothing' is dan weer gebaseerd op een echte klassieke rockriff, die me wat doet denken aan AC/DC. In 'Oceans' wordt een dwarsfluit (Marjolein Kempen) gebruikt. De intro roept herinneringen op aan Jethro Tull, terwijl het nummer op zich waarschijnlijk eerder uit de catalogus van Thijs van Leer zou kunnen zijn. Na dit stevige nummer gaat het er een heel pak rustiger aan toe met 'Smile', een nummer dat je het best kan omschrijven als een vrij stevige ballade. De intro van 'Pride' zou dan weer uit het midden-oosten afkomstig kunnen zijn dank zij de fluit en het eigenaardige ritme. Maar dit is pas de intro, het nummer rockt immers weldra stevig weg dank zij de krachtige gitaarriffs en de ondersteuning van de orgel. Het afsluitende 'Ugly Heart' is meteen het langste nummer van dit album. Een harde gitaarriff zorgt voor de intro, het tempo is log en dreigend en het nummer bevat verder een psychedelisch aanvoelende gitaarsolo. Fans van klassieke seventies rock met wat invloeden uit de progressie rock, moeten dit Nederlandse trio zeker een kans geven, ze zullen niet teleurgesteld worden. Luc Ghyselen (4) V.A.: The Rough Guide to Latin Psychedelia31/05/2013 Tijdens de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zat in Latijns Amerika, de revolutie in de lucht. De jeugdige subcultuur brak uit zijn keurslijf, de geesten werden vergroot en de muziek draaide binnenstebuiten. Rebellie en experimenten waren schering en inslag. De psychedelische invloed raakte hen diep en ze voegden hun eigen elementen aan de muziek toe. Pablo Yglesias compileerde deze cd, waarop achttien tracks staan. Joe Cuba vangt aan met ‘Psychedelic Baby’, waarop humor met een groove gecombineerd worden. Johnny Rivera is een Puerto Ricaan die in de Bronx geboren werd en samen met The Tequila Brass hier op ‘Cloud Nine’ woont. Los Nombres brengt ‘Todos’, en het is een band die invloeden had van War, Santana, Motown en uiteraard Puerto Rico. Op ‘A Drink Or Two’ van Wild Wind wordt acid funkrock gecombineerd met traditionele Cubaanse muziek. En op Afrosound’s ‘Baila Mi Rumbita’ hoor een knipoog naar de psychedelische gitaargeluiden uit Peru. Het nummer is een cover van een zigeuner rumbaband uit Barcelona. Uit Peru zelf komt het geluid van Conjunto El Opio met ‘Piratas En El Titicaca’, een beetje funk met een traditionele melodie uit de Andes. Los Destellos, de band uit Peru, komt hierna uitgebreid aan bod. Ja, want deze langvergeten band uit de tweede helft van de jaren zestig krijgt hier zowaar een bonus-cd. Je hoort boogaloo, cumbia en beat tot hardcore AfroCubaanse jamsessies. Onvoorspelbare gitaarlicks, die de toenmalige militaire dictatuur ver overstijgen. Tezamen met de eerste schijf geeft deze dubbel-cd een goed overzicht van de ganse scène, zodat je wat verder gaat kijken dan de traditionele Latijns Amerikaanse muziek. Patrick Van de Wiele (3½) Soft Hearted Scientists: False Lights07/05/2013 De psychedelische alchemisten uit Cardiff, Wales zijn terug met een nieuw album. Misschien is het landschap dat verwijst naar Midden Aarde, oftewel is het de druïdencultus van Wales. De groep bestaat uit Nathan Hall (zang, gitaar, enz.), Dylan Line (zang, gitaar, enz.), Paul Jones (zang, gitaar, enz.), Michael Bailey (basgitaar) en Frank Naughton (drum aangevuld in de studio). Na een bizarre spookachtige intro komen we uit bij ‘Seeing’, dat verder gaat in het instrumentale ‘Seeing Further’. De titeltrack is raar, met allerlei invloeden, zoals Gorky’s Zygotic Mynci, en kamerdrum in de akoestiek van een kathedraal. ‘Song From The River’ heeft een catchy beat, en er komt zelfs een sitar in voor. De man Sid wordt opgegeten door een reusachtige inktvis in ‘Seaside Sid And The Giant Squid’. ‘Trees In The Wind’ is ietwat dromerig, en ‘Monster Of The Id’ heeft niets te maken met de film ‘Forbidden Planet’. Alles bij mekaar refereert deze cd naar psychedelica uit de jaren zestig, gotische horror en folklore uit Wales. En dan vergeet ik nog een honderdtal andere invloeden… Patrick Van de Wiele (3) This album has more twists and turns than I can imagine. For fans of sixties psychedelia. The Shakes: Shoot Me Baby23/04/2013 In de reeks nieuwe releases van het nieuwe platenlabel Starman Records, verscheen op 20 april 2013 de vinyleditie van de re-release ‘Shoot Me Baby’ van de Belgische band The Shakes. Misschien gaat er niet meteen een belletje rinkelen totdat ik zeg dat ene zekere Dany Lademacher in deze outfit de gitaar hanteerde zoals nog nooit voorheen gehoord door een Belgisch gitarist. Helaas zat er voor deze toch wel schitterende band geen echte nationale doorbraak in en eind 1969 luidde het einde in van deze bluesy psychedelische band. Zoals de meesten muziekkenners nu wel weten kwam Lademacher daarna wel op zijn pootjes terecht nadat hij de prijs van ‘Beste Belgische Gitarist’ op zak had. Eerst belandde hij bij Kleptomania om nadien met Herman Brood’s Wild Romance de hitlijsten aan te vallen met ‘Saturday Night’. Even later start hij zijn eigen band Innersleeve maar dat komt niet van de grond en zo belandt hij bij Bart Peeters & The Radio’s. Tegenwoordig kunnen we hem nog bezig horen met The New Romance, een Herman Brood tributeband met o.m. Ben Crabbé aan de drums. Dit album is gewoonweg het naamkaartje dat de muziek uit deze periode volledig vertegenwoordigde, knappe riffs, een ietwat verdoken stem, leuke ritmes maar het zijn vooral de psychedelische elementen die het totaalbeeld van dit album bekrachtigen. Met de live-versie van ‘The Mother Road’ horen we reeds voor een derde keer hoe handig Lademacher met zijn gitaar omspringt. ‘Dust My Blues’, een nummer dat zowat door iedere Belgische band uit deze glorieuze periode wel gespeeld werd, krijgt van The Shakes een nieuw jasje aangemeten en zonder de gitaarperikelen van Dany had het misschien niet zo interessant geklonken. De wah-wah-pedaal wordt boven gehaald voor ‘Come On My House’ en dit nummer was de flipside van de in 1967 uitgebrachte single ‘Dust My Blues’. Maar het was vooral uitkijken naar de b-kant van deze vinyl waarop de heren zich wagen aan een klassieker als Donovan’s ‘Season Of The Witch’. Menig ander muzikant, en dan denk ik hier onmiddellijk aan de extra lange versie van Al Kooper, debiteerden dit nummer ook al. The Shakes gingen hetzelfde pad op en ze maken van ‘Season of The Witch’ een gedroomd psychedelisch hoogstandje. Weer etaleert Dany Lademacher zijn gitaarkunstjes en wanneer je dit nummer helemaal doorstaan hebt, vraag je je niet langer af waarom Lademacher toen als beste Belgische gitarist werd uitgeroepen. Het is niet alleen Dany die hier het laken naar zich toe trekt want alle Shakes leden, en zeker zanger Alain Verdier, maakten met hun eigen inbreng een schitterende versie van deze Donovan klassieker. Afgesloten werd er met ‘Ayahuasca’, speciaal geschreven door Lademacher en Verdier voor de Patrick Ledoux film ‘Klann-Grand-Guignol’. Dit is pure psychedelica in al zijn vormen, een must!! Wederom een leuk pareltje van Starman Records die vele fans van Dany Lademacher en Kleptomania zullen doen watertanden. De meerwaarde van dit album zijn zeker de nooit eerder uitgebrachte nummers maar natuurlijk ook de muziek over de ganse lijn die zo variabel is dat het nooit enig moment gaat vervelen. De langspeler is verkrijgbaar is ‘gewone’ 180 gr. zwarte vinyl maar er werden ook een 250-tal ‘gekleurde en genummerde’ vinyls beschikbaar gesteld. Wil je een van deze exemplaren te pakken krijgen haast je dan om dit album aan je vinylcollectie toe te voegen want op is op! De distributie is in handen van Bizzzns Distribution Brusselsesteenweg 29, 1860 Meise (02 308 84 65) maar je kan de plaat ook bestellen via CD Classics of via elke goede platenwinkel. De andere Starman Records zijn: Belgian Vaults N°1 Belgian Vaults N°2 Alfons Maes (3½) Starman Records I SMR003 I CD Classics FM: City of Fear08/04/2013 Na hun derde plaat in 1979, klopt dit trio amper één jaar later weeral aan de deur met hun nieuwe boreling, de vierde plaat ‘City of Fear’. Ook hier is Larry Fast weer van de partij om het trio bij te staan voor wat betreft de synthesizerklanken, zoals op de vorige FM-plaat (Surveillance) Meer nog Fast beland tevens in de producersstoel. De groep kreeg bij haar debuut het predikaat Space-rock opgekleefd maar de gelijkenissen met andere bands van het einde van de jaren ’70 – begin jaren ’80 zoals de Amerikaanse Cars of het Australische Mi-Sex zijn legio. Hoe dan ook FM evolueerde meer en meer van de spacerock naar de moderne elektronische pop al benoemden ze zelf hun muzikaal eindproduct helemaal anders. De opener ‘Krakow’ is al meteen flink uit de kluiten gewassen; het is een mix tussen synthrock en powerpop die wel door het grote publiek kan gesmaakt worden. Op ‘Power’ zet de groep de luisteraar een paar keer op de verkeerde voet. ‘Truth of Consequences’ begint nerveus waarna het liedje de pop-toer uitgaat, maar het is een popsong waar we absoluut geen negatieve opmerkingen over hebben. ‘Lost and Found’ lijkt wel schatplichtig aan één van de liedjes van Peter Gabriel rond de jaren ’80. De invloed van producer Larry Fast, die Gabriel produceerde, is dus wel verpletterend. Maar opgelet het is wel een uitstekend nummer ! Op het titelnummer ‘City of Fear’ krijgen synths en drums de hoofdrol toebedeeld in het openingsgedeelte. Wanneer het nummer zich op gang trekt, trekt Cameron Hawkins’ stem het laken naar zich toe ten nadele van de instrumenten, zeker geen slecht liedje maar het mist wel wat richting. ‘Surface To Air’ begint als vintage synthmuziek waarop de vocals van Hawkins gevat op inspelen. Geen spectaculair nummer waar wel mooi opgebouwd en erg secuur uitgevoerd en het is voor mij zonder meer het beste nummer op deze plaat. ‘Up To You’ is nog zo’n mmoi voorbeeld van melodieuze synthpop waar de vocalen van Hawkins en van violinist/mandolinespeler Ben Mink werkelijk voortreffelijk voor de dag komen. ‘Silence’ is een mineur geschreven liedje, een echt miniatuurtje dat zelfs een reggae-loopje heeft. ‘Riding the Thunder’ flirt met hard rock en doet dat goed, voortreffelijk gezongen en met de juiste begeleidende instrumentatie. De afsluiter ‘Nobody At All’, met een lyrische viool van Ben Mink, sluit pastoraal en vredevol deze vierde plaat van het Canadese trio af. Een goede plaat, maar nog een maatje te klein voorde absolute muziektop. Peter Desmet (3) FM maybe stated out as a space rock band but this record proves they can make very poppy synth rock and they do it well! FM: Surveillance08/04/2013 Deze derde plaat van dit Canadese trio werd in 1979 publiek gemaakt. Hun eerste plaat ‘Black Noise’ was tamelijk onverwacht redelijk succesvol en ze werden meteen een belangrijke naam in het spacerock genre. De tweede plaat ‘Direct To Disc’ werd live opgenomen op twee sporen en vertoonde een experimenteel karakter. Dit maakte dat er toch wel wat druk en verwachtingen bestonden met betrekking met de derde plaat van dit trio. Ze moesten zeker even goed doen als hun debuutplaat. Bovendien stak het bankroet van de Canadese verdeler van Passport Records bijna nog stokken in de wielen, gelukkig kon er een deal gemaakt worden met Capitol Records. Met ‘Rocket Roll’ bewijst de groep meteen dat ze een hechte, compacte sound hebben kunnen uitpuren met uitstekende vocalen van Cameron Hawkins. ‘Orion’ is een kort instrumentaal nummer met vaart in dat naadloos overloopt in ‘Horizons’, waar de nadruk ligt op meerstemmige zang die bijzonder goed gelukt is. Je hoort in deze derde plaat dat Ben Mink die net bij de groep was toen ‘Direct To Disc’ werd opgenomen, zijn plaats heeft gevonden. De groep heeft ook haar eigen sound gevonden die je in alle composities terug hoort. De samenwerking met Larry Fast, o.a. bekend van de Peter Gabriel soloplaten is daar misschien niet vreemd aan. Bovendien had de groep voor het eerst voldoende tijd om zich voor te bereiden voor de opname van deze plaat. Ook op ‘Random Harvest’ wordt de positieve lijn verder getrokken; een puike compositie wordt gecombineerd met overtuigende vocalen en even goede instrumentale prestaties. Met de ‘Shape of Things’ grijpt het trio terug naar een Yardbirds compositie uit 1966. Het resultaat is verrassend poppy. Het blijft space-rock maar met eigentijdse accenten en erg toegankelijk. ‘Seventh Heaven’ is zowat het centrale stuk van deze plaat. Aan de basis ligt een Griekse folklore nummer gespeeld door Ben Mink. Maar in de bewerking van FM hoor je een uptempo drumbeat, zwierige synths en een speelse electrische viool die muzikaal het bedje spreiden voor de uitstekende vocals van Cameron Hawkins en Ben Mink. ‘Father Time’ is een vlot en speels nummer dat vooral door de vocals op een hoger niveau getild wordt, ook de viool mag er zijn. Het beste nummer van deze plaat. ‘Sofa Back’ snelt nerveus de startblokken uit met een, hoofdrol voor de viool van Ben Mink. Heavy en poëtisch tegelijkertijd, dat is een bijzonder interessante en zeldzame combinatie. Op ‘Destruction’ leunt de sound een beetje meer aan bij de rocksound maar uiteindelijk duiken de spacerock-accenten weer op. We mogen wel stellen dat deze derde plaat van FM de verwachtingen zeker heeft ingelost t.o.v. de fans van het eerste uur die de groep leerden kennen met de debuutplaat ‘Black Noise’. Peter Desmet (3) It is fantastic that his kind of records of the seventies are reissued. In het seventies plenty of good music was made and this record is proof of that. FM, the trio from Canada are worth being known. A little bit late, maybe, but still you can buy their records now! Nektar: Journey To The Centre Of The Eye06/04/2013 Ik heb zo een beetje in het boek ‘Star Club Hamburg, Die Legende Lebt (limitierte auflage)’ zitten bladeren om te zien of ik iets terug vond over Nektar. Jammer maar helaas… Nochtans zijn de leden van Nektar een verzameling Britten die elkaar, zoals dit toen wel eens meer gebeurde, in de Star Club ontmoetten en Hamburg als uitvalsbasis kozen. Men spreekt dan wel eens over Nektar als zijnde ‘German Based’ en dat is nog niet eens gelogen. De uiterst verzorgde dubbel cd ‘Journey To The Centre Of The Eye’ is, voor wat betreft cd1 een heruitgave van Nektar’s debuut lp uit 1971 met dezelfde titel en op de ingesloten bonus cd krijgen we er de registratie van een live concert, dat op 13 november 1971 werd opgenomen in de Bessunger Turnhallen in Darmstadt, bovenop. De bezetting van Nektar zag er in 1971 uit als volgt: Allan ‘Taff’ Freeman (orgel, piano, melotron en zang), Roye Albrighton (gitaar, zang), Derek ‘Mo’ Moore (melotron, bas, zang) en Ron Howden (drums). De speciale effecten, en dat zijn er nogal wat, komen op het actief van Mick Brockett en Keith Walters. Bij ‘Astronauts Nightmare’ duurt het wel een tijdje voor men de raket goed en wel in een treffelijke baan rond Saturnus heeft gekregen, maar dan is er geen houden meer aan. In ‘Countenance’ eist Allan ‘Taff’ Freeman’ de hoofdrol op en hij gaat nu en dan richting Keith Emerson uit. Maar laten we eerlijk zijn en elkaar geen Liesbeth noemen, Nektar wordt graag in dezelfde lade ondergebracht als Pink Floyd of Emerson, Lake & Palmer, maar ze komen voor die nominatie toch een paar lengtes te kort. Het geeft wel de indruk dat de jongens van Nektar zich in de studio kostelijk hebben geamuseerd. Wie denkt dat CD2 van een meer sober gehalte zal zijn komt behoorlijk bedrogen uit. Het label vermeldt ‘Official bootleg’. Wij hadden het niet beter kunnen verwoorden. Twee cd’s vol experimentele uitstapjes is voor ons een beetje van het goede teveel. Veertig jaar terug zou ik met ‘Journey To The Centre Of The Eye’ minder problemen hebben gehad. Nu vind ik dat de plaat de tand des tijd niet zonder kleerscheuren heeft doorstaan. Ivan Van Belleghem (2½) Nektar’s ‘Journey To The Centre Of The Eye’ was hot in 1971 but was always caught in a struggle with the hands of time ever since. Tijdens de wilde Sixties hadden wij hier in dit kleine landje serieus wat muzikaal talent zitten. En dan heb ik het niet specifiek over bands als The Pebbles en Davy Jr. And Guess Who? Doe daar maar gerust Jess & James and the JJ Band bij. Uiteraard behoorden zij bij het selecte clubje van wat we toen nog het commerciële circuit durfden noemden. Je vond deze bands vrij vaak in Antwerpen of aan de kust waar ze toch steeds voor een leuke namiddag of avond muzikaal jolijt garant stonden. Het was toen de tijd dat de ‘diskjockeys’ net de befaamde jukeboxen naar een tweederangs positie hadden verdrongen. De periode waar nog echte muziek werd gedraaid en waar je bv. op de tonen van Bobby Goldsboro’s ‘Honey’ misschien wel je eerste kus met een leuke meid verzilverde. Nummers als ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ van Iron Butterfly, de superlange versie van ‘Get Ready’ door de Canadese band Rare Earth of zelfs tijdens de uitgerokken cover van ‘I’Am A Man’ van Chicago kreeg de diskjockey eindelijk ook eens de kans om een stapje op de dansvloer te wagen of een sanitaire stop in te lassen. Maar er was meer… veel meer. Dankzij de inspanningen van de eigenaar van Starman Records, Felix Huybrechts (ex-Backstage magazine), die een eerste serieuze stap zette om deze muzikanten weer een beetje op het hedendaagse muzikale landschap te zetten, kregen we eind vorig jaar reeds een eerste kennismaking met ‘Volume 1’ in deze prachtige reeks. Ik herinner me nog een gesprek met William Souffreau (Irish Coffee) waaruit bleek dat de toenmalige managers en impresario's een serieus gebrek aan professionalisme vertoonden en soms moest een band zichzelf verkopen in een klein tentje met een goedkope cassetterecorder om zo hun eigen promo te verzekeren tijdens de Midem Festivals. Op deze eerste vinyl schijf (180 gr.) vinden we zestien nummers. Gelukkig heeft men ook aan de koper gedacht en de innersleeve bevat veel praktische informatie over de hier opgenomen bands. We plukken er enkele uit, we willen jou, de koper, nog zelf eea laten ontdekken. Op de A-kant mogen The Paramounts openen met ‘About Girls’ de B-kant van het debuut single. Vetkuifsound uit Gent en The Sundrops met hun ‘Soul Singer’ kwamen eveneens uit Gent. In 1969 veranderden ze van naam en werden Father’s Brown. Uiteraard vinden we ook een bijdrage terug van The Pebbles met ‘Someone To Love’ een nummer dat je niet meteen aan hen zou linken. Nog een opmerkelijke band was Little Jimmy And The Sharks en met ‘All I Need’ openen ze de B-kant van deze prachtige langspeler. En over openen gesproken, zij kregen toen de eer om dit ook te toen bij The Rolling Stones en The Who. Marc Claeys was Little Jimmy maar we kennen hem de dag van vandaag vooral als Don Croissant. Zelfs in de Limburg vonden we een sterke band: The Foottappers. Ze waren vooral bekend van hun swingende R&B optredens en ‘Waw Waw’ was een echte party swinger. Ook deze Foottappers mochten openen voor o.m. The Kinks, The Move, Status Quo,… Jaren zestig was ook de periode van de steeds veranderende outlook. De kledij begon een voorname rol te spelen maar ook de haarsnit, vele muzikanten vonden het niet meer nodig om een bezoek te brengen aan de kapper. Ikzelf heb in die periode ook steeds met superlang haar gelopen maar het was steeds verzorgd en dit ter ergernis van mijn haarkapper. Ondanks hun ietwat te lange haar ging een tv-optreden aan hun neus voorbij. The Foottappers moesten even wat aan hun uiterlijk laten doen en dan pas zou de voormalige BRT de deur voor hen openzetten. Of ze dat ooit gedaan hebben, ik weet het niet. Misschien iemand onder jullie? Sommige bands wierpen zich ook op het psychedelische tijdperk. Pink Floyd was de grote voorvechter hier. The Closed met ‘Lovin’’brachten met dit nummer een mooie bijdrage tot deze sound en als je houdt van iets popgerichte Gregoriaanse gezangen, daar zorgden The Mec Op Singers wel voor met hun ‘Dies Irae’. Op deze kant nog twee opmerkelijke bijdragen. The Young Devils uit Erps-Kwerps hadden als gitarist/zanger… Danny Fabry in de gelederen en hier hoef ik verder niets aan toe te voegen en een tweede leuke band was The Samo Reds. Die hadden brood gezien in het bedrijf achter de Samo chips. Die zochten namelijk een band die hun producten zou kunnen promoten. Zo gezegd, zo gedaan. ‘Belgian Vaults – Volume 1’ is een schitterende compilatie met muziek uit lang vervlogen tijden maar daarom niet minder interessant. Luister vooral naar de vintage orgeltjes die toch bij diverse nummers de kop opsteken. Het was ook de periode dat velen onder hen niet meer op het standaard muzikale pad bleven wandelen en door hier en daar wat te experimenteren toch vrij vaak buiten de lijnen kleurden. Noem het rock, noem het R&B, noem het soul… ach wat moeten we met deze namedroppings? Het gaat vooral om de muziek in gelijk welke vorm dan ook, echte muziek gemaakt met échte muziekinstrumenten iets wat de dag van vandaag ver zoek is. Je kan deze vinyl bij je lokale platenboer vinden maar ook via Starman Records en CD Classics. Volume 2 komt begin maart 2013 op de markt. Alfons Maes (4½) Starman Records I SMR001 I CD Classics |