Picture
Met het debuut Ponderosa, brak Moonlight Revival uit de drukbevolkte en concurrentiële scène van Atlanta, enigszins in het rockende het zog van The Black Crowes.
Onder impuls van producer Dave Fridmann (Flaming Lips, Mercury Rev) vindt een drastische muzikale koerswijziging plaats. Ruig rockende gitaren ruimen plaats voor een psychedelisch klankentapijt dat tijdens een veertiendaagse studiosessie op haast organische wijze tot stand kwam. In tegenstelling tot de voorganger waarvoor zanger Kalen Nash het gros van de songs aanleverde werden de nieuwe ideeën in nauwe samenwerking met de andere groepsleden in de studio bedacht en verder uitgewerkt.
Fleet Foxes en Wilco zijn de namen die spontaan opwellen bij beluistering van ‘Pool Party’. Er wordt een soort weldadige wall of sound gecreëerd door aanzwellende percussie en ruimtelijk galmende klavier- en gitaarescapades die zweverige harmonische gezangen transporteren. Een aanpak die naar vroegere tijden refereert. De titelsong lijkt vaagweg op iets van R.E.M. maar ook ‘Never Come Back’ het sfeervolle ‘Navajo’ vallen al bij de eerste beluistering op. Niet langer met rockend gitarenwerk maar een totaal andere, dromerige soundtrack zonder daarbij aan energie en dynamisme in te boeten. Benieuwd welke stijl Ponderosa zich op de derde langspeler aanmeet.

Cis Van Looy (3½)


New West  I  NW 6212  l  Rough Trade  l  Klanderman Promotion  l  Ponderosa

 
 
Picture
Als je van een verrassing kunt spreken dan is het zeker deze jonge Melissa Bel. Weer een jonge deerne die het voortouw neemt in haar eigen band maar haar vergelijken met die andere queen Dana Fuchs zou een schromelijke vergissing en belediging zijn aan het adres van bel. Althans dit is mijn gevoel. Bel speelt ook nog een schitterende partij gitaar en dat maakt veel goed.
Met ‘Brave’ debuteerde ze op haar achttiende lente en kreeg enorm veel airplay in Duitsland. Als onze nationale dj’s dat ook eens zouden doen, kreeg ze hier in de lage landen ook de nodige aandacht. Maar het was met ‘Distance’, die nu pas in onze bus belandde, dat ze eigenlijk pas goed doorbrak. Het album kwam in een mum van tijd op nummer één op de Montreal’s Jazz and Blues Charts.
Slechts zeven nummers op dit schijfje maar wat voor nummers. Van de zeven zijn er zes van haar hand en we krijgen een superprachtige cover van Bill Withers’ ‘Ain’t No Sunshine’ en dat zet je allemaal aan ’t denken.
Uit het album kwam reeds de single ‘Distance’, een nummer dat enkele serieuze muzikale golven veroorzaakte en wie haar officiële clip nog niet heeft gezien, kijk hier maar eens wat deze twintiger in petto heeft voor ons. Een sterke opener en een eerste hoogtepunt.
Met ‘Joyride’ gaan we de swingtoer op en dit nummer hoeft niet onder te doen op zijn voorganger wat inhoudelijke kwaliteit betreft. De inbreng van koperblazers tilt dit nummer naar een fenomenale climax. Met ‘Lovesick’, en met zo’n thema kon dit ook niet anders, wordt naar een versnelling lager geschakeld maar toch slaagt deze jonge meid er in om ons van het begin tot het einde met open mond van verbazing te laten staan. En maar slechts 22! Diezelfde schitterende inbreng van kopers overtuigen meteen weer in ‘Over and Done With’, weer zo’n knaller van een song waar we er de laatste jaren veel te weinig van horen. Afhankelijk van sommige luisteraars hun stemming zal de muziek van Melissa voor de ene een somber beeld van het leven en liefde presenteren, voor de andere dan meer misschien een hulpmiddel voor acceptatie en hoop.
Hoe dan ook, luister met een niet vooringenomen mening naar haar cover van Bill Wither’s ‘Ain’t No Sunshine’. Gewoonweg subliem alsof de meid al een levenlang muziek maakt.
We kregen ook al een voorproefje, via een gratis download, van haar komende nieuwe cd ‘Don’t Forget To Breathe’ die op 4 juni 2013 gereleased wordt. Het nummer ‘All The Wrong Things’ is weer zo’n typisch nummer dat je meteen bij de keel grijpt en niet meer loslaat.
Samengevat mogen we spreken over een knaller van een cd, zonder te overdrijven. Geen enkel zwak moment, integendeel, de nummers zijn met elkaar in competitie en de luisteraar moet maar uitmaken wat hij het beste vindt.
Melissa heeft iets waarop velen jaloers kunnen zijn: ze is een uitstekend songsmid, speelt prachtig gitaar, heeft de juiste looks en een stem uit de miljoenen en velen zullen haar ongetwijfeld met die andere grote, maar dode lady Janis Joplin vergelijken. Niet doen is de boodschap. Melissa heeft een dynamische stem die verzadigd is met echte soul, een uniek stemgeluid en dat bewijst ze keer op keer op ieder nummer. Met deze beschrijving duikel ik graag terug in het verleden en plots doemt daar ene David Cassidy op. We mogen gerust zeggen dat Melissa Bel in vele opzichten de vrouwelijke kopie is van Cassidy.

Alfons Maes (5)

Many listeners will compare her with Lady Janis Joplin but don’t do this. She has a dynamic voice that is saturated with real soul, a unique voice and she proves this time after time again on every song. With this description I like to tumble back into the past and suddenly my memory goes back to a certain David Cassidy. We can safely say that Melissa Bel is in many ways a female bleuprint of David Cassidy. Hopefully you will agree with me? Seven songs, enchanting melodies, and being in competition with each other. Who will be the winner, well, that’s up to you dear listener.

Frostbyte  I  39911 00212  I  Melissa Bel

 
 
Picture
Kristoffer Gildenlöw is een Zweedse artiest die lange tijd als bassist bij Pain Of Salvation bezig was. Dit is zijn debuutalbum onder eigen naam. Elf zelfgeschreven nummers prijken op 'Rust', een album waaraan Kristoffer zo'n zes jaar heeft gewerkt. De breekbare, donkere en melancholische nummers nemen ons mee op een reis doorheen zijn eigen dromen en gedachten. Om deze muzikale trip doorheen de gevoelens en gedachten van deze artiest tot een goed einde te brengen deed hij beroep op maar liefst zevenentwintig verschillende gastartiesten waaronder Ruud Jolie (Whithin Temptation), Fredrik Hermansson (ex-Pain Of Salvation) en Ola Hedén (ex-Flower Kings). De nummers zweven rustig over je heen, soms naar rock neigend, soms eerder folky. Maar naar mijn zin blijft het allemaal te braaf, net als een zacht kabbelend beekje. Geen enkele maal moet ik op het puntje van mijn stoel gaan zitten, geen enkele song blijft na het beluisteren nazinderen, hets is me allemaal véél te braaf. Maar misschien kunnen fans van o.a. Blackfield, Roger Waters, Pink Floyd of Anathema hier wel van genieten.

Luc Ghyselen (2)



 
 
Foto
Halverwege de jaren negentig stond Thibaud met The Courage Brothers  op het punt ook buiten Massachusetts door te breken. Creatieve meningsverschillen binnen de rootsy popband leidden de frontman naar het solopad. Voortaan zou hij zijn songwerk onder eigen naam verspreiden.
Sinds zijn zelfgefinancierde solodebuut ‘Favorite Waste Of Time’ (1996) leverde Todd al enkele fraaie persoonlijke projecten af. Die vonden in Europa onderdak bij Blues Rose Records. Het is ondertussen ruim vier jaar geleden  dat Thibbaud met ‘Broken’ nog eens studiowerk afleverde in het zog van ‘Broken’ volgde er een uitgebreide tournee en  een  concertregistratie van op het Rockpalast Crossroads Festival, die live dubbelaar aangevuld met een dvd vormde een fraai overzicht tot dusver.
In tegenstelling tot de voorganger die vooral op meer intimistisch werk focust, leunt ‘Waterfall’ op een meer dynamische benadering. Het is meer bandwerk, daarmee bedoelen we niet die slopende activiteiten in autoassemblage en andere grote fabrieken, maar het songwerk van Thibaud werd met een rockformatie verder uitgewerkt in de studio.
Dat hebben we meteen geweten. ‘What May Come’ en ’Not For Me’ vormen samen met de uitwaaierende titelsong, een fijn poprocktrio, sprankelend gitaarwerk ondersteunt de melodieuze zanglijnen. Een aanpak die toegankelijkheid verzoent met kwaliteit. In een strak, catchy ‘Hollow’ zingt Bill Janovitz (Buffalo Tom) even mee en producer Ed Valauskas doet hetzelfde in ‘Lonesome June’. Met het knap opgebouwde wat mysterieuze ‘Stranger’ wordt het even spannend. Allemaal bijzonder fraai maar hier en daar kabbelen de wat tragere nummers zoals ‘All In A Dream’ en ‘My Own’ eerder vrijblijvend voorbij.
Een beetje spannend wordt het pas met het knap opgebouwde wat mysterieuze ‘Stranger’ en het op jankend snarenwerk evoluerende ‘Wears Me Down’. Al bij al een meer dan verdienstelijk, met oerdegelijk songwerk samengesteld, schijfje bovendien vakkundig uitgevoerd. Helaas zijn de echt beklijvende momenten wat schaars.

Cis Van Looy (3½)


Blue Rose  I  Blu DP0598  l  Sonic RendezVous  l  Klanderman Promotion  l  Todd Thibaud

 
 
Foto
Dat Shooter Jennings, de enige zoon van countryzangers Jessi Colter en de ondertussen al een tijd overleden country outlaw Waylon Jennings, in de muziekwereld zou stappen, hoefde niet eens in de sterren geschreven te worden. Shooter groeide letterlijk op in de tourbus en trok daarna al snel weg uit Nashville om in LA in zijn eerste rockgroepjes te figureren. Dat Shooter songs kan schrijven, illustreert een handvol langspelers. Op het podium wil de jonge Jennings helaas wel eens ontgoochelen met chaotische, belachelijk decibelrijke toestanden, getuige zijn passage op ‘The Belgian Boots Night’ in 2007.
Op ‘Black Ribbon’ wordt openlijk geflirt met occulte projecten die bij metal aanleunen. De countryroots blijven altijd aanwezig daarvoor is de band met zijn muzikale erfenis te sterk. Dat wordt op het vorig jaar uitgebrachte ‘Family Man’ nog eens ondubbelzinnig geïllustreerd. Samen met pianist Erik Deutsch formeert hij Triple Crown en levert zijn meest coherente en countrygetinte album tot dusver af.
‘The Other Life’ focust meet op de ‘donkere kant’ van Jennings persoonlijkheid. Een aspect dat met de mysterieuze op donkere pianotonen en synthesizers geënte openingssong ‘Flyer Saucer Song’ (van Harry Nilsson) wordt ingeleid.
Ongeveer de helft van de songs kwamen al tijdens de sessies van ‘Family Man’ tot stand en dat zorgt voor het nodige contrast. Van de swamprocker ‘A Hard Lesson To Know’ en de honky tonk interpretatie van Steve Young’s ‘The White Trash Song’, waarbij Shooter vocale assistentie krijgt van Scott H. Biram gaat het naar ‘Outlaw You’, een uiterst persoonlijke intrigerende ode aan vader Waylon. De emotioneel geladen titelsong huist in een wrange, beklemmende sfeer, die bij momenten aan ouder werk van Ian Hunter herinnert. Een van ‘mooiste’ songs uit deze sterke collectie is ongetwijfeld ‘Wild and Lonesome’, een sober akoestisch duet met Patty Griffin.
Bij strakke rockers als ‘The Low Road’ en ‘Mama, i’t Just My Medication’ flitsen voortdurend the Stones en Steve Miller door je hoofd. “I’m the outsider a horse with no rider”, vertrouwd Shooter ons toe. Een ‘outsider’ zal Shooter Jennings wellicht tot aan het einde van zijn leven blijven, met ‘The Other’ Life’ levert hij wel een bijzonder sterk en gevarieerd werkstuk af.

Cis Van Looy (4)



 
 
Picture
Juich fans overal ter wereld, onze rockers van weleer zijn terug de studio ingetrokken en hebben ons een cd gepresenteerd die we best aan onze Deep Purple collectie mogen toevoegen.
Het is natuurlijk niet meer de line-up die ons pakweg 45 geleden pareltjes schonk met ‘Child In Time’, ‘Smoke On The Water’ en we kunnen hier nog een half uur doorgaan. Ook hun sterke keyboardman John Lord zat er al een tijdje niet meer bij zodat de huidige line-up nu bestaat uit:
Ian Gillan (vocals), Ian Paice (drums), Roger Clover (bas), Steve Morse (gitaar) en Don Airey (toetsen). Na acht jaar verbreken ze de studiostilte want het was geleden van ‘Rapture Of The Deep’, hun laatste studioalbum dat in 2005 gereleased werd, dat we nog nieuw studiowerk mochten beluisteren. Ondertussen bleef de band deze aardkloot afschuimen en steeds met vernieuwd succes.

Voor een band met een status als Deep Purple is het zeer moeilijk om met nieuw materiaal te komen aanzetten dat het vorige zal/kan overtreffen. Ze worden ergens gedwongen om zichzelf steeds te heruitvinden. Ze moeten die fijne lijn bewandelen die hen verder brengt dan hun huidige status maar daarbij ondervinden ze natuurlijk veel competitie… zeer veel en alleen maar van henzelf.
Toen ze de studio introkken kwam men overeen dat ze geen muzikale regels zouden volgen en wat blijkt: deze Purple klonk nog nooit zo dicht bij de geest van de line-up die we kennen vanuit de beginjaren zeventig. De kracht van de nummers op deze ‘Now What?!’ klinken net alsof ze ingespeeld werden door de muzikanten van weleer.
Het waren vooral Steve Morse en Don Airey die de belangrijkste schakels in het proces waren om de nummers te laten klinken zoals het klassieke Purple geluid van vroeger. Destortion gitaar alom en de keyboards van Airey, die ook zowat alles uit de trukendoos van zijn orgel haalt, bepalen hier wat de beste nummers zijn geworden.
Maar om het geheel nog beter te laten klinken werd niemand minder dan Bob Ezrin (Pink Floyd voor ‘The Wall’, Kiss voor ‘Destroyer’) als producer op de loonlijst geplaatst. Dit leidde tot een reeks nummers die een mix vertonen van de oude Purple klassiekers vermengd met wat elementen va    n een vroege Emerson, Lake & Palmer.
Met ‘Weirdistan’ gaan we terug naar de bizarre maar leuke seventies toen vrij vaak de stemmen ook vervormd werden en de keyboardsolo’s hierbij voor een meerwaarde zorgden. Denk hierbij maar aan de solo-uitstapjes van Jon Lord destijds. Nog andere leuke songs zijn ongetwijfeld het op bizarre riffs dobberende ‘Out Of Hand’ en ‘Hell To Pay’ dat vreemd genoeg bij de opening veel laat denken aan Uriah Heep, nog steeds een van hun counterparts.
Slows krijgen we ook maar ze halen het niveau niet meer van hun glorieuze verleden alhoewel ‘Blood From A Stone’ toch een topper is. Gillan heeft nog steeds die voortreffelijk stem waarvoor hij zo bekend is. Maar luister ook naar de interactie tussen de gitaar van Morse en de ivoren toetsen van Airey. Prachtig! Dit geldt ook voor ‘All The Time In The World’, dat samen met ‘Hell To Pay’ als een dubbele A-kant single verscheen, een leuke slow maar beantwoordt niet aan de normen van Deep Purple 45 jaar geleden.
Het tweede schijfje is een dvd onderverdeeld in enkele subsecties. Zo krijgen we een interview van de band en ze praten hierbij over de opnames in Nashville en over nieuwe technieken. Helaas geen ondertiteling voorzien. Verder nog, maar dan zonder beeld, drie nummers waarvan twee live-nummers en een alternatieve verse van ‘All The Time In The World’. De cd werd aan hun recent overleden spitsbroeder Jon Lord opgedragen.
Samengevat zullen de meningen van diverse andere collega’s verscheidene richtingen uitlopen maar we houden het hier op een interessante nieuwe langspeler van een band die er nog steeds in geloofd en werkelijk alle verdoken hoekjes van hun eigen verleden weer boven water laten komen maar helaas gaat dat niet op voor alle songs op dit nieuw muzikale schijfje. Maar als we een vergelijking maken met de muziek die hun roemrijke counterparts, nu nog op de markt brengen, mogen we stellen dat Deep Purple een schijf heeft gemaakt die zowel de ouwe hippies van weleer alsook een nieuwe lichting jonge Deep Purple fans zal weten te boeien.

Alfons Maes (4)


Edel  I  0208577ERE  I  V2 Benelux Records  I  Deep Purple

 
 
Picture
Hoe moet een onafhankelijk platenlabel zijn eigen zestiende verjaardag vieren? Simpel, je duikt even in je eigen archieven en haal daar net zestien songs uit die daarbij ook nog leuk klinken. Dat heeft men bij Angel Air ook zo begrepen en we krijgen hier een zeer leuke compilatie van nummers die we reeds kennen van langspelers of als single.
Wat krijgen we nu te beluisteren? De genres lopen ietwat uit elkaar maar dat maakt de compilatie eens zo interessant. Er werd geput uit het werk van o.m. Broken English met het schitterende ‘Dou You Really Want Me Back’ terwijl Johnny Warman ons met zijn ‘Screaming Jets’ op een ietwat meer psychedelisch pad zet. Maggie Bell is ook vertegenwoordigd met het scherpe ‘No Mean City’ terug te vinden op een ‘Best Of…’ maar dit nummer werd ook gebruikt als het leidmotiv voor de Schotse tv-reeks ‘Taggart’. Omdat de producers tevreden over de muziek waren boden ze Maggie een rolletje aan in deze reeks en wie deze heeft gevolgd heeft zeker in het personage Euphemia Lambie Maggie  herkend. Nog meer leuke momenten krijgen via Ray Russell met ‘Sweet Surrender’ te vinden op zijn ‘Ready Or Not’. Consortium kennen we allemaal nog wel van hun wereldhit ‘All The Love In The World’ maar nu krijgen we de song ‘It’s Not Easy’ uit hun ‘Rebirth’. Uit The Storys’ langspeler ‘Luck’ krijgen we nu het prachtige ‘Everybody Wants You To Make It’ wat men weer laat terugdenken aan de spinnerijen van Crowded House. Dat een man als Eric Bell (Thin Lizzy) buiten stevige bluesy songs ook mooie slepers kan maken bewijst hij hier overmatig met het schitterende  ‘Irish Boy’. Het was Eric die de gitaarpartijen voor zijn rekening nam in Lizzy’s hit ‘Whiskey In The Jar’.
Verder nog bijdragen van o.m. The Korgis, Foghat, Rob Thompson, British Lions e.v.a.
Gezien het om een viering gaat heeft men bij Angel Air er toch voor gezorgd dat het allemaal om klasse nummers gaat. Men heeft gewoonweg diverse generaties muziekhelden door elkaar gehaald en vreemd genoeg klinkt geen enkel van de oudere nummers outdated. Hoogtepunten zijn er eigenlijk niet gezien alle nummers diezelfde kwaliteit hebben en hiermee heeft Angel Air een fantastisch visitekaartje afgeleverd.

Alfons Maes (4)

To celebrate their 16th anniversary as an independent record label Angel Air delved into their archives and placed 16 beautiful songs on this cd. We didn’t found highlights because all numbers are of equal quality. Several generations have been mangled but this is not really audible. A very strong new business card for Angel Air.


 
 
Picture
Na een leemte van een goede elf jaar (dus na ‘Avalanche’ uit 1974) liet de Amerikaanse rock band Mountain weer van zich horen met deze langspeler ‘Go For Your Life’. Dit was 1985 en in de line-up vonden geen Felix Pappalardi (hij werd door zijn vrouw Gail Collins dood geschoten) aan de bas maar wel Mark Clarke (Uriah Heep, Colosseum). De overige twee, Leslie West (gitaar, zang) en Corky Laing (drums) zijn nog de twee overgebleven leden van de originele bezetting. Dankzij Esoteric Recordings krijgen we nu een geremasterde versie van dit tamelijk acceptabel album. Alle nummers behalve ‘Hard Times’ zijn geschreven door West/Laing en voor ‘Hard Times’ kregen ze wat hulp van producer Bud Prager die ook reeds werkte voor o.m. Megadeth en Foreigner.
‘Hard Times’, een zeer sterke en traditionele rocker, presenteert ons reeds een voorsmaakje van wat ons weer te wachten staat. Met het ietwat meer opgedreven tempo in ‘Spark’ krijgt Mountain wat synthesiser klanken van Eric Johnson. Maar het zijn vooral ‘She Loves Her Rock’ en ‘Bardot Damage’ die zorgen voor enige afwisseling. ‘Shimmy On The Footlights’ is weer zo een van die catchy rocknummers en een adempauze krijgen we met ‘I Love Young Girls’, ja zeg, welke jonge man houdt van oude vrouwen? Het thema van ‘Makin’ It In Your Car’ is overduidelijk hier: “love on the backseat of your car”. Met de afsluiter hier ‘Little Bit Of Insanity’ horen we dat Leslie West ook een meester is op zachtere nummers. Met zijn ietwat norse stem zorgt hij hier voor een intense intimiteit. West had beter wat meer van dit soort songs op deze langspeler gezet om zo het verlies van Pappalardi ietwat te compenseren.
Zeker geen klassiek album maar wel een degelijk album. West en Laing waren terug van weggeweest maar na deze langspeler kwam er nog weinig output van Mountain totdat ze weer in de jaren negentig terug van zich laten horen.

Alfons Maes (3)

Definitely not a classic album but a good solid album. Strong compositions, fine guitar licks of West but that’s it. West and Laing were back with a vengeance but after this record Mountain disappeared again from the music market until they came back in the nineties.


 
 
Picture
Wellicht via een gunstige oostenwind bereikte dit titelloze debuut (?) vanuit Sint-Petersburg onze werktafels.
Duidelijk een werkstuk van een muzikant met een klassieke achtergrond dat zich laat vertalen in volgens de regel der kunst opgebouwde en ingedeelde structuren met de nodige tempowisselingen. Het verbluffende melodisch pianospel en strijkers ondersteunen de gezangen van Marjana Simkena. Stemtimbre en attitude roepen onmiskenbaar herinneringen op aan Kate Bush, evenals de bijwijlen feeërieke, ietwat wazige sfeer, die afgewisseld wordt met meer uitbundige passages.
Van het poëtische epos ‘Scotland’ verzeilen we via het ijle, met lyrisch strijkersgepluk opgebouwde, folkachtige ‘Touching’ naar het wat grimmige ‘Monsters’, dat bijwijlen in stormachtige escapades ontaard. Na ‘Serenade’ komen we met het bijzonder fraai gefluisterde ‘Would This Be’ weerom in een verrassende sprookjesachtige wereld terecht.
Niet bepaald hapklare muzikale brokken, dit mengsel van neoklassiek met folk. Een enkele beluistering volstaat niet om dit werkstukje te doorgronden. Bij voorkeur in zijn geheel te beluisteren, enige tijd uittrekken is aanbevolen ‘Iamthemorning’ blijft ook voor minder beslagen adepten van klassieke muziek genietbaar.

Cis Van Looy (3½)


Beste!Unterhaltung  I  BU 032

 
 
Foto
In de reeks nieuwe releases van het nieuwe platenlabel Starman Records, verscheen op 20 april 2013 de vinyleditie van de re-release ‘Shoot Me Baby’ van de Belgische band The Shakes.
Misschien gaat er niet meteen een belletje rinkelen totdat ik zeg dat ene zekere Dany Lademacher in deze outfit de gitaar hanteerde zoals nog nooit voorheen gehoord door een Belgisch gitarist. Helaas zat er voor deze toch wel schitterende band geen echte nationale doorbraak in en eind 1969 luidde het einde in van deze bluesy psychedelische band. Zoals de meesten muziekkenners nu wel weten kwam Lademacher daarna wel op zijn pootjes terecht nadat hij de prijs van ‘Beste Belgische Gitarist’ op zak had. Eerst belandde hij bij Kleptomania om nadien met Herman Brood’s Wild Romance de hitlijsten aan te vallen met ‘Saturday Night’. Even later start hij zijn eigen band Innersleeve maar dat komt niet van de grond en zo belandt hij bij Bart Peeters & The Radio’s. Tegenwoordig kunnen we hem nog bezig horen met The New Romance, een Herman Brood tributeband met o.m. Ben Crabbé aan de drums.
Dit album is gewoonweg het naamkaartje dat de muziek uit deze periode volledig vertegenwoordigde, knappe riffs, een ietwat verdoken stem, leuke ritmes maar het zijn vooral de psychedelische elementen die het totaalbeeld van dit album bekrachtigen. Met de live-versie van ‘The Mother Road’ horen we reeds voor een derde keer hoe handig Lademacher met zijn gitaar omspringt. ‘Dust My Blues’, een nummer dat zowat door iedere Belgische band uit deze glorieuze periode wel gespeeld werd, krijgt van The Shakes een nieuw jasje aangemeten en zonder de gitaarperikelen van Dany had het misschien niet zo interessant geklonken. De wah-wah-pedaal wordt boven gehaald voor ‘Come On My House’ en dit nummer was de flipside van de in 1967 uitgebrachte single ‘Dust My Blues’. Maar het was vooral uitkijken naar de b-kant van deze vinyl waarop de heren zich wagen aan een klassieker als Donovan’s ‘Season Of The Witch’. Menig ander muzikant, en dan denk ik hier onmiddellijk aan de extra lange versie van Al Kooper, debiteerden dit nummer ook al. The Shakes gingen hetzelfde pad op en ze maken van ‘Season of The Witch’ een gedroomd psychedelisch hoogstandje. Weer etaleert Dany Lademacher zijn gitaarkunstjes en wanneer je dit nummer helemaal doorstaan hebt, vraag je je niet langer af waarom Lademacher toen als beste Belgische gitarist werd uitgeroepen. Het is niet alleen Dany die hier het laken naar zich toe trekt want alle Shakes leden, en zeker zanger Alain Verdier, maakten met hun eigen inbreng een schitterende versie van deze Donovan klassieker. Afgesloten werd er met ‘Ayahuasca’, speciaal geschreven door Lademacher en Verdier voor de Patrick Ledoux film ‘Klann-Grand-Guignol’. Dit is pure psychedelica in al zijn vormen, een must!!
Wederom een leuk pareltje van Starman Records die vele fans van Dany Lademacher en Kleptomania zullen doen watertanden. De meerwaarde van dit album zijn zeker de nooit eerder uitgebrachte nummers maar natuurlijk ook de muziek over de ganse lijn die zo variabel is dat het nooit enig moment gaat vervelen.
De langspeler is verkrijgbaar is ‘gewone’ 180 gr. zwarte vinyl maar er werden ook een 250-tal ‘gekleurde en genummerde’ vinyls beschikbaar gesteld. Wil je een van deze exemplaren te pakken krijgen haast je dan om dit album aan je vinylcollectie toe te voegen want op is op! De distributie is in handen van Bizzzns Distribution Brusselsesteenweg 29, 1860 Meise (02 308 84 65) maar je kan de plaat ook bestellen via CD Classics of via elke goede platenwinkel.
De andere Starman Records zijn:

Belgian Vaults N°1
Belgian Vaults N°2

Alfons Maes (3½)


Starman Records  I  SMR003  I  CD Classics