Picture
Deze kerels zijn geen onbekenden voor ons. Ze waren reeds te gast op het rootsluik van het Goezot festival 2011 waarbij ze met de vaart van een sneltrein hun act afwerkten. Hun ietwat psycho rockabilly sound zorgde er toen voor dat de termometer haast in ’t rood belandde. Het uit Salt Lake City uitgeweken trio, nu in Phoenix Arizona residerend, presenteert ons met deze nieuwe cd weer een uurtje knallende rockabilly.
Op deze schijf vinden we natuurlijk de nodige songs die onze beentjes weer in beweging zullen zetten en dat is maar goed ook.
Als je op de tonen van onder meer ‘Down At The Oak’, ‘Fast Cars, Guitars, Tattoos & Scars’, of ‘Seein’ Double Boogie’ kunt blijven stilzitten dan vrezen we ervoor dat er geen ritme en gevoel in je schuilgaat. Met deze nummers breken ze ongetwijfeld de mentaliteit van de grootste zuurpruim die je maar kan vinden. Met ‘I’m Your Honey Bee’, ‘Damn I’m Dumb’ en ‘If You Ever Want To Come Home’ gaat het er al wat rustiger aan toe, de gitaarsnaren worden wat gespaard maar niet voor lang want met ‘Cruise’ With My Baby’ gaat het rock-‘n-roll feestje gewoonweg verder.
‘Fast Cars, Guitars, Tattoos & Scars’ is een zeer leuke homogene cd, met nummers voor de echte rockabilly fan maar ook de gewone luisteraar zal veel plezier aan dit schijfje hebben.
In de zomer van dit jaar komt het trio weer over naar Europa om hun nieuwe schijf te promoten. Kijk uit naar hun gigs tijdens juli en augustus. Hopelijk vergeten ze niet even te stoppen in België.

Alfons Maes (3½)


Electric Lotus Label  I  EEL-CD-012VS2L  I  Voodoo Swing

 
 
Foto
Vorig jaar liet Wanda met enige hulp van Jack White al weten dat the party nog niet over is. De grande dame van de rockabilly houdt haar woord en komt terug met ‘Unfinished Business’. Een allusie op de voorganger waarmee de zangeres een bescheiden comeback maakte?
Feit is dat de zangeres op na 73 lentes nog een uiterst vitale indruk nalaat. Uiteraard heeft de karakteristieke, machtige sneer van weleer waarmee ze in de jaren vijftig als enige vrouw tussen illustere rockabillyiconen als Elvis, Presley en Cash haar plaats opeiste, ondertussen een beetje aan kracht ingeboet. Hoewel, in de onderkoelde bluesklassieker ‘Tore Down’ geeft La Jackson menige jongedame nog steeds het nakijken. Producer Justin Townes Earle geeft verleent de nodige ademruimte en stelde een degelijke studioband en dito achtergrondkoortje samen. Dat gezelschap zet klassieke R&B zoals ‘It’s All Over Now’ naar hun hand. Het van Townes Van Zandt geleende ‘Two Hands’ wordt hier tot een onversneden rockabillykraker omgevormd.  Eerlijk gezegd verbleken de interpretaties van nummers als ‘Pushover’ en ’Old Weakness Comin’ On Strong’ bij de versies die we ons van de onvolprezen Etta James herinneren.
Als Paul Niehaus de pedalsteel opwarmt in meer countrygetint werk valt alles in de juiste plooi. Het smartelijke duet met Justin Earle ‘Am I Even A Memory?’ en de honky tonk van het door de producer gecomponeerde ‘What Do You Do When You’re Lonesome’ overtuigen moeiteloos. Als afsluiter wordt de door Jeff Tweedy (Wilco) afgestofte traditional van Woody Guthrie met een fraaie uitvoering vereert. Na bijna zes decennia bewijst La Jackson dat ze met aangepast materiaal nog wel even verder kan maar we opteren toch een plaats aan het stuur van de Cadillac met Wanda op de passagierszetel.

After nearly six decades the flame is still burnin’. With ‘Unfinished Business’ Wanda shows she’s still alive and sometimes very kicking, especially in more intimate country tinted work

Cis Van Looy (3 tot 4)


Sugar Hill  I  SUG 4087  I  Hemifran  I  Wanda Jackson

 
 
Foto
In de jaren zeventig was er een serieuze heropleving van de ‘fifties rockabilly’ en het was in die slipstream dat The Bopcats uit Richmond, Virginia, hun eerste passen op een podium zetten. Er diende echter tot 1984 te worden gewacht op hun eerste langspeler en die verscheen dan enkel nog in een vinylversie.
The Bopcats is geen bijster originele naam voor een rockabilly groepje, er zullen allicht ergens nog bands met die naam ronddolen, maar dit mag geen beletsel zijn om een luisterend oor te verlenen aan de compilatie ’25 years of Rock n’ Roll’. Deze compilatie geeft zo’n beetje een overzicht van hetgeen The Bopcats vanaf 1984 in een opnamestudio hebben uitgespookt. ‘Remastered from original vinyl and tape recordings’ zegt de inlay en ik wil dit best geloven.
De broertjes Lindy, John en Gary Fralin vormden door de jaren heen de ruggengraat van The Bopcats en verder deden zich nogal wat personeelswissels voor. Zo wisselden Mike Tubb, Rob Lyttle, Paul Hammond en Bobby Stuffelbeem elkaar achter de drumkit af. Mike Moore, Brad Tucker en Steve Hudgins waren de bassisten door twee en een halve decennia heen.
The Bopcats hebben in de loop van de jaren enkele uitstekende songs in elkaar geknutseld. Enkele van deze nummers prijken op ’25 Years of Rock n’ Roll’ zoals het explosieve ‘Wheels Of Mine’ en de van een heerlijk slepende slide gitaar voorziene slow ‘Broke Down’. Ik vind ze bij momenten zelfs minder geforceerd klinken dan The Stray Cats, om maar een naam te noemen.
Er staan ook enkele covers op ’25 Years of Rock n’ Roll’ en de beste geslaagde zijn ‘Get Rythm’ van Johnny Cash en ‘The Race Is On’, in 1964 een pophit voor countryster George Jones.
The Bopcats kunnen echter met hun versie van ‘Marie, Marie’ van The Blasters, Ventilator Blues, uit ‘Exile On Main Street’ van The Rolling Stones het origineel niet doen vergeten. Ook voor ‘Red Cadillac And A Black Moustache’ verwijs ik u met genoegen door naar de originele versie van Bob Luman of nog beter naar de overheerlijke vertolking die Warren Smith ooit voor Sun Records inblikte.
’25 Years of Rock n’ Roll’ is een prettig en zeker en vast uitstekend compilatie album, alleen spijtig dat The Bopcats enkele oude rockers een beetje dunnetjes overdoen. Maar kom, we zijn in onze goeie en steken het bordje ‘4’ in de lucht.

’25 Years of Rock n’ Roll’ is a pleasent compilation album by The Bopcats, but I’m not sure if they can put their shoulders under an eventual third wave of rockabilly.

Ivan Van Belleghem (4)



 
 
Picture
_Binnenkort is het drie jaar geleden dat Lux Interior, de man die zo ijselijk kon gillen, het loodje legde op 62-jarige leeftijd. In de vroege jaren zeventig pikte hij zijn toekomstige levensgezellin, de ravissante Poison Ivy, als liftster op in de buurt van Sacramento. Het stel deelde een alles verterende passie voor primaire rockabilly, vunzige garagerock en monsterfilms en projecteerden die fascinatie, gelardeerd met campelementen in een perverse expliciete sex attitude in The Cramps. De groep infiltreert met flamboyante liveshows op de podia van CBGB’s en Max’s Kansas City in het New Yorkse punkmilieu. In Memphis blikken ze eind jaren zeventig onder de hoede van Alex Chilton hun eerste singlewerk op hun eigen Vengeance label in. Dat werk komt op de EP ‘Gravest Hits’ terecht. Tussen de uitgebeende, ongemeen rauwe interpretaties van ‘Surfin Bird’ (The Trashmen) de hypnotische uitvoeringen van Jack Scott’s ‘The Way I Walk en Sam Philips’ ‘Domino’ prijkt een enkele eigen compositie. Het door sprankelende gitaarfuzz aangedreven en met grafstem gedebiteerde ‘The Human Fly’ refereert rechtstreeks naar het monserterfilmgenre. Een creepy uitvoering van Rick Nelson’s ‘Lonesome Town’ complementeert het eerste werkstuk dat op het IRS-label werd uitgebracht. Het volwaardige debuut ‘Songs The Lord Taught Us’, opnieuw onder de hoede van Alex Chilton, bevestigt met singlewerk zoals het duistere ‘Garbageman’, de hakkende ritmiek van ‘TV Set’ en ‘The Mad Daddy’ terwijl croonerklassieker ‘Fever’ in een bloedstollende bewerking passeert. De genereuze graai uit ‘Psychedelic Jungle’ is evenmin te versmaden ‘Goo Goo Muck’ en ‘Voodoo Idol’ blijven moeiteloos overeind tussen het van Warren Smith geleende ‘Uranium Rock’ en Bob Nolan’s ‘The Crusher’. De 22 tracks vormen samen met het boekje met foto’s van alle singlehoesjes een uniek tijdsdocument van een ‘mean rocking machine’ uit de periode 1978 tot 1981. Voor de liefhebbers die bij vinyl zweren is er een gelimiteerde boxset gevuld met tien schijven in het oorspronkelijke 7” formaat.

Cis Van Looy (4)


_Munster Records  I  MR CD315  I  Sonic Rendezvous  I  The Cramps

 
 
Picture
Sinds de vroege jaren negentig is Philip Izvarin, van Russische afkomst, actief. In het geval van Phil Frienly is dat onversneden rockabilly en rock ’-n roll sound die lijkt weggelopen uit de jaren vijftig. Die authentieke benadering wordt blijkbaar op prijs gesteld door gerenommeerde collega’s.
In het verleden werkte Friendly al samen met Pete Anderson gitarist en producer van Dwight Yoakam. Voor ‘West Coast Sessions’, een met bonustracks uitgebreide compilatie van het uit 2008 daterende ‘California Rock’ kan hij op Russell Scott, een bassende billycat rekenen die onder andere met zijn Red Hots furore maakt en John Palmer hanteert de drumsticks. Ook de onvolprezen fingerpicker Albert Lee is alomtegenwoordig. Een enkele keer springen Al Casey en Jody Reynolds bij in de schitterende tearjerker ‘Blue Russian Nights’.en veteraan Glen Glenn figureert op een livetrack. Met uitzondering van ‘I’m Glad My Baby’s Gone’ en ‘Blue Jeans & A Boy’s Shirt’, songwerk dat overigens van Glenn afkomstig is, en enkele covers componeerde Friendly eigenhandig het songmateriaal. Uiteraard horen we echo’s uit het verleden, de intro van ‘I’m Not Playing Games’ lijkt sterk op iets van The Everlys en ‘Travelin’ Shoes’ is op de riff van Elvis’ ‘His Latest Flame’ geënt. Onvermijdelijk in dit afgelijnde genre en dat vormt geenszins een struikelblok, integendeel. In tegenstelling tot menig beoefenaar van het genre verzanden Phil Friendly en zijn beroemde vrienden niet in fletse recyclagetoestanden maar interpreteren muziek uit een ver verleden dat in een voortreffelijke uitvoering in het hedendaagse muzieklandschap helemaal niet uit de toon valt. Enkele tracks werden geselecteerd voor een tv-reeks en bij de bonustracks vinden we ‘Every Single Day’ dat in de soundtrack van de film ‘Saving Grace Jones’ werd opgenomen.

Cis Van Looy (3 tot 4)


Tru-Gems Records • TG-0304 • Sonic Rendezvous • Klanderman Promotion • Phil Friendly

 
 
Picture
Ik zou bijna gaan denken dat er ergens een rockabilly revival op til is, ongeveer zoals in de jaren zeventig. The fantastische Paladins mogen momenteel van hernieuwde belangstelling genieten. Er is ook nog JD McPherson die tegenwoordig goed voortboert en met ‘Signs & Signifiers’ een uitstekende cd heeft uitgebracht. En nu trekt Arsen Roulette al onze aandacht naar zich toe met zijn nieuwste release ‘Dear You’.
Arsen Roulette werd op 23 juli 1976 geboren in Fresno, Californië en resideert daar nog steeds. Arsen Roulette maakt zowat jaarlijks een oversteek naar Europa en bij zijn jongste doortocht heeft hij in Zwitserland ‘Dear You’ opgenomen.
Arsen Roulette wilde dat ‘Dear You’ zou klinken als een echte fifties plaat en er werd gebruik gemaakt van vintage analoog studiomateriaal en dit zowel bij de opname in Zwitserland als bij de mastering in Fresno. Ik vind trouwens dat Arsen Roulette daar behoorlijk is in geslaagd. In de plaats van een opgefokt hyperkinetisch rockabilly effect dwaalt hier de geest van Johnny Burnette & The Rock & Roll Trio, Eddie Cochran, Gene Vincent en, zeker voor de vocale kwaliteiten betreft, Charlie Feathers doorheen de verschillende tracks. Arsen Roulette heeft misschien wel een kleine vocale tekortkoming, maar net zoals Charlie Feathers kan hij dit euvel verduiveld goed camoufleren.
‘Rockin’ In The Alley’ lijkt zo uit 1956 weggelopen en ‘Honey Hush’ wordt hier nog Burnetter dan Johnny Burnette zelf door de speakers gejaagd. Wanneer je naar de begeleiding bij ‘Stranger’ luistert zou je denken dat Arsen Roulette er een opname van Johnny Cash heeft doorgesampled. Niets is echter minder waar, dit is muziek live in de studio opgenomen. En zo kunnen we nog en hele tijd verder gaan. Je hoort flarden Sun Records of Starday en daar is vooral zijn begeleidingsband verantwoordelijk voor. Dit zijn: Roberto Gorgone (gitaar), Nick Hoadly (slappin’ bas), Pascal Ammann (drums) en niemand minder dan Carl Sonny Leyland mag hier de pianotoetsen martelen.
Als afsluitende track is er de outtake van het in het Italiaans gezongen ‘Oh Mamma’. Als je dan nog een kleine tien minuten wacht kun je nog een hidden track beluisteren, namelijk een versie van een Italiaanse smartlap uit de jaren vijftig ‘La Piu Bella Del Mondo’, dat hier krakend als een 78-toeren plaat uit onze boxen komt gesukkeld.
Arsen Roulette is er met ‘Dear You’, nog beter dan The Baseballs, in geslaagd de vetkuiven muziek nieuw leven in te blazen.

I wonder if ‘Dear You’ by Arsen Roulette will be an effort to start up a possible rockabilly revival. I’d really hope so.

Ivan Van Belleghem (4)