Haar comebackplaat ‘ Highways, Ghosts, Hearts and Home’ die na twaalf jaar de terugkeer van Susan James inleidde kon niet alleen op lovende kritieken in de gespecialiseerde pers rekenen. Ook collega muzikanten als Ryan Adams blijken de muziek van de zangeres te waarderen. Niettemin komt het vierde werkstuk (voorlopig) opnieuw in eigen beheer uit. Op de voorganger werd de stem en akoestische gitaar van Susan ondersteund door leden van de eveneens niet te versmaden I See Hawks In LA. Producer Ryan Ulyate, bekend van zijn werk voor Travelling Willburys, Tom Petty en George Harrison, liet niets aan het toeval over en selecteerde een uitgelezen muzikantenkransje. Akoestische gitaren van Neal Casal en John McDuffie krijgen het gezelschap van Eric Heywood elektrisch versterkte snarenwerk, terwijl de wisselende ritmesecties evenmin met kneusjes opgebouwd is. Uiteraard staat het songwerk van Susan James centraal. Songs over gemiste kansen en de daaruit voortvloeiende eenzaamheid. Het geheel baadt in een bedrieglijk zonnig en onbezorgde West Coastsfeertje uit lang vervlogen tijden. De titelsong ‘Driving Toward To The Sun’ verraad nog enig optimisme, op de tonen van een verfijnde akoestische gitaar en mandoline ontvlucht de zangeres een stuk gelopen relatie en keert vol blijde verwachting terug naar haar geboortestreek. Ook ‘Wanderin’’ huppelt ogenschijnlijk vrolijk voorbij. Het nog op behoorlijk uptempo niveau ‘Agua Dulde Tears’ klinkt al iets bitterder en ook de overige songs zoals ‘U-Haul In The Highway’ zijn snapshots van de nasleep van het verbroken langdurige relaties. “So goodbye to the two young dreamers, goodbye to the truth and lies, goodbye to the torn up hearts we left, now the door is open wide”. Het op countryneske twang gebouwde ‘Anniversary’ herinnert aan de mindere momenten van het huwelijk of het samenleven. In het prachtig slepende ‘House Of Love’ versterkt de treurige pedalsteel van Chris Lawrence de intrieste teneur. ‘Mission Bells’ klokt al na acht songs op nauwelijks 32 minuten af. Dat lijkt in het digitale tijdperk wat kort, maar dat muzikale halfuurtje is verdomd goed besteed en bevat nergens een noemenswaardige inzinking. Cis Van Looy (4)
Tim Easton’s fraaie werkstukken als ‘Ammunition’ en ‘Porcupine’ werden in deze rubriek al uitvoerig bejubeld. “Before the revolution” is een frase die Tim Easton tijdens omzwervingen ergens in Praag opving. Onder deze titel brengt New West nu een verzamelaar uit waarin het beste van die twee pareltjes met ouder werk wordt samen gebracht. Een genereuze graai (19 tracks) die de (r)evolutie van de uit Ohio afkomstige, zowat altijd ‘on the road’ vertoevende troubadour illustreert. Easton is een man van vele muziekjes en dus moeilijk in een duidelijk afgelijnd hokje onder te brengen. Dat is al vanaf het uit 1999 daterende debuut ‘Special 20’ duidelijk. Er wordt heen en weer gependeld van elektrische countryrock ‘Help Me Find My Space Girl’ over naar folkgetint werk zoals ‘All The Pretty Girls Leave Town’. Een gevarieerde muzikale lijn die wordt doorgezet op ‘The Truth About Us’ dat met de hulp van groepsleden van Wilco tot stand komt. De drie nummers die uit ‘Break Your Mothers Heart’ werden geselecteerd tonen een verfijnde aanpak met persoonlijk werk als ‘Poor Poor LA’, ‘Hummingbird’ en ‘Hanging Tree’. Uiteraard komen muzikale pareltjes als ‘Ammunition’ en ‘Porcupine’ eveneens aan bod. Het verstilde ‘Next To You’ en ‘Oh People’ het blijven te koesteren muzikale kleinoden, evenals het rockende ‘Burgundury Red’. Met het repertoire van het recente ‘Beat The Band’, een verbond met The Freelan Barons, ben ik niet echt vertrouwd. Songs als ‘Broke My Heart’ en ‘Maid Of The Mist’ nodigen in ieder geval uit tot enig speurwerk. Het is haast niet te geloven dat de muziek van Tim Easton tot dusver slechts bij een beperkt publiek geraakte. Met deze fraaie bloemlezing is er geen excuus meer geldig.
Cis Van Looy (4)
De composities van Jude Johnstone worden door talloze gerenommeerde artiesten bijzonder hoog ingeschat. Onder andere Johnny Cash, Rodney Crowell, Emmylou Harris en Bonnie Raitt prijken op Johnstone’s imposante lijstje. De afgelopen jaren verschenen er van deze pianospelende singer-songwriter op het onafhankelijke label Bojak Records een handvol langspelers. De meer recentere als ‘Mr Sun’ en ‘Quiet Girl’ verzeilden in deze rubriek en werden terecht op lovende recensies onthaald. Vrij vertaald betekent ‘Shatter’ uiteenvallen, in dit geval gaat het over je eigen tekortkomingen onderkennen en de moed opbrengen om het tij in gunstige zin te keren via die zelfanalyse. Jude keert met ‘Shatter’ terug naar haar begindagen in LA waar ze met haar demo’s leurde. ‘When Does Love Get Easier’, een jazzy getinte melodieuze ballade en de afsluiter, een soepel reggaenummer krijgt de zangeres vocale hulp van Maxayn Lewis. Ook op de titelsong, een hartverscheurende gospel, horen we de stem van de onvolprezen Maxayn en een brasssectie die naar New Orleans lonkt. Overigens is ‘Touchdown Jesus’ sterk geïnspireerd door een bezoek aan Dr. John. “When you get to the statue of Touchdown Jesus take a left” vertrouwde de Dokter haar toe en Jude verwerkte die passage in de zwoele ballade ‘Touchdown Jesus’. Bij het prachtige ‘Halfway Home’ kan ik alleen maar aan het vroege werk van mijn absolute favoriete, Laura Nyro terugdenken. Het gedempte trompetje versterkt dat gevoel nog, zich ergens in een bar in een nachtelijke grootstad na sluitingstijd te bevinden. ‘The Underground Man’ ontstond overigens met notoire nachtraaf Tom Waits in gedachten. Het moet niet gemakkelijk geweest zijn voor een bang meisje om de thematiek van alcohol in een relatie aan te snijden? Jude waagt het erop. ‘Your Side Of The Bed’ getuigt van een ontwapende eerlijkheid. Eerlijkheid vormt samen met zelfreflectie de rode draad van dit fraaie werkstuk. Cis Van Looy (4) Honesty and introspection are the keywords on ‘Shattered’. The 6th lp of Jude Johnstone is undoubtedly one of her best.
Het is al een tijdje geleden dat we met het bijzonder toepasselijk getitelde ‘Meet Citizen K’ kennis maakten met de tragische voorgeschiedenis van de lichtjes geniale multi-instrumentalist Klas Qvist. ‘Somewhere Up North’ leverde een fraai uurtje melodieuze folkpop op. Bij wijze van voorproefje van de nieuwe langspeler ‘King Of Second Thoughts’ worden op dit gelijknamige epeetje al enkele songs vrijgegeven. Weerom sublieme popcollages, de dromerige opener ‘King of Second Toughts’ voert je met fijne, aangename muziekjes en wonderlijk, stemmenwerk dat openlijk naar The Beach Boys refereert, mee in het universum van K. ‘So This Is life’ komt eveneens zweverig aan gewaaid en lijkt geïnspireerd door zonnige weidse stranden en azuurblauwe luchten. Daarbij hangt inderdaad ‘something truly magic’ aan het firmament. Andermaal knutselde Citizen K een gesofisticeerde soundtrack ineen om even bij weg te dromen en die naar meer van dat doet verlangen, (hart)verwarmende muziek uit Zweden.
Cis Van Looy (3½)
De wegen van de Posterijen zijn ondoorgrondelijk maar uiteindelijk belandde een advance kopie van de nieuwe Steve Earle, mede dank zij de vastberadenheid van de promoman, alsnog op onze werktafel. Veel heeft het dus niet gescheeld of we hadden er weer naast gegrepen. Dat zou in dit geval bijzonder jammer geweest zijn. Voor het eerst sinds de jaren tachtig wordt de naam van zijn vaste roadband The Dukes & The Duchesses expliciet vermeld. Onder die naam schuilen tegenwoordig zijn vrouw Allison Moorer en Chris Masterson en Eleanor Whitmore, het echtpaar dat als The Mastersons furore maakt. Dat trio wordt aangevuld met Kelley Looney en Will Rigby die de ritmesectie vormen. Sinds het uit 1986 daterende debuut ‘Guitar Town’ ontgoochelde de Texaanse troubadour zelden, de afgelopen zes jaar toonde Earle met werkstukken als ‘Washington Square Serenade’ en ‘I’ll Never Get Out Of This World Alive’ dat hij, zijn plaats naast Springsteen en Dylan als kroniekschrijver van de Amerikaanse samenleving nog steeds verdient. Zijn beste werk maakte hij met producer Ray Kennedy. Dat verbond dat onder de naam Twangtrust schuilt is nu weer verenigd op ‘The Low Highway’ en Earle’s vijftiende studioplaat blijkt opnieuw een uiterst geïnspireerd werkstuk dat moeiteloos aansluit bij ‘El Corazon’ en Jerusalem’. Het is meteen raak met de titelsong, zo’n typische, persoonlijke travelling song. Een fel contrast vormt het expliciet rockende ‘Calico Country’ stevig verankerd op een ruige riff waar The Stones anno 2013 niet meer aan toe komen. Met cajunstamper ‘That All You Got?’ komen we aan het middenstuk toe, eveneens opgebouwd met songwerk dat uit ‘Treme’ stamt. In die televisieserie, die zich in New Orleans in de nasleep van orkaan Katrina afspeelt, figureert Steve als straatmuzikant Harley naast Lucia Micarelli die de figuur Annie vertolkt. Ze componeerden samen ‘Love’s Gonna Blow My Way’, een fraai fiddle-epos en ‘After The Mardi Gras’. Het op een repetitieve pianoriedel gebouwde ‘Pockett Full of Rain’ vormt een mooie overgang van dat New Orleansluik naar de wanhopige klaagzang van ‘Invisible’. Je hebt niet veel verbeelding nodig om bij het sprankelende bluegrassintermezzo ‘Warren Hellman’s Banjo’ helse taferelen te bedenken. Een lekker twangend ‘Down The Road Part ll’ nodigt onbeschaamd uit tot een stevig rondje horlepijp. Het is een vervolg op het gelijknamige nummer dat bijna drie decenniageleden ‘Guitar Town’ afsloot. Dat we ondertussen in de eenentwintigste eeuw zijn beland en helemaal niet te benijden zijn, vernemen we in het sombere ‘21st Century Blues’ maar aan het einde laat Earle toch nog een beetje hoop op een betere toekomst doorschemeren. Het ontroerende ‘Remember Me’ klinkt een beetje als een vroegtijdige grafrede. Gelukkig is het zo ver nog niet, de man is nog springlevend en zakt nog deze maand met zijn Dukes en Duchesses naar onze contreien af. Steve Earle & The Dukes: - 26 mei Paradiso Amsterdam
- 27 mei Le Trianon Parijs
- 28 mei Effenaar Eindhoven
- 4 juni Concertgebouw Brugge
- 5 juni Oosterpoort Groningen
Cis Van Looy (4½)
Het moet van wijlen Gram Parsons geleden zijn dat er nog zo’n hartverscheurende country door de luidsprekers schalden ten huize van ondergetekende. Nog opmerkelijker is dat Daniel Romano net als op zijn voorgaande werkstukjes de klus nagenoeg in zijn eentje klaart, enkel ondersteund door zijn trouwe violiste Natalie Walker. Daniel haalde er nu met Aaron Goldstein een ‘echte’ pedalsteelman bij. ‘Chicken Bill’ huppelt verder als een wat oudere knol met dat karakteristieke aan Cash herinnerde grafstemparlando bovenop de twang van een baritongitaar terwijl een dameskoortje (Misha Bower, Tamara Lindeman en Julie Doiron) sensuele ooh’s en aaaah’s debiteert en in ‘When I Was Abroad’ vormen abrupt galopperende drumroffels zelfs de slotakkoorden. Daarmee hebben we het up-tempo werk gehad. De tijd van Buck Owens’ Buckaroos lijkt weer helemaal terug, Romano komt uit Canada maar lijkt in zijn fleurig gedecoreerde nudie suit eerder een uit Bakersfield afkomstige zingende cowboy. Smart en hartzeer zijn nooit ver weg. Niet moeilijk als je als kind door moeder in de steek gelaten wordt en later troost zoekt tot op de bodem van Jack of andere Daniels, getuige de schrijnende opener ‘Middle Child’, “I spent my life on a barstool all alone”, mama please tell me why you would just leave me behind”. Mamma is ondertussen overleden en haar zoon blijft met onbeantwoorde vragen, in diepe smart gehuld achter. Een viool en huilende pedalsteel volstaan om de brommende bariton van Romano door zijn tranendal te loodsen met het soort repertoire dat Gram Parsons tijdens zijn soloperiode bracht. Zelfs het stemtimbre van Romano lijkt op dat van de betreurde ‘Grievous Angel’. In de lagere registers herkennen we bijwijlen de warme brom van Lee Hazlewood, zoals in ‘He Let’s Her Memory Go(Wild)’ dat zich op een prachtige gitaartwang voortsleept. Geen fletse recyclage, Romana vertelt zijn eigen mistroostige verhalen in ‘Two Pillow Sleeper’, ‘Where No One Else Find It’. ‘That’s The Very Moment’ is onvermijdelijk het moment waarop Daniel weer eens diep gekwetst wordt door de ontrouw van zijn geliefde. Het ergens in een plaatselijke honky tonk, geregistreerde ‘A New Love (Can Be Found)’ klinkt evenmin hoopgevend. Gejammer en geweeklaag alom maar telkens zo wonderlijk, pakkend gebracht dat je er diep in je hart toch weer heimelijk een beetje vrolijk van wordt. Iemand die anno 2013 met zo’n overtuigend, tijdloos en doodeerlijk country werkstuk komt aanzetten verdient zonder enig voorbehoud een plaats op een podium. Iemand moet deze geweldige countryman hier dringend naar het clubcircuit leiden, wij brengen onze zakdoek wel mee.
Cis Van Looy (5)
Wanneer er iemand als de gereputeerde Amerikaanse singer-songwriter Greg Copeland u een song aanbiedt die goed past in het geheel van uw nieuwste ‘upcoming’ album, mag je dit zeker niet weigeren. Aan dit euvel heeft onze Zweedse vriend Mikael Persson zich allerminst bezondigd want ‘Roughhouse Boys’ is misschien wel de mooiste track op ‘Marks & Bleeds’. Let wel, we kunnen in dit geval zelfs niet spreken van een cover want Greg Copeland zelf heeft die song nog nooit eerder aan een cd-formaat toevertrouwd. Mikael Persson heeft zich de song helemaal eigen gemaakt. Zo gebeurde ook met de enige echte cover, namelijk het hier heel ingetogen opgevoerde ‘Only You’ van Vince Clarke, dat wij ooit nog uit volle borst hebben meegezongen met The Flying Pickets. Op ‘Not A Human In Sight’ zijn er duidelijke Keltische invloeden waarneembaar en ‘Some 50 Roads’ krijgt een dimensie meer dankzij het prachtige vocale achtergrondwerk van Luisa Jordan-Killoran. Het nummer deint uit in leuke spielerij om dan resoluut over te gaan in ‘Scarf Around Your Neck’. We zouden deze laatste track haast Americana durven noemen. Het lichtvoetige uptempo ‘St. James’s Park’ is ideaal om onze dagelijkse sleur even te vergeten en we worden uitgewuifd op de tonen van de country deun ‘Fall In To My Arms’. Dachten we, want er zit nog een heel leuke hidden track in de koelkast verborgen. Mikael Persson kon eveneens rekenen op een schare uitmuntende muzikanten zoals Anders Nilsson (orgel), Joakim Lovgren (harmonica), Sasse Johanson (lap steel), Pelle Johansn (backing vocals) en Thomas Ponten (mandoline). De aandachtige luisteraar hoort hier wel dat Mikael Persson van thuis uit geen Engelstalige is, maar dit mag voor de liefhebbers van het genre geen voorwendsel zijn om zijn cd ‘Marks & Bleeds’ in de platenbakken achter te laten.
Ivan Van Belleghem (4½) ‘Marks & Bleeds’ by Mikael Persson is a must for all Americana lovers and don’t forget the hidden track.
Een gunstige wind met een beetje hulp van het Zweedse promoagentschap Hemifran waaide dit muzikale debuut in onze richting. Een wat opmerkelijke weg voor een productie uit eigen land. Achter de naam Floatstone schuilt Brick de Bois, een jonge vijftiger die vooral in de coulissen van het theater actief is. De opnamesessies van deze cd vonden plaats in een Antwerpse Studio waar Floatstone moederziel alleen alles inspeelde en voor de productie zorgde. Een soloproject in de ware zin van het woord, tien meer dan behoorlijke songs van eigen makelij passeren. Akoestische fingerpicking hier en daar spaarzaam aangevuld met percussie vormt een tot de essentie herleide omkadering. De eerste single, het folkgetinte ‘Lucky Stars’ had ik al op de nationale radio opgevangen en ‘I Want You’, de enige cover op ‘Meet Float Stone’ is in Vlaanderen alom bekend. Het is niet het gelijknamige schitterende Costellonummer maar een eenvoudige vertaling van de Kreuners’ meestamper ‘Ik wil je’, hoewel met deze bewerking duurt het even voor we dat echt door hebben. We kunnen nergens minder waardig werk bespeuren maar bij een eerste beluistering kunnen we het lichtjes sprankelende‘ The One That Gives Me The Blues’ bij onze favorieten rekenen. ‘Shoes’ begint met “woke up this morning” een overbekende frase in het twaalfmatengenre en groeit uit tot een eigengereide countryblues. Het aangrijpende ‘Barefoot in The Park’ mist ook zonder stiletto’s in het hart, zijn uitwerking niet. ‘Birthday Present’ is ongetwijfeld één van de mooiste momenten. De intimistische, wat mistroostige ballade is een eerbetoon aan Aung San Suu Kyi, de legendarische oppositieleidster in het voormalige Birma die uitgerekend op de verjaardag van Floatstone werd vrijgelaten. ‘Meet Floatstone’ is een fijn luisteralbum en we kunnen de liefhebbers meegeven dat er ondertussen al hard gewerkt wordt aan een opvolger.
Cis Van Looy (4)
Wie ooit de levenswandel van de Britse Medicine Head, of Box Of Frogs gevolgd heeft zal misschien ook de lijn doortrekken naar British Lions. Van de laatste twee bands was Fiddler de frontman en hun ziek liep ietwat uit elkaar. Maar John Fiddler bracht zijn eerste solo-album (hij noemt het zelf een ‘bootleg’) uit in 1991 en eigenlijk was dit een pure marketing zet want de langspeler was alleen verkrijgbaar op muziekcassette. Oeih voor sommige lezers is dit een vreemd woord maar het was inderdaad de voorloper van de compact disc, of cd zoals we het nu noemen. Waarom deze langspeler nooit op vinyl werd uitgebracht, het blijft een raadsel want ‘State Of The Heart’ is in een woord een geweldig album. Dat deze singer-songwriter de klus niet alleen kon klaren is een feit en daarom kreeg hij hulp van o.m. Laurence Archer (lead gitaar), Duncan MacKay (keys), Lou Stonebridge (backing vocals) maar voor het grote deel van de nummers nam Fiddler zelf alle instrumenten onder handen. John Fiddler is een van de vele muzikanten die zich reeds jaren ophoudt in Thailand en mocht je een bezoek aan Chiang May brengen, is de kans groot dat je hem daar treft in een van de vele muziekclubs. De nummers die voor ons gewoonweg torenhoog boven de anderen uitstaken zijn: ‘Strong Heart’, het pakkende ‘Win Or Lose’, ‘It’s Love That Really Counts’ en ‘Everyone Has The Blues (Sometimes)’ maar andere zoals ‘Only The Roses’, ‘Time Will Tell’ en het nogal vreemd beginnende ‘Who’s Havin Fun?’ moeten zeker niet voor de eerstgenoemden onderdoen, want het gaat hier om een persoonlijke smaak. Dankzij Angel Air krijgt deze release een tweede leven en al wie houdt van een rijk palet aan zachte rocknummers met een serieuze variatie aan thema’s, die hoeft niet te wachten om deze cd in huis te halen. John Fiddler is een man met een brede smaak aan muzikale interesses, dat heeft hij in het verleden reeds bewezen met vooral zijn succesvolle Medicine Head die nog steeds staat aangeschreven als een van de beste live bands ooit. Bekijk ook het interview met Iain McNay (Cherry Red Records). Alfons Maes (4½) Even with this album from 1991, Fiddler doens’t have a problem to convince us with material he wrote during the late ‘80’s to 1991. The most convincing part of it is the music and the story behind each song which takes you on a free ride.
Het oeuvre van HT Roberts eist een bijzondere plaats op in mijn collectie. De uit het Gentse afkomstige muzikant heeft nooit een plaats gevonden in mijn kast met Belgisch werk maar huist al jarenlang waar hij eigenlijk thuishoort. In het vak van fijne singer-songwriters, net voor David Rodriguez en dicht bij Tom Russell heeft hij een vaste stek. Vorig jaar was er nog ‘Country Music Makes me cry’, een concertregistratie waarop HT Roberts, omringd door een uitgebreid gezelschap, in het verleden graaft met een terugblik. Een week zonderde HT zich samen met trouwe muzikale kameraden Gijs Hollebosh, Nils De Caster en een arsenaal snaarinstrumenten af ergens aan de Belgische kust. Die sessies resulteerden uiteindelijk in ‘Rain Change Fair’. Het begint al met de verpakking in afwijkend formaat, een donkergrijze recyclagekaft bijeengehouden door robuuste zwarte elastieken. Het lijkt wel op zo’n oude agenda die bij grootmoeder in de lade lag. Als je de elastieken wegneemt geraak je bij een fraai boekwerkje waarin je naast de liedjesteksten foto’s, melancholische ontboezeming en bijpassend fotowerk terug vindt. Akoestische gitaren, mandoline, banjo, dobro en viool vormen een sober, uitgepuurd klankdecor bij de verhalen. Verhalen die niet zelden in in een weemoedige sfeer baden zoals de opener ‘Sikorsky Silhoettes’ waarin Roberts voorouders figureren. In ‘Saintes Maries De La Mer’ en de poëtische roadsong ‘6x7 Mourners’ duiken herinneringen op aan omzwervingen uit vervlogen tijden. Een berustend ‘Take It As It Comes’ en ‘Small Room’ drijven op aanstekelijke bleugrasstonen. ‘Black Van’ is ongetwijfeld één van de mooiste momenten. Banjo en pedalsteel en het parlando van Roberts die enkele hoogtepunten van zijn favoriete inspiratoren citeert, Eric Anderson, David Blue, Bert Jansch en uiteraard Dylan. Soms volstaat zelfs enkel de muziek zoals in de titelsong, het woordenloze ‘Rain Change Fair’ en ‘Hold For Home’. We hebben al eerder de loftrompet boven gehaald voor HT Roberts. Als na zestien nummers de laatste tonen van het de epische ‘Crow On A Towpath’ uitgestorven zijn hebben we niet de minste moeite om dit nieuwe werkstuk van een onvolprezen muzikale vakman met een genereuze sterrenquotering te honoreren. Cis Van Looy (4) Deep Blue Something I DBS 89604 l Donor Productions l HT Roberts
|