Het is niet altijd een geschenk als je de zoon of dochter van een beroemdheid bent. Vraag dit maar eens aan Axel Merckx, die tot in de treurnis toe vergeleken werd met zijn vader en, niettegenstaande hij niet slecht presteerde, daarmee menig commentaar van wielerliefhebbers ontlokte in de aard van : ‘’t is toch zijne pere niet’.
In de blueswereld ken ik anders wel enkele getalenteerde afstammelingen van grootheden die met een gelijkaardige familiale situatie bijzonder goed overweg kunnen. Zo bijvoorbeeld de broertjes Big Bill en Mud Morganfield, Ronnie en Wayne Baker Brooks, Bernard Allison, Shemekia Copeland, Zakya Hooker en niet in het minst haar broer, de in Roseville, Californië residerende John Lee Hooker, Jr.
Het siert laatstgenoemde dat hij op muzikaal gebied zijn vader niet klakkeloos is achterna gelopen. Met een stem die mij soms aan Lou Rawls doet denken gaat John Lee Hooker,Jr. veeleer de richting van de soulblues uit en wordt het woord ‘boogie’ hier nergens in de mond genomen. Op die manier verraste John Lee Hooker, Jr. ons in het verleden met een handvol ijzersterke cd’s waaronder ‘Cold As Ice’ en ‘All Odds Against Me’.
Zijn allernieuwste ‘All Hooked Up’ moet daar echter niet voor onderdoen. John Lee Hooker, Jr. laat zich op ‘All Hooked Up’ opnieuw begeleiden door enkele oude getrouwen zoals Frank ‘Tebo’ Thibeau (bas), Will ‘Roc’ Griffin (keyboards), John Garcia Jr. (gitaar) en Michael Rodgers (drums). Als kers op de taart poken de blazers van Hot Sauce Horns onder de leiding van Larry Battiste het vuur nog wat feller aan. Dit resulteert in gloedvolle funky tracks zoals het ironische ‘Tired Of Being A Housewife’ en ‘You Be My Hero’.
‘Listen To The Music’ komt uit de startblokken zoals een volleerde track van Little Feat en gaat naadloos over in een Bo Diddley beat. Op ‘I Surrender’ komt het tot een mooi vocaal duet tussen John Lee en Betty Wright en bij ‘Tell It Like It Is’ zou je haast denken dat Jimi Hendrix er een hand in heeft. Voor zuivere blues is het wachten tot het schitterende ‘Hard Times’ en ‘Tell It Like It Is’ is een lichtvoetige, maar niettemin onweerstaanbare swinger, helemaal in de trend van Lou Rawls.
En of het nog niet voldoende is dat we hier een ronduit schitterende schijf in handen hebben, krijgen we er nog een dvd-tje met mooie animatie beelden als bonus bovenop. Die beelden vormen de clip bij ‘Dear John’, de openingstrack van de cd ‘All Odds Against Me’ uit 2008.
Een reden te meer om over te gaan tot de aanschaf van ‘All Hooked Up’.
Ivan Van Belleghem (5)
Unlike his father, John Lee Hooker Jr. heads in the direction of soulblues, but all the way with fantastic results.
De ‘old school lady’ uit Toronto is terug met nieuw werk. Na het officiële debuut ‘Not A Straight Line’, de met zwierige Memphis Soul gevulde opvolger ‘Low Fidelity’, sterk geïnspireerd door veelvuldige trips naar soulmekka Memphis waar ze met plaatselijke muzikanten met een Stax-verleden verbroederde. Tussendoor nam ze ter plaatse in Willie Mitchell’s Royal Studio enkele nummers op die op vinyl in singlemaat werden uitgebracht en nu is er een volwaardige derde werkstuk van de Canadese zangeres en pianiste.
‘Broad’ is onmiskenbaar bluesgetint maar we vinden eveneens meer traditionele folky singer-songwriter elementen terug op dit gevarieerde werkstuk. Die variatie heeft ongetwijfeld te maken met de aanwezigheid van vier verschillende begeleidingsbands en evenveel producers die elk vanuit een eigen invalshoek opereren maar toch in een mooi uitgebalanceerd samenhangend geheel worden geïntegreerd. Treasa’s tourband The Daily Special is een formatie onder leiding van David Gahan Baxter. De gitarist uit Toronto was eveneens als producer bij het debuut van Lavasseur en ‘The Memphis Sessions’ betrokken. In het strakke ‘Still Got Love’ legt harmonicaman Paul Reddick subtiele accenten, evenals in de afsluitende melancholische, sterk autobiografische pianoballade ’Let Me Sleep On It’. Vooraleer het zover is waagt Levasseur zich met de hulp van Monkey Jump, een combo Uit Ottawa onder leiding van Steve Marriner, na de vitale opener ‘Much Too Much’ aan enkele covers. Het van Neil Young geleende ‘Walk On’ opende destijds ‘The Beach’. De versie die we hier te horen krijgen blijft niet meteen hangen in tegenstelling tot de interpretatie van ‘God’s Song’. Het Bijbelse epos van Randy Newman krijgt een knap opgebouwde interpretatie, geknipt voor het zwoele stemtimbre dat beurtelings aan Bonnie Raitt en aan Marcia Ball herinnert, vooral in het naar New Orleans lonkende ‘We Should Dance’. Hitsige, funky stuff met sprankelend pianospel van Ken Whiteley ondersteunt door Wroxton All Stars. Van de sessies met Raoul & the Big Time onthouden we vooral de bluesy slijper ‘Davey’ en het met strak blazerswerk gelardeerde ‘What We’re Worth’. “What we do it’s what we’re worth” zingt Levasseur en dat mag in het geval van de veelzijdige diva niet onderschat worden.
The old school diva from Toronto is back. ‘The Broad’ reflects the musical versatility of Treasa Levasseur in bleusy soul with a strong, personal approach.
Cis Van Looy (4)
Slim Chicken Enterprise I SC005 I
Michael J. Media I
Treasa Levasseur