Patrick Van de Wiele (3½)
Ambient electronic Music from outer space.
| Keys and Chords |
|
Stephen Savage: Future Memory19/04/2013 Stephen Savage uit St. Louis, woont nu in Santa Fe. Hij componeert, improviseert en speelt muziek en heeft gewerkt als muzikant en leraar. Hij heeft werken op traditionele manier voor de traditionele types van muzikale ensembles geschreven, zoals solo piano, kamermuziek enz. Maar hij heeft ook rock en jazz op verschillende tijdstippen in zijn leven geschreven en gespeeld. Hij zegt: “I love classical music, but I am energized by the possibilities of space music. I especially enjoy how it allows me to subtly incorporate elements of ambient-New Age,-avant-garde jazz, modern-classical and electronica”. Onlangs werkte hij met “Proof of Infinity” en met de stichter, zijn vriend en producer Michael O’Connell, en gebruikte daarbij enkele van de talrijke elektronische en virtuele muziekbronnen die nu voorhanden zijn. In zijn elektronische jazzrock hoor je elementen van Jean-Luc Ponty, Vangelis, Pat Moraz en fusion uit de jaren zeventig. Hij voegt eraan toe: “The future is a bit like a sci-fi mystery, but we know it will contain more technology, space exploration and types of Music we have never heard before.” De muziek begon als improvisaties, die hij verfijnde in de studio. De vier laatste stukken klinken het meest als “space Music”. Patrick Van de Wiele (3½) Ambient electronic Music from outer space. Eigen Beheer I 887516078354 I CD Baby Distr. I Stephen Savage FM: Surveillance08/04/2013 Deze derde plaat van dit Canadese trio werd in 1979 publiek gemaakt. Hun eerste plaat ‘Black Noise’ was tamelijk onverwacht redelijk succesvol en ze werden meteen een belangrijke naam in het spacerock genre. De tweede plaat ‘Direct To Disc’ werd live opgenomen op twee sporen en vertoonde een experimenteel karakter. Dit maakte dat er toch wel wat druk en verwachtingen bestonden met betrekking met de derde plaat van dit trio. Ze moesten zeker even goed doen als hun debuutplaat. Bovendien stak het bankroet van de Canadese verdeler van Passport Records bijna nog stokken in de wielen, gelukkig kon er een deal gemaakt worden met Capitol Records. Met ‘Rocket Roll’ bewijst de groep meteen dat ze een hechte, compacte sound hebben kunnen uitpuren met uitstekende vocalen van Cameron Hawkins. ‘Orion’ is een kort instrumentaal nummer met vaart in dat naadloos overloopt in ‘Horizons’, waar de nadruk ligt op meerstemmige zang die bijzonder goed gelukt is. Je hoort in deze derde plaat dat Ben Mink die net bij de groep was toen ‘Direct To Disc’ werd opgenomen, zijn plaats heeft gevonden. De groep heeft ook haar eigen sound gevonden die je in alle composities terug hoort. De samenwerking met Larry Fast, o.a. bekend van de Peter Gabriel soloplaten is daar misschien niet vreemd aan. Bovendien had de groep voor het eerst voldoende tijd om zich voor te bereiden voor de opname van deze plaat. Ook op ‘Random Harvest’ wordt de positieve lijn verder getrokken; een puike compositie wordt gecombineerd met overtuigende vocalen en even goede instrumentale prestaties. Met de ‘Shape of Things’ grijpt het trio terug naar een Yardbirds compositie uit 1966. Het resultaat is verrassend poppy. Het blijft space-rock maar met eigentijdse accenten en erg toegankelijk. ‘Seventh Heaven’ is zowat het centrale stuk van deze plaat. Aan de basis ligt een Griekse folklore nummer gespeeld door Ben Mink. Maar in de bewerking van FM hoor je een uptempo drumbeat, zwierige synths en een speelse electrische viool die muzikaal het bedje spreiden voor de uitstekende vocals van Cameron Hawkins en Ben Mink. ‘Father Time’ is een vlot en speels nummer dat vooral door de vocals op een hoger niveau getild wordt, ook de viool mag er zijn. Het beste nummer van deze plaat. ‘Sofa Back’ snelt nerveus de startblokken uit met een, hoofdrol voor de viool van Ben Mink. Heavy en poëtisch tegelijkertijd, dat is een bijzonder interessante en zeldzame combinatie. Op ‘Destruction’ leunt de sound een beetje meer aan bij de rocksound maar uiteindelijk duiken de spacerock-accenten weer op. We mogen wel stellen dat deze derde plaat van FM de verwachtingen zeker heeft ingelost t.o.v. de fans van het eerste uur die de groep leerden kennen met de debuutplaat ‘Black Noise’. Peter Desmet (3) It is fantastic that his kind of records of the seventies are reissued. In het seventies plenty of good music was made and this record is proof of that. FM, the trio from Canada are worth being known. A little bit late, maybe, but still you can buy their records now! Hawkwind is een rockgroep die in haar meer dan dertig jarig bestaan in meer dan twintig verschillende samenstellingen heeft geconcerteerd en platen opgenomen. In de periode 1989-1990 opereerden ze misschien wel in hun sterkste opstelling ooit. In 1988 was drummer Danny Thompson uit de groep gestapt en even later (in de lente van 1989) volgde gitarist Huw Lloyd-Langton die meer tijd in zijn eigen groep ‘ The Lloyd Langton Group’ wilde steken. Maar Huw zou later op één of andere manier altijd wel samenwerken met Dave Brock, de spil van Hawkwind. Drummer Richard Chadwick deed auditie en werd de nieuwe drummer, die er anno 2012 nog steeds bij is. Enkel Dave Brock speelde langer in Hawkwind. De twee andere nieuwelingen waren verre van evident. Fluitist/violinist Simon House was muzikaal zeker een versterking voor de groep maar toerde bijna niet mee voor de liveoptredens. Zangeres Bridget Wishart toerde wel mee en stond haar mannetje bij deze twee platen. Toch verliet ze einde 1991 terug de groep. ‘Palace Springs’ opent Neil Young-gewijs (‘Rocking in the Free World’) maar krijgt vooral een spacey-toets door de etherische klanken van Simon House’s viool en de erg functionele keyboards. ‘Treadmill’ is een heel sterk nummer: een soort ‘A Flock of Seagulls’ maar dan met ballen! Vooral het gitaarwerk van Dave Brock himself is van de bovenste plank op deze compositie. ‘Lives of Great Men’ is een up-tempo nummer met wervelende synthesizers, bezielend vocaal werk en wederom stevig gitaarwerk van Brock. Als je deze drie nummers hebt gehoord dan weet je meteen waarom Hawkwind zo een grote schare fans heeft opgebouwd met de jaren. Dit is echt wel zinderende rockmuziek, onafgezien welk etiket je erop kleeft. ‘Void of Golden Light’ zet die goede lijn verder; krachtige, gespierde rock gedragen door de vocalen van Dave Brock. Wanneer daar mooie background vocalen, gitaren en zwierige synths aan toegevoegd worden bereikt men een haast perfecte balans. Een lang uitgesponnen nummer met een fantastisch resultaat. ‘Time We Left’ heeft een fors begin en is kort maar krachtig. ‘Heads’ daarentegen wordt gedragen door ingetogen, harmonieuse vocalen van Brock waarbij de synthesizers zich perfect in harmonie tegen aan nestelen. De twee laatste nummers ‘Acid Test’ en ‘Damnation Alley’ weerspiegelen heel wat testeron. Er wordt stevig met de gitaren gebeukt waarbij het verschil met de 4-bar boogie van Status Quo echt niet zo ver ligt. Maar Status Quo borduurt daar steeds verder op door terwijl het hier eerder als startbaan fungeert om het nummer op een hoger niveau te tillen. De afwisseling gitaar, synths en terug gitaar op ‘Damnation Alley’ is werkelijk sprankelend en is misschien wel va het beste dat Hawkwind ooit op plaat zette en van daar immens populair bij the Hawkwind afficionados. Het is omdat violinist Simon House onder geen beding mee wilde op tournee dat op de bonus-cd ‘California Brainstorm’ opgenomen in het bekende Omni-theater in het Californische Oakland een volledig andere playlist heeft dan de ‘Palace Springs’ plaat. Opener ‘Void’s End’ is volledig instrumentaal. ‘Ejection’ heeft een erg experimentele opening waarbij de begrippen flipperkast electronics, helikoptergeluiden en vervormde stemmen ons voor de geest komen. Maar even later ontwikkelt deze compositie zich tot een vlotte, up tempo song. ‘Brainstorm’ heeft een erg krachtig begin om dan uit te monden in een meerstemmig gezongen up-tempo song waarbij Status Quo nooit veraf is. Ook heel mooi zijn de reggae getinte instrumentale tussenstukjes. Die zijn trouwens op verschillende plaatsen terug te vinden. Ook op ‘Out of the Shadows’ houdt men de vaart erin en het valt op dat Dave Brock toch wel goed bij stem is gedurende dit hele concert. De gitaarintro op ‘Eons’ (Snake Dance) doet enige invloed van Tangerine Dream vermoeden. Het gitaarwerk is in elk geval episch en machtig. ‘Night of the Hawks’ is ook stevige kost maar melodieus en met overtuigende vocalen. ‘TV Suicide’ heeft een heel inventieve intro met percussie en omgevingsgeluiden. ‘Back in the Box’ klinkt even goed als op de studioplaat, het is het enige nummer dat zowel op de live als studioplaat terug te vinden is. Zangeres Bridget Wishart kan zich live zeker verdedigen en de violen van House zijn voor de gelegenheid op computers opgeslagen aangezien de man er niet bij was. ‘Assasin of Allah’ luidt oosters en dat hebben we geweten. Sitarklanken, fluiten, percussie en synthesizers kunnen overigens perfect met elkaar verweven worden, dat bewijst Hawkwind hier met verve. Dit zijn natuurlijk de liedjes bij uitstek die erg opzwepend zijn en waarbij danseres Julie Murray en vuurkunstenaars Kris Tait en Wango Riley hun kunsten op het podium kunnen ten toon spreiden tot groot jolijt van de fans. Als bis speelde Hawkwind in Oakland het lang uitgesponnen ‘Reefer Madness’ (het leven zoals het is?) dat initieel drijft op synthesizers en gitaren maar daarna echt wel een guitarsong wordt. Ook hier leuke vocalen van La Wishart. En tot slot ‘Images’ een lied met een rotvaart dat dit live-concert waardig afsloot. Deze dubbel-cd is toch wel één van de beste dingen die ik van Hawkwind hoorde. Goede composities en een hechte band staan bijna altijd garant voor mooie resultaten. This is one of the best albums I ever heard from Hawkwind. Good compositions and a band that really get it together will result in excellent music that still convinces after twenty years. This record proves why they will always remain one of the best, possibly the best, space-rock groups. As usual the liner notes are very interesting and useful. Peter Desmet (4) Atomhenge I ATOMCD 21034 I Cherry Red Records I Hawkwind Akron: Voyage of Exploration21/09/2012 Na een zelf uitgebrachte editie eerder dit jaar, brengt het label Vampisoul nu het debuutalbum van Akron uit. Ervaar het wonder van de ruimtevaart via negen tracks die het mysterie van vreemde werelden doorheen onze galaxie blootleggen. De getuigenissen van afgelegen beschavingen en unieke levensvormen is bijeengebracht in deze verzameling exotische space junk muziek, die doet denken aan Les Baxter, Martin Denny, Goblin, Italiaanse soundtracks uit de jaren zeventig, Sun Ra, de BBC Radiophonic Workshop enz. Onder de naam Akron staat één man (Paul Loewe uit Barcelona) die al zijn invloeden uit de instrumentale muziek van de jaren vijftig tot zeventig samenbrengt: traditionele exotica door Martin Denny en Les Baxter, de proto-elektronische geluiden van Delia Derbyshire en Mort Garson, allerlei soundtracks uit Tv reeksen zoals ‘The Twilight Zone’ en ‘Thunderbirds’, en het werk van onklasseerbare artiesten zoals Moondog en Sun Ra. En dit alles gefilterd door Joe Meek’s producties. Akron is aldus vrij van gelijk welke banden die één genre hem kan opleggen, en combineert al deze geluiden op een unieke en persoonlijke manier. Zijn debuut neemt ons dan ook mee op een trip zoals die van de Enterprise, naar totaal verschillende werelden, waar telkens een andere tune op ons wacht. Voor liefhebbers van sciencefiction en bizarre muziek. Patrick Van de Wiele (3) David Bedford: Star’s End12/04/2012 Deze plaat van de hedendaagse muziekcomponist David Bedford werd in 1974 door het Virgin-platenlabel, tot op dat moment een rocklabel, op de wereld losgelaten. De plaat kreeg vooral veel aandacht vanwege de medewerking van gitarist Mike Oldfield aan deze plaat. En na zijn ‘Tubular Bells’ een jaar voordien was Oldfield niet meer of minder tot een wereldster gepromoveerd. Het was niet Bedford’s eerste plaat. In 1972 maakte Bedford ‘Nurses Songs with Elephants’ dat een plaatsje vond bij het eclectische label van de legendarische BBC DJ John Peel. In de jaren ’70 probeerden vele rockers hun vleugels open te slagen naar de klassieke muziek: denken we maar aan The Nice, Emerson Lake and Palmer, Moody Blues en Deep Purple. Bedford deed het net andersom. Hij was een klassieke musicus die de rockmuziek leerde verkennen. Hij schreef niet alleen arrangementen voor Roy Harper, Camel en Mike Oldfield. Hij speelde ook een tijdje klavieren in The Whole World, de groep van Kevin Ayers. De uitvoerder van Bedford’s werk is de Royal Philharmonic Orchestra onder leiding van dirigent Vernon Handley. Handley overleed in 2008 en werd zo’n beetje als de kampioen van de Britse componisten beschouwd die door het grote publiek en het muzikaal establishment genegeerd werden. Handley ging steeds bewust op zoek naar minder voor de hand liggende werken. En Bedford’s ‘Star’s End’ voldeed perfect aan dat criterium. Tijdens deel 1 van ‘Star’s End’ valt vooral de notie van eb en vloed op die Bedford in zijn compositie naar voren wilde laten komen. De drums van Chris Cutler van de avant-garde rockgroep Henry Cow komen af en toe even naar buiten samen met de pauken van de Philharmonic. En bij mondjesmaat en met flarden hoor je stilaan het gitaar- en baswerk van Mike Oldfield naar boven komen. Die gitaar en bas opnemen heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Eerst ging ex-Rolling Stone Mick Taylor dat voor zijn rekening nemen. Dan weer Steve Hillage, frontman van Gong. Uiteindelijk werd het Mike Oldfield. Op de live-première van ‘Star’s End’ in de Royal Festival Hall moest Oldfield verstek laten gaan door de dood van zijn moeder. Het was Steve Hillage die samen met bassist Daryl Runswick en Chris Cutler musiceerde. Bedford had de bedoeling met ‘Star’s End’ elektrische instrumenten als solo-instrumenten te integreren in het totaalgeluid van een filharmonisch orkest. We kunnen niets anders zeggen dat hij daar zeker in geslaagd is. Bepaalde delen van deze symfonie doet de luisteraar ontegensprekelijk denken aan Oldfield’s eigen ‘Tubular Bells’, zoals het tweede gedeelte van ‘Part 1’. Deel twee gaat weer geleidelijk aan van start. Het duurt echter niet langvoor je terug een patroon kunt ontwaren waarbij strijkers en gitaar de hoofdrol opeisen. Maar alras laten alle geledingen van het orkest zich horen. ‘Star’s End’ heet niets voor niets: werk voor solo elektrische gitaar, elektrische basgitaar, slagwerk en orkest. De volledige plaat in één ruk beluisteren kan maar vergt echter wel wat concentratie. Het is immers verre van een hapklare brok muziek. Desalniettemin mag het eindresultaat geslaagd genoemd worden. Niet alleen dirigent Vernon Handley is al overleden. Ook David Bedford zelf overleed vorig jaar op 74-jarige leeftijd. Hij liet een geweldig muzikaal palmares na waaronder 23 werken voor groot orkest, een 7-tal missen en een 10-tal werken voor harmonieorkest en brassbands. Without any doubt we can consider this record, a historical one. Bedford borrowed the name of this record of his favourite science fiction writer Isaac Asimov’s ‘Foundation Trilogy’. There’s a lot of stuff in the Orchestra which sounds very spacey. That is why this record still sounds very good 38 years after release. It’s no easy music at all, but you grow found of it if you listen a few times to this record. Peter Desmet (3) Esoteric Recordings I ECLEC 2316 I Cherry Red Omnia Opera: Omnia Opera + Red Shift18/03/2012 Net zoals veel andere Britse groepen, die ooit tevoorschijn kwamen uit de omgeving van gratis festivalletjes, zo ook past deze Omnia Opera in het plaatje van deze psychedelische rockperiode. Voor deze band begon het allemaal ergens in de jaren tachtig wanneer enkele gelijkgestemde zielen besluiten om een bandje op te starten. Rob ‘Q’ Lloyd, Mike ‘Tungy’ Tongue en Andy Jones, en na verscheidene meningsverschillen over de naam van hun groep, starten in 1985 met Omnia Opera en om hun band de nodige publiciteit te geven nodigen ze twee leuke dames, nl. Lisa Moraity en Natalie Jones, uit voor een fotosessie voor de locale pers in Kidderminster, Engeland. Daardoor kreeg de band een betere cv en het onvermijdelijke gebeurde, de beide dames blijven bij de band als zangeressen. Twee jaar later stopt Mike Tongue en verlaat de band en Steve Smith nam zijn plaats in. Het woord space rock is hier zeker op zijn plaats en alle songs bulken van gitaargeweld en hier en daar wat porties synthesisergeluiden. Op de eerste cd krijgen we maar liefst 9 nummers waarvan sommige een duur hebben van meer dan 10 minuten. Zeer leuk als je nog steeds vindt dat dit genre muziek je kan boeien vanaf de eerste toon. Ik hou dan ook van psychedelische toestanden maar teveel is teveel en bij momenten was de psychedelic ver te zoeken. ‘Freeze Out’, dat 13 minuten lang je gehoor kwelt begint vrij vreemd maar ontaardt daarna in een pure rocktune. Schijf 2 bevat 10 nummers waarvan er nu 4 de grens van 10 minuten overschrijven. ‘Slide’ en ‘Astronomica’ zijn de nummers die de meest interessanste kwaliteitsinhoud hebben terwijl de zeer uitgesponnen nummers vrij snel op de zenuwen beginnen werken. ‘Braindance’ en ‘Annihilation’ zijn hier een perfect voorbeeld van. Conclusie: Omnia Opera heeft met bepaalde momenten raakvlakken met de Amerikaanse band Ozric Tentacles maar ze hadden beter voor Space Opera als naam gekozen want die naam dekt zowel de identiteit van de groep alsook het muziekgenre. Not really the psychedelic from the sixties but together with their American counterparts Ozric Tentacles Omnia Opera would certainly gives an awesome live performance supported by some hallucinating lightshow. Alfons Maes (3) Hawkwind kennen we natuurlijk als één van de grondleggers van de Space Rock. Vooral in de jaren ’70 en ’80 was deze Engelse groep, met Dave Brock als middelpunt, onvoorstelbaar productief. In totaal hebben ze meer dan 40 platen op hun actief waarvan een tiental live-cd’s. Deze dubbelaar stamt eigenlijk uit 1993 maar werd dit jaar terug uitgebracht. Het bevat ook twee EP’s die in 1993 werden opgenomen: ‘The Solstice Remixes’ en ‘Decide Your Future’. De plaat opent met de typische ritmes die Hawkwind zo eigen zijn; langzaam op gang komend, stuwend, met een vleugje elektronica en lang uitgesponnen. De titeltrack ‘It is the Business of the Future to Be Dangerous’ zet meteen de toon van deze plaat. “It is the business of the Future to be Dangerous” is een quote van de filosoof/wiskundige Alfred Whitehead. ‘Space is their Palestine’ is nog langer uitgesponnen (elf minuten) en gaat helemaal de space-toer op. Echt iets voor de liefhebbers van elektro, ambient en synthesizermuziek. De muziek van Hawkwind is nooit eenduidig er wordt plots gelach, alien geluiden, machinegeluiden en al dies meer in verwerkt. Maar het gaat nooit ten koste van het ritme. Af en toe duiken ook snelle en heftige percussiestukjes op. Niet verwonderlijk als je weet dat op het podium jarenlang de show werd gestolen door een buikdanseres. Het opvallende aan deze plaat is dat het rockidioom heel ver weg is. In 1993 bestond de groep eigenlijk alleen uit David Brock op gitaar en synths, Alan Davey op basgitaar en Richard Chadwick op drums. De vocalen waren bijna allemaal voor rekening van Brock, maar er werden ook veel stemmen gesampled. Iets wat nu heel gewoon is geworden. ‘Tibet is not China’ (part 1) is niet onverdienstelijk voor wie van contemplatieve/etnische muziek houdt. Deel 2 van diezelfde song ontpopt zich tot een spacepoprock-instrumental. Nog een dergelijk lang nummer op deze plaat is: ‘Let Barking Dogs Lie’ dat voortdrijft op het stramien van de vorige instrumental. Totaal anders is ‘The Camara That Could Lie’ een erg toegankelijk nummer dat heen en weer slingert tussen rock en reggae. Er staat ook een cover van ‘Gimme Shelter’ van The Stones op. Niets speciaal zal u zeggen, maar er staan twee versies op en de tweede versie werd mee ingezongen door zangeres/voormalig naaktmodel Samantha Fox voor een benefit single ‘Put Our House In Order’. De vocals van Fox zijn overigens best in orde en complementeren die van Brock uitstekend. De EP ‘The Solstice Remixes’ bevat vier verschillende versies van ‘Spirit of Age’. De radio-edit is erg dansbare techno, the full vocal mix is identiek maar twee keer zo lang (9 minuten), de Cyber Trans Mix is ook al 9 minuten maar veel relaxter en minder nerveus, best wel te pruimen. En ook de 12 minuten durende ‘Flesh to Phantasy Ambient Mix’, nog steeds van hetzelfde nummer ‘Spirit of Age’ kan ons eveneens bekoren. De ‘Decide Your Future’ EP opent met ‘Right to Decide’, een compositie met krachtige synthesizers op speed. ‘The Camara That Would Not Die’ voegt niet veel toe aan de andere versie die we al op plaat 1 hoorden, de reggae-ondertoon is wel meer uitgesproken. Daarna een vrij gestripte versie van ‘Right to Decide’ die wel iets heeft. Hawkwind kan ook sober spelen. We eindigen met de techno-ambient muziek van ‘Assasin’. Uitstekend geproduceerd maar je moet wel van het genre houden. Ondanks bijna 20 jaar oud, nog een zeer genietbare plaat. Maar radio-onvriendelijk want niet trendy en meestal lange tot zeer lange nummers. This record is already 20 years old. But I am convinced that young people can appreciate this double record too. Hawkwind is one of the pioneers of modern electronic and techno music. It is excellent that this music is now available again for the big public. Peter Desmet (3) Dave Brock: Memos and Demos09/02/2012 Dave Anthony Brock werd in 1941 geboren in Middlesex in Engeland. Als oude rocker heeft hij de strijdbijl nog altijd niet begraven. Hij is vooral bekend als de oprichter en bezieler van de legendarische Engelse formatie Hawkwind, die zich in de onsterfelijkheid musiceerden met ‘Silver Machine’. Men kan zonder meer stellen dat Hawkwind één van de pioniers en één van de belangrijkste groepen is van de space-rock, een genre dat vooral einde jaren ’60, begin jaren ’70 heel populair was. Anno 2012 is dat een genre dat niet meer gekend is door muziekliefhebbers onder de 50 jaar omdat Hawkwind de fakkel niet heeft kunnen doorgeven. Met uitzondering misschien van een groep als Ozric Tentacles, maar die zijn zo underground en doen alles zo fanatiek in eigen beheer dat ze buiten Engeland nauwelijks bekend zijn. Hoewel ze in Vlaanderen meer dan tien keer optraden. Maar dit volledig terzijde. Hawkwind zelf was een ongelooflijk productieve band. Maar liefst 50 platen zagen het licht tussen 1970 en 2010, waarvan 15 liveplaten. De historie van deze groep beschrijven vergt ettelijke pagina’s. Ze maakten in elk geval geschiedenis; de enige constante in al die jaren is Dave Brock. Deze plaat van Brock dateert reeds van 2001 maar werd dit jaar door Cherry Red Records terug opgediept en heruitgebracht. Mijns inziens volledig terecht. Na 2001 maakte Brock nog 2 platen waaronder de laatste met Robert Calvert, één van zijn kompanen bij Hawkwind. Hawkwind bestaat nog altijd. Brock is het enige vaste lid en de band opereert vanuit de Earth Studio’s in Devon, een schuur die naast zijn huis staat. Zijn echtgenote doet het management. Dat is nog eens alles in eigen beheer houden. De plaat opent met het sfeervolle en melodieuze ‘Clouded Vision’ dat me eerder aan een Pink Floyd compositie doet denken. In de begindagen van Hawkwind hanteerden ze overigens dezelfde tactiek als hun beroemde collega’s: zij traden amper voor het voetlicht dat lieten ze liever over aan acrobaten, dansers en vuurspuwers. De instrumentale versie van ‘State of Mind’ is een geslaagde mix van elektronica en speedy guitaren. Op de gezongen versie is de elektronica wat minder prominent aanwezig. ‘Tune Ing In’ heeft een opwindende intro en transformeert dan plots naar reggaesong met elektronische effecten. Rare effecten maar wel een interessante mix met een mooi resultaat. Op het korte instrumentale ‘Kauai’ laat Brock merken dat hij wel degelijk met synthesizers en sequencers uit de voeten kan. Het doet me sterk denken aan het betere werk van Angeline Dreams. ‘Morpheus’ is alles behalve een slaapverwekkend nummer. Keyboard, stem, percussie en gitaar houden elkaar perfect in evenwicht. Een aantal van deze nummers blijken ook op de Hawkwind-plaat ‘Distant Horizons’ terug te vinden zijn. De demo-versies zijn in elk geval de moeite waard. ‘Didn’t Have a Problem’ bijvoorbeeld is een dijk van een nummer met sprankelende keyboards. Het wervelende ‘Luna’ handelt over één van Brock’s favoriete paarden dat hij op tweejarige leeftijd moest laten afmaken door een dierenarts. Ja ja, ook stoere rockers hebben gevoelens. ‘Love in Space’ is een breed uitgesponnen compositie waar Brock’s vocalen de stem van Tom Robinson griezelig dicht benadert tot hij nog een versnelling hoger schakelt. Op ‘Surreal Sex Dreams’ wordt de turbo nog wat verder opengedraaid, een bazooka is er niets tegen. ‘Just Drifting’ is een aardig muzikaal tussendoortje. De vocalen op ‘Sweet Obsession’ doen heel erg Robert Wyatt-achtig aan. Dit liedje fungeert als aanloop naar de drie lange composities die de plaat afsluiten: ‘Why is a Raven Like a Writing Desk’, melodieuze elektropop met gestoorde gitaren dat zo op een soundtrack van een spannend film kan gemonteerd worden. Kraftwerk is niet ver af. ‘Space Riders & Sex Dreams’ heeft dezelfde ingrediënten maar is meer up-tempo. Negen minuten is behoorlijk lang maar het nummer blijft moeiteloos overeind, een hele prestatie. ‘Distant Islands’ is een relaxte afsluiter dat zo uit de lounge van de Buddha Bar lijkt weggelopen. Op deze ‘Memos and Demos’ verloochent Dave Brock zijn muzikale oorsprong helemaal niet. Tegelijkertijd is hij mee geëvolueerd met zijn tijd en geeft hij een eigentijdse invulling aan zijn muzikale exploten. Deze plaat staat bol van afwisseling en verveelt geen moment. Integendeel het geeft je zin om op zoek de oude Hawkind-platen op te snorren. I truly enjoyed this record of Dave Brock. The man is a real musician that has no fear to try everything out. Check out this interesting record and look up some of the historic Hawkwind albums too. They are worth a try. Peter Desmet (4) |