Foto
Veel heeft het niet gescheeld maar ‘veur’t zelfste geld’ was het bij demo’s gebleven lezen we op de rugzijde van deze digipack.
Dat zou in dit geval bijzonder jammer zijn. Met Goes (Michel Goessens) maakten we eerder kennis via ‘Eerlijk Echt’ van Aardvark & De Zandmannen. Vorig jaar in november en begin dit jaar verzamelde de zanger zijn mannen nog eens in het Hof van Hebberecht en Muda, Atheneaum voor podiumkunsten in Evergem. Sessies die in dit werkstuk resulteerden. Zijn trouwe compagnon, de route Werner du Mez, is er niet meer bij maar de Zandmannen, nu de Gasten genoemd en producer HT. Roberts zijn opnieuw van de partij. Dat geroutineerde team zorgt andermaal met akoestisch instrumentarium (banjo, mandoline en gitaren) voor een perfecte muzikale omkadering die moeiteloos aansluiting vindt bij het betere internationale rootswerk van de overkant van de Oceaan.
In het Sleins, de plaatselijke omgangstaal uit Sleidinge-Evergem in de buurt van Gent brengt Goes verhalen uit zijn leefomgeving zoals het geheimzinnige ‘Knip van Sleine’, ‘Nonkel Georges’. Af en toe verlaat Goes de vertrouwde parochie zoals voor het niet van ironie gespeende denkbeeldige uitstapje ‘Het zal wel zijn’ waarin niet alleen bekende overleden muzikanten figureren en ‘vakantiegeneugten’ worden in ‘Congé Payé’ bezongen.
Maar dat je het niet noodzakelijk in het buitenland ver van de dorpskerk moet zoeken wordt hier telkens weer aangetoond in bijzonder fraaie songs. Het ontroerende bluegrassepos ‘De Lijne van Mijn Leven’, het nostalgische ‘Van eu gedroomd’ en ‘Rosa’, een wat wrang vertelsel van een radeloze moeder blijven bij de eerste beluistering hangen maar nergens op dit zestien tracks tellende schijfje is minderwaardig werk te bespeuren.
“Ik ben ook maar ne veugel die zijn liedje fluit” zingt Goes bescheiden in ‘Eender Wat’ om vervolgens onze gevederde vrienden ruim twee minuten aan het woord te laten. Goes, een getalenteerd, doodeerlijk muzikant naar mijn en hopelijk uw hart.

Goes & de Gasten:
29 en 30 maart: N9 Eeklo
14 april: Arenberg Antwerpen
25 april: Broodje Brussel Music Village

Cis Van Looy (4)


Amigoes  I  0707 l  Goes & de Gasten

 
 
Picture
Claude François, geboren in Egypte uit een Frans/Italiaans gezin, had geen gemakkelijke teenagerjaren. Zijn vader werkte toen als directeur aan het Suez-kanaal en wanneer de Egyptische president Nasser in 1956 het Suezkanaal nationaliseert moet het gezin noodgedwongen alles achterlaten en keert terug naar Frankrijk waar ze in Monte Carlo een appartementje betrekken.
Claude zit een tijdje bij de orkest van Louis Frosio als drummer, dit tegen de zin van zijn vader die enige tijd daarvoor ziek was geworden. Tussen vader en zoonlief kwam een breuk die nooit meer goed kwam.
Maar het grote publiek kent Claude ook nog onder de bijnaam Clo-Clo en na wat gerommel op de muziekmarkt kwam in 1962 zijn grote doorbraak, niet met een eigen compositie maar wel met het nummer ‘Belles Belles Belles’, een nummer van Eddie Hodges (‘Girls Girls Girls’) maar de Everly Brothers maakten dit toch bekend in hun versie. Claude’s vrouw Janet had hem net verlaten voor een man die toen iets meer succes had dan hijzelf, nl. Gilbert Becaud. Janet geloofde niet in het succes van Claude.
Maar dat succes kwam er vooral dankzij het radioprogramma ‘Salut Les Copains’. En even later volgden nog enkele hits… de rode loper lag nu voorgoed uitgerold.
Op deze dubbelcd krijgen we een leuk overzicht van het werk van François die buiten zijn eigen werk ook nog succes oogstte met enkele knappe covers waaronder ‘J’attendrai’ de Franse versie van ‘Reach Out I’ll Be There’ van The Four Tops’, de hit van The Supremes ‘Stop In The Name Of Love’ (‘Stop Au Nom de l’Amour’) en ook een knappe versie van Barry Ryan’s ‘Eloise’. Maar onder al die covers gaan we haast zijn eigen werk vergeten waaronder de onvergetelijke ballade die Frank Sinatra wereldwijd beroemd maakte, ‘Comme d’habitude’ beter gekend als ‘My Way’. Deze nummers vinden we op cd 1 en roepen weer een zekere heimwee op want Claude is veel te vroeg gestorven (11/3/1978). Nog andere leuke covers die op dit overzicht prijken zijn ‘Une File Et Des Fleurs’ (‘You Can’t Hurry Love’) en ‘Sha La La’ of beter gekend als het hitnummer van The Carpenters ‘Yesterday Once More’.
Op de tweede schijf gaat het het coververhaal door en met ‘Le Mal Aimé’ wist Claude een prachtige Franse vertaling van de David Cassidy song ‘Daydreamer (gescheven door Terry Dempsey) neer te zetten. Janis Ian kreeg haar ‘At Seventeen’ nu ook te horen in de Claude François-versie ’17 Ans’ terwijl de 4 Seasons het moesten stellen met de ‘Cette Année-La’ de vertaling van ‘Oh, What A Night’. Nog meer covers zijn o.m. ’Laisse Uner Chance A Notre Amour’ dat hij even leende van Jimmy James & The Vagabonds terwijl de ex-echtgenoot van Lisa Minelli, Peter Allen’s song ‘I Go To Rio’ werd omgedoopt tot ‘Ja Vais A Rio’.
Maar met zijn eigen compositie ‘Alexandrie, Alexandra’, een homage aan zijn geboortstreek, scoort hij geweldig in het toen heersende discowereldje.
Het waren toch vooral de covers waarmee hij groot succes boekte.
François bouwde een waar zakenimperium op maar helaas kwam aan zijn hectische leven een einde in 1978 want met iets minder geluk had hij reeds het tijdelijke voor het eeuwige kunnen geruild hebben wanneer hij in Londen op het nippertje ontsnapt aan een aanslag van het IRA in het Hilton hotel, meer nog in 1977 wordt zijn auto onder vuur genomen. Gelukkig komt hij en de anderen inzittenden er met de schrik vanaf. En een goede raad aan iedereen, wees voorzichtig wanneer je weer in je badkuip stapt. Zorg er dan voor dat er geen elektrische toestellen in de buurt zijn. Voor Clo-Clo werd dit zijn fatale dag…
Wie Claude François niet kent zou dit eerbetoon moeten kopen. Deze compilatie laat ons horen hoe een jongeman, die volgens zijn vrouw Janet, nooit succes zou kennen net het tegenovergegstelde bewees en dit niet alleen met composities maar ook met geslaagde covers. Een blauwdruk van Joe Cocker, ja zeker maar dan eentje bestaande uit kaas en Pernod.

Alfons Maes (3 tot 4)


Warner Brothers  I  5051442 625929  I   Warner Music  I  Claude François

 

La Onda: Vampi

19/01/2012

 
Picture
_Vampi Soul is een Spaans label dat zich vooral toelegt op muziekgenres die tot voor kort een beetje van het toneel waren verdwenen, maar die door het feit dat oude opnames op CD uitbrengen niet zo kostelijk meer is anno 2012, weer volop aan het muziekfirmament verschijnen. De genres waar we het dan over hebben zijn R&B, Latin Soul, Tropical Music, Latin Rock, Spaanse yé-yé, psychedelica enz.
Vampi Soul had het uitstekende idee om een staalkaart van haar aanbod op een leuk geprijsde verzamel-cd samen te brengen. Er worden in totaal 20 nummers op de luisteraar losgelaten.
Van een aantal tracks kan u de cd-recensie reeds terugvinden op deze website (Frente Cumbiero Meets Mad Professor, Antonio González, Chicas en Garotas Suecas).
De plaat staat vol met voor onbekende pareltjes zoals het openingsnummer bijv. ‘Dokhtare Shab’ van Mehrpouya dat twist, crooning en cha cha op weergaloze wijze vermengt. Waar halen ze die muziek toch vandaan, denk je dan. De meeste geslecteerde nummers stralen een heerlijk melancholische sfeer uit (Cha Cha Twist, Marta Kubisova, The Mohawks). Maar er staat ook Afrikaanse High Life muziek op deze verzamelaar. Met Bola Johnson’s ‘Lagos Sisi’ werd er werkelijk een uitmuntend pareltje van dit genre geselecteerd, dat naadloos overgaat in een ander liedje in hetzelfde genre ‘Dye Dye’ van Segun Bucknor.
Bepaalde tracks zijn niet meer of minder dan bizar of geschift. ‘Things Go To Get Better’ voorbeeld van Victor Olaiya bijvoorbeeld, waarbij de leadzang totaal wacky is. Ook El Gran Fellove is prettig gestoord (‘El Jamaiquino’.
De beste en meest overtuigende composities zijn de lichtje psychedelische rock van Emma De Angelis (‘Trip’) en de heerlijke soul en R&B van Melvin Davis (‘Chains of Love’) en Amos Milburn (‘Whiz-A-Soo-Pepi-Dada’). Ook de spacerock van Los Siderals op ‘Dongoh’, het aanstekelijke latin-rock-achtige ‘Hey Tonio’ van Spiteri en de instrumentale cumbia-rock van Los Beltons (‘Cumbia Pop’) mogen er gerust zijn.
Buiten de Spanjaard Antonio González ‘El Paescailla’ is de New Yorkse salsaster van Filippijnse afkomst Joe Bataan de enige echte grote naam op deze compilatie. Zijn ‘Latin Soul Square Dance’ is een heerlijke en geslaagde afsluiter van deze plaat.
Neen, er staat echt geen enkele tegenvaller op deze schijf.

Vale la pena de estar pendiente de ‘La onda vampi ‘. Para toda la gente que de verdad aprecian música es una manera muy interesante de conocer perlas y joyas del pasado. Y además es música con mucho humor. No te las pierdes!

Peter Desmet (3)


_Vampisoul  I  Vampi CD 140  I   Sonic Rendezvous