Aomusic: Hokulea

24/04/2013

 
Foto
In onze op geld gefundeerde maatschappij zijn er toch nog initiatieven die aan humanitaire hulp doen. Zo ook deze Aomusic, die bestaat uit Richard Gannaway (strijkinstrumenten en zang), Miriam Stockley (zang, beter gekend als de stem van de groep Adiemus) en Jay Oliver (keyboards, synthesizers, zang). Aomusic schenkt via AO Foundation International alle opbrengsten aan kinderen overal ter wereld die in nood zijn. En dat zijn er wereldwijd ongeveer een biljoen. De muziek klinkt cinematografisch en ritmisch. Plaats daarboven de etherale gezangen van Miriam Stockley, die doen denken aan Enya, en het geheel is compleet. Ook zijn er kinderkoren die invallen, zoals op de opener ‘Kuimba’. Dan volgt de titeltrack die komt uit het Polynesisch en ‘Star of Gladness’ betekent. En zo gaat het verder op deze cd, gezongen in een variëteit aan talen. Sommige songs werden neergezet in fonetische taal. Zo reis je de wereld rond langs Afrika, het Verre Oosten, de eilanden in de Stille Oceaan enz. Ook staat er een instrumentaal nummer op, nl.’Edge Walkers’. Er staat zelfs een song in het Keltisch op, nl. ‘Irie Gra Medley’, opgeluisterd door een nieuw kinderkoor uit West Ierland. En Miriam Stockley vindt dat haar zang op ‘Yaka Matai’ meer Afrikaanser klinkt dan ooit tevoren. Afsluiter ‘O Re Piya’ komt dan weer uit het Hindi. Het album en de productie ervan komen complex over. Aomusic stichter Richard Gannaway vertelt: “each track was indeed its own journey,” en hij gelooft dat “fans will respond to the album’s bolder ethnic sound.” Een verrassende wereldreis op humanitair vlak.

Patrick Van de Wiele (3½)

A complete hybrid of universal expression.


 
 
Foto
Deze onvolprezen zangeres uit de Kaapverdische eilanden is ons vorig jaar op 17 december 2011 ontvallen op 70-jarige leeftijd na een slepende ziekte.
Cesaria was in alle opzichten een erg speciale zangeres. Ten eerste is ze pas professioneel beginnen zingen op 48-jarige leeftijd omdat ze niet langer kon aanzien hoe haar kleinkinderen in armoede opgroeiden. Bovendien was Cesaria behoorlijk eigenwijs, ze trad enkel op blote voeten op, wat haar al snel de titel “diva met de blote voeten” opleverde en haar handelskenmerk werd. Tijdens optredens stond er steevast een groot glas whisky op een tafeltje naast haar en Cesaria pafte er ondertussen, zonder gêne ook lekker op los. Of dat haar reputatie ten goede kwam dat kon haar werkelijk geen zier interesseren. En kijk: het was Cesaria Evora en Cesaria Evora alleen die de Kaapverdische eilanden op de kaart heeft gezet in de wereld. Wie in hemelsnaam kende deze eilandengroep voordat Cesaria er de wereldwijde ambassadrice van werd.
Haar derde plaat ‘Mar Azul’ uit 1991 deed het internationaal al erg goed, maar met haar 4de plaat ‘Miss Perfumado’ werd Evora in één klap een wereldster. Terecht, niet meer als terecht. De plaat telt enkel sterke composities en haar muzikale begeleiders spelen de (muzikale) pannen van het dak, vooral Paulino en Toy Viera op gitaren, cavaquinho (het kleine, fijne gitaartje dat ook in Brazilië heel populair is en veel gebruikt wordt), harmonica en piano.
Twintig jaar na het verschijnen van deze plaat heeft de platenfirma een 20ste verjaardagseditie op de markt gegooid. Dat is een trend die al een jaar of 15 bestaat. Wij hebben er in dit geval absoluut geen bezwaar tegen omdat er maar liefst een volledige bonus-CD is bijgevoegd met een selectie van liedjes uit andere platen van Cesaria die in totaal elf platen op de wereld los liet, de live- en verzamelplaten niet meegerekend.
Miss Perfumado begint heerlijk met het relaxte ‘Sodade’ , dat staat voor een mengeling van treurnis en melancholie, een verscheurende mooie combinatie wanneer gezongen door deze Kaapverdische diva. ‘Bia’ is toch al wat zwieriger, vrolijker en opgewekter net als ‘Cumpade Ciznone’ is trouwens nog veel swingender, wat een mooie piano toch. Dat gaat al de richting van de Braziliaanse samba uit. De culturele banden tussen de lusofone landen (Brazilië, Portugal, Mozambique, Angola, Macao en Cabo Verde) is immers ongemeen sterk en levendig. ‘Direito de Nasce’ (het recht op geboorte)is een erg poëtisch nummer van de hand van componist Manuel de Novas van wie Evora vele composities vertolkte. Een andere componist is Teofilo Chantre, die zelf ook een paar erg mooie platen opnam. Zijn ‘Luz Dum Estrela’ (het sterrenlicht) is eveneens een muzikaal pareltje, gedomineerd door een zwierige piano, dat Cesaria heel mooi naar haar stem zette. ‘Angola’ is het eerste nummer op deze plaat dat tot een hit is uitgegroeid. Het blaakt van levenslust, cavaquinho, handgeklap en piano begeleiden de magistrale stem van la Cesaria. Het nummer gelijkt wel als twee druppels water op één van de grote successen van de grote Venezolaanse zangeres Soledad Bravo. Toeval? Wie zal het zeggen… Ook het titelnummer van deze belangrijke plaat ‘Miss Perfumado’ mag er zijn. Dit plechtstatige liedje staat als een huis en Cesaria maakte als bijna onbekende zangeres een ijzersterke indruk. Hetzelfde kan en mag gezegd worden van ‘Vida Tem Um So Vida’, (je hebt slechts één leven), een wijze levensles in een beeldschoon liedje verpakt. Het verfijnde, mooi golvende ‘Morabeza’, is één van de vele liedjes van B. Leza die Evora vertolkt. In werkelijkheid heet deze componist Francisco – Xavier da Cruz. Het vrolijke  ‘Recordai’ van Teofilo Chantre  combineert een tekst die de tradities evoqueert  met  het feestelijke muzikale karakter van Cabo Verde rond de jaarwisseling. ‘Lua Naha Testamunha’ (de maan is mijn getuige) is een heerlijk nostalgisch liedje dat je gemoed doet vol stromen; prachtige stem, heerlijke gitaren, schitterende piano. Niet zo een bekend nummer van Cesaria en dat is zonde. ‘Barbincor’ doet enorm Braziliaans aan en met ‘Tortura’ eindigt deze prachtplaat op een ingetogen, melancholische noot.
Conclusie: Het gebeurt zelden dat er op één schijf geen enkel nummer staat waarvan je kunt zeggen dat het kwalitatief niet moet onderdoen voor de andere, sterkere liedjes. ‘Miss Perfumado’ is één van die zeldzame platen. Elke rechtgeaarde muziekliefhebber zou deze plaat eigenlijk in de kast of op zijn IPod of harde schijf moeten hebben.
De liedjes op de bonus-cd zijn een compilatie van haar drie eerste platen ‘La Diva aux Pieds Nus’, ‘Distino di Belita’ en ‘Mar Azul’. Het zijn stuk voor stuk goede composities op een overtuigende wijze gezongen door Cesaria Evora. Na beluistering van de bonus-cd kan je alleen maar concluderen dat op ‘Miss Perfumado’ productie, composities en vertolking tot een perfecte combinatie zijn gesmeed die nog moeilijk te herhalen was.

Après vingt ans, ‘Miss Perfumado’ se montre comme un album très important et essentiel dans l’histoire moderne de la musique populaire. Cesaria Evora est une formidable chanteuse qui chante des compositions excelents avec une groupe de musiciens superieures (entre autre Paulo Viera).

Peter Desmet (4)


RCA  I  88725477832  I  Sony Music  I  Cesaria Evora

 
 
Picture
Dan Blanchard is al jaren bezig met een intense studie van Indiase klassieke muziek en ook van het muziekinstrument santoor. De oorsprong van dit instrument komt van Nada Brahma en dat wil zeggen het geluid van de schepping, ofwel het primordiale Om. Er zit dan ook een diepe spiritualiteit in zijn muziek, en tegelijkertijd is hij een yoga leraar, therapist en beoefenaar van Ayurvedische wetenschap. Rãga is één van de belangrijkste componenten van Indiase klassieke muziek, en wil zeggen: dat wat kleurt of een impressie nalaat. Deze cd is dan ook zeer geschikt voor meditatie, overpeinzingen en introspectie. De muziek is gemaakt voor de ochtend. Wij doen dat in het Westen op een gehaaste manier, hiermee doe je dat op een kalme manier. Bhairav is een aspect van de god Shiva en symboliseert de kracht om door de gedachten heen te breken en een staat van rust te vinden. Na een rustig begin in meditatie, kom je toe aan rustige opwarmingen, waarna aanmoedigingen beweging en energie opbouwen. Ideaal dus om yoga op te beoefenen, en dat ga ik eens proberen. Ook leuk als u van wereldmuziek houdt.

Music to soothe your soul. Indian classical music that goes back to Vedic times.

Patrick Van de Wiele (3)


Peaceful Vibes  I  641444097920  I  CD Baby/Dan Blancard  I  Dan Blanchard

 
 
Picture
_Slide To Freedom is een project rond de Canadese slide gitarist Doug Cox en zijn Indische collega Salil Bhatt. Als derde gast maakt de Indische tableplayer Cassius Khan zijn opwachting.
‘20,000 Miles’ werd in de Royal Studio’s in Memphis opgenomen, waar onder andere Al Green al eens opnamen kwam maken, en is een mix geworden van blues en Indische muziek. Ik denk dan ook dat de cd in de platenwinkels meestal zal terug te vinden zijn onder de noemer ‘World Music’.
De openingstrack is de meer dan terechte klassieker ‘Spooky’, een prachtnummer waarvan zowel het origineel van Classics IV als de cover van The Atlanta Rhythm Section (beide versies echter wel met gitarist James.R. Cobb) hoog scoorden in de Billboard Hot 100.
Deze song wordt door Slide To Freedom nog enigszins op de traditionele manier uitgevoerd, maar bij ‘Still Small Voice Intro’ en ‘Still Small Voice’ wordt zonder voorbehoud richting New Delhi ingeslagen. De mooie stem van de uit Austin, Texas afkomstige Betty Soo komt hier volledig tot haar recht en Betty vergeet hierbij dat ze van origine en country zangeres is.
Ook op ‘Revival’ doet Betty Soo aardig haar duit in het zakje, om eens met een tot op de draad versleten uitdrukking te zeggen. Door de niet geringe inbreng van Calvin Coke en The Campbell Brothers voelt ‘Angel Of Death’ zelfs wat gospelachtig aan.
Het hoogtepunt van ‘20,000 Miles’ is ongetwijfeld de interpretatie van ‘Wee Wee Hours’, één van de mooiste bluessongs ooit geschreven, nota bene door Chuck Berry. (Zijn versie prijkte ooit op de b-kant van zijn eerste single ‘Maybellene’). Hier wordt de blues nog het duidelijkst van al omgezet in Indische muziek.
Voor wie graag blues op een oosterse manier hoort is ’20,000 Miles’ van Slide To Freedom een absolute aanrader, voor alle anderen de moeite om eens te ontdekken.

You mix blues with Indian music, just like Slide To Freedom did on their cd ’20,000 Miles’, and then you’ll get the perfect world music record.

Ivan Van Belleghem (4)


_Northern Blues • NMB 0062 • BertusSlide To Freedom

 
 
Picture
Voor alle duidelijkheid gaat het hier over een compilatie-CD van Antonio González. Die González werd geboren in 1926 in de Barcalonese wijk ‘Gràcia’ in een zigeunerfamilie. Aangezien zijn vader heel zijn leven lang vis verkocht kreeg hij als zoon van de roepnaam ‘el pescaílla’ (klein visje) opgeplakt. Zo gaat dat in zigeunermiddens. Antonio vergezelde zijn vader dag en nacht als jongetje, zowel op de vismarkt als ‘s avonds want zijn vader speelde gitaar in de herberg ‘El Tablao de la Pava’. En zo werd hij op jonge leeftijd reeds beroepsmuzikant.
Met de opener ‘Levántate’ is het al meteen raak. Dit is niet meer of minder dan één van de standaards geworden in het flamenco-popgenre waar González de grote wegbereider van was. Die flamencopop bevatte ook een grote dosis Catalaanse rumba. Samen met Peret (een ingeweken Argentijn) was Antonio González het boegbeeld van die rumba. Maar Antonio was dat reeds einde jaren ’40, terwijl Peret’s glorietijd zich in de zestiger/begin zeventiger jaren situeerde.
Wat Antonio kon neerzetten met zijn stem, twee gitaren en wat handgeklap grenst werkelijk aan het ongelooflijke. Dit is ook één van de nummers, dat zowat uitgroeide tot één van de uithangborden van de flamencopop. Zijn dochter Rosario nam die fakkel de laatste 10 jaren zowat over.
‘Tiritando’ doet spontaan aan de bossa nova denken. Het onderwerp leent zich er ook toe: het strand en de zee. ‘Chica de Ipanema’ is natuurlijk een klassieker uit het Braziliaanse Bossa Nova genre geschreven door de grootmeester Carlos Jobim, himself. González zet hier een meer dan een acceptabele versie neer en bovendien in aanvaardbaar Engels gezongen, geen minne prestatie voor een Spaans artiest in de jaren ’60.
Wat zonder meer spijtig is, is dat nergens vermeld wordt wanneer de nummers werden opgenomen, met welke muzikanten, op welke langspeelplaat/single ze uitgebracht werden enz.
In de jaren ’60 draaide men er in Spanje zijn hand niet voor om welke wereldhit dan ook een eigen Spaanse versie mee te geven. Het resultaat van ‘Extraños en la noche’ (Strangers in the Night), ons vooral bekend door Frank Sinatra, laat een totaal ander lied horen waarvan je zou zweren dat het flamenco is, moest je het origineel niet kennen. Op deze compilatie staat dan ook geen enkele compositie die zelf door González werd geschreven. Maar in de jaren ’60 was dat echt niet ongewoon. ‘Fiel Amigo’ (trouwe vriend) is een nummer van de Cubaanse Bobby Capó dat met zinderende gitaar en de doorleefde, maar expressieve stem van Antonio, tot één van de betere flamencopopnummers uitgroeide. Maar ‘Sarandonga’ is dat nog veel meer. Dit is echt het lijflied van alle flamencopop artiesten waar dan ook ter wereld geworden. Het lied is zo oud als de straat, er is zelfs geen auteur van bekend, stel je voor. De originele versie die we hier horen is mijns inziens nooit verbeterd, alleen maar in enkele gevallen geëvenaard. De hele plaat staat eigenlijk vol met evergreens uit het flamenco-popgenre. Het ene liedje al dichter aanleunend bij de flamenco, zoals ‘Trulurele’. Andere liedjes neigen dan weer een beetje naar de populaire muziek. We moeten niet vergeten dat in de jaren ’50, ’60 en ’70 het variété in Spanje welig tierde. Enkel in Frankrijk en Italië deden ze nog straffer in Europa wat het variété betreft.
‘Se te olvida’ was eigenlijk origineel een levenslied. Antonio González toverde dit liedje om tot een volwaardige compositie waar bongo’s en piano op schitteren. ‘Lola’ is een prachtige lofzang op zijn vrouw, de wereldberoemde Lola Flores, één van de iconen van Spanje in de Ibero-Amerikaanse wereld zo lang ze leefde. Feit is dat Antonio González zijn veelbelovende muzikale carrière vrijwillig in de ijskast zette omdat zijn vrouw een superstar was. Ze trouwden in 1958 en luttele jaren nadien nam hij zelf de opvoeding van zijn drie kinderen volledig ten harte. De drie kinderen van Lola en Antonio groeiden, niet volledig onverwacht zelf tot grote artiesten uit. Dolores alias Lolita, Rosario en Antonio Flores zijn een begrip in Spanje en Latijns–Amerika. De meest talentvolle van de drie was ongetwijfeld Antonio. Maar tegelijkertijd ook de meest frêle en kwetsbare. Hij pleegde twee weken na het overlijden van zijn moeder Lola Flores, die aan borstkanker stierf, in mei 1995 zelfmoord.
‘Si yo pudiera detener el tiempo’ is ook één van die nummers zonder auteur waarvan iedereen denkt dat ze van Antonio González zijn. Gewoon omdat hij er zo een doorleefde versie van neerzette die tot op de dag van vandaag stand houdt.
Ach, alles wat op deze schijf staat is op zo’n weergaloze manier gebracht dat je je afvraagt waarom we dit nooit op de radio mogen horen. Noem dit gerust tijdloze muziek die nog vele decennia luisteraars zal beroeren.
Nog een speciale vermelding voor ‘Sabor a mi’, één van de grote Cubaanse klassiekers die Antonio op volstrekt eigen wijze interpreteert. Met ‘Dime’ staat er nog een andere klassieker op deze plaat waarvan hier een erg solide versie neergezet wordt. En dat is nog niet alles. Met ‘El Meneito’ maakte González een opzwepend fuifnummer dat ook op het repertoire staat van zijn dochter Rosario. Tenslotte zijn er ook nog het grappige ‘Que me coma el tigre’ (dat de tijger me opeet) en het fantastische ‘Muchacho barrigón’ (jongetje met de dikke buik) een nummer van Peret, de man die de Rumba Catalana tot ver buiten Catalunya op de kaart zette. Het is een liedje met speed en een grappige tekst dat bovendien best dansbaar is.
Als u dit jaar één Spaanse plaat in huis haalt, laat het dan deze zijn. Plezier en luistergenot gegarandeerd voor vele jaren.

Con este disco queda muy claro que gran artista ha sido Antonio González. Sus interpretaciones sobreviven el tiempo sin ningun problema. Y claro que todavía sirven como inspiración importante para las nuevas generaciones de músicos hoy día. Verdaderamente un excelente trabajo que merece ser conocido también afuera de España !


Vampi Soul • Vampi CD 131 • Sonic Rendezvous

 
 
Picture
Ik ben reeds verscheidene keren met vakantie naar Kroatië, meer bepaald de streek van Opatija en Istrië, geweest en het viel mij telkens weer op dat de Kroaten nogal fier waren op hun muziek. Telkens als er een cd met Kroatische muziek in de speler werd geschoven betekende dit, zeker na het nuttigen van een paar flessen rode wijn, het sein om mee te zingen en om onze gastheren de kreet ‘This is our music’ door de huiskamer te laten schallen.
Ik vertel dit omdat de muziek op de cd ‘Godula’ van Tomas Kocko vrij veel gelijkenis vertoont met hetgeen ik op die vrolijke Kroatische nachten ten gehore kreeg.
Dit kan geen wonder heten want de muziek op ‘Godula’ is afkomstig uit Moravië (in het oosten van Tsjechië) en Slavonië (in het noordoosten van Kroatië), vandaar dus…
Tomas Kocko en zijn orkest behoren tot de top van de Centraal Europese folk. Hun vorige cd ‘Poplar’ stond gedurende twee maanden in de Top-20 van de ‘European World Music Charts’. Zij bespelen meestal akoestische instrumenten en deinzen er niet voor terug enkele scheuten jazz en rock aan hun stamppot folk toe te voegen, zo ondermeer op ‘Bes’.
De plaat wordt op gang gefloten met het atypische en ultrakorte ‘Za Welesa’, maar met ‘Zahrada part I’ valt alles automatisch terug in de aloude Balkan plooi. Op ‘Zahrada Part II zoekt Tomas Kocko nogal uitdrukkelijk de rock richting op en laten daarbij de elektrische gitaren hun ding doen.
Er zitten enkele leuke nummers tussen zoals het door een didley bow aangevuurde ‘Ondrasova Pisen’. ‘Ovenzok’ wordt van mooie meisjesstemmen voorzien en drummer Petr Hladik duwt deze track een beetje in de richting van de rock. Ook op ‘Godovnica’ vormen de stem van Tomas Kocko met de heerlijke vrouwenstemmen op de achtergrond een geslaagd geheel. Dit is naar mijn mening het mooiste nummer op ‘Godula’. Afsluiter ‘Zlatohlav Part II’ klinkt dan weer een beetje Oosters.
Helenka Machackova en Libuska Cerna blinken uit op viool en Tomas Kocko speelt eveneens gitaar en mandoline. Uit wat ik via het inlegboekje kan uitmaken werd de plaat gedeeltelijk in Brno en Ostrava opgenomen.
De liedjesteksten staan netjes afgedrukt op het inleg boekje, maar daar zijn we natuurlijk vet mee. Mijn vocabulaire gaat, voor wat betreft de landen uit de Balkan, niet verder dan ‘Pivo’. Tomas Kocko & Orchestra zou mijn inziens uitstekend passen op Sfinks Boechout of op het folkfestival in Dranouter.

Tomas Kocko is your perfect alternative for a Balcan holiday. And if the music doesn’t fit, then there is always the sun and the beautiful scenery.

Ivan Van Belleghem (4)



 
 
Picture
In 2008 verscheen het eerste deel van Highlife Time en nu wordt de opvolger aan ons voorgesteld. Deel twee ligt volledig in het verlengde van zijn voorganger. Deze dubbele cd belicht de amusementsmuziek zoals ze vanaf de jaren twintig tot de jaren tachtig in Nigeria en Ghana werd bedreven. Je moet hier geen muzikale wonderen verwachten, maar het is soms wel prettig luisteren naar Afrikaanse muziek, die meestal wel uit de eigen cultuur voortspruit, maar soms ook gaat flirten met Zuid-Afrika, zoals Bunzu Soundz met Yaa Nansa, een opname uit 1961.
Verrassend is ook de gelijkenis met de ska muziek uit de Caraïben. Die invloed is duidelijk waarneembaar bij artiesten zoals ET Mensah (Yei Ngebowoh). We hebben hier ook Ramblers International, een dance band die in 1972 een succesvolle lp met als titel ‘Doin’ Our Own Thing’ uitbracht. Uit deze lp werd hier het in een grappig Afrikaans Engels gezongen ‘Muntie (Highlife Charanga) gelicht.
De oudste opnamen op deze dubbele cd zijn ‘Suantsi’ van George Williams Aingo en het a capella gezongen ‘Koko Ahataw Kur’ van George Williams Aingo. Beide opnamen dateren uit 1927. Die opnamen werden duidelijk hoorbaar van een 78 toerenplaat afgetapt. Er gaat daarbij een charmant aandoend gekraak gepaard. Voor mij geen probleem, maar sommige luisteraars kunnen het wel irritant vinden. Hetzelfde geldt voor ‘Taxi Driver’ van Bobby Benson And His Combo dat hier van een 78 toerenplaat uit 1951 werd overgetapt. Het heeft absoluut geen zin om je druk te maken over ietwat mindere geluidskwaliteit.
Op cd 2 treffen we als uitschieter Guy Warren Of Ghana aan met ‘Ours, This Is Our Land’ en dit is rechttoe rechtaan Jazz, weliswaar met een Afrikaans randje, maar in ieder geval Jazz.
De meest recente opname dateert uit 1984 en komt op naam van de in 2007 overleden Chief Stephen Osita Osadebe en heet ‘Osondi Owendi’. Ook hij voegt een Caraïbisch tintje aan zijn muziek toe.
Mijn favoriet is echter het van uitbundige blazers voorziene instrumentale ‘Calabar’ van The Band Of The Nigeria Police uit 1968. Uit hoofde van mijn job ben ik voor het opsporen van verloren zendingen nu en dan in contact geweest met de politie in Nigeria en ik moet zeggen… ze kunnen beter muziek spelen.

This interchangeable Nigerian and Ghanaian music shows the strong musical relationship between Africa and the Caribbean.

Ivan Van Belleghem (3)


Label: Vampi Soul • Nr.: VAMPI CD 129 • Distr.: www.sonicrendezvous.nl www.sonicrendezvous.nlwww.vampisoul.com