Picture
_De Argentijnse rock is zonder meer de meest verspreide en meest kwalitatieve op het hele Latijns–Amerikaanse continent. En de geschiedenis ervan is onvoorstelbaar boeiend en uitgebreid. Het is erg verdienstelijk van het Spaanse label Munster Records dat ze aandacht besteden aan de wortels van de Argentijnse rock. Te meer omdat in onze contreien, en daarmee bedoel ik heel Europa op Spanje na, niemand zich ooit de moeite getroost heeft dat te doen.
Volledig akkoord, je kunt niet alle muziek uit de hele wereld promoten. Maar het is toch wel verbazingwekkend dat platenfirma’s zich weinig of nooit aantrekken van het feit dat ze aan de andere kant van de wereld geweldige groepen onder contract hebben liggen die het in Europa of de VS ook kunnen maken. Hoe dan ook hoed af voor Munster Records!
De Argentijnse rock nam eigenlijk een aanvang in de periode 1966-1967. Maar er is discussie over wat nu het echte begin was van de Argentijnse rock die geen kopie was van hun Angelsaksische voorgangers. De eerste rock-lp ‘Rebelde’ was van de hand van Los Beatniks en de eerste Argentijnse rocksong pur sang was ‘La Balsa’ (het vlot) van Los Gatos dat uitkwam op 3 juli 1967.
Het toeval wil dat Pajarito Zaguri, de man achter de plaat ‘La barra de chocolate’, één van de leden van Los Beatniks was. Pajarito geboren in 1941 was reeds muzikaal actief in 1956 samen met zijn vriend Mauricio Birabent, beter bekend onder zijn artiestennaam Moris. De groep heette Shabudaba. Vervolgens speelden ze samen in Los Beatniks, die vooral in de periode 1965-1967 veel succes genoten. Nadien gingen ze elk hun weg. Pajarito wordt echt wel als één van de stamvaders van de Argentijnse rock beschouwd, samen met zijn vriend Moris, Javier Martínez, Tanguito en Ltitto Nebbia. Het grote succes liet Pajarito echter koud, hij liet zich nooit opsluiten door de commercie. Wat maakt dat deze ‘Barra de Chocolate’ uit 1969 de enige plaat is waarmee hij veel succes kende. Anno 2012 is de man nog steeds muzikaal actief.
In 1969 was rock in Argentinië toch nog een pril fenomeen. De platenfirma Music Hall wilde graag een soloplaat met Pajarito uitbrengen die carte blanche kreeg. Pajarito doopte zijn project ‘La barra de chocolate’ en hij nam de plaat op met muzikanten die hij kende uit een jazz-venue ‘La Cueva’; Bernardo Baraj, Astarita en el Negro González. Dit verklaart meteen ook waarom deze plaat niet echt een rock-feel heeft.
Alle nummers op deze plaat zijn van de hand van Pajarito. Ongeveer de helft alleen, de andere helft samen met de groep geschreven. De helft zijn de originele nummers, elf in totaal. Maar er zijn ook 8 bonusnummers op dit schijfje gezet.
De opener ‘Si Supiera esta niña’ doet me onweerstaanbaar denken aan de Nederlandse protestzanger Armand, ook in Vlaanderen zeer bekend: zelfde instrumentatie, zelfde manier van zingen. Curieus. ‘Buenos Aires Beat’ heeft beduidend meer vaart en rockt, zij het op zeer voorzichtige wijze. ‘Proyectos de un ladron prisionero’ (projecten van een dief in de gevangenis) is van een heel andere orde; als lang uitgesponnen intro een gesproken stem op een rockerige beat die opgesmukt wordt met psychedelische geluidjes, om zich daarna om te vormen tot een meer orthodoxe rocksong. Vooral het gitaarwerk is van goede makelij. ‘Alza la voz’ is een protestlied verkleed als een soort Eurovisie rocker, compleet met blazers. Vooral de gitarist weet van wanten. Het nummer was de onverwachte winnaar van het Argentijnse “Festival Nacional de la Música Beat” in 1968 met een Nacho Smilari op gitaar. Zelfs buiten Argentinië werd dit nummer gesmaakt, er werden 40.000 singles van verkocht. In die tijd een hoog aantal. ‘Usted sabel o que es fé’ (u weet wat geloof betekent) mag dan wel een religieuze connotatie in haar titel dragen maar dit is een voldragen rocksong waar blueselementen doorschemeren in het gitaarwerk. Het nummer trapt af met een furieuze gitaarintro die niet moet onderdoen voor die van de gevestigde Angelsaksische toppers van die tijd. Van alle nummers op de ze plaat is dit ook het beste en overtuigendst gezongen. Dat geldt ook voor ‘Otro lugar, cuál puede ser’ (welke andere plaats zou het kunnen zijn?). Prima song, goede orgelpartij en dito gitaren en stemmen die juist zitten. Toch ontsnap je niet aan het feit dat dit nummer heel duidelijk de stempel van de jaren ’60 met zich meedraagt. ‘Ella la doncella’ gaat eerder de toer van een wals op met een brede orchestratie waarin ondermeer violen en blazers de klank van dit nummer bepalen. Niet echt mijn ding maar zonder meer mooi in elkaar gestoken. Ook ‘El Divigante’ (The Wanderer) doet wat verouderd aan. Dit doet me meer aan de beginperiode van de prefab-rock in de Spaanse muziek van de jaren ’60 denken dan aan echte rock. Maar wel weer uitstekende gitaar- en orgelpartijen. ‘Beatnick Waltz’ heeft inderdaad een walsritme vermengd met rockelementen en telt vooral een geestige tekst en een bijna perfect The Doors-orgeltje. Het werd meegeschreven door zijn vriend en medestander van het eerste uur Moris. ‘El Gigante’ is een vrij eenvoudige maar melodieuze popsong die bijna flirt met het chanson. Het maar liefst acht minuten durende ‘Viste’ (heb je het gezien) begint met een vurige instrumentale intro waar gitaar, orgel en drums hun muzikale lusten mogen botvieren. Je denkt onvermijdelijk aan Santana, da’ s toch een compliment dat kan tellen, nadien hoor je enkele echo’s van ‘I’m A Man’ van Chicago. Maar het lijdt geen twijfel dat er ook hier geen kwaad opzet in het spel was en de groep valt nergens stil. Met andere woorden: het hele nummer staat trouwens als een robuust huis en is zonder meer de beste compositie van de hele plaat.
De extra nummers op deze schijf, die niet op de originele lp stonden, vallen zeker niet tegen. Meer nog van sommige je kan je afvragen waarom ze niet mee uitgebracht zijn in 1969. ‘El Malecón’, weeral aangedreven door een machtige gitaar swingt als de pest. ‘Doña Lucia’ is onvervalste rock ’-n’ roll waar Chuck Berry trots zou op zijn. ‘Un diablito en el cielo’ heeft enkel kwaliteiten als slaapliedje. ‘Navidad Especial’ is een mid-tempo ballade met een mooie piano. ‘El pampero libertad’ maakt geen onvergetelijk e indruk en kabbelt rustig verder. ‘Capado y colocado’ is wederom rock ’-n’ roll van aanvaardbare kwaliteit die je nu nog in Spanje hoort, denken we maar aan Miguel Riós. ‘Presidente del país’ lijkt wel van Adamo; charmant en onderhoudend met een brede orchestratie. ‘Hombre sin nombre’ is min of meer vergelijkbaar als het vorige nummer maar met een sneller tempo.
Mijn eindconclusie voor deze plaat luidt onverdeeld positief. Zeker voor de liefhebbers van Latijns-Amerikaanse rock. Ze is wel niet over de hele breedte even overtuigend, vandaar de quotering van 3 sterren.

Este disco comprueba que desde hace 4 decadas el rock argentino está pegando fuerte. Un disco imprescindible para todos que quieren conocer los raices del rock en América Latina. Agradecemos a Munster Records por este esfuerzo de sacar discos como este al mercado.

Peter Desmet (3)


_Munster Records  I  MR CD 316  I  Sonic Rendezvous

 


Comments




Leave a Reply