Picture
_In 1978, een jaar na het solodebuut ‘The Dancer’ wordt ‘Electric Glide’ uitgebracht. In tegenstelling tot de voorganger, die op een textuur van  genereus gelaagd toetsenwerk drijft, staat Boyle’s snarenspel centraal op ‘Electric Glide’.
In twee nummers is Gary Moore, die andere Britse virtuoos, van de partij. Een samenwerking die naar het enerverende ‘Hayabusa’ leidt, analytische notenneukerij die vooral aan verstokte techneuten besteed is. ‘Gaz’ is evenmin van complexe structuren gespeend maar klinkt iets draaglijker.
In de funky opener ‘Snap Crackle’ lonkt het jazzy gitaarspel van Boyle en Robert Awhai naar de zonnige Westkust aan de overkant van de oceaan. Dat is ook het geval met de schitterende titeltrack, eveneens een bijzonder geslaagde samenwerking met Awhai. In ‘It’s Almost Light Again’ ontpopt Boyle zich als meesterlijk fingerpicker op zowel twaalfsnarige als de gebruikelijke zessnarige akoestische gitaar zonder evenwel in vervelend gefriemel te vervallen.
Dat less in vele gevallen more is wordt in de duetten met Kenny Shaw (Nucleus) nog eens ondubbelzinnig geïllustreerd. Twee akoestische gitaren volstaan ruimschoots in ‘Morning Father Joys’, superieure jazzfolk en ‘Brat N° 2, twee composities van Shaw. Liefhebbers van het prille werk uit de jaren zeventig van John McLaughlin zullen zich niet bekocht voelen bij aanschaf van ‘Electric Glide’, wat ruimer georiënteerde adepten van verfijnd instrumentaal werk evenmin.
 
Cis Van Looy (3 tot 4)



_Esoteric Recordings  I   ECLEC 2308  I  Cherry Red  I  Gary Boyle

 


Comments




Leave a Reply