Na drie langspelers wordt ‘Isotope’ ontbonden in 1975. Jack Bruce experimenteerde er op los met jazzpianiste Carla Bley en ex-Stone Mick Taylor en de voormalige Yardbird Jeff Beck bekeren zich met op werkstukken als ‘Blow By Blow’ en ‘Wired’ onvoorwaardelijk tot de fusionbeweging die ook Boyle inspireert. Op zijn solodebuut verfijnt de gitarist de met synthesizers en ander toetsenwerk gelaagde textuur die hij bij ‘Isotope’ introduceerde.
Titelsong ‘The Dancer’ ligt helemaal in het verlengde van ‘The Deep End’, de finale langspeler van Isotope. Het toetseninstrumentarium van Zoe Kronenberger, die veneens als componist actief is, wordt aangevuld door sprankelend, ritmisch clavinetspel van Dave Macrae waarrond Boyle etherische solo’s improviseert. Bovendien is ook producer Robin Lumley aanwezig met moog en synthesizerbijdragen.
In het korte intermezzo ‘Now That We’re Alone’ horen we enkel de piano van Kronberger en de zweverige bas van Steve Shone. Het melodieuze ‘Lullaby For A Sleepy Dormhouse’ vormt een mooi rustpunt tussen de jachtige ritmiek van ‘Almond Burfi’ en ‘Cowshed Shuffle’ dat imponeert door de precisie van Simon Philips’ geraffineerde drumtechniek die de muzikale verrichtingen ook in het sfeervolle, verstilde ‘Pendle Mist’ ondersteund. Als afsluiter krijgen we het van Herbie Hancock geleende ‘Maiden Voyage’, een prachtige hommage aan Boyle’s voormalige werkgever Brian Auger.
Cis Van Looy (3 tot 4)
RSS Feed