De eerste keer dat ik Mitch Ryder op een podium beleefde was in de beginjaren tachtig toen de man ‘Never Kick A Sleeping Dog‘ kwam promoten in Hof Ter Lo. Enkele jaren eerder zag ik Ryder al op televisie zijn in blauw suede gehulde demonen ontbinden. Dit concert uit ’79 wordt samen met een uit 2004 daterend optreden uit het rijke Rockpalast archief gelicht en is naast de DVD-versie nu ook in een uitgebreide audioversie (3cd box) verkrijgbaar.
Mitch Ryder & The Detroit Wheels groeiden in de jaren zestig met hun gloedheet mengsel van ruige garagerock en spannende R&B uit tot één van de meest spraakmakends acts van de destijds bloeiende Detroitscène die ook buiten Michigan potten brak. Ryder 5 William Levise was in essentie een blanke soulzanger en toegewijde Pickett/ Brown adept. Ondersteund door de nerveuze ruige riffs van gitaartandem Jim McCarty en Joe Kubert en de solide backbeat van de Wheels ritmesectie met Johnny ‘Bee’ Badanjak en James McCallister legden zij de basis van de zogenaamde Detroit Sound. Medleys van oudere rockklassiekers vormen de speerpunt van een onstuimig rockend oeuvre zoals de titels al suggereren en terug te vinden op ‘Take A Ride’, ‘Break Out’ en ‘Sock It To Me’. In ‘67 valt het doek voor Detroit Wheel, producer/manager Bob Crewe heeft andere plannen met de jonge rebelse Mitch en dwingt hem in het keurslijf van ‘brave’ soloartiest die een breder publiek moet charmeren.

De lokroep van de rockmuziek blijkt sterker en Ryder trekt naar Memphis om er samen met Steve Cropper, Booker T. en de andere MG’s aan het ‘Detroit Memphis Experiment’ te sleutelen. Terug thuis formeert hij samen met Badanjek en gitarist Steve Hunter Detroit, een massieve rockband die het werk van de Stones en Lou Reed grandioos recycleert. Hunter zal overigens niet veel later samen met producer Bob Ezrin geschiedenis schrijven op Lou Reed’s ‘Berlin’ en vormde samen met Dick Wagner het dynamische snarenspan dat op ‘Rock-’n-Roll Album’ ‘Sweet Jane’ van die magistrale intro voorzag. Later belandt Hunter samen met producer Ezrin bij Alice Cooper. Het jarenlange touren eist zijn tol en manifesteert zich in ernstige keelproblemen. Ryder trekt zich in ’73 terug uit de muziekwereld om in Colorado samen met zijn vrouw aan songs te sleutelen, en zich aan schrijven en schilderen te wijden. Een van die schilderwerkjes belandt in ’78 op de hoes van ‘How I Spent My Vacation’.
 
Het is die meesterlijke langspeler, gevuld met bittere sterk autobiografische songs over de breuk met de rockscène die de aanleiding vormt om Ryder te engageren voor Rockpalast. Zo kunnen we de Detroit veteraan ‘very alive and kicking’ aanschouwen, weliswaar op onze kleurentelevisie. Het zogenaamde ‘Famous Full Moon Concert’ met ook Nils Lofgren en Southside Johnny op de affiche wordt rechtstreeks uitgezonden in Eurovisieverband in de nacht van 6 op 7 oktober. Iedere band krijgt vooraf ruimschoots de tijd om te repeteren. Voor Ryder en kompanen blijkt de tijd tussen die repetities en het concert iets te lang. Naar verluidt arriveerde hij in de Grugahalle in Essen in bedenkelijke staat met de fles Jack nog in de hand. Na een vechtpartij in de kleedkamer en een rampzalig interview met Lester Bangs geeft hij één van de beste concerten uit de geschiedenis van Rockpalast.

Na het toepasselijke ‘Long Road’ gooit Ryder nieuw werk zoals ‘War’ met schitterend dubbelloops werk van gitaartandem Joe Gutc en Rick Shein tussen de vertrouwde rockmedleys ‘CC Ryder’/Jenny Takes A Ride’ en ‘Devil With A Blue Dress/ Good Golly Miss Molly’ en een gebalde versie van ‘Rock-’n-Roll’. Het beproefde concept werkt nog maar het destijds recente werk uit ‘How I Spent My Vacation’ klinkt minstens even sterk. Een overrompelende ‘Tough Kid’, ‘Nice and Easy’ en een slopend ‘Dance Ourselves To Dead’ worden evenwel geëvenaard door nummers die een jaar later op ‘Naked But Not Dead’ zullen prijken. We worden voor het eerst geconfronteerd met ‘Ain’t Nobody White (Can Sing The Blues)’, een verscheurend relaas over een uitspraak van Ray Charles en de striemende repliek van ‘Angry young man’ Elvis Costello. Het op een strakke reggaebeat leunend ‘True Love’ vormt de aanloop naar de finale met het van The Doors geleende ‘Soul Kitchen’.

Op twee cd’s uitgesmeerd vinden we een integraal concert van recentere datum. Ryder geeft in februari 2004 de dag na zijn 59ste verjaardag opnieuw een concert ondersteund door de Amerikaanse gitarist Robert Gillespie en de Duitse formatie Engerling. Uiteraard ontbreken de medleys niet. De ongebreidelde energieke uitbarstingen zijn er niet meer bij. ‘Everybody Loses’, ‘The Terrorist’ en een bluesy ‘The Porch’ tonen aan dat ‘the unsung hero’ na 25 jaar nagenoeg niets aan strijdvaardigheid en intensiteit heeft ingeboet. Op de derde cd vormen twee lang uitgesponnen Stonesnummers de blikvangers. ‘Heart Of Stone’ wordt met verschroeiende uithalen gelardeerd en uit een wat wazige intro met flarden van ‘Ghostriders in the Sky’ doemt een gespierd ‘Gimme Shelter’ op, iets minder heftig dan in de Detroit periode maar beslist nog de moeite van het beluisteren waard, ook zonder bijhorende beeldmateriaal.

Cis Van Looy (4)

Music In Germany  I  MIG 90502  I  Mitch Ryder