_Wanneer je een boompje wil opzetten over wispelturige groepen kan je gerust bij UFO terecht. Op bepaalde tijdstippen was UFO een echte duiventil. Er moeten zich in de geschiedenis van de groep zo’n goeie veertig personeelswissels hebben voorgedaan. Eat your heart out, Canned Heat. Vooral de wispelturige Michael Schenker was een kampioen in het binnen en buiten lopen, maar ook Simon Wright, Paul Raymond, Paul Gray, Jason Bonham en Aynsley Dunbar kenden er wat van. Frontman en zanger Phil Mogg en niemand anders, is echter van bij de oprichting van de band in 1969 de ganse tijd door de spil van UFO gebleven.
 
 
_We schrijven 1977, middenin de zomer van dat jaar, in de nacht van 23 op 24 juli trekken we de deur van de plaatselijke stamkroeg wat vroeger dan gewoonlijk achter ons dicht. De reden, de eerste Rockpalast nacht is rechtstreeks te volgen op de beeldbuis. Een volledige festivalnacht op televisie dat hadden we nog niet meegemaakt. Bovendien prijken Rory Gallagher en Little Feat, waarvan gedenkwaardige passages in Pink Pop en Vorst Nationaal op ons netvlies gebrand blijven, op de affiche.
 
 
_De uit Zuid Wales afkomstige klassiek geschoolde violist en pianist John Cale schrijf in de jaren zestig samen met Lou Reed en Nico muziekgeschiedenis in Velvet Underground. Na twee historische langspelers laat hij The Velvets achter, gaat aan het werk als producer van Iggy & The Stooges en Velvet-chanteuse Nico en kiest het solopad. Na het meer conventionele ‘Vintage Violence’ volgen klassiek geïnspireerde experimenten. Na het sublieme ‘Paris 1919’ in 1973 scoort Cale met een foutloze hattrick.
 
 
_Roy Buchanan zal vooral herinnerd worden als ‘The world’s best unknown gitarist’. De karakteristieke, lyrische Telecastersound inspireerde gitaarmeesters als Jeff Beck, Gary Moore en Robbie Robertson. Laatstgenoemde toonde zich een leergierig student toen hij van bas overschakelde naar gitaar bij The Hawks, de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. De vanuit Arkansas naar Californië verkaste Buchanan verdiende zijn sporen bij Johnny Otis en met zijn band The Heartbeats begeleiden Dale Hawkins. Hawkins die met ‘Suzie Q’ scoorde leunde in niet geringe mate op de verrichtingen snarenridders zoals Scotty Moore, James Burton en… Buchanan.
 
 
_Wie van West Coast rock houdt moet ook van de legendarische band Terry & The Pirates (San Francisco) gehouden hebben. En wie deze naam uitspreekt noemt in een adem ook gitarist John Cipollina die we nog kennen uit Quicksilver Messenger Service.
De line-up toen was: Terry Dolan (zang, gitaar), John Cipollina (gitaar), Nicky Hopkins (piano), David Hayes (bas) en Greg Elmore (drums). De band kende vele personeelswissels en na de dood van John Cipollina op 29 mei 1989 hervormde Terry Dolan in 1994 de Pirates in een totaal nieuwe bezetting en brachten nog twee langspelers uit, nl. ‘Still A Pirate’ (1998) en ‘Comanche Boots’ in 2001. Nicky Hopkins overleed op 6 september 1994. Onder de nieuwe piraten vonden we o.m. Jim McPherson, Neal Schön, Mario Cipollina en Peter Rowan.
 
 
_Steve Gibbons heeft een sterke achtergrond wat zijn muzikale leven betreft. Die gaan terug naar begin jaren zestig waar hij lid wordt van een lokaal bandje The Dominettes en waarin hij al snel Colin Smith verving. Als gediplomeerd loodgieter en Elvis-fan (hij won destijds in zijn thuisstad Birmingham de Elvis Presley wedstrijd) wilde hij verder op geraken en in 1963 besloten The Dominettes hun naam te veranderen in The Ugly’s. Zo komen ze onder de attentie van Pye Records terecht wat hen meteen een platencontract oplevert. Hun eerste single ‘Wake Up My Mind’ veroorzaakt in de UK geen stormen maar wordt wel een grote hit in Down Under. Hetzelfde onderging hun tweede single ‘It’s Alright’ en ondanks een tv-optreden in het beroemde tv-programma ‘Ready Steady Go’ faalde ook deze nieuwe release in Engeland en maakte bijgevolg geen brokken op het continent.