Spinvis is zo'n artiest op wiens lijf M-idzomer geschreven is. Het debuut van de Nederlander uit Nieuwegein is een mijlpaal in de Nederlandstalige muziek. Erik de Jong creeërde een genre op zich, dat er na meer dan tien jaar er nog steeds staat. Tot Ziens, Justine Keller is zijn laatste album en zal live op M-idzomer de allerlaatste twijfelaars overtuigen.
Spinvis is de eenmansband van Erik de Jong (Spijkenisse, 2 februari 1961).
Erik de Jong is het tweede kind uit een gezin van vier kinderen, zijn ouders waren beiden muzikant. Zijn vader Walter speelde gitaar en zijn moeder Sjaan hawaïgitaar en ukelele.
Het in 2002 uitgekomen Lo-Fi-debuut laat werk horen dat Spinvis op een zolderkamertje in elkaar knutselde. Hij maakte daarbij vooral gebruik van computers, maar ook van allerlei andere attributen als fluitjes en pandeksels. De mix van eenvoudig klinkende maar zeer zorgvuldig gearrangeerde popmuziek en opzienbarende teksten levert een succesvol en opzienbarend cultalbum op. Smalfilm en Bagagedrager worden kleine hitjes.
Na het relatieve succes van zijn debuutplaat wilde De Jong zijn nummers ook live ten gehore brengen in theaters. Hiertoe vormt hij een liveband bestaande uit muzikanten van verschillende generaties (waaronder zijn vader en VPRO-presentator Han Reiziger), omdat hij op zijn eerste album ook samples uit verschillende periodes gebruikte. Een aantal livenummers wordt samen met wat overig materiaal verzameld op het tweede album, Nieuwegein aan zee.
Op 25 november 2003 sloeg het toerbusje van de band, op weg naar een concert in Gent, over de kop, waarschijnlijk door blokkerende achterwielen. Gitarist Walter de Jong (de vader van Spinvis) had een zware verwonding aan zijn arm. ”Zijn arm lag helemaal open, tot aan de pezen aan toe”, aldus Spinvis. Desondanks speelde de band een dag na het ongeluk gewoon weer een show.
Begin 2004 won Spinvis een Zilveren Harp, een aanmoedigsprijs voor aanstormend talent. Op 28 maart van dat jaar won Spinvis samen met cabaretière Lenette van Dongen de Annie M.G. Schmidt-prijs (onderscheiding voor het beste theaterlied) voor het door hem geschreven lied Voor ik vergeet. Ook in 2004 maakte hij met Bente Hamel, Ingmar Heytze en anderen het hoorspel op het album "Het hoofd van Ferdinand Cheval".
Op 28 november 2005 verscheen het album Dagen van gras, dagen van stro. De arrangementen zijn duidelijk meer toegesneden op live-uitvoering met zijn band. Vooruitlopend op dit album heeft De Jong al vele nieuwe nummers gespeeld tijdens een uitgebreide theatertournee. Ook treedt hij met band op voor de radio (o.a. VPRO, Studio Brussel).
Op 23 januari 2006 kwam van Dagen van gras, dagen van stro de single Ik wil alleen maar zwemmen uit. De single bevat verder een nieuw nummer, genaamd Op een ochtend in het heelal, en een aantal bonustracks. Verder begon hij samen met Simon Vinkenoog en Arjan Witte een project waarin Vinkenoog gedichten voorleest onder muzikale begeleiding van Spinvis en band; dit werd vastgelegd op de CD Ja!. Na dit album verscheen in augustus de nieuwe single Flamingo. Op deze single stonden twee nieuwe nummers (Wespen op de appeltaart en Dag 1). Ook zat er een DVD bij met materiaal van onder andere een optreden in Nighttown te Rotterdam.
Op 13 januari 2007 kreeg hij tijdens het Noorderslag festival de Popprijs, die jaarlijks uitgereikt wordt aan de artiest die dat afgelopen jaar de belangrijkste bijdrage aan de Nederlandse popmuziek geleverd heeft. Op 1 maart 2007 begon zijn nieuwe theatertour, "op een avond in het heelal", door heel Nederland met de zeven leden tellende live band. Aan het begin van zijn tour ging Spinvis voor vier dagen naar Zuid-Afrika om ook daar zijn nieuwe theatertour gehoor te geven. Op 27 augustus verscheen het album Goochelaars en Geesten, dat door De Jong omschreven werd als een gevonden album. Het bevat b-kantjes en curiositeiten. Het album is genoemd naar het nummer dat tijdens de Lotus Europa-tournee werd gebruikt als openingsnummer.
Op 11 mei 2010 werd bekend dat Spinvis de Johnny van Doornprijs heeft gewonnen, omdat hij volgens de jury met zijn teksten en muziek een 'prachtig muzikaal, talig en poëtisch oeuvre' heeft opgebouwd. Met Geike Arnaert vormde Erik de Jong de groep Dorléac die in 2010 de muziek voor de film Adem componeerde.
In het najaar van 2010 verschijnt een DVD met de muziekfilm Lupo Thomas, een samenwerking tussen Hans Kok en Spinvis.
Ook de klassieke musicus Ed Spanjaard, dirigent van het Limburgs Symfonie Orkest en het Nieuw Ensemble, werkte samen met Spinvis.
In augustus 2011 werd aangekondigd dat er een nieuw album in het najaar in de winkels zal liggen. Het album draagt de titel "Tot ziens, Justine Keller" en is na het debuutalbum en opvolger Dagen van gras, Dagen van Stro dus het derde Spinvis album. Tevens is er een versie van het album verschenen waarbij een strip van elk nummer is gemaakt, door tekenaar Hanco Kolk. Veel van de nummers kwamen al voorbij in zijn theatershow "De Weerman" die in de loop van 2011 in theaters door heel Nederland speelde.
“Your prayers will be heard, the moment you start believing”, Gaëtan Vandewoude from Leuven can be heard singing prophetically on the self-titled debut album of Isbells. And guess what? That’s exactly what happened to him. In his native Belgium he had been trying his luck in various bands for fifteen odd years. He was a drummer with bluesrock combo Ellroy and a guitarist with emocore outfit Soon. But with his thirtieth birthday steadily approaching, Vandewoude felt the urge to go for something a little closer to his heart. He impulsively quit his day job and retreated to the countryside. He installed a studio in a decrepit stable next near his house and spent most of his nights experimenting there, eventually recording his songs one by one.
The result of this labour of love is a series of wistful, introspective numbers inspired by his relatively isolated surroundings and the small events marking his daily life. Sometimes Vandewoude writes about relationship frictions or being confronted with his own shortcomings, and other times about his daydreams or the kind of world his four year old daughter will grow up in. His songs tend to be personal observations, yet they are never preachy. “We all go through unpleasant experiences in our lives”, the artist explains. “But there’s always hope. To me it’s important to keep following your dream and stay positive, no matter what.”
The folky little gems that made their way to Isbells’ album were all centered around Vandewoude’s quiet, understated voice and acoustic guitar. This was a big step, as he had never sung on a record before and was still discovering his vocal abilities. At a later stage he would draft in some like-minded souls to add delicate harmonies and some extra instrumental flourishes: a touch of brass to ‘As Long as it Takes’ and ‘My Apologies’, a little banjo and percussion to ‘Without a Doubt’, some electric guitar to ‘Maybe’ and haunting vibraphone to ‘I’m Coming Home’. Gaëtan Vandewoude’s ‘less is more’ ethic worked remarkably well, so his collection of sparsely arranged but carefully crafted songs manifested as an album released in late October 2009 under the Isbells moniker. The singer wanted the album sleeve to look like a vintage postcard so the striking image of an early twentieth century water-carrier in Constantinople fit perfectly with the timelessness of the music.
The cd, which came out in Benelux on a small indie label called Zealrecords, caught many by surprise. Right away it got rave reviews in all major publications in Belgium and the Netherlands. Within weeks Isbells stormed the local charts. The single ‘As Long as it Takes’ received airplay from every conceivable radio station and scratched the top-twenty, the album peaked at number 18. Six months later the cd remains a steady seller.
As media interest in Isbells grew, Gaëtan Vandewoude turned his solo project into a full-fledged band. Taking Naïma Joris, Bart Borremans and Gianni Marzo on board finally enabled him to perform his songs live. As a foursome Isbells got their feet wet in small clubs supporting the likes of Mark Eitzel, Local Natives and Emily Jane White. A last minute invitation to EuroSonic, a major showcase festival in the Dutch university town of Groningen in January 2010, led to a gig that went down exceptionally well with all who were lucky enough to be there. The De Spieghel upstairs venue was crammed, while a huge crowd waiting outside vainly tried to make their way in. That same month Isbells shared the bill with The Low Anthem at a sold out Ancienne Belgique in Brussels, rendering an audience of 2000 utterly speechless. Since then, the band has invaded nearly every stage worth mentioning in Belgium and Holland, a ‘tour de force’ which culminated in a spell-binding gig at Amsterdam’s Paradiso in May.
Having conquered the low countries overnight with their brooding and intimate music, Isbells started to explore other territories, supporting Megafaun in Berlin, Munich and Paris. Eventually a deal was inked with the Coda booking agency in London, which was seduced by Isbells’ purity and dedication. Coda will represent the band for the whole of Europe. The first responses in Britain to Isbells’ eponymous album have been very promising. London’s famous Rough Trade Shop gave it their blessing and made it their album of the week. Isbells were also lauded by Sheffield-based broadcaster Trevor Thomas and BBC Radio One DJ’s Rob Da Bank and Zane Lowe. Needless to say expectations are high for the quartet which successfully played The Great Escape in Brighton last May and will appear at Summer Sundae in Leicester next August.
So yes, the future looks bright for a band with the potential to floor both fans of Bon Iver and Simon & Garfunkel. Listening to Isbells’ debut means revelling in the presence of soft-spoken greatness. Just call it late night music for early risers. And play it again. And again. And again.
Het Gentse kwartet bracht vorig jaar met TBC een indrukwekkend debuutalbum dat vriend en vijand omver blies. De band overtrof de successingle Come Home en verovert nu Nederland. Na een succesvolle theatertournee doen ze in de zomer enkele festivals aan. We kijken nu al uit naar de betoverende klanken in de mooie tuin van M!
De finalisten van Humo's Rock Rally 2010 hadden vorig jaar met Come Home een tegelijk broze en stevige hit te pakken. Eerder dit jaar leverden ze de soundtrack voor de kortfilm Badpakje 46. En nu dus het langverwachte debuutalbum. De schare gelukkigen die bij de cd-voorstelling aanwezig waren, hoorden alvast dat het meer dan goed was.
RSS Feed