Van Dyke Parks, zoon van een arts, wordt in Hattiesburg, Mississippi geboren. Later verhuist het gezin naar Pennsylvania, een ten dele Hollandse nederzetting waar zich nogal wat Quakers plegen te vestigen. Nog voor Van Dyke de leeftijd van de puberteit bereikt heeft, bevindt hij zich aan de andere kant van de Verenigde Staten, in westen, waar hij een kindersterretje van plaatselijke faam is en in verscheidene filmpjes acteert. Zes jaar later, in '61, laat Parks de glamourstad die altijd zo'n geweldige aantrekkingskracht op hem uitoefende, achter zich om in '65 in de auditieve sector terug te keren met een hitsucces dat hij heeft met een rockversie van Beethovens Ode An Die Freude. Parks speelt dan in een band waarin Steve Stills gitarist is. In '68 gaat hij piano en compositie studeren aan het Carnegie Institute Of Technologie. Later relativeert hij de waarde van die opleiding door te beweren meer geleerd te hebben toen hij klarinet speelde op een Poolse bruiloft. De invloeden van Hollywood zijn bij Parks zo mogelijk nog intenser dan bij Randy Newman, zoals blijkt op Song Cycle, waarschijnlijk wel het meest merkwaardige album dat ooit door een popmuzikant werd gemaakt. De plaat is in feite een grote zee, waaruit de ene sfeer na de andere als een machtige grote golf op de luisteraar afspoelt. Op Discover America exploreert hij de muziek van het Caribisch gebied, waarna hij op The Clang Of The Yankee Reaper in herhalingen vervalt. Bekender dan om zijn eigen producten is van Dyke Parks geworden door zijn samenwerking met Brian Wilson. Zo is hij medecomponist van het Beach Boys-meesterwerkje Surf's Up, terwijl hij voor het album Holland het merendeel van de teksten schrijft. Als arrangeur verleent hij zijn diensten aan platen van Jackson Browne en Lowell George. Parks werkt lange tijd op de afdeling Audio Visuals van Warner Bros, waar hij iedere potentiële klant overlaadt met zojuist uitgedachte nieuwe theorieën. Later werkt hij mee aan enkele Broadway- en filmprojecten. Zo schrijft hij samen met Harry Nilsson de muziek voor Robert Altmans succesvolle verfilming van de tekenfilmfiguur Popeye. Min of meer anoniem werk, maar Parks kan er wel zijn gezin van onderhouden. Na lang op de plank te hebben gelegen, verschijnt eind '84 plotseling Jump!. De teksten zijn gebaseerd op de zwarte volksverhalen van Uncle Remus, die zich geheel en al in het konijnenrijk afspelen. De muziek grijpt terug op die van het Europa aan het eind van de vorige eeuw waarbij zich met name de invloed doet gelden van de Franse operettecomponist avant-la-lettre Jacques Offenbach, wat gecombineerd met de Hollywood- opvoeding van Parks leidt tot wat een soundtrack voor een tekenfilm zou kunnen zijn. Parks' droom is het echter om het fabelachtige Jump! als musical op de planken te krijgen. Strijkersarrangementen van zijn hand komen voor op de veelbelovende debuten van Peter Case en diens vrouw Victoria Williams.