Keys & Chords


Music was our first love... and it will be our last.

It Might Get Loud: The Edge, Jimmy Page en Jack White

Drie gitaarlegenden die hun muzikale ziel blootleggen!

Een “rockumentaire” zoals ‘It Might Get Loud’ is uniek in zijn soort. Drie gitaarvirtuozen, Jimmy Page (Led Zeppelin), The Edge (U2) en Jack White (The White Stripes) uit drie verschillende generaties steken de kopen bij elkaar om te jammen, anekdotes uit te wisselen en hun gemeenschappelijke passie voor het invloedrijkste instrument uit de rockgeschiedenis te delen: de elektrische gitaar.
De film begint met een goedkope manier om op amper drie minuten een snaarinstrument in elkaar te knutselen. Jack White timmert op een houten plankje, één snaar die onder spanning wordt gehouden door een leeg cola flesje. Dit alles, sluit Jack aan op een versterker en speelt warempel met een bottleneck, op het éénsnarig plankje. Verder zien wij unieke beelden uit de beginperiode van U2 met The Edge en van Jimmy Page, waarbij Led Zeppelin’s klassieker ‘Levee Breaks’ in een oud landhuis werd geproduceerd. Unieke sfeerbeelden van Lonnie Donogan en de pré-rock periode in Engeland, die Jimmy in volle trots zowaar, rock-‘n-roll borstvoeding noemt. Ook de gitaarskiffle krijgt een heuse beurt. Het trio graaft dan ook dieper in de rock en belanden zo automatisch bij de blues, ook hier weerom unieke beelden van Blind Gary Davis, maar ook Blind Willie Johnson en natuurlijk Robert Johnson, krijgen hier een eervolle vermelding. Lange gitaarsolo’s, drumsolo’s of pianosolo’s van om en bij de 15 minuten vindt Page zelfs een element van genotzucht. Plots wordt de single ‘Rumble’ van Link Ray op de draaitafel gelegd ten huize Page, met een enorme glimlach vertelt hij vol lof over de ruimte, de diepzinnige houding en de vibratie die in dit nummer wordt weergegeven. Heerlijke klanken om bij weg te dromen. Jack White, die sappige verhalen bovenhaalt uit zijn jeugd, rond Southwest Detroit, waar 80% van de bevolking zowaar zwart is. Eigenlijk leek drummen hem wel wat, Jack had dan ook al vrij vroeg de beat te pakken. Hij ging in de leer bij een stoffeerder, Brian Muldoon, die zelf drummer was en zo leerde Jack uiteindelijk wel vrij vlug gitaar spelen. Na de dagelijkse sleur, werd steevast geoefend om zo een eerste bandje -The Upholsterers- op poten te zetten. White vertelt ook hier over zijn grote zus Meg White, wel eigenlijk was dit zijn eerste vrouw. Het koppel trouwde in 2000 en de artiestennaam van John Gillis, komt uit de achternaam van Meg, en zo werd het al snel Jack White. Son House ‘Grinnin’ In Your Face’ is hét heilig album voor White. De expressie, de creativiteit, het buiten het ritme handgeklap… Jack’s favoriete plaat aller tijden. Vooral de houding van de song vindt Jack zo belangrijk, eigenlijk draait alles rond bluesattituden. Belangrijk onderdeel is ook om de sound van hun bands te definiëren. De drie heren leggen piekfijn uit hoe de verschillende gitaren klinken, hun verfijnde technieken, speciale effecten, versterkers en de echo-units werkten. De punkbeweging in de zeventiger jaren vindt ook The Edge belangrijk, The Jam, The Clash en The Buzzcocks, allen beïnvloeden ze zijn jeugd, punkrocknihilisme noemt hij het veel zelfgevoel. Een aangrijpend moment is als Page ‘Whole Lotte Love’ inzet, de gezichtexpressies van White en The Edge, die zelfs bewonderingwaardig gaat rechtstaan, spreken boekdelen. Deze muzikale DVD documentaire, weerspiegeld perfect hoe deze gitaarwizzards hun grenzen opentrekken, onze ziel verruimen en hoe ze je inpalmen, met hun typerende gitaarriffs.
‘It Might Get Loud’ is geregistreerd door Oscarwinnaar Davis Guggenheim (An Inconvenient Truth) en legt wondermooi de inspiratie en het muzikaal traject dat deze drie gitaarvirtuozen aflegden, in beeld. “That’s It, Folks”

Philip Verhaege (5)

  • Label: Universal

  • Nr.: DVD 827 560 2.27

0 Comments