• Home
  • On Stage
  • Coming Shows
    • Concert News
  • Radio 68 Shows
  • Those Were The Days
  • CD Reviews
    • CD's Metal Section
    • DVD Reviews
  • Articles
  • Jukebox Jive
  • Forum
Keys and Chords
Music was our first love... and it will be our last...

Dave Arcari

Interview

DAVE ARCARI
Dave Arcari is een Schot in hart en nieren en was ooit finalist van de Britse Indy Music Awards. Met zijn National slide gitaar raast hij als een bezetene door zijn origineel werk, traditionals en covers van inspiratoren Robert Johnson, Blind Lemon Jefferson en Leadbelly. Met smakelijke Delta blues, Trash country, Rockabilly en Punkabilly is Dave Arcari een ware hellraiser. In 2009 verbaasde hij vriend en vijand op het Blues festival in Peer. Sindsdien toert hij onafgebroken de wereld rond om zijn muziek te verkondigen. Naar aanleiding van zijn recentste succes album ‘Nobody’s Fool’ werd het hoogtijd om Dave Arcari aan onze lezers even voor te stellen.

Hello Dave, wat kun je onze lezers vertellen over je eigen The Buzz Record Company ?

- Wel, Ik startte Buzz Records op in 1993, echt enkel en alleen om het debuut en enige album ‘Devil & The Freightman’ van mijn toenmalige band Summerfield Blues uit te brengen. Niet lang daarna bracht ik een single voor een indie pop band, The Cottonfield, uit. Maar het duurde nog tot 1998 toen enkele mensen mij naar opnamen van mijn huidige band Radiotones vroegen. Mijn huidige band, ja maar we spelen niet zoveel samen en zodanig dat we meer opnamen uitbrachten, ook van andere mensen.

Je hebt onder die Buzz banier wel een serieus label, niet ?

- Ja, het is een fatsoenlijk platenlabel dat geregistreerd staat bij alle correcte organisaties binnen de muziekindustrie, zoals de PPL.
De catalogus bevat zo’n goede vijftien echte cd releases en ook nog enkele digitale uitgaven. We werken met iTunes, eMusic en de meeste download winkels en digitale aanbiedingen. Voor de laatste vijf of zes jaar is Buzz enkel een vehikel voor mijn eigen solo releases. Daarom ben ik blij dat we, al die jaren geleden, op de juiste manier zijn opgestart.

Je toert nogal wat af. Je gaat onder meer naar Frankrijk en speelt daar op het prachtige Cognac Blues Festival. Hoe is ‘life on the road’ ?

- Geweldig! Ik hou van live te spelen én van te toeren. Dit is het beste onderdeel van de job. Ik heb veel geluk dat mijn partner Margaret niet alleen al mijn boekingen doet, maar ze toert samen met mij en treedt ook op als mijn toer manager én als merchandiser. Ze werkt ook samen met de inrichters van optredens en geluidstechnici opdat mijn gitaar op de goede manier zou klinken.
Nu hebben we net een film van een halfuur klaar over de jongste zes weken durende tournee doorheen Europa, met ondermeer de live optredens, de opname sessies enzovoort… zodanig dat het u een juist beeld geeft hoe het écht is. We hebben de film ‘Forty Days And Forty Nights’ gedoopt en je kunt hem zien op YouTube: http://www.youtube.com/davearcari

Waar en wanneer leerde je alles over de Pre-war Delta Blues Sound?

- De eerste echte kennis van de ‘Pre-war Delta Blues’ deed ik op wanneer ik, natuurlijk ook na het beluisteren van Robert Johnson, zo’n twintig jaar geleden US bluesartiest Catfish Keith ontmoette. Ik interviewde hem en bracht verslag uit van een show in Glasgow voor het UK magazine ‘Blueprint’ (nu heet het ‘Blues in Brittain’). Catfish leerde me de ‘national guitars’ kennen en ook mensen als Blind Willie Johnson en Bukka White. Ik denk wel dat Blind Willie een van mijn grootste invloeden was.

Je laatste album ‘Nobody’s Fool’ werd uitgebracht op het grote Franse label Dixiefrog Records. Hoe ben je daar beland?

- De eerste keer dat ik op het ‘Blues Autour Du Zinc’ festival in Beauvais (in 2010) speelde, ontmoette ik een kerel die voor dat label werkte. Hij had mij een jaar eerder daadwerkelijk zien spelen in de UK en hij vond mijn show goed. Toen ik het volgende jaar terug kwam was hij er op gebrand om met Dixiefrog over de vergunning van mijn album ‘Got Me Electric’ te discussiëren. Ik stelde voor dat het misschien beter was als er een compilatie werd uitgebracht en we kwamen na discussies tot het besluit dat we het allemaal een goed idee vonden. Ik lag er op gebrand om nieuwe versies van sommige tracks, die Dixiefrog er had uit gekozen, opnieuw op te nemen en die aan te vullen met een paar nieuwe songs.

De plaat werd opgenomen in Glasgow, Schotland en zelfs in Helsinki, Finland. Wat was daar de reden voor? En wat is er zo speciaal aan Finland?

- Ik heb heel wat shows gedaan in Finland, gespreid over vijf of zes trips. De mensen zijn daa- r erg enthousiast en zij leken van mijn ‘stuff’ te houden. De nationale radio en de blues magazines zijn daarbij ook nog behoorlijk aanmoedigend. De echtgenoot van mijn Finse agente is een bassist en één van hun vrienden is een welgekende drummer. Vorige zomer trok ik doorheen Finland voor enkele shows en festivals en het leek mij een goed idee om nieuwe versies van de door Dixiefrog geselecteerde tunes met die jongens op te nemen, ondermeer ‘Nobody’s Fool’, ‘Blue Train’ en ‘Walkin’ Blues’.
Ik nam nog vier tracks op in mijn home studio, namelijk ‘MacPhersons Lament’, ‘Loch Lomond’, ‘Duncan & Brady’ en ‘Baby, Let Me Follow You Down’. Alle overige tracks waren oude opnamen, gemaakt in verschillende studio’s in Glasgow.
 
Hoe heb jij leren spelen op een National slide gitaar?

- In de vroege jaren negentig was ik er ten zeerste in geïnteresseerd om mijn slidespel verder te ontwikkelen. Ik had enkel een akoestische gitaar van een bedenkelijke kwaliteit en bespeelde die in een ‘open G tuning’. Het was zeer belangrijk dat ik een specifieke gitaar voor slide bezat, waarop ik ieder ogenblik kon spelen en daardoor niet steeds opnieuw een andere gitaar moest tunen. Toen ik Catfish Keith voor het eerder vernoemde interview ontmoette had hij een national steel gitaar bij zich. Het was de eerste keer dat ik zo’n gitaar in het echt zag. En wanneer hij er op speelde… man, ik dacht meteen ‘Ik wil dit ook doen’. En zo scharrelde ik wat geld bij elkaar, harkte enkele songs bijeen en kwam zo in het bezit van mijn eerste National.

Nam je ooit gitaarlessen… en zanglessen?

- Neen… geen lessen, buiten enkele verschrikkelijke gitaarlessen die ik als jochie kreeg op school. Toen ik negentien jaar was kocht ik mijn eerste gitaar en een boek ‘Teach Yourself Guitar’ en dat was het. En zingen?... Nu ben je grapjes aan het maken. ’You gotta be jokin’’ Ik was het gewoon om er in de muzieklessen op school te worden uitgeflikkerd omdat ik zo slecht was. Geen enkele hulp kon voor mij baten.

Op je jongste album ‘Nobody’s Fool’ speel je op een gewone gitaar. Dat is een complete omschakeling, niet? Het klinkt dan ook zeer verschillend…

- Eens dat ik goed en wel in de ‘slide’, zit speel ik nauwelijks iets anders dan ‘National Guitars’ en open tuning. Maar soms neem ik dan een normale akoestische gitaar vast en dan zegt iedereen dat het ‘cool’ was. Ik denk dat het enkel een verschil uitmaakt voor mensen die mij horen spelen. Ik was bezorgd dat het niet zou passen in mijn live set. Maar dan zet ik een National reso op met een sterke body. Ik zet er gewone g-snaren op en tune de gitaar op de normale manier en nu speel ik tijdens mijn optreden twee of drie songs op die wijze. Meestal enkel in de UK omdat het niet mogelijk is om met een derde gitaar rond te zeulen wanneer ik met het vliegtuig reis.

Je was eveneens finalist in de ‘UK Indie Music Awards’ en je bereikte zelfs de top vier. Hoe belangrijk was dit voor je carrière?

- Het was fijn om erkenning te krijgen. Maar het belangrijkste voor mij was dat het niet ging om een award op basis van de blues of roots. Het was een crossover genre en ik denk dat het mij hielp om een grotere doelgroep aan te spreken. Ik heb er geen enkel probleem mee dat men mij beschouwt als een bluesartiest (of bluesish artiest), maar ik meen dat het belangrijk is om de grenzen te verleggen en aldus een publiek te bereiken dat normaal niet zou luisteren naar één specifieke muziekstijl.

Net zoals de BBC Schotland serie en de muziek voor het gedicht van Robert Burn, ‘Parcel Of Rogues’. Hoe hard en moeilijk was zo’n groot project? Hoe kwam je uiteindelijk in zo’n ernstig project terecht?

- Ik werd benaderd door een productiehuis om na te gaan of dit project een goed idee was, dan schoven ze het idee door naar de BBC en die zagen het wel zitten. Een dergelijk gedicht omplooien in een Dave Arcari tune was in feite simpel en nam slechts een paar uur in beslag. Het duurde voor mij wel wat langer om de tekst te onthouden.
Het was echt prettig om dit programma in elkaar te boksen en op we kwamen er op de duur op uit dat ik het programma presenteerde en daarbij ook nog de historici, zowel als de academici, politici en muzikanten interviewde met betrekking tot Robert Burns en de ‘Act Of Union’ tussen Schotland en Engeland.

Wat kun je ons vertellen over je debuut release ‘Devil & The Freightman’? Was dit met The Radiotones?

- Nee, het was feitelijk in 1994 met mijn eerste band, Summerfield Blues. We speelden nogal wat standard blues, niettegenstaande we ook ons eigen materiaal schreven en we hadden in 1993, in het kader van het ‘Edinburgh International Jazz & Blues Festival’, ook de ‘Alexis Korner Memorial Trophy’ gewonnen. Ik was de gitarist van de band.

De eerste keer dat ik iets over Dave Arcari hoorde was met ‘Something Old, Something Borrowed’. Een vijf tracks tellende verzameling covers. Wat deed je besluiten om dergelijk project aan te vatten?

- Ik doe niet zoveel covers, zeker niet tijdens mijn live concerten maar soms kon het zijn dat de mensen aan de verkoopstand kwamen en vroegen “Welk album staat er nu op?” Het is dan toevallig de tape met covers. Omdat ik nog geen enkele van die nummers had uitgebracht was het antwoord “Geen enkele”. Daarom besloot ik om enkele van de meest gevraagde covers uit te brengen, zodat de mensen ze dan in huis konden halen.

En het tweede album, ‘Something New, Something Blue’. Wat was daar de bedoeling van?

- Dit was echt wel volume 2 en hij sloot direct aan bij de cd met de covers. Ik heb dit vooral als een promotie release gezien voor het ‘Come With Me’ album en om radio play te verkrijgen, nog voor de release.

Ik veronderstel dat beide platen een boost betekenden voor je carrière?

- Zij kwamen goed van pas om op te starten en om daarna een paar platen uit te brengen binnen een korte periode, om aldus de aandacht te trekken. Mijn eerste echte solo cd was de ep ‘Blue Country Steel’ die in 2004 uitkwam.

En daarna was er ‘Come With Me’ in 2007 en mijn favoriete album ‘Got Me Electric’ uit 2009. Wat is het verschil tussen die twee albums? Wat kun je ons meer vertellen over die releases?

- Ik nam ‘Come With Me’, mijn eerste ‘full lenght’ solo album, tijdens dezelfde periode op als de twee ep’s waarover we het zojuist hadden. Ik had heel wat songs opgenomen en kon aldus de releases samenstellen. ‘Come With Me’ heeft een uitermate akoestische klank. Met ‘Got Me Electric’ besloot ik om een andere studio uit te proberen en ik werkte toen met Paul Savage. Hij was de drummer van een fameuze UK band die The Delgados heette en Paul is in de producers wereld een rijzende ster. Voor sommige nummers wilde ik een soort hyperactieve ‘an overdriven’ sound. Paul verstond onmiddellijk welk soort ‘sound’ ik wilde en het resultaat is een sterker geluid, zo ongeveer als een live performance.

Je komt uit Glasgow. Wat kun je onze lezers vertellen over je jeugd, geboorteplaats en je ouders en was er altijd muziek rond het huis?

- Ik groeide op in de ‘West End’ van Glasgow, een cool stadsgedeelte waar heel wat studenten en mensen uit de mediawereld rondliepen. Ik bracht het grootste deel van mijn tienerjaren op een skateboard door en niettegenstaande ik veel naar muziek luisterde, dacht ik er toen nog niet aan zelf in de muziekwereld te stappen. Er werd mij doorheen mijn schooljaren steeds maar gezegd dat ik niet kon zingen en niet toonvast was. “That I was tone deaf”. Mijn vader speelde een beetje gitaar. Hij speelde slechts een paar akkoorden en ik vond er feitelijk niets aan. Maar hij was wel een goede entertainer op feestjes of zo.

Wat was je eerste ervaring met de bluessound? En door wie werd je het meest beïnvloed?

- Ik was ongeveer een jaar of zo gitaar aan het spelen, meestal Bob Dylan of Neil Young, toen er iemand met een gitaar bij mij thuis kwam. Hij speelde erg goed en hij toonde mij de basis voor het ritme van de twaalf maten shuffle en hij legde mij uit hoe de blues werkt.
Het is een heel natuurlijke stijl om iemand, die begint gitaar te spelen, helemaal in het gitaarspelen in te krijgen. De grootste invloed, met betrekking tot wat ik nu doe, komt van mensen zoals Blind Willie Johnson, Son House, Bukka White enzovoort, heel wat originele Delta Blues muzikanten.

Uit welke andere stijlen haalde je dan ook nog enige inspiratie?

- Ik hou van en luister veel naar heel wat muziekstijlen. Maar ik tracht heel wat trash country, fifties rock-‘n- roll en rockabilly in mijn muziek te laten binnendringen om het zo een beetje anders te laten klinken. Ik ben ook door heel wat ‘punk stuff’ beïnvloed geweest.

Je speelt zowel solo als met een band. Maar wat doe je eigenlijk het liefst?

- Op organisatorisch vlak is het gemakkelijker solo te spelen en het verschaft mij heel wat vrijheid. Met een band spelen is dan weer erg prettig, maar ik ben zodanig gewend solo te spelen dat ik er nu en dan moet worden aan herinnerd dat er nog andere mensen op het podium staan die eveneens de behoefte hebben hun ding te doen en zij moeten eveneens weten wat het volgende is dat ik ga doen!
Er is een goede overeenkomst met de jongens in Finland, wanneer we er op festivals speelden en ik dan de helft of driekwart van de set voor mijn rekening nam. Daarna vervoegden Juuso en Honey mij op het podium om nog enkele songs samen te doen, tot het einde van de set. Op die manier deed ik beide, solo en met band (lacht). De laatste keer in Estland beklommen mijn vriend Andres en zijn band Roundabout bij een paar shows het podium om nog enkele nummers mee te spelen.
The Radiotones bestaan ook nog altijd en het is zo dat wij nog jaarlijks één of twee shows samen doen. De anderen zijn geen fulltime muzikanten en optredens zijn niet meer zo belangrijk voor hen en zo wordt het moeilijk om nog één en ander te organiseren.

Denk je dat de blues gaat overleven in de 21ste eeuw?

- Natuurlijk! Maar het zal alleen maar groeien en zich verder ontwikkelen als de muzikanten en liedjesschrijvers zelf verder ontwikkelen en evolueren… als ze de grenzen verleggen en het fris en spannend houden.

Is er voor het ogenblik een Blues Boom in de UK, net zoals in de jaren zestig? Er lijkt zich toch wel een hernieuwde interesse en een groeiende populariteit te ontwikkelen voor de blues of voor muziek met een bluesbasis en dat is goed zo! Ja, zoals je zelf zegt Dave, er komen momenteel veel jonge bluesartiesten uit Engeland zoals Oli Brown, Danny Bryant, Andy Poxon… Hoe is het in Glasgow gesteld? Is er een heuse bluesscène?
 
- Schotland, en Glasgow in het bijzonder, heeft een fantastische muziekscène en de blues is daar een deel van. Er zijn veel bluesbands en solo artiesten en dat is geweldig. Het helpt naar het gewone publiek toe een wijdere interesse voor de blues te creëren.
Er zijn niet zoveel ‘alternatieve’ bluesmuzikanten maar ik denk dat daar verandering gaat in komen nu dat er zoveel jonge muzikanten een carrière opstarten waarbij ze beïnvloed zijn door de blues, beter dan die muziekstijl letterlijk te kopiëren.

In je eigen muziek mix je gemakkelijk andere genres zoals trash country, rock-‘n-roll, punk en zelfs rockabilly. Is dit commercieel interessanter of hou je ervan van om dit genre te performen? En verkies je die sound boven andere?

- Al die andere stijlen hebben een positieve invloed op mijn muziek en ik denk dat ze meehelpen om mijn songs een verschillende smaak te geven. Voor mij is het zeer, maar dan ook zeer belangrijk om uit die blues cirkel te stappen, er nog één voet in te houden en de andere in indie, punk, rock of wat weet ik veel, te zetten. “To keep one foot in the blues and the other in indie, punk, rock or whatever”.

Moest je nu geen muziek spelen, wat zou je dan doen om de kost te verdienen?

- Ik heb in het verleden nog als freelance schrijver gewerkt, ook nog als grafisch tekenaar, public relations en in de fotografie… misschien zou ik het dan in die richting gaan zoeken. Misschien videoproducties of een andere creatieve job.

En wat zing je in de douche op een zondagochtend, de ochtend na een concert van Dave Arcari, solo of met band?

- Gewoonlijk heb ik dan een stevige kater en zing ik helemaal niet!

Dave lacht zich te pletter en bedankt ons uitbundig voor de belangstelling in zijn persoon, maar vooral in zijn muzikale carrière.
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Tekst: Philip Verhaege (vertaling: Ivan Van Belleghem) • Foto's: Alfons Maes - 13/7/2012 - 11:00


Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Picture
Foto
Foto
Foto
Foto
Picture

More Keys and Chords
Ticket Acties
Book Reviews
Quiz Page
Our Team
Contact Page
Music Submit
Concert News
Photo album
Vacatures
Rock Palast Live
Radio Nostalgia
Memory Lane
London Venues
Concert Reports 2012
Concert Reports 2011
Concert Reports 2011 - 2
Concert Reports 2011 - 1
Concert Reports 2010 - 2
Concert Reports 2010 - 1
Concert Reports 2009
Concert Reports 2008
Articles 2012
Articles 2011
Articles 2010
Articles 2009
Articles 2008
Concert Promoters
LiveNation
Greenhouse Talent
Gracia Live
PSE Belgium

Peter Verstraelen
Interesting sites and friends
Hard Rock
Woodstock 69
Ray Shasho
NoDepression
Dwight McCann
Belgian Rhythm & Blues Festival
Duvelblues
Binkomblues
Antwerp Rhythm & Blues Festival
Southern Blues Night
Goorblues
(Ge)Varenwinkel Festival
Terras Bilzen
Vostertfeesten
Labadoux Festival
Hookrock
Blues'd up Bierbeek
OLT
Goezot Festival
Sjock Festival
Gent Jazz
Suikerrock
Swing Festival
Night Of The Proms
The Golden Years
Lokerse Feesten
Cactus Festival
PreText
Concert Halls
Ancienne Belgique
De Warande
De Handelsbeurs
Arenbergschouwburg
Sportpaleis Antwerpen
Lotto Arena Antwerpen
Lotto Arena Bergen
Schouwburg Brugge
Koninklijk Circus
De Blauwe Wolk
4AD
C-Mine
De Oosterpoort Groningen
Bozar
Casino Kursaal Oostende
TRIX
Het Depot
The Spirit of '66
De Roma
Botanique
Muziekodroom
't Goor
Gompelhof
Kon. Elisabethzaal
cc Leopoldsburg
The Borderline (Diest)
Crossroads
Crossroad (Olen)
Zaal Roepaen
Brielpoort Deinze
Toogenblik
2001 - 2013 • A Woodland Hillcrest Promotion Production • © All Rights Reserved