Mei 1970
|
De maand mei begint erg slecht. Aan de campus van The Kent State Universiteit van Ohio worden vier studenten doodgeschoten door de Nationale Garde tijdens een demonstratie tegen de Vietnamoorlog. De beslissing van president Nixon om Cambodja binnen te vallen vormde de directe aanleiding van de protesten. The Beach Boys componeerden ‘Student Demonstration Time’ maar vooral Neil Young verwoordde deze tragische gebeurtenissen bijzonder accuraat in ‘Ohio’ een beklijvend verslag. Het zijn niet alleen de gitaren van Young en Stephen Stills die door merg en been snijden. “Tin soldiers and Nixon coming, four dead in Ohio.”
De woede is intussen wat getemperd tot verontwaardiging maar er gaat veertig jaar later nog steeds een huivering door mijn lichaam als ik deze song van Crosby, Stills, Nash & Young beluister. ‘Ohio’ is ook een symbolische sleutelsong voor het generatieconflict. Het conflict dat thuis woedde lijkt daarbij banaal op 18 mei tweede pinksterdag vond in Geleen de eerste Pinkpop plaats met Livin’ Blues, Golden Earring en Keef Hartley, ik mocht uiteraard niet gaan. Een wat oudere buurjongen keerde terug uit Nederland met de wildste verhalen. In augustus zou het me uiteindelijk lukken met een smoesje mijn eerste muziekfestival bij te wonen in het Limburgse Bilzen maar daarover later meer. In onze hitparade waren die protestsong nog niet doorgesijpeld. “Keep On Smiling” zong ene James Lloyd uit volle negerborst. Het was eerder groen lachen voor de muziekliefhebber met dit lijstje dat aangevoerd werd door ‘Mademoiselle Ninette’ dat debiele deuntje van Soulful Dynamics werd in mijn vriendenkring destijds smalend ‘Mademoiselle Minette’ genoemd maar dat weten trouwe lezers van deze rubriek al sinds vorige aflevering. Een echte titel vonden The Bee Gees overbodig in ‘I.O.I.O’ en onze Marva deed haar duit in het bijzonder onwelriekende zakje met ‘Tipi Pi Ti PI T’, om nog maar te zwijgen van die Juul Kabaas. Creedence Clearwater Revival was nog een hechte(?) euh… band. Vanuit Detroit bereikte ons ‘House Of The Rising Sun’. De remake van de oude traditional, die vooral bekend werd in de hitversie van The Animals klonk helemaal anders in de uitvoering van Frijid Pink. De combinatie van het met fuzz en wah wah effecten vervormde snarenwerk van Gary Ray Thompson, de genadeloze drumbeat en de grafstem van Tom Beaudry leidden tot een onheilspellend resultaat, dat niet zou misstaan als soundtrack in een of andere horrorprent. As je de song achteraf analytisch beluisterd merk je in die stevige rockstructuren en zwaar aangezette riffs duidelijk overeenkomsten met de sound van stadsgenoten MC5 en The Stooges maar die ontdekten we pas jaren later. Die andere grote hit vertoonde onmiskenbare psychedelische invloeden. Norman Greenbaum, componist en uitvoerder van ‘Spirit In The Sky’ resideerde voordien bij Dr. West Medecine Show, een jugband die het experiment en psychedelia geenszins schuwde. Op een mooie dag zag Greenbaum Porter Wagoner een gospelsong zingen en dat inspireerde hem om zijn eigen gospelsong te schrijven. Het arrangement kwam tot stand in de studio onder hoede van, producer Erik Jacobsen, die succesvol samenwerkte met Lovin Spoonful, Tim Hardin en decennia later jarenlang klankarchitect voor… Chris Isaak, enfin een vakman. Ook de inbreng van leadgitarist Russel DaShiel is hierbij van niet te onderschatten belang. DaShiel creëerde samen met Greenbaum een apart klanktapijt. De song lijkt voorbij te zweven op een wolk van gitaren en beep geluidjes. Dat leidde op de dansvloer van de plaatselijke jeugdclub wel eens tot een soort tranchetaferelen die enige gelijkenis vertonen met de sfeer op mega evenementen van meer recente datum. Hoewel er bij mijn weten destijds geen geestverruimende middelen in het spel waren. Het was in dit geval uitsluitend de muziek van dit psychedelisch getint gospelepos dat dit effect veroorzaakte,wellicht in combinatie met een beetje alcohol. Volgens notoire muziekkenners in mijn vriendenkring behoren deze buitenbeentjes in de hitparade tot het zogenaamde ‘gruwelkabinet’ maar veertig jaren geleden waren ze ontegensprekelijk de krenten in de pap en ‘Spirits’ kan beschouwd worden als een voorloper van de glamrock, die even later met T. Rex en wat minder geïnspireerde en getalenteerde adepten als Gary Glitter de kop op stak. Cis Van Looy |
|
01
Mademoiselle Ninette
Soulful Dynamics
02
El condor pasa
Simon & Garfunkel
03
Daughter of darkness
Tom Jones
04
Spirit in the sky
Norman Greenbaum
05
Good morning freedom
Blue Mink
06
House of the rising sun
Frijid Pink
07
Knock knock who’s there
Mary Hopkin
08
All kinds of everything
Dana
09
San Miguel
Will Tura
10
Up around the bend
Creedence Clearwater Revival
11
Juul Kabas
Juul Kabas
12
Keep on smiling
James Lloyd
13
Instant Karma
Plastic Ono Band
14
Dear Ann
George Baker Selection
15
Ti-pi-ti-pi-ti
Marva
16
Cecilia
Simon & Garfunkel
17
I.O.I.O.
Bee Gees
18
American woman
Guess Who
19
Save the last dance for me
John Rowles
20
Let it be
Beatles
Mademoiselle Ninette
Soulful Dynamics
02
El condor pasa
Simon & Garfunkel
03
Daughter of darkness
Tom Jones
04
Spirit in the sky
Norman Greenbaum
05
Good morning freedom
Blue Mink
06
House of the rising sun
Frijid Pink
07
Knock knock who’s there
Mary Hopkin
08
All kinds of everything
Dana
09
San Miguel
Will Tura
10
Up around the bend
Creedence Clearwater Revival
11
Juul Kabas
Juul Kabas
12
Keep on smiling
James Lloyd
13
Instant Karma
Plastic Ono Band
14
Dear Ann
George Baker Selection
15
Ti-pi-ti-pi-ti
Marva
16
Cecilia
Simon & Garfunkel
17
I.O.I.O.
Bee Gees
18
American woman
Guess Who
19
Save the last dance for me
John Rowles
20
Let it be
Beatles