|
|
_Veertig jaar geleden beukte op 22 november een zware storm op de kust van Nederland. De Mebo II, het zendschip van Radio Noordzee raakte op drift en de uitzendingen werden onderbroken toen het naar nationale wateren afdreef. De bemanning ging van boord en het schip werd een speelbal voor de ruwe golven. Een sleepboot bracht redding en terug in de internationale wateren konden de uitzendingen in de late namiddag hervat worden.
Over de schabouwelijke top drie gaan we het om begrijpelijkerwijze redenen niet meer hebben. Maar zie, wat lager genoteerd maar nog binnen de top tien treffen we enkele pareltjes aan. Rod Stewart was al even met The Faces aan de slag en had met ‘An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down’ en ‘Gasoline Alley’ schitterend maar helaas niet echt door het brede publiek erkend solowerk uitgebracht. De grote doorbraak beleefde hij met ‘Every Picture Tells A Story’. De cover van Tim Hardin’s ‘Reason To Believe’ was de eerste single die uit dat album geplukt werd. De radiostations draaiden vooral het b-kantje en dat was niet zo verwonderlijk. In ‘Maggie May’ beschrijft Rod de relatie van een onschuldige jongeling met een rijpere dame: “It’s late december and I really should be back at school” en de ontnuchtering bij het ochtendgloren: “The morning sun when it’s in your face really shows your age.” Volgens Stewart is dit min of meer het verhaal van zijn eigen ontmaagding. Het begint al met de bijzondere afwijkende gitaarintro. Dat is overigens helemaal geen gitaar maar een mandoline, vakkundig bepoteld door Ray Jackson van Lindisfarme in de outro horen we een ‘echte’ gitaar, die van Ron Wood nog wel. ‘Maggie May’ blijft één van de meest geïnspireerde wapenfeiten van de Britse zanger die eigenlijk liever profvoetballer geworden was. Rod The Mod profileerde zich in die periode als voortreffelijke songsmid en interpretator met een rauwe combinatie van rock, folk en blues voor hij zich in de jetset van Los Angeles nestelde en naar minder tijdloze gepolijste poptoestanden afgleed. Tot onze grote vreugde treffen we in de hitparade van november ook twee iconen uit de soulwereld aan, Aretha Franklin en David Porter. Aretha de ‘Queen Of Soul’ regeert beginjaren zeventig nog gracieus over haar muzikale imperium. Aan de fantastische reeks langspelers voor Atlantic komt voorlopig nog geen einde, getuige ‘Spirit In The Dark’. Tussen ‘Young Gifted and Black’ en ‘Amazing Grace’, een triomfantelijke terugkeer naar de gospelroots, scoort Aretha met ‘Spanish Harlem’. Ben E. King, de elegante bariton van The Drifters was net uit de groep gestapt. King heeft in het begin van de jaren zestig al een enorme hit met de song die Jerry Leiber samen met Phil Spector componeerde. La Franklin transformeerde de oorspronkelijke ietwat lome Caraïbische ritmiek tot vitale en tegelijk beschaafde gospelfunk. Haar gestroomlijnde versie werd destijds bijzonder geapprecieerd in discotheekkringen. Daar was ook David Porter welkom. Porter schrijft geschiedenis door zijn samenwerking met Isaac Hayes. De geniale componistentandem opereerde bij het legendarische Staxlabel en tekent voor ruim tweehonderd songs en nagenoeg het volledige repertoire van Sam & Dave. Hayes krijgt het te druk met prestigieuze soloprojecten en dat leidt tot het einde van het samenwerkingsverbond. Porter besluit ook nog eens met solowerk buiten te komen. ‘My Girl Sloopy’ werd in de vroege jaren zestig door The Vibrations, een vocaal ensemble uit Los Angeles, uitgebracht voor Atlantic. The McCoys met Rick Derringer scoren er als ‘Hang On Sloopy’, een monsterhit mee. De oorspronkelijke versie van David Porter was in navolging van de projecten van Hayes als een muzikale suite opgebouwd met de gebruikelijke parts 1, 2 en zelfs drie. Maar in de hitlijsten betrof het een afwijkende, drastisch ingekorte versie. In de vorige Jukebox Jive was Joan Baez nog de blikvanger met het sociaal geëngageerde ‘Here’s To You’. Het is telkens een belevenis als Levon Helm de eerste strofe van ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ inzet. Het meesterlijke epos van Robbie Robertson dat de laatste dagen van de Amerikaanse burgeroorlog en het tragische verhaal van de jonge Dixiesoldaat Virgil Caine op onnavolgbare wijze beschrijft behoort tot het beste uit het repertoire van The Band. Is het de aparte structuur, de magische samenzang van Helm, Richard Manuel en Rick Danko of het verhaal zelf, het blijft één van de meest beklijvende songwerkjes uit de muziekgeschiedenis dat op de tweede titelloze langspeler van The Band prijkt. De interpretatie van Joan Baez klinkt iets minder indrukwekkend. Het was blijkbaar één van de favorieten van de directeur van het instituut in Turnhout waar ik school liep. De brave man liet op gezette tijden bij wijze van ochtendgroet de hymne uit de luidsprekers schallen. Een perfecte aanleiding om het origineel nog eens te beluisteren. Naast de versie van La Baez kan je hier als vroeg Sinterklaasgeschenk de onvergetelijke uitvoering van The Band op hun afscheidsconcert ‘The Last Waltz’ nog eens aanschouwen. Genieten maar. Cis Van Looy _01
Soley Soley Middle Of The Road 02 Mamy Blue Pop Tops 03 Help, Get Me Some Help Tony Ronald 04 Schön Ist Es Auf Der Welt Zu Sein Roy Black & Anita 05 Maggie May Rod Stewart 06 Spanish Harlem Aretha Franklin 07 The Witch Queen Of New Orleans Redbone 08 Soldiers Who Want To Be Heroes Rod Mckuen 09 Hang On Sloopy David Porter 10 Ieder Mens Paul Severs 11 Zeven Anjers, Zeven Rozen Willy Sommers 12 Meisje Van Mijn Leven Jimmy Frey 13 Klappen, Stampen, Fluiten Bobby Ranger 14 Only Lies Greenfield & Cook 15 Manuela Jacques Herb 16 Mesaluba Cyan 17 The Night They Drove Old Dixie Down Joan Baez 18 Borriquito Peret 19 Song For Everybody New Inspiration 20 On Laisse Toujours Quelqu’un… Hervé Vilard |