|
Het is ondertussen bekend dat door Lokerse Feesten naast de evidente nationale publiekstrekkers al enige tijd buitenlandse kleppers van formaat weten aan te trekken. Zaterdagavond daagde veel volk op voor Arid en de uiterst populaire singer-songwriter Milow. Met Bryan Ferry haalde Lokeren een monument van formaat binnen.
Het was niet de eerste keer dat El Ferrari op het grote podium aan de Grote Kaai passeerde. In 2007 was de elegante frontman van Roxy Music al present en twee jaar geleden stond hij met zijn legendarische groep op Lokerse bodem. Ferry heeft ondertussen de leeftijd bereikt waarop ook mannen hun leeftijd niet graag prijsgeven maar hij oogt nog stukken eleganter en stijlvoller dan euh… pakweg Frank Galan. Parallel een indrukwekkend oeuvre met Roxy Music bouwt Ferry sinds ‘73 aan een omvangrijk en gevarieerd solo-oeuvre. Als de inspiratie het wat laat afweten zoekt de man heil in het grote songboek en dat leidde op ‘As Time Goes By’ zelfs naar de goede ouwe croonerstijd uit ver vervlogen tijden. Dylan nam altijd al een aparte plaats in zijn hart, bij welke muziekliefhebber niet. In de eerste helft van de jaren zeventig kocht ik nog wel eens een single ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’ is één van de laatste 45-toeren vinylplaatjes die de weg naar mijn platenbak vonden. De geheimzinnige interpretatie van dat Dylan-nummer prijkte op Ferry’s eerste solowerkstuk en ook op de opvolgers duikt wel eens een nummer op van ‘De Meester’. ‘Dylanesque’ is zelfs uitsluitend met covers van Dylan gevuld. Het recente ‘Olympia’ leunt nauwer aan bij de meer gesofisticeerde Roxy-tonen en roept herinneringen op aan het mystieke ‘Avalon’, het laatste Roxy-album dat ondertussen dertig jaar geleden werd uitgebracht. Ferry kon voor ‘Olympia’ op de hulp rekenen van saxman Andy McKay en Phil Manzanera. Die zijn zaterdagavond niet te bespeuren, het was dan ook geen Roxy-reunie. De vertrouwde gitaristentandem met Chris Spedding en Oliver Thompson, die op het recente studiowerk figureert, werd versterkt met een opmerkelijke gast Johnny Marr. De briljante snarenridder was destijds de architect van de Smith’s sound. Overigens passeerde Morrisey, zijn voormalige compagnon de route exact een jaar geleden nog op hetzelfde podium. Marr zorgde ook nu voor geïnspireerde snarenspinsels op zijn hagelwitte Fender Jaguar maar deed dat meestal onopvallend in de uitgebreide band met Paul Thompson, de oorspronkelijke Roxy Music drummer, die geassisteerd werd door Ferry’s dochter Tara. |
Het was vooral Oliver Thompson die de show stal. Nauwelijks vierentwintig is hij.
We zagen hem in 2006 al aan het werk in Roxy Music naast Manzanera als wonderknaap. Na een korte intro wandelde Ferry meteen het podium op. Zevenenzestig wordt hij binnenkort. De eeuwige dandy in maatpak werd omring door vier zwarte zangeressen en twee danseressen. Het nieuwe repertoire uit ‘Olympia’ kwam slechts sporadisch aan bod. Ferry koos na ‘I Put A Spell On You’ voor een selectie uit ‘Boys and Girls’ met ‘Slave To Love’ en ‘Don’t Stop To Dance’, superieure, onderkoelde discotonen die fel contrasteren met het vroege Roxy werk zoals ‘If There Is Something’ uit het debuut van de legendarische groep. De man verhuisde meermaals naar een van de achteraan opgestelde toetsenborden en dat versterkte nog de afstandelijke indruk. Bovendien vertoonde het stemtimbre tijdens Dylan’s ‘Make You Feel My Love’ al wat barstjes. Een drankje en een, uiteraard stijlvolle, beschermende sjaal brengen beterschap. Het laag gezongen ‘Casanova’ heeft nog niets van zijn aantrekkingskracht en mysterie verloren en ook het uit het recente ‘Olympia’ geplukte ‘Reason Or Rhyme’ klonk bijzonder fraai. Tijdens de lange aanloop en de finale van Neil Young’s ‘Like A Hurricane’ kon Ferry even op adem komen terwijl de drie gitaristen beurtelings soleerden. Thompson flamboyant op het voorplan, Marr en Spedding opereerden wat subtieler maar niet minder imponerend. Daarna even tijd voor romantiek uit het Roxy tijdperk met ‘More Than This’ en vooral het dromerige ‘Avalon’ waarin het dameskwartet de registers opentrok en de saxman zich niet onbetuigd liet. Op een Belgisch concert mogen de meer toegankelijke knallers niet ontbreken. Die kwamen er aan na het epische ‘My Only Love’, het onverslijtbare ‘Love Is The Drug’, nog steeds meeslepend in drie strakke discobeat en ‘Let’s Stick Together’, door Marr met het stukje snarentwang uit ‘The Price Of Love’ gelardeert. Puik afsluitend luikje dachten we even, Ferry ging door met werk van de grootmeesters, Dylan’s ‘All Along The Watchtower’ en het verstilde ‘Jealous Guy’. Als we naar de pendelbus wandelden hoorden we in de verte nog een gespierd ‘Editions Of You’ en bedenken meteen dat we El Ferry nog wel willen terugzien maar bij voorkeur met Roxy Music als ‘one of the boys’. |