Laatste dag van het Chicago Blues Festival anno 2012 en weer stond de zon gloeiend heet aan een helblauwe lucht. Je kon nu op de koppen lopen en er heerste een uitgelaten, maar zeer familiale sfeer.
Wij, van onze kant, wilden ons er van vergewissen of al het goede dat wij over Demetria Taylor hadden vernomen wel klopte. Demetria is nummer zeven in de rij van acht nakomelingen van de legendarische bluesartiest Eddie Taylor. Ze was helemaal in het wit gekleed met een hoedje tegen de zon en liep op flinterdunne naaldhakken. Het is mij een raadsel hoe ze zich daarmee rechtop kan houden, laat staan om zich enige danspasje aan te manen. Maar al bij al is ze een knappe verschijning. Demetria Taylor is van geen kleintje vervaart en met de regelmaat van een klok dweept ze met haar publiek. Haar bijnaam is
‘Bad Girl’ en dat is meteen de titel van haar cd, waaruit ze meteen ‘Hochie Coochie Woman’ en ‘Goin’ Back To Mississippi’ lichtte. Haar grote broer, Eddie Taylor Jr., maakt als gitarist dan ook deel uit van haar begeleidingband. De stoere Demetria smelt echter van vertedering weg wanneer een vrouw met haar baby voor het podium heeft postgevat en vervolgt met ‘Hey, Bartender’. Na het opreden hadden we een kort gesprek met Demetria Taylor en zij vertelde dat ze uitermate tevreden is met de verkoop van haar album ‘Bad Girl’. Demetria werkt keihard aan een opvolger en terloops wilde ze wel kwijt dat daar niets dan zelfgeschreven songs zullen opstaan.
The Rising Star Fife and Drum band is een niet alledaags gezelschap dat onder de leiding staat van de piepjonge, lieftallige, spring in ‘t veld Sharde Thomas, die blokfluit bespeelt.
Ze brengen eigenzinnige bewerkingen van klassiekers zoals ‘Top Of The World’ en’My Baby‘. Een verzoekje dat door haar moeder vanuit het publiek werd toegeroepen. Daarop verliet de band al spelend en onder een klaterend applaus het podium van de Mississippi Juke Joint.
Wij, van onze kant, wilden ons er van vergewissen of al het goede dat wij over Demetria Taylor hadden vernomen wel klopte. Demetria is nummer zeven in de rij van acht nakomelingen van de legendarische bluesartiest Eddie Taylor. Ze was helemaal in het wit gekleed met een hoedje tegen de zon en liep op flinterdunne naaldhakken. Het is mij een raadsel hoe ze zich daarmee rechtop kan houden, laat staan om zich enige danspasje aan te manen. Maar al bij al is ze een knappe verschijning. Demetria Taylor is van geen kleintje vervaart en met de regelmaat van een klok dweept ze met haar publiek. Haar bijnaam is
‘Bad Girl’ en dat is meteen de titel van haar cd, waaruit ze meteen ‘Hochie Coochie Woman’ en ‘Goin’ Back To Mississippi’ lichtte. Haar grote broer, Eddie Taylor Jr., maakt als gitarist dan ook deel uit van haar begeleidingband. De stoere Demetria smelt echter van vertedering weg wanneer een vrouw met haar baby voor het podium heeft postgevat en vervolgt met ‘Hey, Bartender’. Na het opreden hadden we een kort gesprek met Demetria Taylor en zij vertelde dat ze uitermate tevreden is met de verkoop van haar album ‘Bad Girl’. Demetria werkt keihard aan een opvolger en terloops wilde ze wel kwijt dat daar niets dan zelfgeschreven songs zullen opstaan.
The Rising Star Fife and Drum band is een niet alledaags gezelschap dat onder de leiding staat van de piepjonge, lieftallige, spring in ‘t veld Sharde Thomas, die blokfluit bespeelt.
Ze brengen eigenzinnige bewerkingen van klassiekers zoals ‘Top Of The World’ en’My Baby‘. Een verzoekje dat door haar moeder vanuit het publiek werd toegeroepen. Daarop verliet de band al spelend en onder een klaterend applaus het podium van de Mississippi Juke Joint.
We zijn dan maar voor de Mississippi Juke Joint blijven staan want Eden Brent was aan de beurt. Voor het optreden had ik een leuke babbel met Eden.
‘Boy, do I remember Duvel Blues’ lachte ze. ‘I found out that Duvel is twice as strong as Bud’. Ze richtte zich dan tot enkele mensen die erbij kwamen staan. ‘The place where I played they called the Barn’ vervolgde de spraakwaterval. ‘That was the most beautiful barn I ever played in’. Eden bedoelde natuurlijk de Tietenschuur op het Puurse Duvel Blues Festival. Bij haar openingsnummer ‘Mississippi Flatland Blues’ moest Eden Brent zich doorheen een technische panne aan haar keyboard worstelen, maar deed dit met verve en kreeg daarvoor een open doekje van het publiek. De ‘devil in a blue dress’ ging vrolijk verder met het uitgesponnen ‘Someone To Love’.
Ik heb ooit eens een cd van Charles Wilson (ik ben zelfs de titel vergeten) van de hand gedaan omdat de plaat verzoop in keyboards en computerdrums. Ik ben dan ook met gemengde gevoelens richting Bud Light Crossroads gesloft om hem te horen performen. En al bij al viel het nogal mee. De keyboards waren er nog steeds en ze klonken soms als een synthetische blazerssectie (niet bepaald mijn ding). Achter het drumstel had er iemand van vlees en bloed plaats genomen en Charles Wilson zelf blijkt toch wel een uitstekende soul zanger te zijn. Hij vertolkte standards als ‘Everyday I Have The Blues’ en ‘The Thrill Is Gone’. Vervolgens vroeg Charles Wilson aan het publiek ‘Somebody likes old music‘ ? En hij antwoordde met een mooie versie van de Luther Ingram klassieker ‘If Loving You Is Wrong, I Don’t Wanna Be Right’.
We waren net op tijd terug aan de Missisippi Juke Joint om de finale van Pat Brown’s optreden nog mee te maken. Ze was juist het prachtige ‘At Last’ van Etta James aan het vocaliseren. Het eerste wat ons opviel waren de heerlijke background vocals en die maakten de Pat Brown vertolkingen van ‘Bad Of Myself’ en ‘Good Stuff’ meer dan de moeite waard.
Aan de Windy City Blues Society Stage was round 1 van de ‘Chicago Blues’ Challenge’ aan de gang. Er stond enorm veel volk omheen en daarom zijn we verder gegaan naar de Pepsi Front Porch waar Eddie Shaw & The Wolf Gang met energieke rock-’n-roll de ganse weide aan het dansen had gekregen. Een rockversie van ‘Little Red Rooster’ vervolgde naadloos met ‘Big Boss Man’ en ‘300lbs Of Heavenly Joy’. In de band van Eddie Shaw zaten zijn zoon Eddie Vaan Shaw met de traditionele drie-armige gitaar en keyboardspeler Ron Scotto. Eddie zelf zorgde op tenorsax voor een lekker vettige sound.
Vlug nog eens naar de Mississippi Juke Joint overgewipt waar de imposante Patrice Moncell de toehoorders aan het vermaken was. Je zou Patrice Moncell heel oneerbiedig de Maggy De Block van de blues kunnen noemen, maar daar doen wij dus niet aan mee. Patrice Moncell bracht een heel lang uitgesponnen versie van ‘Soakin’’ en kruidde dit met grappige bindteksten die de ene lachsalvo na de andere vanuit het publiek deden opstijgen.
500 ponds maar vocaal zeer indrukwekkend is het gepaste woord bij dit performen.
‘Boy, do I remember Duvel Blues’ lachte ze. ‘I found out that Duvel is twice as strong as Bud’. Ze richtte zich dan tot enkele mensen die erbij kwamen staan. ‘The place where I played they called the Barn’ vervolgde de spraakwaterval. ‘That was the most beautiful barn I ever played in’. Eden bedoelde natuurlijk de Tietenschuur op het Puurse Duvel Blues Festival. Bij haar openingsnummer ‘Mississippi Flatland Blues’ moest Eden Brent zich doorheen een technische panne aan haar keyboard worstelen, maar deed dit met verve en kreeg daarvoor een open doekje van het publiek. De ‘devil in a blue dress’ ging vrolijk verder met het uitgesponnen ‘Someone To Love’.
Ik heb ooit eens een cd van Charles Wilson (ik ben zelfs de titel vergeten) van de hand gedaan omdat de plaat verzoop in keyboards en computerdrums. Ik ben dan ook met gemengde gevoelens richting Bud Light Crossroads gesloft om hem te horen performen. En al bij al viel het nogal mee. De keyboards waren er nog steeds en ze klonken soms als een synthetische blazerssectie (niet bepaald mijn ding). Achter het drumstel had er iemand van vlees en bloed plaats genomen en Charles Wilson zelf blijkt toch wel een uitstekende soul zanger te zijn. Hij vertolkte standards als ‘Everyday I Have The Blues’ en ‘The Thrill Is Gone’. Vervolgens vroeg Charles Wilson aan het publiek ‘Somebody likes old music‘ ? En hij antwoordde met een mooie versie van de Luther Ingram klassieker ‘If Loving You Is Wrong, I Don’t Wanna Be Right’.
We waren net op tijd terug aan de Missisippi Juke Joint om de finale van Pat Brown’s optreden nog mee te maken. Ze was juist het prachtige ‘At Last’ van Etta James aan het vocaliseren. Het eerste wat ons opviel waren de heerlijke background vocals en die maakten de Pat Brown vertolkingen van ‘Bad Of Myself’ en ‘Good Stuff’ meer dan de moeite waard.
Aan de Windy City Blues Society Stage was round 1 van de ‘Chicago Blues’ Challenge’ aan de gang. Er stond enorm veel volk omheen en daarom zijn we verder gegaan naar de Pepsi Front Porch waar Eddie Shaw & The Wolf Gang met energieke rock-’n-roll de ganse weide aan het dansen had gekregen. Een rockversie van ‘Little Red Rooster’ vervolgde naadloos met ‘Big Boss Man’ en ‘300lbs Of Heavenly Joy’. In de band van Eddie Shaw zaten zijn zoon Eddie Vaan Shaw met de traditionele drie-armige gitaar en keyboardspeler Ron Scotto. Eddie zelf zorgde op tenorsax voor een lekker vettige sound.
Vlug nog eens naar de Mississippi Juke Joint overgewipt waar de imposante Patrice Moncell de toehoorders aan het vermaken was. Je zou Patrice Moncell heel oneerbiedig de Maggy De Block van de blues kunnen noemen, maar daar doen wij dus niet aan mee. Patrice Moncell bracht een heel lang uitgesponnen versie van ‘Soakin’’ en kruidde dit met grappige bindteksten die de ene lachsalvo na de andere vanuit het publiek deden opstijgen.
500 ponds maar vocaal zeer indrukwekkend is het gepaste woord bij dit performen.
We zijn dan voor de allerlaatste keer op ons stoeltje voor de Petrillo Shell gaan zitten om de finale van het 29ste Chicago Bluesfest mee te maken.
Het eerste deel betrof een hulde aan de dames in de blues (‘Celebrating Women In Blues’) en dit is uitgegroeid tot een prachtige happening. De ijzersterke ‘Koko Taylor’s Blues Machine’ zorgde voor de instrumentale omlijsting. Het was net of de geest van Koko Taylor nog rond de Petrillo Shell waarde.
Na de opwarmer ‘I Just Wanna Make Love To You’ door de Blues Machine mocht Melvia ‘Chick’ Rodgers uit Memphis, Tennessee de spits afbijten met het gospel beïnvloede ‘Take My Hand, Precious Lord’. Daarna was het de beurt aan Jackie Scott met ondermeer ‘Rain On Your Parade’. Bij ‘That’s Why I’m Cryin’’ had Deitra Farr zodanig Koko in gedachten dat er ontroerende tranen aan te pas kwamen. Nora Jean Brusco liet haar krachtige stem op de menigte rollen met ‘I’m Just A Fool For You’ en ‘I Cried Like A Baby’. Tenslotte werd Melvia ‘Chick’ Rodgers nogmaals teruggeroepen voor ‘Let The Good Times Roll’ en ‘To Know You Is To Love You’.
Al de genoemde zangeressen kweten zich met bravoure van hun taak en hadden ons gedurende één uur en twintig minuten in de ban.
Mavis Staples was reeds lang het aangekondigde sluitstuk van het 29ste Bluesfest. Alle songs die Mavis Staples bracht waren in een prachtig arrangement gestoken. Dit was voor een deel te danken aan de trillende tremelo gitaar van Rick Holmström en de baslijnen van Jeff Turmes. Maar uiteraard ook voor een deel door de goed op elkaar afgestemde backing vocals.
Mavis Staples startte eveneens met een gospelsong ‘I’m His, He’s Mine’, om daarna hulde te brengen aan Koko Taylor met ‘Wang Dang Doodle’. Mavis Staples droeg vervolgens ‘The Weight’ op aan de onlangs overleden Levon Helm van The Band.
Nog andere prachtnummers uit de setlist van Mavis Staples waren ‘Wade In The Water’, ‘You’re Not Alone’ en het schitterende door Jeff Tweedy (Wilco) geschreven ‘Freedom Highway’.
Hiermee viel het doek over deze in alle opzichten geslaagde 29ste editie van het Chicago Blues Festival. Vermoeid door de hitte, maar bijzonder gelukkig met hetgeen we hadden gehoord en gezien. Vooral gelukkig om het feit dat de Blues in Chicago ‘Alive and kicking’ is. En dat er nieuw jong talent op de drempel van de doorbraak staat. Vraag het bijvoorbeeld eens aan Eric ‘Guitar’ Davis.
Het eerste deel betrof een hulde aan de dames in de blues (‘Celebrating Women In Blues’) en dit is uitgegroeid tot een prachtige happening. De ijzersterke ‘Koko Taylor’s Blues Machine’ zorgde voor de instrumentale omlijsting. Het was net of de geest van Koko Taylor nog rond de Petrillo Shell waarde.
Na de opwarmer ‘I Just Wanna Make Love To You’ door de Blues Machine mocht Melvia ‘Chick’ Rodgers uit Memphis, Tennessee de spits afbijten met het gospel beïnvloede ‘Take My Hand, Precious Lord’. Daarna was het de beurt aan Jackie Scott met ondermeer ‘Rain On Your Parade’. Bij ‘That’s Why I’m Cryin’’ had Deitra Farr zodanig Koko in gedachten dat er ontroerende tranen aan te pas kwamen. Nora Jean Brusco liet haar krachtige stem op de menigte rollen met ‘I’m Just A Fool For You’ en ‘I Cried Like A Baby’. Tenslotte werd Melvia ‘Chick’ Rodgers nogmaals teruggeroepen voor ‘Let The Good Times Roll’ en ‘To Know You Is To Love You’.
Al de genoemde zangeressen kweten zich met bravoure van hun taak en hadden ons gedurende één uur en twintig minuten in de ban.
Mavis Staples was reeds lang het aangekondigde sluitstuk van het 29ste Bluesfest. Alle songs die Mavis Staples bracht waren in een prachtig arrangement gestoken. Dit was voor een deel te danken aan de trillende tremelo gitaar van Rick Holmström en de baslijnen van Jeff Turmes. Maar uiteraard ook voor een deel door de goed op elkaar afgestemde backing vocals.
Mavis Staples startte eveneens met een gospelsong ‘I’m His, He’s Mine’, om daarna hulde te brengen aan Koko Taylor met ‘Wang Dang Doodle’. Mavis Staples droeg vervolgens ‘The Weight’ op aan de onlangs overleden Levon Helm van The Band.
Nog andere prachtnummers uit de setlist van Mavis Staples waren ‘Wade In The Water’, ‘You’re Not Alone’ en het schitterende door Jeff Tweedy (Wilco) geschreven ‘Freedom Highway’.
Hiermee viel het doek over deze in alle opzichten geslaagde 29ste editie van het Chicago Blues Festival. Vermoeid door de hitte, maar bijzonder gelukkig met hetgeen we hadden gehoord en gezien. Vooral gelukkig om het feit dat de Blues in Chicago ‘Alive and kicking’ is. En dat er nieuw jong talent op de drempel van de doorbraak staat. Vraag het bijvoorbeeld eens aan Eric ‘Guitar’ Davis.