Vrijdag 29 juni 2012
Zoals steeds krijgen we op de vrijdagavond de moment waarop vele cowboy en cowgirls in wording hun lederen laarzen weer vanonder het stof halen en weer voorzien van een glanzend laagje want er moet weer gedanst worden vanavond.
Reeds enkele jaren ondergaan we hier op een vriendelijke manier een duel tussen twee country bands die eigenlijk aan elkaar gewaagd zijn en ze komen niet naar Hookrock om prijzen te winnen. Die hebben ze min of meer, en ieder op zijn manier’ al gewonnen met daar te komen spelen.
Het weer was aan de perfecte kant maar dat weerhield de meeste line dancers er niet van om hun leuke danspasjes te komen etaleren in de toch wat warm opgelopen tent.
White Falcon, genoemd naar de witte Gretch gitaar uit 1955 en nog steeds een band met leuke muzikanten, mocht als eerste de dansers op leuke tunes vergasten. Zangeres Cindy had helaas vanavond last van de temperatuurwisselingen en dat speelde in op haar stembanden, gelukkig kon Raf bij sommige nummers haar geweldig bijtreden.
Songs waarop de line dancers met grote getale op de dansvloer neerstreken kwamen van Doc Pomus/Mort Shuman ‘Viva Las Vegas’ maar natuurlijk verheerlijkt door niemand minder dan The King himself Elvis Presley. White Falcon’s versie was aannemelijk en zonder al teveel franjes kregen we ook nog ‘Blue Ridge Mountain’ van John Fogerty (uit zijn Blue Ridge Rangers periode) gevolgd door Wynonna Judd-versie van ‘Burning Love’. Verder nog een uitstekende cover van Tol&Tol’s ‘Take Me Home’.
White Falcon is een leuke countryband met een rijk instrumentarium. Dat bleek vanavond weer eens het geval te zijn wanneer violiste/keyboards Giséle liet horen hoe de viool eigenlijk een voornaam onderdeel vormt van country muziek.
Ze hadden vanavond ook een gastmuzikant bij maar zijn naam is me ontschoten en op enkele nummers blies de brave ziel zijn longen leeg op zijn altsax.
Zoals steeds krijgen we op de vrijdagavond de moment waarop vele cowboy en cowgirls in wording hun lederen laarzen weer vanonder het stof halen en weer voorzien van een glanzend laagje want er moet weer gedanst worden vanavond.
Reeds enkele jaren ondergaan we hier op een vriendelijke manier een duel tussen twee country bands die eigenlijk aan elkaar gewaagd zijn en ze komen niet naar Hookrock om prijzen te winnen. Die hebben ze min of meer, en ieder op zijn manier’ al gewonnen met daar te komen spelen.
Het weer was aan de perfecte kant maar dat weerhield de meeste line dancers er niet van om hun leuke danspasjes te komen etaleren in de toch wat warm opgelopen tent.
White Falcon, genoemd naar de witte Gretch gitaar uit 1955 en nog steeds een band met leuke muzikanten, mocht als eerste de dansers op leuke tunes vergasten. Zangeres Cindy had helaas vanavond last van de temperatuurwisselingen en dat speelde in op haar stembanden, gelukkig kon Raf bij sommige nummers haar geweldig bijtreden.
Songs waarop de line dancers met grote getale op de dansvloer neerstreken kwamen van Doc Pomus/Mort Shuman ‘Viva Las Vegas’ maar natuurlijk verheerlijkt door niemand minder dan The King himself Elvis Presley. White Falcon’s versie was aannemelijk en zonder al teveel franjes kregen we ook nog ‘Blue Ridge Mountain’ van John Fogerty (uit zijn Blue Ridge Rangers periode) gevolgd door Wynonna Judd-versie van ‘Burning Love’. Verder nog een uitstekende cover van Tol&Tol’s ‘Take Me Home’.
White Falcon is een leuke countryband met een rijk instrumentarium. Dat bleek vanavond weer eens het geval te zijn wanneer violiste/keyboards Giséle liet horen hoe de viool eigenlijk een voornaam onderdeel vormt van country muziek.
Ze hadden vanavond ook een gastmuzikant bij maar zijn naam is me ontschoten en op enkele nummers blies de brave ziel zijn longen leeg op zijn altsax.
Ghost Riders is de tweede band en wat de kwaliteit van deze band betreft, sommigen hebben daar gemengde gevoelens over. Ik vind ze allebei sterk en als we dan ook een verschil zouden moeten maken, laat ze dan eens samen een wedstrijd spelen. Maar vandaag was het weer puur amusement zonder al te veel te moeten nadenken wat er straks te horen valt begonnen de Ghost Riders aan een sterke set met ‘All Shook Up’, ook weer zo’n nummer waarmee meneer Presley zijn bankrekening kon spekken en Otis Blackwell mocht hier enkele graantjes meepikken. Helaas, en het is ieder jaar hetzelfde, staat deze band eigenlijk in een verkeerde belichting. Vaal wit, doet me denken aan een uitvaartplechtigheid, was het licht waarin de Ghost Riders een beetje zichtbaar werden op het podium. Dat zou een volgende keer toch beter moeten jongens, kijk maar eens naar jullie collega’s van White Falcon.
‘Jackson’, een nummer dat bij mij nog steeds leuke herinneringen losmaakt, toen het een hit werd voor Lee Hazlewood en Nancy Sinatra, werd hier door de nog steeds op de dansvloer aanwezige line dancers plat gedanst. Ach, voor hen maakte het niet uit wat de Ghost Riders speelden, en ook niet voor enkele debutanten die hun weg naar het line dansen hadden gevonden. En ondertussen hoorden we ook nog een aanvaardbare versie van Rick Trevino’s ‘City Light’.
Ondertussen had de maan boven de tent post gevat, de temperatuur binnen en buiten de tent was nog aangenaam zacht – iets wat we vorig jaar niet konden zeggen- en werd het tijd om me terug richting huis te begeven want de volgende dag zou nog een zware dag worden. Een zéér zware dag…
The Blasters, die de volgende dag op Hookrock zouden moeten spelen, hadden wegens een zieke Phil Alvin afgezegd. De organisatie heeft in hun plaats het Moonlight trio kunnen strikken dat enkele dagen geleden nog café Den Bromfiets plat speelde.
‘Jackson’, een nummer dat bij mij nog steeds leuke herinneringen losmaakt, toen het een hit werd voor Lee Hazlewood en Nancy Sinatra, werd hier door de nog steeds op de dansvloer aanwezige line dancers plat gedanst. Ach, voor hen maakte het niet uit wat de Ghost Riders speelden, en ook niet voor enkele debutanten die hun weg naar het line dansen hadden gevonden. En ondertussen hoorden we ook nog een aanvaardbare versie van Rick Trevino’s ‘City Light’.
Ondertussen had de maan boven de tent post gevat, de temperatuur binnen en buiten de tent was nog aangenaam zacht – iets wat we vorig jaar niet konden zeggen- en werd het tijd om me terug richting huis te begeven want de volgende dag zou nog een zware dag worden. Een zéér zware dag…
The Blasters, die de volgende dag op Hookrock zouden moeten spelen, hadden wegens een zieke Phil Alvin afgezegd. De organisatie heeft in hun plaats het Moonlight trio kunnen strikken dat enkele dagen geleden nog café Den Bromfiets plat speelde.
Zaterdag 30 juni 2012
Van country naar een min of meer gerichte blues- en rootsdag is voor de organisatie van Hookrock maar een vingerknip. Dat zijn we al ettelijke jaren gewend van hen.
Misschien keken veel bluesliefhebbers uit naar deze affiche die toch voor hen enkele grote namen herbergde maar persoonlijk moest ik de zaterdag een beetje vergelijken met een Dexia bank en haar rommelkredieten. Niet dat we hier rommel te horen en te zien kregen maar namen als een Jim Suhler en Eric Sardinas zijn nu niet bepaald figuren waar ik warm van loop, zowel niet op cd als op een podium. En dat de Blasters wegens ziekte hebben moeten annuleren had misschien ook een leuke set kunnen zijn met Gene Evans op de witte ivoren toetsen. Maar nee… het lot besliste anders.
Als opener, en misschien een beetje verkeerd geprogrammeerd, kreeg Tim Pan Alley de ondankbare taak de tweede dag van het festival op gang te trekken. Steven Troch (Fried Bourbon) en Tim Capellen (uit Borgloon) sloegen er wonderwel in om de aandacht van het publiek op te eisen. Met hun tweetjes, en dat in een temperatuur die niet anders was dan die aan de Mississippi delta, en met een handvol onvervalste gospel, ragtime en bottleneck bluessongs, kregen we een ware revelatie, alvast mijns inziens toch. En het was vooral met ‘Make Me A Pallet On Your Floor’ dat het duo het publiek uit hun handen liet eten. Diepe bluesstem, voeg daarbij de harpperikelen van Steven en de excellente fingerpicking van Tim: van klasse gesproken en voor vele herhalingen vatbaar.
De pauzemuziek werd dit jaar voorzien door Deep & The Dudes. Aanstekelijke swing en jump uit de jaren zestig maar het publiek stond erbij en keek ernaar.
Ham ‘N’ Eggs zag zo’n dertig jaar geleden het levenslicht maar strandde al na een paar jaar met als gevolg een breuklijn die tot voor kort weer werd gelijmd. Wie de band reeds zag weet dat men authentieke Chicagoblues mag verwachten. Hun repertoire grenst zich binnen het werk van Muddy Waters tot en met Cuby & The Blizzards.
Met als line-up Willy Ketelbuters (zang), Eddy Vermeerbergen (drums), Guy Engelen (bas), Danny Zels (gitaar) en Fonny Tempels (gitaar) kregen we een uurtje Chigacoblues waarin we o.m. sterke versies te horen kregen van ‘Blues With A Feeling’, ‘Raise My Hand’, ‘Bad Bad Whiskey’ en ‘I’m Just Your Fool’. Helaas ontbrak hier het vuur aan de lont om de tent in lichterlaai te zetten. Kennelijk had de soms onverdraagbare hitte in de tent het publiek op andere gedachten gezet dan aandachtig te luisteren naar de klassiekers die Ham ‘N’ Eggs ons hier presenteerden. Maar toch een leuke set. Ham ‘N’ Eggs moest hals over kop vertrekken gezien ze nog een late set moesten spelen die avond op Parkblues Lommel.
Van country naar een min of meer gerichte blues- en rootsdag is voor de organisatie van Hookrock maar een vingerknip. Dat zijn we al ettelijke jaren gewend van hen.
Misschien keken veel bluesliefhebbers uit naar deze affiche die toch voor hen enkele grote namen herbergde maar persoonlijk moest ik de zaterdag een beetje vergelijken met een Dexia bank en haar rommelkredieten. Niet dat we hier rommel te horen en te zien kregen maar namen als een Jim Suhler en Eric Sardinas zijn nu niet bepaald figuren waar ik warm van loop, zowel niet op cd als op een podium. En dat de Blasters wegens ziekte hebben moeten annuleren had misschien ook een leuke set kunnen zijn met Gene Evans op de witte ivoren toetsen. Maar nee… het lot besliste anders.
Als opener, en misschien een beetje verkeerd geprogrammeerd, kreeg Tim Pan Alley de ondankbare taak de tweede dag van het festival op gang te trekken. Steven Troch (Fried Bourbon) en Tim Capellen (uit Borgloon) sloegen er wonderwel in om de aandacht van het publiek op te eisen. Met hun tweetjes, en dat in een temperatuur die niet anders was dan die aan de Mississippi delta, en met een handvol onvervalste gospel, ragtime en bottleneck bluessongs, kregen we een ware revelatie, alvast mijns inziens toch. En het was vooral met ‘Make Me A Pallet On Your Floor’ dat het duo het publiek uit hun handen liet eten. Diepe bluesstem, voeg daarbij de harpperikelen van Steven en de excellente fingerpicking van Tim: van klasse gesproken en voor vele herhalingen vatbaar.
De pauzemuziek werd dit jaar voorzien door Deep & The Dudes. Aanstekelijke swing en jump uit de jaren zestig maar het publiek stond erbij en keek ernaar.
Ham ‘N’ Eggs zag zo’n dertig jaar geleden het levenslicht maar strandde al na een paar jaar met als gevolg een breuklijn die tot voor kort weer werd gelijmd. Wie de band reeds zag weet dat men authentieke Chicagoblues mag verwachten. Hun repertoire grenst zich binnen het werk van Muddy Waters tot en met Cuby & The Blizzards.
Met als line-up Willy Ketelbuters (zang), Eddy Vermeerbergen (drums), Guy Engelen (bas), Danny Zels (gitaar) en Fonny Tempels (gitaar) kregen we een uurtje Chigacoblues waarin we o.m. sterke versies te horen kregen van ‘Blues With A Feeling’, ‘Raise My Hand’, ‘Bad Bad Whiskey’ en ‘I’m Just Your Fool’. Helaas ontbrak hier het vuur aan de lont om de tent in lichterlaai te zetten. Kennelijk had de soms onverdraagbare hitte in de tent het publiek op andere gedachten gezet dan aandachtig te luisteren naar de klassiekers die Ham ‘N’ Eggs ons hier presenteerden. Maar toch een leuke set. Ham ‘N’ Eggs moest hals over kop vertrekken gezien ze nog een late set moesten spelen die avond op Parkblues Lommel.
Wat krijg je wanneer sommige bands het niet meer zien zitten en na wat jaartjes gaten te hebben geslagen er weer in slagen om de band voor één keer terug samen te stellen? Juist, pure, pure kwaliteit, en dat was waar The Jitterbugs vandaag voor stonden.
In de line-up vonden we weer JP ‘Bies’ Biesman (zang, harp), Bird Stevens (bas), Carlo Smeyers (drums) en JJ Lormans aan de gitaar. Iedere bluesliefhebber weet dat ze dé band uit de jaren negentig waren want als ik me niet vergis werden ze op het Bluesfestival van Peer in 1995 tot grote revelatie uitgeroepen. West Coast muziek zoals ik ze nog niet veel van vele andere Belgische bands heb gehoord. En dat was wat er weer op hun spijskaart stond: ‘I’m A Good Man’, ‘Neighbour Tend To Your Business’, ‘Low Down Woman’, allemaal kraaknette versies alsof ze ze gisteren nog zouden gespeeld hebben. Bies Biesman, nog steeds met zijn nette kaalkop, zorgde bijwijlen voor een meerwaarde wanneer hij zijn harp boven water haalde. Nog andere aanstekelijke songs die de aandacht van het publiek wisten op te eisen waren ‘Walking To My Maby’, ‘Wait On Time’ en ‘Learn To Treat Me Right’. Veel te korte set en naar mijn mening dé sterkste set van het ganse zaterdagprogramma.
Een eerste onderdeel van het programma dat ik met argusogen bekeek was wat volgen ging. Niet meteen een van de vele bluesperformers waarvoor ik uit mijn bed zou springen, neen, Jim Suhler heeft me nog nooit kunnen boeien, en vandaag was dat niet anders. Als sidekick van George Thorogood & The Destroyers wist Jim zich al in de kijker te spelen en wat dat betreft kan ik alleen maar zeggen dat het boeiende en stevige sets waren maar Jim Suhler & Monkey Beat, tja…
De brave man kwam naar Hookrock met maar één ding: het publiek wat te laten bewegen en dat deed het ook maar of je met ‘Where Were You When The Lights Went Out’; een klakkeloze, slordige versie van Joe South’s ‘Hush’ dat we in een betere versie van Deep Purple kennen en wat gitaarlicks die je onder de noemer “an ode to the late Rory Gallagher” door de luidsprekers laat schieten een knappe set hebt geleverd, neen hoor, ik kreeg er alleen maar koude rillingen van. En ik was niet alleen die deze mening deelde.
In de line-up vonden we weer JP ‘Bies’ Biesman (zang, harp), Bird Stevens (bas), Carlo Smeyers (drums) en JJ Lormans aan de gitaar. Iedere bluesliefhebber weet dat ze dé band uit de jaren negentig waren want als ik me niet vergis werden ze op het Bluesfestival van Peer in 1995 tot grote revelatie uitgeroepen. West Coast muziek zoals ik ze nog niet veel van vele andere Belgische bands heb gehoord. En dat was wat er weer op hun spijskaart stond: ‘I’m A Good Man’, ‘Neighbour Tend To Your Business’, ‘Low Down Woman’, allemaal kraaknette versies alsof ze ze gisteren nog zouden gespeeld hebben. Bies Biesman, nog steeds met zijn nette kaalkop, zorgde bijwijlen voor een meerwaarde wanneer hij zijn harp boven water haalde. Nog andere aanstekelijke songs die de aandacht van het publiek wisten op te eisen waren ‘Walking To My Maby’, ‘Wait On Time’ en ‘Learn To Treat Me Right’. Veel te korte set en naar mijn mening dé sterkste set van het ganse zaterdagprogramma.
Een eerste onderdeel van het programma dat ik met argusogen bekeek was wat volgen ging. Niet meteen een van de vele bluesperformers waarvoor ik uit mijn bed zou springen, neen, Jim Suhler heeft me nog nooit kunnen boeien, en vandaag was dat niet anders. Als sidekick van George Thorogood & The Destroyers wist Jim zich al in de kijker te spelen en wat dat betreft kan ik alleen maar zeggen dat het boeiende en stevige sets waren maar Jim Suhler & Monkey Beat, tja…
De brave man kwam naar Hookrock met maar één ding: het publiek wat te laten bewegen en dat deed het ook maar of je met ‘Where Were You When The Lights Went Out’; een klakkeloze, slordige versie van Joe South’s ‘Hush’ dat we in een betere versie van Deep Purple kennen en wat gitaarlicks die je onder de noemer “an ode to the late Rory Gallagher” door de luidsprekers laat schieten een knappe set hebt geleverd, neen hoor, ik kreeg er alleen maar koude rillingen van. En ik was niet alleen die deze mening deelde.
In de plaats van de Blasters, die omwille van een zieke Phil het concert hadden geannuleerd, kregen we nu een trio dat wel voor de nodige ambiance zorgde: The Moonlight Trio. Het uit Mexikaans/Amerikaans bloed bestaande trio, de broertjes Aaron Martinez (drums), Al Martinez (gitaar) en bassist Tony “T Mac” Macias, opererend vanuit het zonnige Los Angeles, Californië, brachten een mengeling van leuke danstunes en kwamen meteen ook hun nieuwe schijf ‘Cumbiabilly’ promoten. Uiteraard werden daar nummers uit gespeeld maar het waren vooral ‘You’re The One For Me’, ‘El Chango’ en de Sir Douglas Quintet klassieker ‘She’s About A Mover’, gecomponeerd door Doug Sham, die ons het meest bijbleven. Goed voor een uurtje fun and music maar dan ook niet langer…
Hookrock? Waar zou die naam toch vandaan komen? Een vraag die misschien meermaals werd gesteld door bezoekers die voor de eerste keer dit festival bezoeken. Met de volgende act zou deze vraag enigszins beantwoord worden. Hook Herrera, en als hij zin en tijd heeft, komt hij afgezakt naar Diepenbeek om op het festival te spelen dat zijn naam draagt. Hook is een veelzijdig man, timmert reeds jaren aan de muzikale paden die hij bewandelt en nu met een nieuwe schijf die net uit is was het weer tijd om naar het land van de vettige frietjes en lekkere biertjes af te zakken. Tijd om wat promo te voeren rond zijn jongste muziekpallet ‘No Matter What I Do’. Dit deed hij niet alleen en maakte een ommetje in Nederland waar hij de band Coup de Grâce wist te strikken om hem te begeleiden. Deze band bestaat uit Sjors Nederlof die we nog kennen vanuit de Strikes met Big Pete en in 2010 werd Sjors uitgeroepen als beste bluesgitarist in Nederland. Aan de bas Roelof Klijnen en op de ketels Jody Van Ooijen. De set was nog maar pas van start gegaan toen Jim Suhler voor een tweede keer het podium mocht beklimmen. Waarom dit nodig was weet ik niet gezien Sjors bekwaam genoeg is om aan de noden van Herrera te voldoen. Ikzelf zou het een belediging vinden maar het was toch mooi om te zien hoe de twee gitaren in duel gingen en waarbij de 27-jarige Sjors toch de overhand wist te halen. Ook hier weer een déjà vu-gevoel en een Hook Herrera die er echt zin in had maar mij niet kon bekoren om de ganse set uit te blijven zitten. Coup de Grâce wil zeggen: iemand de doodsteek geven, iemand uit zijn lijden verlossen… Wel, dat was vandaag voor mij toepasselijk want over de prestaties van de internationale namen kon ik vandaag niet al te veel zuurstof aan verspillen, en zonder enige twijfel waren voor mij de hoogtepunten van eigen bodem, nl. Tim Pan Alley en The Jitterbugs… Euh… Eric Sardinas… was die er ook? Net gemist, druk de rode knop …
Hookrock? Waar zou die naam toch vandaan komen? Een vraag die misschien meermaals werd gesteld door bezoekers die voor de eerste keer dit festival bezoeken. Met de volgende act zou deze vraag enigszins beantwoord worden. Hook Herrera, en als hij zin en tijd heeft, komt hij afgezakt naar Diepenbeek om op het festival te spelen dat zijn naam draagt. Hook is een veelzijdig man, timmert reeds jaren aan de muzikale paden die hij bewandelt en nu met een nieuwe schijf die net uit is was het weer tijd om naar het land van de vettige frietjes en lekkere biertjes af te zakken. Tijd om wat promo te voeren rond zijn jongste muziekpallet ‘No Matter What I Do’. Dit deed hij niet alleen en maakte een ommetje in Nederland waar hij de band Coup de Grâce wist te strikken om hem te begeleiden. Deze band bestaat uit Sjors Nederlof die we nog kennen vanuit de Strikes met Big Pete en in 2010 werd Sjors uitgeroepen als beste bluesgitarist in Nederland. Aan de bas Roelof Klijnen en op de ketels Jody Van Ooijen. De set was nog maar pas van start gegaan toen Jim Suhler voor een tweede keer het podium mocht beklimmen. Waarom dit nodig was weet ik niet gezien Sjors bekwaam genoeg is om aan de noden van Herrera te voldoen. Ikzelf zou het een belediging vinden maar het was toch mooi om te zien hoe de twee gitaren in duel gingen en waarbij de 27-jarige Sjors toch de overhand wist te halen. Ook hier weer een déjà vu-gevoel en een Hook Herrera die er echt zin in had maar mij niet kon bekoren om de ganse set uit te blijven zitten. Coup de Grâce wil zeggen: iemand de doodsteek geven, iemand uit zijn lijden verlossen… Wel, dat was vandaag voor mij toepasselijk want over de prestaties van de internationale namen kon ik vandaag niet al te veel zuurstof aan verspillen, en zonder enige twijfel waren voor mij de hoogtepunten van eigen bodem, nl. Tim Pan Alley en The Jitterbugs… Euh… Eric Sardinas… was die er ook? Net gemist, druk de rode knop …