|
Ian Siegal is één van de weinige bluesartiesten waarvoor ik nog uit mijn zetel kom. De reden daarvan zijn de drie prachtplaten die Siegal de laatste jaren heeft uitgebracht: ‘Swagger’, ‘The Dust’ en zijn nieuwste ‘The Skinny’. Deze laatste heeft hij opgenomen met The Youngest Sons, zijnde de zonen van overleden legendes Jim Dickinson, R.L. Burnside en Junior Kimbrough. Sinds kort heeft Siegal een klein supergroepje rond zich geschaard, The Mississippi Mudbloods, waarmee hij momenteel een korte Europese tournee afwerkt. Een supergroepje bestaande uit Cody en Luther Dickinson, beiden zonen van de legendarische Jim Dickinson en kern van The North Mississippi Allstars. Luther is daarenboven nog interim-gitarist bij The Black Crowes. Het groepje wordt vervolledigd door Alvin Youngblood Hart, vooral bekend van zichzelf.
Op papier een prachtige band die garant zou moeten staan voor groots avondje uit. Helaas, wat deze mannen ons afgelopen maandag in de Spirit Of ‘66 in Verviers lieten horen en zien was toch niet helemaal bevredigend. Bol staand van de goede bedoelingen maar helaas al snel verzandend in het soort blues dat gedurende twee nummers de aandacht kan vasthouden maar daarna uitmondt in oersaai en snoeihard lawaai. Spijtig, want waar op de platen van Siegal verschillende stijlen mekaar afwisselen (van delta-blues tot soul tot country) werd er hier het ganse concert lang uit één en hetzelfde vervelende bluesvaatje getapt. Tony Joe White’s ‘Stud Spider’ kan natuurlijk niet stuk hoewel de versie die de meester zelve een tijdje geleden in dezelfde zaal ten beste gaf van een wel totaal andere orde was. Luther Dickinson en Alvin Youngblood Hart wisselden elkaar deskundig af op bas en gitaar. Op ‘Picnic Jam’ speelde Youngblood Hart bas en Luther nam de indrukwekkende slide-partijen voor zijn rekening. Er werd zonder meer op een verdomd hoog niveau gemusiceerd maar dat kon niet beletten dat het gebodene na verloop van tijd als één en dezelfde song ging klinken. ‘Hound Dog In The Manger’ klonk als een oude Howlin’ Wolf-song maar dan veel te hard en het Muddy Waters-meesterwerk ‘Rollin’ and Thumblin’’ was één van de betere momenten. ‘Catfish Blues’, ook bekend van Muddy Waters, werd opgedragen aan R.L. Burnside, Junior Kimbrough en The North Mississippi Allstars. Ian Siegal maakte van de gelegenheid gebruik om ook enkele nieuwe nummers te brengen: ‘The Fear’ en ‘Loose Cannon’ bijvoorbeeld. Er werd afgesloten met het van de nieuwste cd afkomstige ‘Moonshine Minnie’. Onder het motto ‘Let’s play some rock-‘n-roll’ zette Siegal tijdens de bisnummers ‘Born On The Bayou’ in van Creedence Clearwater Revival gevolgd door ‘Chain Of Fools’ van Aretha ‘Queen Of Soul’ Franklin om vervolgens af te ronden met nog een Tony Joe White-moment, ‘Polk Salad Annie’. Stuk voor stuk schitterende songs die eventjes leuk klonken maar nooit een bedreiging vormden voor de originele versies. Ian Siegal krijgt later dit jaar nog een herkansing op het bluesfestival Swing Wespelaar maar dan zonder The Mississippi Mudbloods. Als hij ook daar een onvoldoende haalt moet hij het jaar overdoen. |