4/5/6 mei is zowat een van de meest druk bezette weekends die je je maar kunt voorstellen. Maar meteen ook de datum van afspraak voor een nieuwe editie van Moulin Blues, het bluesfestival dat al enige tijd zijn grenzen heeft verlegd en nu ook buiten de blueslijnen kleurt met andere vormen van muziek. Op zich een positief punt voor de organisatie die hiermee een grotere doelgroep wil bereiken maar… doe dan toch wat aan je naam om enigszins geloofwaardig te blijven overkomen. Dat waren toch enkele gedachtegangen die ik in de Moulin Blues café op vrijdagavond kon opvangen. Als je de naam ‘Blues’ in je vaandel draagt, laat het dan ook alleen maar blues zijn wat uit de luidsprekers zal knallen, lekkere blues om bij weg te dromen, zelfs een beetje bluesrock mag dan als dessert geserveerd worden.
Toen ik vrijdagavond arriveerde, en mede door de werkzaamheden die ik zowat in ieder gepasseerd dorp moest trotseren (ze hebben kennelijk weer geld gevonden, die politiekers hier!) kwam ik veel te laat aan en ik kon nog net enkele nummers van onze landgenoot Guy Verlinde meepikken. Lightnin’ Guy, en vraag me niet hoe het komt, heeft last om gitaristen aan boord te houden want Bart Mulders (gitarist - Hound Dog Taylor-project) is mee gestopt omdat andere activiteiten voor hem van groter belang blijken te zijn. Hoe dan ook werd de leemte opgevuld door Richard Van Bergen van de Shiner Twins. Wonderwel werkte dit fantastisch want Guy was gewoonweg weer in zijn nopjes.
Tijdens de pauses kregen we blues geserveerd van een andere Belg, nl. Tiny Legs Tim uit Gent. Gelukkig voor Tim is zijn ziekte verdwenen, een ervaring die hem toch enkele jaren uit de running heeft gehouden en de tijd die hij daarmee verloren heeft wordt nu ruimschoots weer ingehaald. Wie Tim reeds bezig zag weet dat hij zijn songs met enorm veel gevoel weet te presenteren. Zijn paden leiden ons naar vooroorlogse blues waar we de werken van o.m. Robert Johnson en Son House ontegensprekelijk te verwerken krijgen maar dat hij ook een beetje met zijn eigen verleden, de periode van pillen en hospitaalbedden, kapt is zowaar een constante in zijn songs geworden.
Op vrijdagavond was het nog lekker zonnig weer want vele bezoekers zochten hun heil elders dan in de warme tent. Maar naargelang de schemer in avondrood begon te veranderen, zo kregen we ook een meer gevoelig koudere temperatuur.
Toen ik vrijdagavond arriveerde, en mede door de werkzaamheden die ik zowat in ieder gepasseerd dorp moest trotseren (ze hebben kennelijk weer geld gevonden, die politiekers hier!) kwam ik veel te laat aan en ik kon nog net enkele nummers van onze landgenoot Guy Verlinde meepikken. Lightnin’ Guy, en vraag me niet hoe het komt, heeft last om gitaristen aan boord te houden want Bart Mulders (gitarist - Hound Dog Taylor-project) is mee gestopt omdat andere activiteiten voor hem van groter belang blijken te zijn. Hoe dan ook werd de leemte opgevuld door Richard Van Bergen van de Shiner Twins. Wonderwel werkte dit fantastisch want Guy was gewoonweg weer in zijn nopjes.
Tijdens de pauses kregen we blues geserveerd van een andere Belg, nl. Tiny Legs Tim uit Gent. Gelukkig voor Tim is zijn ziekte verdwenen, een ervaring die hem toch enkele jaren uit de running heeft gehouden en de tijd die hij daarmee verloren heeft wordt nu ruimschoots weer ingehaald. Wie Tim reeds bezig zag weet dat hij zijn songs met enorm veel gevoel weet te presenteren. Zijn paden leiden ons naar vooroorlogse blues waar we de werken van o.m. Robert Johnson en Son House ontegensprekelijk te verwerken krijgen maar dat hij ook een beetje met zijn eigen verleden, de periode van pillen en hospitaalbedden, kapt is zowaar een constante in zijn songs geworden.
Op vrijdagavond was het nog lekker zonnig weer want vele bezoekers zochten hun heil elders dan in de warme tent. Maar naargelang de schemer in avondrood begon te veranderen, zo kregen we ook een meer gevoelig koudere temperatuur.
Van temperatuur gesproken, Vidar Busk, en wie hem enkele maanden geleden nog aan ‘t werk zag in de M-o-d in Hasselt weet wat deze Viking serveert. Samen met zijn band Bubble of Trouble stond de man reeds op dit podium. Dit moet ergens in 1998 geweest zijn. En zijn naam kom je dan ook niet tegen op gelijk welke affiche. Een mix van stijlen, van countryrock naar boogie woogie en gooi er maar de nodige portie swing en rock ‘-n’ roll bij zonder de blues uit het zicht te verliezen, dat is wat je mag verwachten van deze Noorse stoommachine. En dat hij ook graag even in de groententuin van enkele bekende musicals wist te graspen dat werd ons vanavond zeer duidelijk gemaakt. Als men iemand aankondigt die garant kan staan voor een “stomende en danswekkende show” dan hadden we dit toch ook moeten merken aan de bezoekers. Eerlijk gezegd heb ik niemand gezien die spontaan met de beentjes stond te zwengelen. Vidar Busk, of het ‘buskruit’ dat helaas niet knalde zoals het hoorde te knallen.
Dat kunnen we wel zeggen van de volgende act. Met zijn nogal ietwat vreemde naam, Israel Nash Gripka, kon de predikantenzoon toch voor meer leven in de brouwerij zorgen. Met deze outfit, die voor de nodige decibels zorgde, gingen we meteen over de grenzen van de blues en kregen we een serieus potje Americana te verwerken. Wat me meteen opviel was dat de kerel ,verantwoordelijk voor de belichting, een beetje uit de bol ging. Op een ‘Blues’-festival is het niet echt de bedoeling om dezelfde effecten te creëren die we op hard rock en metalfestivals te zien krijgen. Een beetje meer ingetogen belichting had meer dan genoeg geweest want de muziek van Gripka tornde gewoonweg boven de belichting uit. Of was dit een onderdeel dat in zijn contract stond vermeld en moest nageleefd worden? Enfin, ik weet het niet maar het was soms een beetje teveel van het goede. Wie van John Fogerty, Bob Seger en een snuifje Neil Young houdt, kwam nu goed aan zijn trekken. Gripka hield de maat erin en nergens kon ik een slap moment ontdekken. Een zeer sterke act van een band die nu stilaan meer voet aan wal krijgt hier in Europa. Zeker geen naam voor een kleine club die eigenlijk meer intimistische concerten programmeren.
En met dit concert zal de avond er voor mij op. Big Pete Blues Band en Jim Suhler & Monkey Beat zijn nu net twee bands die mij niet echt kunnen bekoren. Big Pete is de laatste jaren wel zeer sterk uit de verf gekomen en al wat hij doet zal wel klinken zoals het hoort maar de verleiding voor mij althans is niet aanwezig. Jim Suhler, en sidekick van George Thorogood, is al evenmin een naam die mij helemaal niet kan bekoren.
Ik keek al met volle belangstelling uit naar de dag die zou komen maar voor mij werd het een dag van kommer en kwel want buikkrampen en diarree, kennelijk te wijten aan iets wat ik op het festival had gegeten, weerhielden me om me weer richting Ospel te begeven. Van een (te kort voor mij) festival gesproken…
Dat kunnen we wel zeggen van de volgende act. Met zijn nogal ietwat vreemde naam, Israel Nash Gripka, kon de predikantenzoon toch voor meer leven in de brouwerij zorgen. Met deze outfit, die voor de nodige decibels zorgde, gingen we meteen over de grenzen van de blues en kregen we een serieus potje Americana te verwerken. Wat me meteen opviel was dat de kerel ,verantwoordelijk voor de belichting, een beetje uit de bol ging. Op een ‘Blues’-festival is het niet echt de bedoeling om dezelfde effecten te creëren die we op hard rock en metalfestivals te zien krijgen. Een beetje meer ingetogen belichting had meer dan genoeg geweest want de muziek van Gripka tornde gewoonweg boven de belichting uit. Of was dit een onderdeel dat in zijn contract stond vermeld en moest nageleefd worden? Enfin, ik weet het niet maar het was soms een beetje teveel van het goede. Wie van John Fogerty, Bob Seger en een snuifje Neil Young houdt, kwam nu goed aan zijn trekken. Gripka hield de maat erin en nergens kon ik een slap moment ontdekken. Een zeer sterke act van een band die nu stilaan meer voet aan wal krijgt hier in Europa. Zeker geen naam voor een kleine club die eigenlijk meer intimistische concerten programmeren.
En met dit concert zal de avond er voor mij op. Big Pete Blues Band en Jim Suhler & Monkey Beat zijn nu net twee bands die mij niet echt kunnen bekoren. Big Pete is de laatste jaren wel zeer sterk uit de verf gekomen en al wat hij doet zal wel klinken zoals het hoort maar de verleiding voor mij althans is niet aanwezig. Jim Suhler, en sidekick van George Thorogood, is al evenmin een naam die mij helemaal niet kan bekoren.
Ik keek al met volle belangstelling uit naar de dag die zou komen maar voor mij werd het een dag van kommer en kwel want buikkrampen en diarree, kennelijk te wijten aan iets wat ik op het festival had gegeten, weerhielden me om me weer richting Ospel te begeven. Van een (te kort voor mij) festival gesproken…





