The Night Of The Proms 2010 • 22 oktober 2010 Sportpaleis Antwerpen
|
Vorig jaar vierden we nog de 25e verjaardag van dit event en eigenlijk heb ik geen verschil gemerkt tussen een 25é of een 26e jaar. Maar daar treuren we zeker niet om omdat de affiche van dit jaar weer een spraakmakende was. Toch liep de muziektempel maar traagjes vol en bij de geluiden van de overture merkte ik toch nog vele lege zitjes op. Maar gelukkig was dat niet van lange duur want alle ogen (en bijzonder die van de jonge meisjes onder het publiek) waren gericht op de Britse jonge violist Charlie Siem. Zijn interesse voor de klassieke viool kwam er nadat hij via de radio overdonderd werd door de klanken van Beethovens vioolconcert. Zijn carrièrerichting stond vast: hij zou violist worden en wat voor een. Voor mij een eerste kennismaking met de superkwaliteiten van deze jonge kerel die met ‘Caprice 1 or 5’ van Paganini het vuur aan de lont stak. Tijdens de pauze kon ik wel enkele vreemde reacties opvangen van jonge meisjes (waarvan de hormonen op hol waren geslagen) die Charlie wel zagen zitten en niet alleen om zijn muziek. En voor de volgende muzikale gast, Boy George, hoorden we dit soort commentaar niet, misschien wel van de androgynekant van het publiek, wie zal het zeggen? Maar een ding is zeker, je bent een fan van hem of niet maar George Alan O’Dowd (oftewel Boy George) is een zeer innemend en vriendelijk man, met een ietwat scheef getrokken verleden dat hij –gelukkig voor hem- recht heeft weten te zetten. Wie nu nog niet weet dat Boy George destijds de charismatische frontman van Culture Club was, zal het nooit weten. Misschien kennen ze hem nog wel van de minder bekende band Jesus Loves You. Nog steeds uitgedost als half man-half vrouw (qua make-up) bracht hij het publiek weer in extase met zijn hits van weleer. ‘Karma Chameleon’ en ‘Do You Want To Hurt Me’ gingen er bij het publiek in als zoete broodjes. En voor zijn meer akoestische uitstapjes nam hij zijn gitarist John Seymus mee op sleeptouw. Maar toch liep niet alles goed af voor George want in het tweede gedeelte van de show -tijdens ‘Karma Chameleon’-, waarbij Charlie Siem, John Seymus en enkele dames van het backing koor Boy George bijstonden liep het een beetje mis tot Charlie zijn publiek wuifde en net op dat moment kwam het hoofd van Boy George daartussen met als gevolg dat zijn mooie hoed bijna een goede anderhalve meter lager op de grond terecht komt. Ik heb hem nog nooit zo snel zien reageren om het noodzakelijk attribuut weer op zijn kale kop te krijgen. Maar goed ‘accidents happen’. En dat kregen we nog tweemaal te verteren maar in andere vorm.
De fans van de Amerikaanse Grace Jones konden weer genieten van een auditieve maar fel overtroffen visuele show. Wie haar kent van haar liveshows weet dat ze voor ieder nummer een andere outfit aantrekt. En wat voor een. Spijtig genoeg mochten we maar van eentje foto’s maken. Maar het loonde de moeite om haar bewegingen op de catwalk te ondergaan. En de muziek speelde hier eigenlijk maar een bijrol. Toch kregen we zeer goede versie van o.a. ‘I’ve Seen This Face Before’ waarbij ze het ganse nummer met een halve –en naakte- mannequinpop om haar heen het nummer uitdanste. Dat leek haar geen probleem te zijn maar ze moest blijkbaar wel haar microsetje regelmatig met de hand vasthouden… of was dit een zenuwtikje? Ondertussen kondigde Carl Huybrechts aan dat dirigent Robert Groslot ondertussen in het huwelijksbootje was gestapt en dat moest uiteraard gevierd worden met Mendelsohns ‘The Wedding March’. Dat John Miles – en hij blijft superieur in zijn vak- nog andere nummers dan ‘Music’ mag vertellen aan zijn publiek werd meteen duidelijk gemaakt met zijn schitterende versie van ‘Mack The Knife’ waarop hij op viool door Charlie Siem werd bijgestaan. Het einde van het eerste werd ingezet door… juist ‘Music’ van John Miles die daarna nog even in het gezelschap van Grace Jones het gordijn voor een halfuurtje naar beneden liet. Na de pauze zette Il Novecento het geheel weer in gang met ‘Italiana In Algerie’ gevolgd – en hoe kon het ook anders met deze titel- door John Miles met ‘The Show Must Go On’. Ieder jaar hebben ze wel een mysteriegast en dit jaar was het niet anders. De eer viel te beurt aan Barry Hay (Golden Earring) en hij opende met het Earring wereldsucces ‘Radar Love’ dat op véél respons vanuit het publiek kon rekenen. Afsluiten deed hij met een andere grote hit ‘When The Lady Smiles’. Barry was nog goed bij stem maar in ‘Radar Love’ betrapte ik hem toch op enkele onzuiverheden die hem hierbij vergeven zijn. In afwachting van de man die we beter kennen met het houthakkershemd en zijn onafscheidelijke gitaar werden we geëntertained door Grace Jones in een nu wat sexy outfit. Tijdens het ganse 'Slave To The Rhythm' draaide een hoolahoop om haar heup. Je moet het toch maar kunnen maar helaas – en dat was het tweede schoonheidsfoutje die avond- viel de roterende ring naar beneden net op de moment dat Jones het niet verwacht had. En dat filmmuziek een terugkerend fenomeen op de Proms is werd dit jaar nog maar eens onderstreept met een hommage aan de ‘Harry Potter’-cyclus. Het groot orkest, ondersteund door het koor Fine Fleur’ brachten met momenten soms ontroerende sequenses uit de moderne filmmuziek. Boy George bracht ons nog een hulde aan Elvis met het door Willy Nelson geschreven ‘Always On My Mind’. Weer bijgestaan door zijn gitarist en het grote orkest kregen we toch een mooie innemende versie. En het publiek kon het niet laten, de eensteensleper werd heruitgevonden. We hebben nu meer dan genoeg gewacht op de legendarische frontman van CCR of de Blue Ridge Rangers, John Fogerty. Ditmaal had men hem in een mooi pak gehezen. Uiteraard kwam het publiek voor de hits van CCR en zeker niet voor het meer speciale solowerk van Fogerty. Maar bij het tweede nummer ging er al wat verkeerd: de micro werkte niet en dat zette kwaad bloed bij onze gitaarslinger met als gevolg dat hij enkele plectrums de hoogte ingooide en zéker niet naar het publiek. Dat was meteen het derde schoonheidsfoutje op deze editie. Van John kregen we nummers die overbekend zijn waaronder ‘Bad Moon Rising’ en ‘Down On The Corner’. Na het verplichte ‘Land Of Hope And Glory’ kregen we de finale met als hoofdthema ‘Proud Mary’. Iedere muzikant op het podium zette zijn beste beentje voor om dit nummer toch enigszins anders te laten klinken dan we gewend zijn van CCR. Was de Proms 2010 een succes? Wel voor velen, want het was eigenlijk niets anders dan een zoveelste herhaling van vorige jaren. Het is niet wie er op het podium staan, of wat zij brengen, neen, het gaat gewoonweg om de sfeer, geruggesteund uiteraard door de knappe digitale technologieën waarvoor het Sportpaleis zo bekend is, en die zat er ook dit jaar zeer stevig in. Dus Jan & Jan mogen op beide oren slapen… |
























