_Vanuit Finland is men sinds enige tijd wereldwijd bezig met de promotie van de Finse cultuur onder de noemer “Northern Accents”. In dat rijtje mag Värttinä zeker niet ontbreken. De groep werd in 1983, bijna dertig jaar geleden dus, opgericht als jeugdproject van de zusjes Sari en Mari Kaasinen in het dorpje Rääkkylä in het Zuidoosten van Finland (Karelië).
Vooral begin jaren ’90 ging het heel hard met deze groep. Maar van de originele bezetting blijft enkel Mari Kaasinen, één van de drie zangeressen over. Maar dat mag de pret niet drukken want de leidraad bij de veelvuldige personeelswisselingen binnen deze groep is altijd de kwaliteit van de muzikanten geweest.
Vooral begin jaren ’90 ging het heel hard met deze groep. Maar van de originele bezetting blijft enkel Mari Kaasinen, één van de drie zangeressen over. Maar dat mag de pret niet drukken want de leidraad bij de veelvuldige personeelswisselingen binnen deze groep is altijd de kwaliteit van de muzikanten geweest.
_De kenmerken hoge zang die Värttinä hanteert met drie (vroeger vier) zangeressen is eigenlijk toevallig ontstaan. In hun beginperiode werd de groep door het publiek aangemaand om luider te zingen en toen ze dat inderdaad deden bleek deze manier van zingen perfect aan te sluiten bij de traditionele manier van zingen in Karelië.
Bij volksmuziek denkt het grote publiek vaak aan traditionele gezangen. Dat is inderdaad de start geweest van Värttinä maar vrij snel begon de groep zelf nummers te componeren. Noem het een mix van Fins-Oegrische volksmuziek met een sterke rock en jazz inslag gespeeld op akoestische instrumenten. Ik denk dat we gerust mogen stellen dat deze groep zeer inspirerend is geweest voor een Vlaamse groep zoals Lais.
De groep zette in met een prachtige acappella zang waarbij meteen bleek hoe goed de zangeressen Mari Kaasinen, Susan Aho en Johanna Virtanen wel niet zijn. Muzikaal was het ook overduidelijk dat de mix accordeon, gitaar, contrabas en drums perfect ineenvloeit met de onvoorstelbaar wendbare stemmen van de drie blonde zangeressen. Op ‘Nightfires’, vergeeft u mij dat ik de juiste Finse titel niet wist te noteren, kwam de poppy en rockende kant van Värttinä direct op de proppen. Hetzelfde geldt voor een nieuw liedje over “een meisje uit Tetuturcel” en op ‘Odolai’.
Maar de groep speelt nooit op safe. Na enkele vlotte nummers wordt moeiteloos overgeschakeld op een Karelische traditional die zich heel bezwerend en geheimzinnig op gang trekt en waarbij de achtergrondstemmen van de vier muzikanten samen met de drums voor een stevige fundering zorgen. “Ja ja de muzikanten kunnen ook zingen” riepen Mari, Susan en Johanna uitgelaten.
‘Oi Dai’ het titelnummer uit hun gelijknamige doorbraakplaat uit 1991 klonk zeer ingetogen en af en toe bijna pastoraal. Wondermooi dus. Daarna volgde een sneller nummer uit één van hun succesplaten Aitara uit 1994. Daarna was het tijd voor ‘Cape’ een nummer dat in Vlaanderen bekend is van Lais. Lais zong van ons nummers vertelde Susan, dan zingen wij ook graag een nummer van hen. Het resultaat mocht er zijn. Het was fijn om af en toe wat commentaar en duiding te krijgen. Bij ‘Northern Light’ werd verteld dat elke keer er een meisje danst aan de poolcirkel het Noorderlicht gaat glinsteren. En als zo’n liedje dan perfect word gezongen door drie dansende blonde nimfen begeleid door erg goede muzikanten dan kan je je als toeschouwer alleen maar bevoorrecht voelen. De inventieve choreografie en de goede luim van de drie zangeressen stralen bovendien meer dan positief af op de live-prestatie van deze groep. Hoe goed hun platen ook zijn, dit maak je alleen maar live mee!
Bij volksmuziek denkt het grote publiek vaak aan traditionele gezangen. Dat is inderdaad de start geweest van Värttinä maar vrij snel begon de groep zelf nummers te componeren. Noem het een mix van Fins-Oegrische volksmuziek met een sterke rock en jazz inslag gespeeld op akoestische instrumenten. Ik denk dat we gerust mogen stellen dat deze groep zeer inspirerend is geweest voor een Vlaamse groep zoals Lais.
De groep zette in met een prachtige acappella zang waarbij meteen bleek hoe goed de zangeressen Mari Kaasinen, Susan Aho en Johanna Virtanen wel niet zijn. Muzikaal was het ook overduidelijk dat de mix accordeon, gitaar, contrabas en drums perfect ineenvloeit met de onvoorstelbaar wendbare stemmen van de drie blonde zangeressen. Op ‘Nightfires’, vergeeft u mij dat ik de juiste Finse titel niet wist te noteren, kwam de poppy en rockende kant van Värttinä direct op de proppen. Hetzelfde geldt voor een nieuw liedje over “een meisje uit Tetuturcel” en op ‘Odolai’.
Maar de groep speelt nooit op safe. Na enkele vlotte nummers wordt moeiteloos overgeschakeld op een Karelische traditional die zich heel bezwerend en geheimzinnig op gang trekt en waarbij de achtergrondstemmen van de vier muzikanten samen met de drums voor een stevige fundering zorgen. “Ja ja de muzikanten kunnen ook zingen” riepen Mari, Susan en Johanna uitgelaten.
‘Oi Dai’ het titelnummer uit hun gelijknamige doorbraakplaat uit 1991 klonk zeer ingetogen en af en toe bijna pastoraal. Wondermooi dus. Daarna volgde een sneller nummer uit één van hun succesplaten Aitara uit 1994. Daarna was het tijd voor ‘Cape’ een nummer dat in Vlaanderen bekend is van Lais. Lais zong van ons nummers vertelde Susan, dan zingen wij ook graag een nummer van hen. Het resultaat mocht er zijn. Het was fijn om af en toe wat commentaar en duiding te krijgen. Bij ‘Northern Light’ werd verteld dat elke keer er een meisje danst aan de poolcirkel het Noorderlicht gaat glinsteren. En als zo’n liedje dan perfect word gezongen door drie dansende blonde nimfen begeleid door erg goede muzikanten dan kan je je als toeschouwer alleen maar bevoorrecht voelen. De inventieve choreografie en de goede luim van de drie zangeressen stralen bovendien meer dan positief af op de live-prestatie van deze groep. Hoe goed hun platen ook zijn, dit maak je alleen maar live mee!
_Opvallend is bovendien dat de klankbalans tussen stemmen en instrumenten bij deze groep gedurende het hele concert de perfectie benaderde. De stemmen zitten altijd goed, maar dat betekent niet dat de instrumenten zacht moeten spelen of moeten afremmen; integendeel.
In het midden van de set konden we ‘Ayó’ tot voorlopig hoogtepunt uitroepen. Het nummer handelt over een man die door een slang werd gebeten en stilaan gek wordt. Als enige remedie blijft het uitroepen van een vloek over de slang. Een nummer vol met mythologie en legenden, een fantastische accordeon en een erg overtuigende choreografie van de zangeressen die niet moet onderdoen voor het betere theaterwerk.
Er was ook plaats voor nieuw werk. Zo presenteerde de groep een suite in vier delen ‘The Elf’. “Elfen blijken soms als kwaadaardige wezens beschouwd te worden” aldus de accordeonist, “maar ze wonen liever in het licht dan in de duisternis”. Deze suite bood zowat alles: een geheimzinnig, spannend begin, geweldige solo-inspanningen van de drummer en de accordeonist, een volle sound die soms naar de symfonische rock neigde en fantastische stemmen die volle bak tot een crescendo-einde leidden.
In het laatste deel van het concert hadden we nog recht op het snelste liedje uit het Värttinä-repertoire (snel, sneller, snelst), op een soortement liefdeslied en op ‘Rogevriko’ over een stout meisje, een dansbaar, wervelend liedje met Slavische invloeden waar het spelplezier van de groep er gewoon van af droop.
Daarna was het tijd voor een meer dan verdiende bis voor een concert dat nog lang in ons geheugen zal blijven zitten. Värttinä heeft een aantal jaren stil gelegen. Ik hoop van harte dat ik ze nog een paar keer kan meemaken. Een ervaring die je niet mag laten schieten.
In het midden van de set konden we ‘Ayó’ tot voorlopig hoogtepunt uitroepen. Het nummer handelt over een man die door een slang werd gebeten en stilaan gek wordt. Als enige remedie blijft het uitroepen van een vloek over de slang. Een nummer vol met mythologie en legenden, een fantastische accordeon en een erg overtuigende choreografie van de zangeressen die niet moet onderdoen voor het betere theaterwerk.
Er was ook plaats voor nieuw werk. Zo presenteerde de groep een suite in vier delen ‘The Elf’. “Elfen blijken soms als kwaadaardige wezens beschouwd te worden” aldus de accordeonist, “maar ze wonen liever in het licht dan in de duisternis”. Deze suite bood zowat alles: een geheimzinnig, spannend begin, geweldige solo-inspanningen van de drummer en de accordeonist, een volle sound die soms naar de symfonische rock neigde en fantastische stemmen die volle bak tot een crescendo-einde leidden.
In het laatste deel van het concert hadden we nog recht op het snelste liedje uit het Värttinä-repertoire (snel, sneller, snelst), op een soortement liefdeslied en op ‘Rogevriko’ over een stout meisje, een dansbaar, wervelend liedje met Slavische invloeden waar het spelplezier van de groep er gewoon van af droop.
Daarna was het tijd voor een meer dan verdiende bis voor een concert dat nog lang in ons geheugen zal blijven zitten. Värttinä heeft een aantal jaren stil gelegen. Ik hoop van harte dat ik ze nog een paar keer kan meemaken. Een ervaring die je niet mag laten schieten.





