Steve Winwood / The Holmes Brothers • 16 oktober 2010 Ancienne Belgique Brussel
|
Uitverkochte zalen, het behoort stilaan tot het verleden, de voorbije weken kregen noch Supertramp, Steve Miller, Santana of Joe Cocker het voor mekaar in de grotere concertzalen. Bij de AB hebben ze daar blijkbaar minder last van. Vorige week speelde Joe Jackson en Jeff Beck nog voor een uitverkocht huis maar voor Steve Winwood liep het niet meteen storm. De man passeerde enkele maanden geleden nog geflankeerd door Eric Clapton in een afgeladen Sportpaleis. Het overaanbod speelt duidelijk parten en de middelgrote zaal van de AB raakte zaterdagavond dan ook niet helemaal gevuld. Het voorprogramma begon iets vroeger terwijl het publiek langzaam binnensijpelde. Het is ondertussen al een tijdje geleden dat The Holmes Brothers het op het Peerse Bluesfestival imponeerden met een begeesterend mengsel van soul, gospel en blues. De broers Wendell en Sherman zijn afkomstig uit Virginia en beleefden hun vroegste muzikale ervaringen in het gospelkoor het was dan ook niet verwonderlijk dat de hymne ‘Amazing Grace’ nog eens werd bovengehaald als opener. De ijle falsetto van drummer Popsy Dixon zorgde voor een fraai contrast met de rauwe zang van gitarist Wendell en diepe grom van bassist Sherman. Na een het van Jim Reeves en Ry Cooder bekende ‘He’ll Have To Go’ was het tijd voor een selectie uit het recente werkstuk ‘Feed My Soul’, ‘Dark Cloud’ en ‘You’re The Kind Of Trouble’ dreven op een aanstekelijke ritmiek en werden afgewisseld met door Popsy gedebiteerde interpretaties van Beatleswerk. Het duurde even voor we ‘And I Love Her’ en even later een schitterend ‘I’ll Be Back’ herkenden maar die muzikale pareltjes vormden in ieder geval een fraai intermezzo in een (te) korte set. The Holmes Brothers sloten af zoals ze begonnen waren met door de Heer geïnspireerde gezangen. Steve Winwood schreef op zijn vijftiende al geschiedenis bij Spencer Davis Group, die met stomende R&B groepen als The Animals en Rolling Stones beconcurreerde. Later volgde een indrukwekkend hoofdstuk met Traffic, even onderbroken door een supergroep Blind Faith, om vervolgens met Afro, Latin en jazzelementen te experimenteren. Na enkele knappe soloplaten evolueerde Winwood naar meer gestroomlijnde soul en funktoestanden. Winwood werd geflankeerd door vier muzikanten. De percussionistentandem met een flamboyante Karl Vanden Bossche verpakte de obligate opener ‘I’m A Man’ in een strakke funkuitvoering, die naadloos overliep in het nieuwere werk uit ‘Nine Lives’. Die laatste cd is ongetwijfeld de beste sinds het uit ’86 daterende ‘Back In The Highlife Again’, waaruit overigens enkel ‘Higher Love’ werd opgediept. Winwood stookte zijn Hammond warm en bediende minzaam de baspedalen en weet nog steeds te overtuigen met zijn fenomenaal stemgeluid. Paul Booth, die voortdurend van tenorsax naar sopraansax pendelde, leverde schitterend werk af en neemt even plaats achter de Hammond. Zo kan Winwood zich volledig op gitaar concentreren. We horen een fraaie uitvoering van ‘Can’t Find My Way Home’ uit de Blind Faith-periode. En in ‘Dirty City’ illustreert Winwood met klasse even zijn vingervlugheid. Helaas verzandden die uitvoeringen van dat nieuwe werk meermaals in iets te langdradige technische hoogstandjes. Die zijn uiteraard ook aanwezig in het Traffic-luikje, met een glansrol voor het blaaswerk van Paul Booth, maar het klinkt allemaal wat draaglijker in dat superieure werk uit een ver verleden ‘Low Spark Of High Heeled Boys’ loopt naadloos over in ‘Empty Pages’. Wellicht speelt nostalgie en de Hendrixiaanse gitaarsolo een niet geringe rol in onze beoordeling maar met een hemels ‘Dear Mr. Fantasy’ wordt mooi afgerond en met de obligate, strakke afsluiter ‘Gimme Some Lovin’ neemt Winwood afscheid van zijn fans. |














