100 CLUB

The Stones
Deze oude, roemrijke club behoort nog steeds bij de operationele clubs die zowel Brits als Amerikaans talent afficheren. Gelegen aan Oxford Street, 100 (trapje af en je bent in de club) is deze kleine locatie steeds een leuke plaats om enkele van je favoriete bands van ‘dichtbij’ te kunnen aanschouwen.
Dick Taylor, Brian Pendleton, John Stax, Viv Prince en Phil May, ja, The Pretty Things was een van die bands die daar de dienst uitmaakten. Dat was tijdens de periode 1964 - 1965 en ze stonden er voor bekend een ruige bende te zijn, hun muziek stond altijd veel te hard en natuurlijk gingen de joints daar in het rond.
Je moet hier geen strikte dresscode of zo verwachten. De 100 Club wordt voornamelijk bezocht door mensen die geen eisen stellen (behalve dan goede muzikale eisen), graag hun kont neer plaveien op een oranje plastic stoel en witte tafeltjes maken samen met de knalrode muren het geheel compleet. Van een kleurenschakering gesproken. Uiteraard werden de bloedrode muren versierd met foto’s van optredens en affiches. In een woord, de uitstekende plaats om naar muziek te komen luisteren én zien of gewoonweg een leuke plaats om je volgende party te organiseren, wat nu de dag van vandaag nog steeds wordt gedaan.
Maar het begon voor deze club allemaal met jazz. Dit was 1942 maar al snel bleek dat de formule niet goed werkte en deze jazzclub veranderde vrij frequent van naam totdat in 1964 een totaal nieuwe weg werd bewandeld en de club zijn uiteindelijke naam kreeg. Uiteraard lokte dit de vele Britse bands die toen de kop opstaken en het werd meteen een ‘place to be’. En buiten hun huisorkest The Pretty Things konden de toeschouwers bands als The Kinks, Spencer Davis Group, The Yardbirds, Jeff Beck Group en zelfs John Mayall & His Bluesbreakers frequent zien optreden. Maar ondertussen was er een frisse wind komen overwaaien vanuit de USA en namen als Muddy Waters, Otis Span, Bo Diddley en Albert King hebben daar hun zweet achter gelaten.
Op 13 april 1964 maakte een échte Modband, The Who, daar zijn debuut. Enkele weken na dit debuut werd hun drummer Dough Sandom uit de band gezet en moest plaatsmaken voor… ja Keith Moon. En dit lag niet aan zijn drumwerk maar de platenbazen vonden hem eigenlijk al wat té oud voor deze rockformatie. Het was Pete Townsend die Dough na dit optreden het nieuws ging melden.
Toen Moon auditioneerde voor drummer van de band sloeg hij er in de kortste tijd in zijn drumstel naar de verdommenis te helpen en de overige leden realiseerden zich dat ze nu hun juiste drummer hadden gevonden. Het is dan ook niet overdreven om te zeggen dat het slagwerk van Keith Moon het totale gelaat van The Who heeft veranderd.
Nog een ander verhaaltje dat aan deze club mag gekoppeld worden, en dat plaats vond in april 1964, is een optreden van de 17-jarige Steve Marriott die met zijn toenmalige band The Moments buiten de verplichte Chuck Berry en Buddy Holly-kost ook eigen nummers speelde. Dit was zeer uniek tijdens deze boomdagen in de Britse beat. Later zou hij met Ronnie Lane de legendarische Small Faces oprichten.
Dankzij de Amerikanen die daar reeds het publiek een leuke show gaven, kwam het bestaan van deze club aan de oren van Sonny & Cher en het was hier dat dit duo zijn enigste officiële optreden op Britse grond gaf.
Maar medio jaren zeventig, en de opkomst van de punkrage, werd deze club eigenlijk het bolwerk van deze ietwat vreemde muziekbeweging. Enkele decennia later, meer in de buurt van de jaren negentig, werd het de showroom waar voornamelijk bands als Oasis en Suede hun ding deden.
Maar het meest memorabele event werd verwezenlijkt door niemand minder dan The Rolling Stones. In 1986 hielden Jagger en zijn Stones een privé memorial concert ter ere van de oprichter van de club Ian Stewart die kort daarvoor overleden was. Maar eigenlijk was dit concert tweeledig want in die periode boterde het niet goed tussen Jagger en Richards en ze hoopten met dit concert op een verzoening. Uiteraard kon men onder de genodigden enkele beroemde namen noteren : Eric Clapton, Jeff Beck en Pete Townsend en natuurlijk hadden zij hun gitaar bij. Wat had je anders verwacht?
In 1980 gaven The Stones daar ook een concertje.
De 100 Club en Ronnie Scott’s zijn nog steeds twee draaiende muziekclubs uit deze bloeiende beginperiode van de Britse beat en de huidige eigenaar speelt met de idee om de club alsnog, en omwille van een te hoge huurprijs, te sluiten.
Op 31/12/2009 speelde Chas & Dave daar nog en ze werden geflankeerd door o.a. Rabbitt, London Girls e.a. Dus alle redenen om ze open te houden.
Wanneer je vroeger op Oxford Street wandelde moest je goed uitkijken of je er niet voorbij liep. Nu hangt er een uithangbord met de naam op. Gelukkig en dan binnen ‘all the way down… ‘
Anno 2009 en 2010 wordt er in de club véél opgetreden en het zijn niet de minsten die daar komen spelen. Eli ‘Paperboy’ Reed, Wishbone Ash, The Groundhogs, Eddie & The Hot Rods, Edgar Broughton Band, Colin Blunstone Band, dus reden te meer om het kanaal eens over te steken om een leuk concert, in een leuke omgeving, bij te wonen. Zeker niet te missen.
100 Club
Oxford Street 100
London
Dick Taylor, Brian Pendleton, John Stax, Viv Prince en Phil May, ja, The Pretty Things was een van die bands die daar de dienst uitmaakten. Dat was tijdens de periode 1964 - 1965 en ze stonden er voor bekend een ruige bende te zijn, hun muziek stond altijd veel te hard en natuurlijk gingen de joints daar in het rond.
Je moet hier geen strikte dresscode of zo verwachten. De 100 Club wordt voornamelijk bezocht door mensen die geen eisen stellen (behalve dan goede muzikale eisen), graag hun kont neer plaveien op een oranje plastic stoel en witte tafeltjes maken samen met de knalrode muren het geheel compleet. Van een kleurenschakering gesproken. Uiteraard werden de bloedrode muren versierd met foto’s van optredens en affiches. In een woord, de uitstekende plaats om naar muziek te komen luisteren én zien of gewoonweg een leuke plaats om je volgende party te organiseren, wat nu de dag van vandaag nog steeds wordt gedaan.
Maar het begon voor deze club allemaal met jazz. Dit was 1942 maar al snel bleek dat de formule niet goed werkte en deze jazzclub veranderde vrij frequent van naam totdat in 1964 een totaal nieuwe weg werd bewandeld en de club zijn uiteindelijke naam kreeg. Uiteraard lokte dit de vele Britse bands die toen de kop opstaken en het werd meteen een ‘place to be’. En buiten hun huisorkest The Pretty Things konden de toeschouwers bands als The Kinks, Spencer Davis Group, The Yardbirds, Jeff Beck Group en zelfs John Mayall & His Bluesbreakers frequent zien optreden. Maar ondertussen was er een frisse wind komen overwaaien vanuit de USA en namen als Muddy Waters, Otis Span, Bo Diddley en Albert King hebben daar hun zweet achter gelaten.
Op 13 april 1964 maakte een échte Modband, The Who, daar zijn debuut. Enkele weken na dit debuut werd hun drummer Dough Sandom uit de band gezet en moest plaatsmaken voor… ja Keith Moon. En dit lag niet aan zijn drumwerk maar de platenbazen vonden hem eigenlijk al wat té oud voor deze rockformatie. Het was Pete Townsend die Dough na dit optreden het nieuws ging melden.
Toen Moon auditioneerde voor drummer van de band sloeg hij er in de kortste tijd in zijn drumstel naar de verdommenis te helpen en de overige leden realiseerden zich dat ze nu hun juiste drummer hadden gevonden. Het is dan ook niet overdreven om te zeggen dat het slagwerk van Keith Moon het totale gelaat van The Who heeft veranderd.
Nog een ander verhaaltje dat aan deze club mag gekoppeld worden, en dat plaats vond in april 1964, is een optreden van de 17-jarige Steve Marriott die met zijn toenmalige band The Moments buiten de verplichte Chuck Berry en Buddy Holly-kost ook eigen nummers speelde. Dit was zeer uniek tijdens deze boomdagen in de Britse beat. Later zou hij met Ronnie Lane de legendarische Small Faces oprichten.
Dankzij de Amerikanen die daar reeds het publiek een leuke show gaven, kwam het bestaan van deze club aan de oren van Sonny & Cher en het was hier dat dit duo zijn enigste officiële optreden op Britse grond gaf.
Maar medio jaren zeventig, en de opkomst van de punkrage, werd deze club eigenlijk het bolwerk van deze ietwat vreemde muziekbeweging. Enkele decennia later, meer in de buurt van de jaren negentig, werd het de showroom waar voornamelijk bands als Oasis en Suede hun ding deden.
Maar het meest memorabele event werd verwezenlijkt door niemand minder dan The Rolling Stones. In 1986 hielden Jagger en zijn Stones een privé memorial concert ter ere van de oprichter van de club Ian Stewart die kort daarvoor overleden was. Maar eigenlijk was dit concert tweeledig want in die periode boterde het niet goed tussen Jagger en Richards en ze hoopten met dit concert op een verzoening. Uiteraard kon men onder de genodigden enkele beroemde namen noteren : Eric Clapton, Jeff Beck en Pete Townsend en natuurlijk hadden zij hun gitaar bij. Wat had je anders verwacht?
In 1980 gaven The Stones daar ook een concertje.
De 100 Club en Ronnie Scott’s zijn nog steeds twee draaiende muziekclubs uit deze bloeiende beginperiode van de Britse beat en de huidige eigenaar speelt met de idee om de club alsnog, en omwille van een te hoge huurprijs, te sluiten.
Op 31/12/2009 speelde Chas & Dave daar nog en ze werden geflankeerd door o.a. Rabbitt, London Girls e.a. Dus alle redenen om ze open te houden.
Wanneer je vroeger op Oxford Street wandelde moest je goed uitkijken of je er niet voorbij liep. Nu hangt er een uithangbord met de naam op. Gelukkig en dan binnen ‘all the way down… ‘
Anno 2009 en 2010 wordt er in de club véél opgetreden en het zijn niet de minsten die daar komen spelen. Eli ‘Paperboy’ Reed, Wishbone Ash, The Groundhogs, Eddie & The Hot Rods, Edgar Broughton Band, Colin Blunstone Band, dus reden te meer om het kanaal eens over te steken om een leuk concert, in een leuke omgeving, bij te wonen. Zeker niet te missen.
100 Club
Oxford Street 100
London

