22 T/M 24-8-2008 • Vostertfeesten Bree
VOSTERTFEESTEN 2008 BREE
22 – 23 – 24 augustus 2008

•
Vrijdag 22 augustus 2008
60-70 PARTY met DJ Gust De Coster + live optredens
van:
The Rocks
Middle Of The Road
The Tremeloes
VVK: 15 €
Kassa: 20 €
•
Zaterdag 23 augustus 2008
30+ PARTY met DJ Tom De Groot & DJ Krullie
Met kortingskaart: 5 €
Kassa : 6 €
•
Zondag 24 augustus 2008
VostertRock: Live in concert:
Shimmer
John Watts (of Fischer-Z) & Band
MUD II
SLADE
10CC
VVK : 30 €
Kosten per aangetekende zending: 5 € (en NIET
per ticket)!!!
OPGELET: Wij willen het een gezellig familiaal
festival houden, dus SLECHTS 2500 tickets per avond
te verkrijgen.
OP=OP
Gezien het grote succes van vorig jaar één goede
raad, wees erop tijd bij!!!
Tickets kunnen besteld worden door overschrijving
op 000-3107903-23 met vermelding van de juiste
datum.
Voor mensen uit het buitenland: IBAN BE92 0003 1079
0323 BIC BPOTBEB1
Voorverkoopadressen:
Eetcafé De Vostert, Gruitroderkiezel 290, 3960 BREE
Dagbladhandelaar BENO, Breekiezel 29, 3670
Gruitrode
Meer info?
info@vostertfeesten.be
Tel.: 0496/864.586
www.vosterfeesten.be
In 1967 beleefden The Tremeloes een
miljoenenverkoop van hun singles “Here Comes
My Baby”, “Silence Is Golden”,
“Even The Bad Times Are Good” en
“Be Mine”. Voor drie van de vier
Tremeloes ging aan die wereldsuccessen een periode
vooraf als begeleidingsgroep van Brian Poole. Ze
maakten het mee dat platenfirma Decca hen wél een
contract aanbood en de nog onbekende Beatles niet.
Met Brian Poole scoorden The Tremeloes de hits
“Twist And Shout”, “Do You Love
Me”, “Candy Man” en
“Someone Someone”. Pas toen Brian Poole
solo ging, lieten de echte Tremeloes zich kennen en
kon het publiek voluit genieten van de vocale
pracht van hun samenzang.
www.tremeloes.oldiemusic.de
Vanuit Italië veroverde de jonge Schotse groep
Middle Of The Road in het begin van de jaren
zeventig de wereld met “Chirpy Chirpy Cheep
Cheep”, een aanstekelijk liedje dat werd
geschreven door een excentrieke, in Rome wonende
Engelsman. De single ging meer dan acht miljoen
keer over de toonbank en ook de opvolgers
“Tweedle Dee, Tweedle Dum” en
“Soley Soley” voerden in een mum van
tijd alle hitlijsten aan. Met nummers als
“Sacramento”, “Samson &
Delilah”, “Yellow Boomerang”,
“Bottoms Up” werd het succesverhaal van
Middle Of The Road verdergezet. Begin jaren
’80 kende de band een revival dankzij de
Stars on 45, het muzikale project van producer Jaap
Eggermont.
www.middleoftheroadpopgroup.com
Vier muzikale raspaarden besluiten om in 1972 samen
een span te vormen. Hun oorspronkelijke naam
'Hotlegs' wordt weinige tijd later omgevormd tot
10cc.
Drijvende kracht achter de groep is Graham Gouldman
die zijn eigen sixitesgroep 'The Mockingbirds' geen
hoge toppen ziet scheren, terwijl andere songs van
zijn hand en vertolkt door anderen wel hoogvliegers
worden (For Your Love van The Yardbirds, No Milk
Today van Herman's Hermits of Bus Stop van The
Hollies). Eind 1972 hebben ze een eerste hit te
pakken met 'Donna' en in 1975 scoren ze een
monsterhit met 'I'm Not In Love', een song die tot
op vandaag een mijlpaal is in de popgeschiedenis
omwille van de innovatieve productietechnieken die
gebruikt werden.
Na de vierde plaat 'How Dare You' is een split
onvermijdelijk, want Godley en Crème gaan hun eigen
gang, vinden de grizmo uit (een effectenspeeltje),
maar maken vooral naam en faam als
videoclip-producers. 10cc houdt echter niet op en
plots scoren ze met 'Dreadlock Holiday' opnieuw een
superhit om daarna in de anonimiteit te verdwijnen.
Begin van de 21e eeuw laten de originele leden zich
overhalen om nog eens de draad op te nemen. De vonk
slaat over en ze hebben er zin in. Ze serveren een
eigentijdse cocktail van vakkennis, ervaring en
vooral veel zin om een feestje te bouwen!
www.the10ccfanclub.com
MUD II

Phil Wilsons (drummer) werd een vast lid van wijlen
Les Gray’s Mud in 1998 waar hij Wal Rothe
verving. Voorheen speelde hij met muzikanten uit de
sixties en seventies zoals Brian Poole (van The
Tremeloes), Screaming Lord Sutch en Brian
Connolly's Sweet. Op televisie is hij geen
onbekende want hij trad op in diverse tv-shows in
de UK en in Europa. Ook de grote concertplaatsen,
waaronder Wembley, NEC Arena, Hammersmith Apollo en
ons eigen Sportpaleis in Antwerpen hebben geen
geheimen voor hem. Wilson weet waar de term
‘That Driving Beat’ voor staat.
Chris Savage’s relatie met Mud gaat 18 jaar
terug. Tijdens deze periode was hij een lid van The
Escorts en speelde ook nog met Syd Twynham (huidig
bandmember Mud II) en John Berry Maar zijn naam zul
je heel dikwijls terugvinden op albums uit deze
periode en zeker op die van The Searchers. Buiten
deze activiteiten werkte hij ook nog met Elaine
Paige en B.A. Robertson. In 1996 maakte Chris deel
uit The Glen Mitchell Band. Hun producer was
niemand minder dan Chip Young (Elvis
Presley’s producer) en daarmee scoorden zij
hoge toppen. Om het kort te holuden. Prettig
gestoord maar zeer ludiek in omvang met de band.
Marc Michalski (bas) is het nieuwste lid van de
band en hij vervoegde hen net voor de Christmas
Tour 2005. dat de man een mooi palmares heeft mag
we gezegd worden want hij mag deze leuke namen op
zijn bio schrijven: Chris Andrews, Clive Bunker
(ex-Jethro Tull, ex-Blodwyn Pig) en Andy Pyle
(ex-Gary Moore, ex-BB King, ex-Paul McCartney).
Veel van zijn tijd stak hij in de productie van
werken van Bernie Marsden (Whitesnake) e.a.
Dus kwaliteit zat in dedze band en het publiek in
Bree gaat dit aan de lijve ondervinden.
http://copysound.co.uk/sites/mud/pics2.htm
SLADE

Slade is een Britse rockgroep, die in het midden
van de jaren '70 van de vorige eeuw in
Groot-Brittannië zeer populair was: in de jaren '71
tot en met '73 hadden ze daar zes nummer 1-hits,
waarvan de laatste drie (Cum on feel the noize,
Skweeze me pleeze me en Merry Xmas everybody) alle
vanuit het niets op de toppositie belandden.
Slade begon als The 'N Betweens in 1966, een
typische modband. Op aanraden van Chas Chandler,
bassist bij The Animals en manager van Jimi
Hendrix, ging de band vanaf 1969 verder als skaband
Ambrose Slade, met millimeterkapsels. Het grote
succes kwam er echter nog niet van.
Begin1970 werd de band - vanaf dan Slade geheten -
het zat en begon blues te spelen in een stijl die
tegen hardrock aan zat. De band werd enorm populair
in het clubcircuit en in de zomer van 1971 scoorden
ze hun eerste hit: Get down and get with it, nummer
15 in de Britse hitlijsten, nummer 6 in Nederland,
dankzij steun van zeezender Radio Noordzee, waar de
single Treiterschijf was.
Jimmy Lea vond dat de band beter in kon haken op de
glamrage die door T-Rex op gang was gekomen. Noddy
en Dave vonden dat hun arbeidersklasse- en
bluesachtergrond erin verweven moest worden, waarop
de hit Coz I luv you gemaakt werd, dat in november
1971 een regelrechte Engelse nummer 1-hit werd.
Samen met producer Chas Chandler was een sound
uitgevonden die tot in 1974 gehandhaafd bleef:
harde, makkelijk in het gehoor liggende muziek met
alledaagse in streekaccent gezongen teksten,
waarvan de titel bijna fonetisch geschreven werd.
Een rij van tien top 10-hits volgde in Engeland,
ook in Europa scorend, maar de Verenigde Staten
raakten niet overtuigd, ook al werd Merry Xmas
everybody in New York City opgenomen.
In de zomer van 1974, toen The bangin' man in de
hitparades stond, besloot de groep een andere,
ingewikkeldere sound te gebruiken, in de hoop op
transatlantisch succes. Helaas scoorden Far far
away en volgende hits nog steeds niet in de VS.
Tegelijkertijd verliep het succes van de glamrock
in het thuisland en Slade raakte uit de gratie.
In 1980 was hardrock, inmiddels heavy metal
genoemd, in navolging van de hardcore punk, opnieuw
populair geworden in Groot-Brittannië. Hét heavy
metal-festival bij uitstek, het Reading Festival,
zocht invallers voor de plots verhinderde band van
Ozzy Osbourne. Het om de hoek wonende Slade bood
zich aan. Tot grote verbazing van de muziekpers was
het publiek vanaf de opkomst van Slade op het
podium reeds verkocht, niet alleen uit nostalgie,
maar ook door de nieuwe nummers, waarvan
‘We'll bring the house down’ een
Engelse top tien-hit werd.
Vanaf ‘Lock up your daughters’ in 1981
scoorde de groep ook weer hits in Europa. Zelfs
‘Merry Xmas everybody’ werd in 1983
opnieuw een hit in Engeland, toen My oh my aldaar
nummer 2 stond.
In de VS begon het succes onverwacht toen
heavymetalgroep Quiet Riot met hun bewerking van
‘Cum on feel the noize’ nummer 2 in de
Billboard Hot 100 stond. Ook andere hardrockgroepen
als het Finse Hanoi Rocks gingen Sladesongs in hun
repertoire opnemen. ‘Run runaway’ werd
de eerste Amerikaanse hit voor Slade en behaalde in
1984 de top 20.
Na 1984 hield Noddy het toeren voor gezien, moe
geworden van al het reizen. Hij begon voor ITV
programma's te presenteren, maar maakte tot in 1991
nog wel enkele platen met Slade. De single
‘Radio wall of sound’ (met een
cameo-optreden van BBC Radio 1-diskjockey Mike
Read) werd in dat jaar nog een hit voor Slade. De
week nadat Radio wall of sound uit de hitparade was
verdwenen, kwam ‘Merry Xmas everybody’
opnieuw binnen.
De rest van de band speelt en toert nog steeds in
het gouwe ouwe-circuit, met name in West-Europa,
Scandinavië en Rusland.
Noddy werd in 1987 in de adelstand verheven.
Noddy Holder - met zijn bijzonder karakteristieke
stemgeluid - verliet de band in 1991 en werd
opgevolgd door Steve Whalley [1], die op zijn beurt
op 30 juni 2005 bekendmaakte [2] Slade te verlaten.
Diens opvolger is Mal McNulty (die The Sweet
versterkte van 1985 tot in 1992).
http://users.swing.be/amazingslade/
Fischer-Z is een Engelse rockband, uit de tijd van
de new wave, eind jaren 70 van de 20e eeuw.
De naam Fischer-Z is afgeleid van een term uit de
statistiek (Fisher’s Z’ beschrijft
betrouwbaarheidsintervallen in correlaties).
Origineel heette de band Sheep, maar onder die naam
is er weinig van hen vernomen. Centrale persoon in
Fischer-Z is John Watts. Hij is de componist/zanger
en later ook producer van de band.
Naast John Watts speelden Steve Skolnik (toetsen),
Steve Liddle en Dave Graham in de band. In 1978
sluiten ze een platencontract met United Artists.
De eerste plaat wordt in 1979 uitgebracht:
‘Word Salad’. In Nederland, België en
Duitsland wordt het van ‘Word Salad’
afkomstige ‘The Worker’ een hit, de
groep toert veel over het continent. Het succes in
Engeland valt nog tegen, en ook de volgende plaat,
‘Going Deaf for a Living’ brengt daar
nog geen verandering in. De groep verandert wel,
Skolnik kan niet tegen het overheersende gedrag van
Watts en vertrekt. Eerst toeren ze als trio, begin
’81 wordt Pleth de vervanger van Skolnik.
Korte tijd speelt ook Bern Newman mee als gitarist.
Met Red Skies over ‘Paradise’ heeft
Fischer-Z uiteindelijk ook de gewenste erkenning en
het gewenste succes in Engeland. Met het nummer
‘Marliese’ scoren ze een hit door heel
Europa. In juni 1981 stonden ze op Pinkpop, een van
de laatste optredens uit die tijd, een maand later
wordt de band opgeheven.
Watts gaat vervolgens solo door (hij heeft nog even
het project The Cry, met wie hij het album Quick,
Quick, Slow opneemt) en een aantal jaren later
gebruikt hij de naam Fischer-Z weer. Zijn laatste
album onder Fischer-Z naam dateert van 2003:
‘Ether Music’. Voor ‘Ether’
heeft Watts geknipt en geplakt op basis van opnames
die hij op een wereldreis gemaakt had.
In 2005 brengt Watts een solo-album uit onder de
naam ‘Real Life Is Good Enough’. Bij
het album zit een gedichtenbundel.
Momenteel is Watts een veel gevraagd muzikant op
diverse festivals en de Vostertfeesten mogen zich
gelukkig prijzen met zo’n naam op hun
affiche.




