THE SCRIPT: THE SCRIPT

The Script

Same
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

SCRIPT

Danny O’Donague en Mark Sheehan sleten hun jeugdjaren in de schaduw van de befaamde Guinness brouwerij in Dublin. Hun talent om behoorlijke songs en demo’s in elkaar te knutselen werd vrij vlug ontdekt. Het duo werd uitgenodigd om aan de overkant van de Oceaan met het puik van de hedendaagse R&B samen te werken. In LA staken ze veel op van vaklui zoals Teddy Riley en Rodney Jerkins en Dallas Austin.
Na deze leerrijke periode besloten ze samen met drummer Glen Power, die ze ondertussen hadden ingelijfd bij The Script, voor eigen rekening te werken. De single ‘We Cry’ brak vooral potten in de Britse hitlijsten en thuishaven Ierland; het is tevens het openingsnummer van het titelloze debuut. Bij eerste beluistering voelde ik me niet echt aangetrokken tot de rapstructuren die ‘We Cry‘ domineren. De verhalen over drugsmisbruik en jeugdige alleenstaande moeders en pekelzonden van adolescenten worden vaak verwoord in een hiphopachtige textuur zoals in ‘If You See Kay’ en ’Before The Worst’. Bijwijlen wordt overgeschakeld op melodieuze soulpop zoals we die kennen van ‘The Man Who Can’t Be Moved’ met knap snarenspel van Sheehan en klinkt in Danny’s zang onmiskenbaar die mistroostige Ierse snik door. ’Rusty Hall’ drijft op een aanstekelijke ritmiek die sterk herinnert, ook vocaal, aan het vroege Police werk, als je die synthesizers even vergeet. De fraaie akoestische afsluiter kan eveneens op mijn goedkeuring rekenen. Rap en R&B en andere modernistische toestanden zijn niet echt mijn ding, maar de muziek van The Script bevat onmiskenbaar kwaliteiten zoals vakmanschap en passie. Een combinatie die je bij het gros van de hedendaagse pop- en rockgroepen ver moet gaan zoeken. Er is er ook een ‘opendisc-faciliteit’ ingebouwd in deze cd die interactieve perspectieven opent, interessant voor de echte fan.

Cis Van Looy
☆☆☆

|