GRAYSON CAPPS & THE STUMPKNOCKERS: ROTT-N-ROLL

Grayson Capps & The Stumpknockers

Rott-N-Roll
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

GRAYSON CAPPS




“Going back to the country, cause country is what I am, eatin’ cornbread and raisin’ hell’ zingt Capps in het openingsnummer ‘Back To The Country’ waarin hij zijn omzwervingen in Europa beschrijft. Crayson zag zo’n 31 jaar geleden het levenslicht in Opelika, Alabama als zoon van een priester van de Baptistenkerk. Moeder studeerde nog aan de universiteit van Auburn en leidde later samen met vader Capps de erediensten van de plaatselijke kerkgemeenschap van Brewton. Later verkaste het gezin naar Fairhope, eveneens in Alabama. Het was daar dat de jonge Capps een fascinatie voor theater ontwikkelde. In ‘89 studeerde hij af als acteur aan de Tulane universiteit in New Orleans. Nog tijdens zijn studies leerde hij gitaarspelen en verzeilde bij de plaatselijke ‘trashfolk’ formatie The House Levellers. Vervolgens richtte Capps met gitarist John Lawrence Stavin’ Chain op, waarvan in 1998 een titelloze langspeler met de hulp van producer John Mooney werd uitgebracht.
Ondertussen ontmoette hij Shainee Gabel die enkele songs in haar documentaire ‘Anthem’ verwerkte. Later besloot Gabel een nooit gepubliceerde novelle van vader Capps Everett te verfilmen. Het resultaat was onder de titel ‘A Love Song For Bobby Long’ op het witte doek te bewonderen met John Travolta en Scarlett Johanson in de hoofdrollen. In de soundtrack vinden we tussen Los Lobos en Magic Slim een handvol songs van Capps terug.
Na het debuut uit 2005 verscheen hetzelfde jaar ‘If You Knew My Mind’. Op de opvolger ’Wail & Ride’ wordt hij muzikaal geassisteerd door bassist Josh Kerin en Tommy MacLuckie die tegenwoordig samen met drummer John Milham The Stumpknockers vormen.
Samen met de al van in de begindagen aanwezige Trina Shoemaker, die naast de productie bijwijlen ook de harmoniezang verzorgt, leveren zij een essentiële bijdrage aan Capps oeuvre. De wereld van deze ‘geciviliseerde hillbilly’ wordt bevolkt door hoeren, aan lager wal geraakte, niet zelden marginale figuren, die in een rauwe ongepolijste muzikale versie opgevoerd worden. ‘Rot-n-Roll‘ is het devies en Capps vertelt zijn intrigerende verhalen tegen een achtergrond van ruig gitaarwerk en zwaar aangezette drumbeat zoals in ‘Big Black Buzzard’ en ‘Big Ole Woman’ en ook op het slechts met enkele woorden opgebouwde ‘Sock Monkey’, dat aan een ontketende J. Geils Band herinnert, en in de instrumentale afsluiter ‘Bacon Fat’ wordt er niet naast gemept. Toch gaat mijn voorkeur uit naar de meer intimistische countryfolk van ‘Ike’ of het herwerkte ‘Guitar’. Maar welke stijl Grayson Capps ook hanteert, de geest van zijn geboortegrond in het diepe zuiden waart onvermijdelijk rond.

Cis Van Looy
☆☆☆½

|