GRAYSON CAPPS & THE STUMPKNOCKERS: ROTT-N-ROLL
Rott-N-Roll
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
-
Label: Hyena
-
Nr.: HYN 9368
-
Distr.: Bertus
-
Meer info: www.bertus.com
-
Website: www.graysoncapps.com
“Going back to the country, cause country is
what I am, eatin’ cornbread and raisin’
hell’ zingt Capps in het openingsnummer
‘Back To The Country’ waarin hij zijn
omzwervingen in Europa beschrijft. Crayson zag
zo’n 31 jaar geleden het levenslicht in
Opelika, Alabama als zoon van een priester van de
Baptistenkerk. Moeder studeerde nog aan de
universiteit van Auburn en leidde later samen met
vader Capps de erediensten van de plaatselijke
kerkgemeenschap van Brewton. Later verkaste het
gezin naar Fairhope, eveneens in Alabama. Het was
daar dat de jonge Capps een fascinatie voor theater
ontwikkelde. In ‘89 studeerde hij af als
acteur aan de Tulane universiteit in New Orleans.
Nog tijdens zijn studies leerde hij gitaarspelen en
verzeilde bij de plaatselijke
‘trashfolk’ formatie The House
Levellers. Vervolgens richtte Capps met gitarist
John Lawrence Stavin’ Chain op, waarvan in
1998 een titelloze langspeler met de hulp van
producer John Mooney werd uitgebracht.
Ondertussen ontmoette hij Shainee Gabel die enkele
songs in haar documentaire ‘Anthem’
verwerkte. Later besloot Gabel een nooit
gepubliceerde novelle van vader Capps Everett te
verfilmen. Het resultaat was onder de titel
‘A Love Song For Bobby Long’ op het
witte doek te bewonderen met John Travolta en
Scarlett Johanson in de hoofdrollen. In de
soundtrack vinden we tussen Los Lobos en Magic Slim
een handvol songs van Capps terug.
Na het debuut uit 2005 verscheen hetzelfde jaar
‘If You Knew My Mind’. Op de opvolger
’Wail & Ride’ wordt hij muzikaal
geassisteerd door bassist Josh Kerin en Tommy
MacLuckie die tegenwoordig samen met drummer John
Milham The Stumpknockers vormen.
Samen met de al van in de begindagen aanwezige
Trina Shoemaker, die naast de productie bijwijlen
ook de harmoniezang verzorgt, leveren zij een
essentiële bijdrage aan Capps oeuvre. De wereld van
deze ‘geciviliseerde hillbilly’ wordt
bevolkt door hoeren, aan lager wal geraakte, niet
zelden marginale figuren, die in een rauwe
ongepolijste muzikale versie opgevoerd worden.
‘Rot-n-Roll‘ is het devies en Capps
vertelt zijn intrigerende verhalen tegen een
achtergrond van ruig gitaarwerk en zwaar aangezette
drumbeat zoals in ‘Big Black Buzzard’
en ‘Big Ole Woman’ en ook op het
slechts met enkele woorden opgebouwde ‘Sock
Monkey’, dat aan een ontketende J. Geils Band
herinnert, en in de instrumentale afsluiter
‘Bacon Fat’ wordt er niet naast gemept.
Toch gaat mijn voorkeur uit naar de meer
intimistische countryfolk van ‘Ike’ of
het herwerkte ‘Guitar’. Maar welke
stijl Grayson Capps ook hanteert, de geest van zijn
geboortegrond in het diepe zuiden waart
onvermijdelijk rond.
Cis Van Looy
☆☆☆½