BIG ED SULLIVAN: IT TAKES A BIG BIG MAN

Big Ed Sullivan

It Takes A Big Big Man
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

BIG ED SULLIVAN


Vanuit Brooklyn vuurt deze gitarist andermaal een reeks gespierde rockers op ons af. Dat het altijd geen voltreffers zijn is meteen duidelijk als we’ Too Tired To Pray’
voorgeschoteld krijgen. De New Yorkse gitarist zweert al jarenlang bij dezelfde formule en stadsgenoot Popa Chubby eist andermaal een (te) prominente rol op. Zo figureert hij hier niet alleen als drummer en producer maar mengt zich ook als gitarist tussen de snaarverrichtingen van V.D. King en Sullivan zelf. Sullivan is een eerder matig zanger, maar dat blijkt niet echt een hinderpaal. Toch niet voor het soort van compacte rockwerk rock dat hier passeert. Ik betrap me er zelfs op dat ik de benen moeilijk stil kan houden bij ‘Top Shelf’, dat op een pretentieloze, aanstekelijke rockabilly twang drijft. Hetzelfde geldt voor ‘Bury Me In Black’. De uitvoering van Bobby Fullers’ ‘I Fought The Law’ spreekt me minder aan en het voorspelbare bluesrock brouwsel van ‘The Cheating Kind’ helemaal niet.
‘It Takes A Big Big Man’, inderdaad, maar we mogen dit toch niet letterlijk interpreteren zoals hier uitvoerig gedemonstreerd wordt in een weinig geïnspireerd ‘The Road To Nowhere’ dat inderdaad in een doodlopend steegje uitmondt.

Cis Van Looy
☆☆½

|