JIMMY COPLEY: SLAP MY HAND
Slap My Hand
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
-
Label: Edoya
-
Nr.: DDCB 14005
-
Distr.: Eye Wide Shut Records
- Website: www.jimmycopley.com
Jimmy Copley is een drummer en een manusje van
alles en nog wat. In zijn vroege teens kreeg hij
van zijn vader zijn eerste drumkit en speelde
glansrijk alle drumpartijen van de Beatles na. Maar
dat gaf nog niet die voldoening die hij eigenlijk
wilde en tijdens zijn wilde opgroei bezocht hij
vrij vaak de Royal Albert Hall waar hij de grote
soulartisten van dat moment kon aanschouwen, Otis
Redding en Wilson Pickett.
Een ding stond voor hem steevast: hij zou een
drummer worden. En, omdat zoonlief toch steeds met
muziek bezig was, bouwde vaderlief voor hem een
studiootje in Greenwich dat hij de Underhill
Studio’s noemde. Vreemd genoeg werd deze
‘studio’ door David Bowie, Genesis, Lou
Reed en Iggy Pop ingehuurd.
Het was aldaar dat hij voor het eerst gitarist Jeff
Beck ontmoette. Er groeide een heuse vriendschap en
in ’76 ging Copley toen met de band Upp en
met Jeff Beck) op toernee doorheen de USA. Maar
Copley zat ook nog een tijdje bij Spreadeagle
(1972). Zijn palmares is te omvangrijk om het hier
allemaal op te noemen. Toch geven we enkele namen
waarbij Jimmy drumde: Glenn Hughes, Seal, Magnum,
Manfred Man’s Earthband, Tears For Fears, GO
West, Paul Rogers, Graham Parker, The Pretenders,
Ian Gillan, Roger Glover, M3 Classic Whitesnake,
Paul Jackson, Jan Hammer, Paul Young, Upp, Roy
Gaines (Texas Blues legende), Tina Turner. In 1995
drumde Jimmy bij de Paul Rogers Band met o.m. Jaz
Lochrie en Paul Whitehall, toerde ermee de ganse
wereld rond en maakte drie Paul Rodgers langspelers
‘Now’, ‘Electric’ en het
live-album ‘The Lorelley Tapes Live’.
Enkele jaren later verhuisde hij zijn studio naar
New Cross waar het een volwaardige opnamestudio
werd.
Maar de muziek van deze grote soulmannen laat hem
niet los en hij besluit samen met enkele vrienden
een speciale cd te maken met nummers die voor hem
wat betekenden.
En inderdaad, het is een fan-tas-tische cd
geworden.
Buiten enkele eigen nummers, die hij samen met
andere muzikale geesten schreef, krijgen we een cd
met die écht respect afdwingt.
Met de opener ‘Every Day I Have The
Blues’ introduceert hij Peter Cox als zanger
terwijl de gitaarlijnen netjes ingevuld worden Jeff
Beck. Moet ik nog meer over de kwaliteit vertellen?
Booker T’s ‘Red Beans And Rice”
krijgt hier een mooi nieuw kleedje aangemeten en
aan de keyboards horen Dino Baptiste die eigenlijk
wel Booker T. Jones doet vergeten. Knappe versie
met Micky Moody (ex-Whitesnake) aan de gitaar.
Met het volgende nummer gaan we terug naar de
Cream-tijd. Copley verkoos het nummer
‘Strange Brew’ en die andere vergeten
gitaarheld, Bernie Marsden, trekt hier knap en zeer
technisch aan de snaren. Zeker een nummer waarvan
Clapton zou zeggen dat hij het niet beter kan.
Prachtig!
‘The Toucan’ geeft de overige
muzikanten even een rustpauze want dit is de moment
waarop Copley zich al drummer kan bevestigen. Maar
de pauze is van korte duur en met het James
Taylor-nummer ‘You Make It Easy’ gaan
we verder maar wel op een zachter tempo. Op dit
nummer krijgen we weer een prachtige Marsden die
weet hoe hij met zijn gitaar kan laten beroeren.
Zelfs de grote swinger van destijds, Elvis, wordt
hier weer ten tonele gebracht met ‘All Shook
Up’ waarop pianist Dino Baptiste ook nog een
begenadigd zanger lijkt te zijn.
En zo gaat deze cd door, de ene parel volgt de
andere op. Enfin, een cd die je niet uit je lader
kunt halen omdat hij nu gewoonweg op je gemoed
inwerkt. Dit is pure klasse en niet alleen van de
muzikanten maar Copley heeft als producer ook
bewezen dat hij niet alleen best overweg kan met
zijn drumkit maar dat de knoppen van een mengpaneel
geen geheimen voor hem herbergen. We want more !!!
Wanneer op een Vlaams podium???
Alfons Maes
☆☆☆☆☆