QUINTESSENCE: SELF
Self
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
-
Label: Esoteric Records
-
Nr.: ECLE2076
-
Distr.: Cherry Red
- Meer info: www.cherryred.co.uk
In de late jaren zestig was de omgeving van Notting
Hill Gate in Londen de pleisterplaats bij uitstek
voor hippies, freaks, acteurs, muzikanten,
schrijvers, en politieke activisten. Inwijkelingen
uit de hele wereld voelden zich aangetrokken tot
deze tolerante levensgemeenschap. De Australische
fluitspeler Ron Rothfield was zo’n migrant
die na omzwervingen langs New York en Griekenland
in 1968 uiteindelijk in Ladbroke Grove belandde. De
opgang van ‘underground muziek’
inspireerde hem dermate dat hij besloot een soort
jazzrock formatie op poten te zetten. Via
zoekertjes in Melody Maker vond hij muzikanten uit
de meest uiteenlopende windstreken. Gitarist Dave
Codling was de enige echte Brit van het gezelschap.
De overige muzikanten waren uit
‘DownUnder’, Canada, Amerika en
Mauretanië afkomstig. Gefascineerd door de
West-Indische cultuur maten de respectievelijke
groepsleden zich Indiase pseudoniemen aan; niet
ongebruikelijk destijds in spirituele kringen.
In de nadagen van het hippietijdperk werd
Quintessence bijzonder populair en op Island werden
vier langspelers uitgebracht. Het mystieke aura en
bijbehorende neveldampen waren al een tijdje
opgetrokken toen Quintessence voor
‘Self’ onderdak vond bij RCA.
Desondanks volhardt de groep in de oorspronkelijke
benadering, jazzy improvisaties ingebed in een
dromerige Indiase mantra. Dat levert vooral in de
uitgesponnen live-improvisaties zoals
‘Freedom’ en het bijna een kwartuur
aanslepende tranceverwekkende epos ‘Water
Goddess‘ een interessant muzikaal tijdsbeeld
van de eclectische benadering van Quintessence.
Maar ik kan me voorstellen dat de modale
muziekliefhebber zich de moeite bespaart om de
luistersessie helemaal uit te zitten. Wellicht is
het voor beginners aangewezen eerst de hier als
bonustracks bijgeleverde single ‘Sweet
Jesus’ te consumeren.
Cis Van Looy
☆☆☆