PLANT & KRAUSS

Robert Plant & Alison Krauss


- 11 mei 2008 • Vorst-Nationaal Brussel -

Zo’n vier jaar geleden ontmoetten de zanger van rockmonument Led Zeppelin en het Amerikaanse bluegrass-icoon Alison Krauss elkaar voor het eerst. De bejaarde rocker en de frêle violiste brachten samen een ode aan Leadbelly ter gelegenheid van de ‘Rock & Roll Hall Of Fame’-viering. Het bleef niet bij een occasionele samenwerking. Vorig jaar verscheen het magistrale ‘Raising Sand’ waarop het duo onder toezicht van T-Bone Burnett niet zelden adembenemende vertolkingen uit het grote blues, folk en countryboek neerzet. De samenwerking klikte wonderwel en een tournee kon niet uitblijven. Op 19 april werd de aftrap gegeven in Louisville, Kentucky. Europa werd niet vergeten en zo streek het duo zondag neer in een niet helemaal uitverkocht maar behoorlijk gevuld Vorst Nationaal. Wellicht had het zomerse weer late beslissers thuisgehouden bij de barbecue. Zeggen dat de afwezigen ongelijk hadden bleek meer dan ooit een understatement, Plant & Krauss zetten samen met een uitgelezen muzikantenkransje een memorabel concert neer.


Vooraf maakten we kennis met Scott Matthews een jonge Britse singer-songwriter uit Wolverhampton die nog niet zolang geleden dozen stapelde in een warenhuis. In zijn hoofd borrelden ondertussen muzikale ideeën op, die met de komst van de uit India afkomstige tablaspeler Sukhvinder Singh Namdhari concrete vorm kregen. Het debuut ‘Passing Stranger’ pendelt tussen rock en folk met Oosterse getinte structuren.
Dat hij het voorprogramma van het Europese luik van de ‘Raising Sand Tour’ mag verzorgen is geen toeval. Robert Plant resideert eveneens in Wolverhampton.
Wellicht hoeft Matthews geen dozen meer te stapelen. Samen met een percussionist en een cellospeler bracht hij een fraaie introspectieve set. Het mooie ‘Dream Song’ herinnerde op het podium met de sobere instrumentatie nog sterker aan de verrichtingen van Nick Drake dan de cd-versie en de melodische folkmelodie van ‘City Haedache’ nestelt zich meteen in je hoofd. De (te) korte set werd afgesloten met ‘Passing Stranger’, titelsong van Matthews’ tot dusver enige werkstuk.
De verwachtingen waren hooggespannen voor Robert Plant, die samen met Alison Krauss het podium opstapte op de tonen van ‘Rich Woman’. De swamprocker van Dorothy LaBostrie uit 1955 kreeg zo’n dertig jaar geleden al een zompige behandeling van The Fabulous Thunderbirds. De combinatie van het kurkdroge snarenspel van T-Bone Burnett met de tremoloriffs van de onvolprezen Buddy Miller klonk ronduit indrukwekkend en vormde de aanloop van een foutloos parcours dat naast een uitgebreide selectie van ‘Raising Sand’ ook naar een verloren gewaand verleden leidde.


Dat de muzikale wisselwerking tussen Plant, Krauss en Burnett optimaal verloopt is niet echt verwonderlijk. De Europese migranten importeerden destijds folkinvloeden en in het prille Zeppelinwerk huizen duidelijk aanwijsbare elementen uit de traditionele Afro-Amerikaanse blues. Burnett, die al eerder samenwerkte met Krauss aan de soundtrack van ‘O Brother Where Art Thou?’, is een soort muzikale landschapsarchitect die als geen ander de typische sound van het Diepe Zuiden van de VS weet te vatten. Een universum gedomineerd door een uitgebreid snarenarsenaal waarin banjo en mandoline duelleren met tremolo en baritongitaren, aangevuld door verschroeiende viooluithalen. Overigens linkte de bluegrassdiva ‘Down To The River To Pray’ aan het van Emmylou Harris bekende ‘Green Pastures’.
Vooraf troonde T-Bone ons even mee naar New Orleans met het op een secondlinebeat gebouwde ‘Bon Temps Rouler’ waar de keurig in het pak gestoken drummer even voluit ging.


De Zepfans werden evenmin vergeten met een soort slowmotionversie van ‘Black Dog’ en in het dynamische ‘The Battle Of Evermore’ toonde Krauss zich even een waardig alternatief voor de betreurde ‘Sandy Denny’. Plant diepte ook ‘Please Read The Letter’, oorspronkelijk een parel uit ‘Walking into Clarksdale’. De absolute hoogtepunten bleken zondagavond toch afkomstig uit ‘Raising Sand’ zelf. Beurtelings schitterde Plant met het van Allen Toussaint geleende’ Fortune Teller’ en Krauss met sirenenzang in de sacrale country van ‘Trampled Rose’.
Helemaal onvergetelijk waren de duetten. Al vroeg in de set het weemoedige epos ‘Through The Morning, Through The Night’ van Gene Clark, destijds de titelsong van het Dillard & Clark album, dat door de sfeervolle pedalsteel van Buddy Miller werd ingekleurd. De door onvervalste rockabilly voortgestuwde ‘Gone Gone Gone’ van Everly Brothers signatuur was een ideale afsluiter. Een daverende ovatie dwong nog enkele toegiften af. Daarvoor waren ‘One Woman Man’ bekend van George Jones en het hartverscheurende, pastorale country epos ‘Your Long Journey’ opgespaard. Eindigen in schoonheid noemen we dat. Het siert Robert Plant dat hij in plaats van zich met een ongetwijfeld meer lucratieve reünietour in te laten, zich engageert in een ultieme bedevaart naar zijn muzikale wortels.

Cis Van Looy

Print this Page
Published on: 12/05/2008 - 20:10u.