WILLY DEVILLE

Willie DeVille & The Mink DeVille Band


28 juni 2008 • Openluchttheater Deurne


Mark Newman1

Mark Newman2

Willy DeVille1

Willy DeVille2

LINE-UP

Willy DeVille: Gitaar, harmonica, vocals

Bob Curiano: Bas, backing vocals

Mark Newman: Gitaar, backing vocals

Shawn Murray: Drums

Boris Kinberg: Percussie

Kenny Margolis: Keyboards

Dorene Wise: Backing vocals

YaDonna Wise: Backing vocals

Sinds Willy DeVille in 1986 het illustere combo Mink DeVille opdoekt en resoluut voor het solopad kiest, verschijnt de flamboyante zanger uit New York in zowat alle mogelijke en onmogelijke gedaantes op het podium. Van de elegante strak in het pak gehesen crooner tot romantische zigeunerlook. De laatste tijd zweert hij bij een sterk door de Indianencultuur gedomineerde outfit met als absoluut visueel dieptepunt de laatste der Mohikanen-look die hij afgelopen zomer etaleerde op de eerste editie van Pinkpop Classic. Gelukkig bleef de authentieke muzikale benadering intact. Van de hitsige ruige stadsblues uit Manhattan tijdens de vroege Mink DeVille-periode tot de assimilatie van de rijke muzikale erfenis van zijn nieuwe thuishaven New Orleans. Die wordt in ‘90 met het sublieme ‘Victory Mixture’ ingeluid en geconsolideerd met de succesvolle Mariachi-bewerking van ‘Hey Joe’ afkomstig van ’Back Streets Of Desire’. Het is een klein mirakel dat de man gezien zijn destructieve levensstijl, gedomineerd door drank, drugs en vrouwen, sporadisch nog fraaie schijfjes zoals ‘Horse With A Different Color’ aflevert. Zowat jaarlijks kunnen we hem de laatste tijd aan het werk zien op het podium waar hij meestal zittend op een krukje de set afwerkte. Die concerten variëren naargelang de omstandigheden. Ook zaterdagavond blijft hij opvallend veel op dat krukje zitten.

Vooraf verzorgt Mark Newman het voorprogramma. Deze uit de Bronx afkomstige gitarist speelde in de jaren negentig bij Tao Jones en meer recent bij Sam Samudio van Sam The Sham & The Pharao's. De gespierde zanger brengt een akoestische selectie uit ’Must Be A Pony’. Newman, wiens stemtimbre bijwijlen enigszins aan dat van Paul Carrack herinnert, brengt fraaie songs zoals ‘Mean Season (Lucille Lucille)’en ‘Going Underground’. Even zet hij het publiek op het verkeerde been met enkele flarden uit ‘Stayin’ Alive’, inclusief dat akelig falsettostemmetje, om vervolgens het prachtige ‘New York Mining Disaster 1941’ van de broertjes Gibb te debiteren. Als afsluiter heeft de man ‘Must Be A Pony’, de titelsong van zijn debuut opgespaard.
Even later als het wat donkerder wordt in het ondertussen druk bevolkte park, er staan zelfs toeschouwers bovenop de afgedekte vijver, zien we de man met de zwarte baret terug in de Mink DeVille Band.
De ritmesectie is opgebouwd met drummer Shawn Murray, percussionist Boris Kingberg en bassist Bobby Curiano, oudgedienden bij Mink Deville sinds de vroege jaren tachtig.

Pianist Kenny Margolis figureerde destijds zelfs op de studiosessies van ‘Le Chat Blue’. Het gezelschap opent met een fraaie instrumentale introductie waarbij ‘Watermelon Man’ naadloos overvloeit in ‘Sleep Walk’, de fifties hit van de Farinobroertjes uit Brooklyn. Even later stapt Willy samen met twee zwarte zangeressen onder luid applaus het podium op. De zanger, terug met schouderlange haardos, schuifelt moeizaam naar de barkruk zet zijn leesbrilletje op en begint meteen in zijn tekstboek te bladeren. Een vaag voorteken, de graatmagere man lijkt duidelijk stukken ouder dan zijn leeftijd (58) doet vermoeden.
Niet verwonderlijk gezien het door drugs geteisterde afgelegde traject dat hij in ‘Chieva’ schaamteloos bezingt op een broeierige Latin-groove met fraai snarenwerk van Newman.
Gelukkig klinkt zijn voordracht nog meer dan behoorlijk in sfeervolle romantische ballades zoals ‘Even When I Sleep’ met de accordeon van Margolis op de achtergrond en ‘Heart and Soul’. Het is vooral het werk uit de vroegere Mink DeVille-periode dat af en toe enige vaart brengt in het op automatische piloot verder kabbelende concert. ‘Spanish Stroll’, al vroeg in de set, het hevig rockende ‘Venus Of Avenue D’ en het dromerige ‘Mixed Up Shook Up Girl’ zijn niet stuk te krijgen, vormen een verademing tussen de wat saaie bewerking van ‘Hey Joe’, de wankele interpretatie van Elvis’ ‘Heartbreak Hotel’ en enkele bluesgetinte harmonica escapades.

Hitsig dansvoer zoals ‘Demasiado Corazon’ blijft, ondanks de afwezigheid van een blazerssectie, verrassend overeind. Als toegift komt DeVille nog even terug zonder zangeressen en perst het intens rockende ‘Savoir Faire’ uit de stramme ledematen. Even krijgen we een glimp van de broeierige stadsrock van weleer, even maar. In een drassig, rammelend ‘Cadillac Walk’ blijkt DeVille slechts een schim van de flamboyante performer van weleer. Niet bepaald een memorabel concert, maar het Antwerpse publiek was blijkbaar al dik tevreden dat Willy eindelijk in ‘t stad’ concerteerde.

Cis Van Looy
© Foto’s: Kris Vermeulen

Published: 29 juni 2008 / 15:00u.

Print this Page