Willie DeVille & The Mink DeVille Band
LINE-UP
Willy
DeVille:
Gitaar, harmonica, vocals
Bob
Curiano:
Bas, backing vocals
Mark
Newman:
Gitaar, backing vocals
Shawn
Murray:
Drums
Boris
Kinberg:
Percussie
Kenny
Margolis:
Keyboards
Dorene
Wise:
Backing vocals
YaDonna
Wise:
Backing vocals
Sinds Willy DeVille in 1986 het illustere combo
Mink DeVille opdoekt en resoluut voor het solopad
kiest, verschijnt de flamboyante zanger uit New
York in zowat alle mogelijke en onmogelijke
gedaantes op het podium. Van de elegante strak in
het pak gehesen crooner tot romantische
zigeunerlook. De laatste tijd zweert hij bij een
sterk door de Indianencultuur gedomineerde outfit
met als absoluut visueel dieptepunt de laatste
der Mohikanen-look die hij afgelopen zomer
etaleerde op de eerste editie van Pinkpop
Classic. Gelukkig bleef de authentieke muzikale
benadering intact. Van de hitsige ruige
stadsblues uit Manhattan tijdens de vroege Mink
DeVille-periode tot de assimilatie van de rijke
muzikale erfenis van zijn nieuwe thuishaven New
Orleans. Die wordt in ‘90 met het sublieme
‘Victory Mixture’ ingeluid en
geconsolideerd met de succesvolle
Mariachi-bewerking van ‘Hey Joe’
afkomstig van ’Back Streets Of
Desire’. Het is een klein mirakel dat de
man gezien zijn destructieve levensstijl,
gedomineerd door drank, drugs en vrouwen,
sporadisch nog fraaie schijfjes zoals
‘Horse With A Different Color’
aflevert. Zowat jaarlijks kunnen we hem de
laatste tijd aan het werk zien op het podium waar
hij meestal zittend op een krukje de set
afwerkte. Die concerten variëren naargelang de
omstandigheden. Ook zaterdagavond blijft hij
opvallend veel op dat krukje zitten.
Vooraf verzorgt Mark Newman het voorprogramma.
Deze uit de Bronx afkomstige gitarist speelde in
de jaren negentig bij Tao Jones en meer recent
bij Sam Samudio van Sam The Sham & The
Pharao's. De gespierde zanger brengt een
akoestische selectie uit ’Must Be A
Pony’. Newman, wiens stemtimbre bijwijlen
enigszins aan dat van Paul Carrack herinnert,
brengt fraaie songs zoals ‘Mean Season
(Lucille Lucille)’en ‘Going
Underground’. Even zet hij het publiek op
het verkeerde been met enkele flarden uit
‘Stayin’ Alive’, inclusief dat
akelig falsettostemmetje, om vervolgens het
prachtige ‘New York Mining Disaster
1941’ van de broertjes Gibb te debiteren.
Als afsluiter heeft de man ‘Must Be A
Pony’, de titelsong van zijn debuut
opgespaard.
Even later als het wat donkerder wordt in het
ondertussen druk bevolkte park, er staan zelfs
toeschouwers bovenop de afgedekte vijver, zien we
de man met de zwarte baret terug in de Mink
DeVille Band.
De ritmesectie is opgebouwd met drummer Shawn
Murray, percussionist Boris Kingberg en bassist
Bobby Curiano, oudgedienden bij Mink Deville
sinds de vroege jaren tachtig.
Pianist Kenny Margolis figureerde destijds zelfs
op de studiosessies van ‘Le Chat
Blue’. Het gezelschap opent met een fraaie
instrumentale introductie waarbij
‘Watermelon Man’ naadloos overvloeit
in ‘Sleep Walk’, de fifties hit van
de Farinobroertjes uit Brooklyn. Even later stapt
Willy samen met twee zwarte zangeressen onder
luid applaus het podium op. De zanger, terug met
schouderlange haardos, schuifelt moeizaam naar de
barkruk zet zijn leesbrilletje op en begint
meteen in zijn tekstboek te bladeren. Een vaag
voorteken, de graatmagere man lijkt duidelijk
stukken ouder dan zijn leeftijd (58) doet
vermoeden.
Niet verwonderlijk gezien het door drugs
geteisterde afgelegde traject dat hij in
‘Chieva’ schaamteloos bezingt op een
broeierige Latin-groove met fraai snarenwerk van
Newman.
Gelukkig klinkt zijn voordracht nog meer dan
behoorlijk in sfeervolle romantische ballades
zoals ‘Even When I Sleep’ met de
accordeon van Margolis op de achtergrond en
‘Heart and Soul’. Het is vooral het
werk uit de vroegere Mink DeVille-periode dat af
en toe enige vaart brengt in het op automatische
piloot verder kabbelende concert. ‘Spanish
Stroll’, al vroeg in de set, het hevig
rockende ‘Venus Of Avenue D’ en het
dromerige ‘Mixed Up Shook Up Girl’
zijn niet stuk te krijgen, vormen een verademing
tussen de wat saaie bewerking van ‘Hey
Joe’, de wankele interpretatie van
Elvis’ ‘Heartbreak Hotel’ en
enkele bluesgetinte harmonica escapades.
Hitsig dansvoer zoals ‘Demasiado
Corazon’ blijft, ondanks de afwezigheid van
een blazerssectie, verrassend overeind. Als
toegift komt DeVille nog even terug zonder
zangeressen en perst het intens rockende
‘Savoir Faire’ uit de stramme
ledematen. Even krijgen we een glimp van de
broeierige stadsrock van weleer, even maar. In
een drassig, rammelend ‘Cadillac
Walk’ blijkt DeVille slechts een schim van
de flamboyante performer van weleer. Niet bepaald
een memorabel concert, maar het Antwerpse publiek
was blijkbaar al dik tevreden dat Willy eindelijk
in ‘t stad’ concerteerde.
Cis Van Looy
© Foto’s: Kris Vermeulen
Published: 29 juni 2008 / 15:00u.
Print this
Page



