Leonard Cohen
Eind jaren zestig verzeilt de Canadese auteur en
dichter Leonard Cohen in de door artiesten zoals
Bob Dylan en Joan Baez beheerste folkpopscène.
Cohen is ten tijde van zijn muzikale debuut al
drieëndertig en beschouwt zijn muzikale
activiteiten eerder als een verlengstuk van zijn
literaire activiteiten en dat wordt vertaald in
intelligente poëtische getinte teksten
ondersteund door een sobere muzikale textuur. Na
een uiterst productieve periode in de jaren
zestig en zeventig wordt het na zijn omstreden
samenwerking met Phil Spector ‘Death Of A
Ladies Man’ wat stiller rond de sombere
troubadour. Tussen de opvolger ’Recent
Songs’ en ‘Various Positions’,
dat oorspronkelijk in de Verenigde Staten zelfs
niet uitgebracht wordt, gaapt zo’n vijf
jaar. Het door synthesizers en geprogrammeerde
drummachines gedomineerde ‘I’m Your
Man’ plaatst de zanger opnieuw in de spots.
Cohen resideert in die periode al even in een
Boeddistisch klooster in Californië, waar hij
zich na het uitbrengen van het fraaie ‘The
Future’ jarenlang terugtrekt als
‘Jikan’ (Stilte).
De stilte wordt in 2001 doorbroken met ‘Ten
New Songs’. De intense samenwerking met
Sharon Robinson, die eerder met Cohen aan de
schrijftafel zat voor ‘Everybody
Knows’, resulteert in één van de betere
werkstukken. Een meer dan geslaagde rentree in
het echte leven na de jarenlange vrijwillige
ballingschap. Het recente ‘Dear
Heather’ klinkt als het definitieve
muzikale testament van de zingende poët. Dat we
‘The Ladies Man’ nog eens op een
podium mogen aanschouwen hebben we een beetje te
danken aan een vrouw. Kelley Lynch, zijn
voormalige manager, zou met het pensioenfonds van
de niet onbemiddelde zanger aan de haal zijn. Het
was wellicht de ultieme prikkel voor de 73-jarige
troubadour om nog eens uitgebreid op tournee te
vertrekken. Overigens concerteerde de man
donderdagavond helemaal niet met tegenzin in
Brugge. Hij combineerde zijn poëtische selectie
met romantiek en een dosis humor. opmerkelijk
voor een man die het grootste deel van zijn leven
tussen depressies pendelt.
Lange rijen geduldig wachtenden, voor de gesloten
poorten van het Minnewaterpark waar Cohen een
grondige en uitgebreide soundcheck afwerkt.
Ondertussen gutst de regen ongenadig neer. In het
publiek overheerst grijs net als de grauwe
hemellucht.
Als bij wonder houdt het op met regenen
wanneer
Martha Wainwright
op het podium stapt. De dochter van Loudon
Wainwright en Kate McGarrigle (van het
onvolprezen duo Kate & Anne) en zusje van
Rufus voelt zich vereerd om in het voorprogramma
te figureren. Er is een duidelijke connectie, de
familie stamt eveneens als Cohen uit het Canadese
Montreal. De zangeres met het rode kleedje en de
zilveren schoentjes profileert zich als een
eigenzinnige, niet onverdienstelijke
singer-songwriter op haar twee albums, waaruit ze
een handvol pareltjes zoals
‘Factory’, ’This Life’ en
‘Jesus and Mary’ opdiept. Voor de
afsluiter ‘I Wish I Were’ krijgen we
nog ‘Tower Song’, niet te verwarren
met ‘Tower Of Song’, van Cohen
voorgeschoteld. Een politiek statement waarin La
Wainwright afstand neemt van de ongezonde,
obsessieve verhouding met macht die in Amerika
leeft.
Het is daarna nog even wachten op de Meester, een
niet onaanzienlijk deel van de oudere fans hebben
blijkbaar hun ondertussen al volwassen kinderen
en zelfs kleinkinderen meegetroond.
Even vermoeden we dat de hemelsluizen terug
worden opengedraaid, het is echter het
stormachtig onthaal van 8000 paar handen als
Leonard Cohen de openingssong ‘Dance Me To
The End Of Love’ inzet. De in stijlvol pak
gehesen crooner met dito deukhoedje en de outfit
van zijn begeleiders laat eerder een bijeenkomst
van maffiosi vermoeden.
Voor de oudere fan vormt de poëtische folk uit de
jaren zestig de soundtrack van zijn leven en het
wordt een emotioneel weerzien. Folkjuweeltjes als
‘Bird On The Wire’,
‘Suzanne’ en ‘So Long
Marianne’ worden dan ook dankbaar gepreveld
in het park.
Het heeft bijwijlen wel iets van een kerkdienst,
maar wel één die we maar al te graag bijwonen.
De sombere grafstem van de troubadour klinkt
verrassend draaglijk door de inbreng van een
fantastisch dameskoortje. Na de afgekapte ritmiek
van het sinistere ‘The Future’ volgt
‘Ain’t No Cure For Love’ waarin
Dino Soldo even schittert met een ijle saxsolo.
Zo krijgt iedere muzikant van het achtkoppige
gezelschap meermaals een spotje waarbij Cohen het
niet kan laten telkens nederig te buigen en de
naam te vermelden. Een opvallende muzikale gast
is de snarenvirtuoos Javier Mas die sfeervolle
klanken uit zijn arsenaal akoestisch
snaarinstrumenten tovert. Mas werkt de volledige
set zittend af in tegenstelling tot een
goedlachse Cohen die zich meermaals tot het
publiek richt. Zangeres Sharon Robinson treedt
even op de voorgrond dicht bij Leonard in het
wondermooie intimistische duet ‘In My
Secret Life’. ‘Who By Fire’, de
adaptatie van een oud Joods gebed krijgt een
sobere akoestische behandeling en werd opgedragen
aan ‘This beautiful city’. Hattie
Webb die samen met zuster Charley en Robinson het
achtergrondkoortje bevolkt, bespeelt gracieus de
Keltische harp.
Gracieus, haast religieus, klinkt ook
‘Anthem’ de afsluiter van de eerste
set met engelachtige zang die de sonore bromstem
ondersteund.
In de tweede set citeert de diepe baritonstem uit
‘Tower Of Song’. “I was born
with the gift of a golden voice and twenty-seven
angels from The Great Beyond…”
‘Tower Of Song’ drijft op een
kinderlijk synthesizerdeuntje van Cohen en het
orgel van Neils Larsen loopt uit in opgewekte
doo, dum dums van de drie zangeressen. Daarna
volgt een feest van herkenbaarheid. De sobere
pracht van ‘Suzanne’ en
‘Sisters Of Mercy‘ uit de
beginperiode vermengt tussen de
‘hits’ uit ‘I’m Your
Man’ met naast de titeltrack ‘Take
This Waltz’. Het zijn toch het vaak
gecoverde ‘Hallelujah’ en het uit
‘The Future’ afkomstige
‘Democrazy’ die echt beklijven. Ook
het jazzgetinte ‘Back On Boogie
Street’ waarin de machtige gospelstem van
Sharon Robinson Cohen’s spoken word relaas
over de schaduwzijde van de geneugten des levens
ondersteunde.
Tijdens een uitgebreide toegiftenreeks passeren
‘So Long Marianne’ en ‘First We
Take Manhattan’. ‘Closing Time’
was voor een deel van de toeschouwers het sein om
huiswaarts te keren maar Leonard Cohen besloot
nog even verder door te gaan en liet uiteindelijk
zowat iedereen met een meer dan tevreden gevoel
achter. Wat mij betreft mag hij volgend jaar na
dit magistrale concert al terugkomen.
Cis Van Looy
Line up:
Leonard Cohen: Vocals, gitaar
Sharon Robinson: Vocals
Charley Webb: Backing vocals
Hattie Webb: Backing vocals
Roscoe Beck: Bas
Bob Metzger: Gitaar
Neil Larsen: Keyboards
Javier Mas: Snaarinstrumenten
Dino Soldo: Sax, trompet
Rafael Gayol: Drums
Met
dank aan Anton Coene © voor het gebruik van de
foto’s.
www.antoncoene.be
www.wannabes.be
Published: 11 juli 2008 / 14:30u.
Print this
Page






