KD LANG

k.d. Lang


20 juli 2008 • Openluchttheater Deurne



KD & Band



KD Lang



KD Lang1



KD Lang2



KD Lang3

In de countrywereld is k.d. Lang geen onbekende naam sinds het in ’89 uitgebrachte ‘Shadowland’. Op dit album werkt de Canadese zangeres samen met Owen Bradley, destijds producer van Langs grote idool Patsy Cline. In de jaren tachtig tourt ze in haar geboorteland met The Reclines.
Na twee langspelers in eigen land raken ook de platenmajors in de V.S. geïnteresseerd. ‘Angel With A Lariat’ met Dave Edmunds in de producerszetel is alvast een meer dan geslaagde kennismaking met The Reclines. Naast pianist Ted Borowiecki vervult gitarist en songleverancier Ben Mink een sleutelrol op dit door rockabilly, honky tonk en countrykitsch gedomineerde officiële debuut. Nashville daarentegen lijkt nog niet helemaal klaar voor k.d. Haar verschijning, het androgyne uiterlijk en een soort punkrockersattitude lokt aanvankelijk enige controversie uit in de sterk aan tradities gehechte countrykringen. Haar opmerkelijke vocale kwaliteiten winnen het uiteindelijk van de hardnekkige vooroordelen. Het duet ‘Crying’ met Roy Orbison versnelt haar opgang in Nashville. Na het klassieke ‘Shadowland’ is het samen met The Reclines ingeblikte ‘Absolute Torch And Twang’ een meer persoonlijk en avontuurlijker statement maar nog stevig verankerd in een countryidioom. Beginjaren negentig kiest de zangeres, die zich ondertussen als lesbienne out, met ‘Ingénue’ voor een meer popgeoriënteerde richting en ‘Constant Craving’ belandt in de hitlijsten. In afwachting van een opvolger sleutelt ze samen met Mink aan de soundtrack bij de verfilming van Tom Robbins’ ‘Even Cowgirls Get The Blues’ door Gus Van Sant waarin ondermeer Uma Thurman en John Hurt figureren.
Met steeds langere tussenpauzes verschijnen nog enkele werkstukjes. ‘All You Can Eat’, ’Drag’ en ‘Invisible Summer’ klinken nog behoorlijk maar halen niet het niveau van het vroegere werk. Lang onderneemt een succesvolle tournee met Tony Bennett. Zo’n vier jaar geleden wordt ‘Hymns Of The 49th Parallel’ uitgebracht. Een fraaie bloemlezing van het werk van Canadese songwriters zoals Neil Young, Leonard Cohen en Joni Mitchell.
Acht jaar na de voorganger ‘Invisible Summer’ (een bijzonder) toepasselijke titel voor wat we nu beleven) is k.d. Lang weer helemaal terug met ‘Watershed’. Het is een ingetogen singer-songwritersplaat geworden waarop alle facetten uit Langs rijk geschakeerde muzikale oeuvre in een spaarzaam geïnstrumenteerd organisch geheel samenvloeien.
Het gebeurt niet zo vaak dat we k.d.Lang in ons land mogen begroeten.
Zondagavond was het zover, de regenbuien van even voordien had late beslissers blijkbaar thuisgehouden. Zo raken de zitjes van het openluchttheater amper voor de helft gevuld, hoofdzakelijk met vrouwen en koppeltjes die bij de lesbische liefde zweren. Dat vormt helemaal geen bezwaar voor de meer heteroseksueel georiënteerde liefhebbers van de fraaie muziekjes van k.d.. Omringd door een stel jongere muzikanten zingt ze de helaas niet zichtbare sterren van de hemel. Gehuld in grijze broek en gilet en blootsvoets wandelt de zangeres onder luid applaus het podium op. Lang, 46 ondertussen, is een beetje corpulenter geworden, wat door de mannenoutfit nog enigszins geaccentueerd wordt.
Maar het is meteen haar fenomenale stem en zin voor humor die alle aandacht opeist. De set is opgebouwd rond de nummers van de nieuwe cd. Het zwoele ritme van ‘Upstream’ klinkt krachtiger dan op plaat en zet meteen de juiste toon. Er volgt een uitgelezen selectie van ‘Watershed’ met ‘Thread’ en het zweverige, door een weemoedige pedalsteel ingekleurde en met zachtjes kreunende stem gebrachte ‘Once In A While’. “This World Is Filled With Frozen Lovers” zingt Lang in ‘I Dream Of Spring’. Poëtische ontboezemingen die bij dit ‘zomerse’ weer meer dan toepasselijk klinken. Het oudere werk wordt niet opgespaard tot het einde, maar strategisch verspreid in de set. Zo horen we al vroeg Neil Young’s ‘Helpless’ dat bij ondergetekende rillingen veroorzaakte die niet enkel aan de ondermaatse temperaturen zijn toe te schrijven. Later volgt nog werk van andere Canadese songwriters zoals het van Jane Siberry geleende ‘The Valley’. Het schitterende ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen is al door ontelbare artiesten gecoverd maar zelden met zo’n intensiteit en vocale spankracht.
De interpretatie van Lang ademt dezelfde pastorale sfeer uit als het concert van de meester amper tien dagen geleden. Evenals Cohen is Lang bijzonder goed geluimd en converseert ze uitgebreid met haar trouwe fans vlak voor het podium, die na het verschuiven van enig hekwerk, op uitdrukkelijk verzoek van Lang zelf, nog dichter bij hun idool staan.
Het met knappe akoestische gitaaraccenten van de Braziliaanse gitarist gelardeerde ‘Western Stars’ is superieure croonercountry. Na een uitgebreide voorstelling van de groepsleden leidt k.d. het dromerige ‘Miss Chatelaine’ met enkele houterige, grappige balletpasjes. Het op zwierige accordeontonen drijvende emotioneel geladen ‘Costant Craving’, het blijft een fraai staaltje uit het meer popgetinte werk. De groepsleden scharen zich samen met Lang rond een in het midden opgestelde microfoon en debiteren de onstuimige hillbilly van ‘Pay Dirt’, een terugkeer naar de begindagen in Alberta. Simpele, zacht uitstervende banjotonen, ”banjo is a real chick magnet” grapt Lang, vormen het sluitstuk van een meeslepend concert dat zelfs door mijn toch wel bijzonder kritisch ingestelde levensgezellin wordt geapprecieerd.
Twee keer komt ze nog terug. Eerst met het fantastisch gezongen ‘A Kiss To Build A Dream On’, de jazzklassieker die ze eerder met die andere legendarische croonergigant Tony Bennett de onsterfelijkheid inzong en een minder bekend nummer om definitief af te ronden.
Cis Van Looy

With thanks for the photographs to Jeri Heiden ©.

Published: 20 juli 2008 / 16:00u.

Print this Page