k.d. Lang
In de countrywereld is k.d. Lang geen onbekende
naam sinds het in ’89 uitgebrachte
‘Shadowland’. Op dit album werkt de
Canadese zangeres samen met Owen Bradley,
destijds producer van Langs grote idool Patsy
Cline. In de jaren tachtig tourt ze in haar
geboorteland met The Reclines.
Na twee langspelers in eigen land raken ook de
platenmajors in de V.S. geïnteresseerd.
‘Angel With A Lariat’ met Dave
Edmunds in de producerszetel is alvast een meer
dan geslaagde kennismaking met The Reclines.
Naast pianist Ted Borowiecki vervult gitarist en
songleverancier Ben Mink een sleutelrol op dit
door rockabilly, honky tonk en countrykitsch
gedomineerde officiële debuut. Nashville
daarentegen lijkt nog niet helemaal klaar voor
k.d. Haar verschijning, het androgyne uiterlijk
en een soort punkrockersattitude lokt
aanvankelijk enige controversie uit in de sterk
aan tradities gehechte countrykringen. Haar
opmerkelijke vocale kwaliteiten winnen het
uiteindelijk van de hardnekkige vooroordelen. Het
duet ‘Crying’ met Roy Orbison
versnelt haar opgang in Nashville. Na het
klassieke ‘Shadowland’ is het samen
met The Reclines ingeblikte ‘Absolute Torch
And Twang’ een meer persoonlijk en
avontuurlijker statement maar nog stevig
verankerd in een countryidioom. Beginjaren
negentig kiest de zangeres, die zich ondertussen
als lesbienne out, met ‘Ingénue’ voor
een meer popgeoriënteerde richting en
‘Constant Craving’ belandt in de
hitlijsten. In afwachting van een opvolger
sleutelt ze samen met Mink aan de soundtrack bij
de verfilming van Tom Robbins’ ‘Even
Cowgirls Get The Blues’ door Gus Van Sant
waarin ondermeer Uma Thurman en John Hurt
figureren.
Met steeds langere tussenpauzes verschijnen nog
enkele werkstukjes. ‘All You Can
Eat’, ’Drag’ en
‘Invisible Summer’ klinken nog
behoorlijk maar halen niet het niveau van het
vroegere werk. Lang onderneemt een succesvolle
tournee met Tony Bennett. Zo’n vier jaar
geleden wordt ‘Hymns Of The 49th
Parallel’ uitgebracht. Een fraaie
bloemlezing van het werk van Canadese songwriters
zoals Neil Young, Leonard Cohen en Joni Mitchell.
Acht jaar na de voorganger ‘Invisible
Summer’ (een bijzonder) toepasselijke titel
voor wat we nu beleven) is k.d. Lang weer
helemaal terug met ‘Watershed’. Het
is een ingetogen singer-songwritersplaat geworden
waarop alle facetten uit Langs rijk geschakeerde
muzikale oeuvre in een spaarzaam geïnstrumenteerd
organisch geheel samenvloeien.
Het gebeurt niet zo vaak dat we k.d.Lang in ons
land mogen begroeten.
Zondagavond was het zover, de regenbuien van even
voordien had late beslissers blijkbaar
thuisgehouden. Zo raken de zitjes van het
openluchttheater amper voor de helft gevuld,
hoofdzakelijk met vrouwen en koppeltjes die bij
de lesbische liefde zweren. Dat vormt helemaal
geen bezwaar voor de meer heteroseksueel
georiënteerde liefhebbers van de fraaie muziekjes
van k.d.. Omringd door een stel jongere
muzikanten zingt ze de helaas niet zichtbare
sterren van de hemel. Gehuld in grijze broek en
gilet en blootsvoets wandelt de zangeres onder
luid applaus het podium op. Lang, 46 ondertussen,
is een beetje corpulenter geworden, wat door de
mannenoutfit nog enigszins geaccentueerd wordt.
Maar het is meteen haar fenomenale stem en zin
voor humor die alle aandacht opeist. De set is
opgebouwd rond de nummers van de nieuwe cd. Het
zwoele ritme van ‘Upstream’ klinkt
krachtiger dan op plaat en zet meteen de juiste
toon. Er volgt een uitgelezen selectie van
‘Watershed’ met ‘Thread’
en het zweverige, door een weemoedige pedalsteel
ingekleurde en met zachtjes kreunende stem
gebrachte ‘Once In A While’.
“This World Is Filled With Frozen
Lovers” zingt Lang in ‘I Dream Of
Spring’. Poëtische ontboezemingen die bij
dit ‘zomerse’ weer meer dan
toepasselijk klinken. Het oudere werk wordt niet
opgespaard tot het einde, maar strategisch
verspreid in de set. Zo horen we al vroeg Neil
Young’s ‘Helpless’ dat bij
ondergetekende rillingen veroorzaakte die niet
enkel aan de ondermaatse temperaturen zijn toe te
schrijven. Later volgt nog werk van andere
Canadese songwriters zoals het van Jane Siberry
geleende ‘The Valley’. Het
schitterende ‘Hallelujah’ van Leonard
Cohen is al door ontelbare artiesten gecoverd
maar zelden met zo’n intensiteit en vocale
spankracht.
De interpretatie van Lang ademt dezelfde
pastorale sfeer uit als het concert van de
meester amper tien dagen geleden. Evenals Cohen
is Lang bijzonder goed geluimd en converseert ze
uitgebreid met haar trouwe fans vlak voor het
podium, die na het verschuiven van enig hekwerk,
op uitdrukkelijk verzoek van Lang zelf, nog
dichter bij hun idool staan.
Het met knappe akoestische gitaaraccenten van de
Braziliaanse gitarist gelardeerde ‘Western
Stars’ is superieure croonercountry. Na een
uitgebreide voorstelling van de groepsleden leidt
k.d. het dromerige ‘Miss Chatelaine’
met enkele houterige, grappige balletpasjes. Het
op zwierige accordeontonen drijvende emotioneel
geladen ‘Costant Craving’, het blijft
een fraai staaltje uit het meer popgetinte werk.
De groepsleden scharen zich samen met Lang rond
een in het midden opgestelde microfoon en
debiteren de onstuimige hillbilly van ‘Pay
Dirt’, een terugkeer naar de begindagen in
Alberta. Simpele, zacht uitstervende banjotonen,
”banjo is a real chick magnet” grapt
Lang, vormen het sluitstuk van een meeslepend
concert dat zelfs door mijn toch wel bijzonder
kritisch ingestelde levensgezellin wordt
geapprecieerd.
Twee keer komt ze nog terug. Eerst met het
fantastisch gezongen ‘A Kiss To Build A
Dream On’, de jazzklassieker die ze eerder
met die andere legendarische croonergigant Tony
Bennett de onsterfelijkheid inzong en een minder
bekend nummer om definitief af te ronden.
Cis Van Looy
With thanks for the photographs to Jeri Heiden ©.
Published: 20 juli 2008 / 16:00u.
Print this
Page




